Het einde van Babel en Edom

14-06-2010 door Dr. K.D. Goverts

We hebben gesproken over het einde van Babel en het einde van Edom, Jesaja 13 en 24. Als dan de zon en de maan en de sterren uitvallen, wat blijft er dan over? De zon van Babel valt uit en de zon van Edom. De sterren van Babel vallen uit; Babel was ook het centrum van de sterrenwichelarij, van de astrologie en de horoscoop. In Babel zeiden ze: je lot staat in de sterren. En de priesters van Babel zaten op de derde etage van de Toren van Babel; daar zaten ze de horoscopen te berekenen. Het licht valt dan uit; alle lichten vallen uit. Ook bij Edom valt het licht uit. Mattheüs 24 lijkt op de negende plaag (= slag) in Egypte. Ook toen kwam de duisternis, toen viel ook het licht uit. Ze hadden al van alles meegemaakt, ze waren bijna in de eindfase. De tiende slag zou de finale worden, maar bij de negende slag valt het licht uit. Drie dagen duisternis over Egypte. Als alle lichten uitvallen, het licht van Babel, het licht van Edom, het licht van Egypte, dan houd je niet veel over. Het enige wat je dan nog kunt zien is:

En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid … (Mattheüs 24:30)

Letterlijk: IN de hemelen …

Babel gaat vallen, Edom gaat vallen, maar in wezen is dat ook genade; dan kunnen ze eindelijk terechtkomen. Als hun eigen licht uitvalt, dan zullen ze Hem zien. Miskotte zegt: dan zwijgen de goden. Dan zijn al die afgoden uitgesproken; de goden van Babel en de goden van Edom en hoe ze ook allemaal mogen heten. Het licht valt uit in de zaal; en als je dan alles keurig op papier had gezet, kun je niet verder. De toespraken worden beëindigd en al die goden moeten zwijgen. Misschien is dat ook iets, dat je in onze tijd reeds ziet: al die goden, die het ook niet meer weten.En dan komt de Eeuwige. Het is net alsof de God van Israël zegt: Ik wacht wel zolang. Wie het laatst spreekt, spreekt het best. Zo was dat ook op de Karmel. Elia zegt tegen al die Baäl-priesters: gaan jullie maar eerst. Die Baäl-priesters staan daar de hele dag te hossen en te springen, ze staan zichzelf te pijnigen. Maar Elia spaart zijn energie. En dan wordt het avond; de avond van de wereld, de avond van de geschiedenis. Dan wordt het stil; de Baäl-priesters hebben geen antwoord gekregen. Het wordt het uur van het avondoffer. Het uur van het avondoffer; dat geladen moment in de geschiedenis. En Elia zegt: kom nou maar hier heen en dan staat er ‘hij geneest het altaar’, en Elia bidt. Als de goden zwijgen. F.de Graaff heeft een boek geschreven met als titel: ‘Als de goden sterven’.

God staat in de vergadering der goden, Hij houdt gericht te midden der goden … (Psalm 82:1) Sta op, o God, richt de aarde, want Gij bezit alle volken … (vers 8)

Al die goden sterven, de goden van Babel, de goden van Edom. Er staat van hen geschreven in Psalm 82:7: nochtans zult gij sterven als mensen, als een der vorsten zult gij vallen …

De goden sterven. Dan zijn al die goden gepasseerd, dan valt de avond. En toch zegt hij al veel, die ‘avond’ zegt. Is de avond nu een begin of een einde? De Joodse tijdrekening zegt: de avond is het begin van de dag. De dag begint, maar het wordt wel donker. De avond is de stilte na de dag, als al die goden hun beurt hebben gehad. In het uur van het avondoffer hing Jezus aan het kruis. Op het uur van het avondoffer moesten de goden zwijgen; die wisten het niet meer. Toen werd het stil op Golgotha. En al de scharen, die voor dit schouwspel samengekomen waren, keerden terug, toen zij aanschouwd hadden, wat er geschied was, en sloegen zich op de borst … (Lucas 23:48)

 alle stammen der aarde zich op de borst slaan … (Mattheüs 24:30)

En dan kunnen eindelijk ook Babel en Edom worden ingeschreven naar het woord van Psalm 87. Rahab en Babel vermeld Ik als degenen die Mij kennen; zie Filistea en Tyrus met Ethiopie: deze is daar geboren … (Psalm 87:4)

 De Filistijn, de Tyriër, de Moren, zijn binnen u, o Godsstad voortgebracht. Bij het optellen van de volkeren mogen zij er ook bij horen. Zij allen worden ingeschreven in de burgerlijke stand van Jeruzalem. Zij worden genoteerd in het boek van de Eeuwige. Moede komen zij, arm en naakt, tot de God die zalig maakt. Daar staan ze dan met lege handen: Babel, Assur, Edom, Egypte en al die anderen, een wonderlijke rij. Op de achtergrond van Mattheüs 24 hoor je een koor Psalm 87 zingen; achtergrondmuziek. Tenslotte moet je Mattheüs 24 niet a capella lezen, daar hoort wel zang en muziek in mee te klinken. Als dan bij die volken en die goden alle lichten zijn uitgegaan, zien ze eindelijk hèt Licht. Dat is dan het enige licht, dat overblijft. In dat verband lezen we nog een tekst uit Jesaja 60. En dat is dan misschien de derde pilaar voor Mattheüs 24. De zon zal u niet meer tot licht zijn bij dag, noch de maan tot een schijnsel voor u lichten; maar de Here zal u tot een eeuwig licht zijn en uw God tot uw luister. Uw zon zal niet meer ondergaan en uw maan niet meer afnemen, want de Here zal u tot een eeuwig licht zijn en de dagen van uw rouw zullen ten einde wezen … (Jesaja 60:19, 20)

Het einde van Babel en het einde van Edom is een gezégend einde. En als je dan binnen mag komen, wordt er gezegd: gefeliciteerd met uw einde. De zon zal u niet meer tot licht zijn bij dag: het natuurlijke licht valt weg. De uitleg van deze verzen kan niet luiden: Zon en maan zullen wel blijven bestaan, maar ze verbleken bij het licht van de Eeuwige. Deze verklaring heeft even weinig zin als die andere: voor de bijbelse schrijvers bestaan de goden wel, maar ze zijn machteloos tegenover de ene God. In de visie van de Schrift komt bestaan tot uiting in daden van kracht. Als ze bestaan, doen ze ook wat. Als je bestaat, dan werk je. Zo is ook het Hebreeuwse denken: als je er bent, ben je ook actief. Alleen maar bestaan en dan niets doen, komt in het Hebreeuwse denken niet voor. Iemand die alleen maar zit ‘te wezen’, bestaat volgens het Hebreeuwse denken eigenlijk niet. Je bestaan komt dus tot uiting in je daden. Langs deze weg krijgen we dus geen zicht op de betekenis van deze passage. En juist die verzen van Jesaja 60 hebben zo’n belangrijke rol gespeeld in de latere literatuur. De zon en de maan horen bij de scheppingsorde, maar die horen ook bij de ethiek, bij de moraal, bij het innerlijke leven, het morele en godsdienstige leven van de wereldbewoners. Daar is het ritme van dag en nacht, daar zijn de wetten van de natuur. Maar als de mensen fout gaan, krijg je wanorde, dan wankelt de aarde. Dan wordt de scheiding van licht en duisternis bedreigd; dan vervullen de hemellichamen hun opdracht niet meer, dan wordt het donker. Het licht is het heil; het heil van God. En de duisternis is een wereld zonder orde, dus zonder menselijk geluk. Dus wat hier staat, in Jesaja 60:19, dat is: er komt een betere schepping, een absoluut goede schepping. Dan zal de duisternis geheel en al ontbreken. Nu heb je duisternis en licht, die zijn apart en hebben elk hun eigen terrein. Je kunt nu zeggen: het licht wint, er is een overmacht van het licht, maar dan gaat het nog een stap verder: ook de duisternis wordt verlicht. Dan hoeft het licht niet meer te wijken voor het donker. De duisternis is dan niet langer een werkelijke macht. De duisternis is uitgeteld. Dan is ook niet langer één of ander hemellichaam de bron van het licht, nee, God wordt de bron van het licht, God Zèlf is rechtstreeks present als lichtbron en als heil. Daarom is de vertaling, die hier staat, eigenlijk te zwak. De Here zal u tot een eeuwig licht zijn. Dit moet je eigenlijk wat sterker vertalen. Eigenlijk staat er: waarlijk, de Eeuwige zal er voor u zijn, tot een eeuwig licht. In het kader van de verzoening wordt wel eens de vraag gesteld: worden de boze engelen – die toch oorspronkelijk ook uit God zijn voortgekomen – ook weer tot lichten? Dat is dan wel een heel verstrekkende vraag. Dit gaat ons denkvermogen toch wel te boven. We raken hier aan aspecten van de verborgen wereld, waar we maar ten dele licht op hebben. Als je bepaalde teksten leest uit de Efeze- en de Kolossenzenbrief ben je geneigd deze vraag bevestigend te beantwoorden. In Kolossenzen 1:16 staat dan: want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen …

Door Hem en tot Hem. En dan staat er ook in vers 20: en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is …

In deze tekst gaat het om het tot vrede brengen van alles wat op de aarde en wat in de hemel is. De Kolossenzenbrief gaat hier dus heel ver in. De Efezebrief loopt hier enigszins parallel mee. Sommige uitleggers poneren, dat de Efeze- en de Kolossenzenbrief en ook nog de Filippenzenbrief, die als de gevangenschapsbrieven bekend staan, de hoogste openbaring bevatten, die God ooit gegeven heeft. De Kolossenzenbrief geeft dus in feite het antwoord op dit aspect van de verzoening. Barthold van Ginkel zegt: de Bijbel heeft één kroontekst, namelijk: Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen. (Romeinen 11:36)

Aan deze tekst kun je in feite alle teksten uit de Bijbel ophangen; het kan als het ware als kapstok voor de hele Bij bel dienst doen. Het is de kapstok voor alle leringen en detailopnames. Soms bemerk je dan, dat je onderweg nog wel eens een dogma moet afzweren. Het al staat er dan in het Hebreeuws; dat is dus heel de zichtbare en onzichtbare schepping. We lazen dus in Jesaja 60:19: De zon zal u niet meer tot licht zijn bij dag, noch de maan tot een schijnsel voor u lichten; maar de Here zal u tot een eeuwig licht zijn en uw God tot uw luister …

Letterlijk: de Eeuwige zal er voor u zijn (zo sterk mag en moet je dat hier vertalen) tot een licht voor heel de wereldtijd. En dan moet je in vers 20 vertalen: en de dagen van uw rouw zijn dan ten einde. Dus niet: zullen ten einde wezen.

Dit wordt er dan als een conclusie achteraan gezet: de dagen van uw rouw zijn dan ten einde.

Ten einde zijn = sjalemou (wmlS).

In dit werkwoord hoor je ook het woord sjaloom (MwlS). De dagen van uw rouw zijn dan ‘sjaloom geworden’.

Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid des heren gaat over u op … (Jesaja 60:1)

In het begin van Jesaja 60 verschijnt het licht, dan verschijnt het licht van God in de duisternis. Aan het eind van Jesaja 60 komt Hij als de Aanwezige van Israël tot de zijnen. Zo wordt Jesaja 60 omsloten door het licht aan het begin en het licht aan het eind. Letterlijk staat er in vers 20:

uw zon zal niet meer ingaan en uw maan zal niet meer ingezameld worden; voorwaar! de Eeuwige zal er zijn voor u tot een licht voor heel de wereldtijd.

Men kon verwachten, dat de Joodse overlevering Jesaja 60 in verband heeft gebracht met de negende plaag in Egypte, namelijk: drie dagen duisternis. Het land Egypte was in duisternis gehuld, maar het volk Israël verkeerde in het licht.

Gedurende drie dagen kon niemand een ander zien, noch van zijn plaats opstaan; maar alle Israëlieten hadden licht, waar zij woonden (Exodus 10:23)

De rabbijnen zeggen dan: Laat hier je voorstellingsvermogen eens werken: de kinderen Israëls zaten in het licht, maar de Egyptenaren in het donker. Dat wil dus zeggen, dat de Egyptenaren wèl de Israelieten konden zien, maar de kinderen Israëls zagen niet de Egyptenaren. De Egyptenaren zagen dus de kinderen Israëls eten en drinken en zich verheugen. Overgeplaatst naar Jesaja 60: Sion was zichtbaar voor alle volkeren. Daarom kunnen de volken dan ook optrekken naar Sion. Ze zagen de kinderen Israëls eten en drinken en zich verheugen; dat is dus het heil. Licht wordt gelijkgesteld met gerechtigheid. Het licht, dat boven Israël schijnt, kon gezien worden. En zo konden ze gerechtigheid beoefenen. Dat nauwe verband tussen licht en gerechtigheid heeft de Joodse uitleggers ook behoed voor een al te mystieke interpretatie van het licht. Doordat ze dachten: licht is gerechtigheid, kwamen ze niet tot een uitleg waarbij gezegd werd: licht is de zon, de maan, dat heeft te maken met de hemellichamen. Nee, ze kwamen tot iets dat dieper ging. De rabbijnen vertellen in dit verband een verhaal: een vleermuis en een haan wachten allebei op de nieuwe dag. De haan zegt tegen de vleermuis: ik wacht op het morgenlicht, want het morgenlicht is voor mij. Maar jij, wat moet jij met het morgenlicht! Wat moet een vleermuis nou met het morgenlicht! Een vleermuis moet toch de avond verwachten. Zo heeft licht te maken met tsedaqah (hqdu), met gerechtigheid. Dat is de unieke voorstelling, dat de Heer Zèlf de lichtbron zal zijn voor Sion. De rabbijnen hebben dat ontwikkeld in het kader van de nieuwe schepping. De herschepping is aan de ene kant een ervaring in je persoonlijke geestelijk leven. Dan word je vanbinnen verlicht; Godsverlichting als tegenstelling van Godsverduistering. Maar het licht zal vaardig worden over Sion; niet alleen maar voor haar eigen welzijn, maar ook terwille van de volkeren. Er komt dus een innerlijke verandering. Sion wordt vanbinnen omgevormd. En dan zal de Heer als Licht binnengaan in haar poorten. Het zal een stad zijn van gerechtigheid en die daardoor de volken en de koningen naar zich toetrekt. Zo komen we tot een beter verstaan van Mattheüs 24:29,30: Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid …

Letterlijk: in de hemelen. Bij aan kun je denken aan het firmament, maar in houdt in: in de geestelijke wereld. Het merkwaardige is, dat hier gesproken wordt van een teken. De paralleltekst in Marcus 13:26 zegt:

En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen op de wolken, met grote macht en heerlijkheid …

‘Alle stammen der aarde zullen zich op de borst slaan’. Ze dragen dus rouw; ze uiten hun verdriet. Maar dat is tegelijk dan ook een gezégend verdriet. Het teken van de Zoon des mensen zal verschijnen. Dat is concreet, maar het is ook geestelijk. Het is hier ook weer niet: of/of, maar en/en. Het één gaat niet ten koste van het ander. Het één komt ook niet in mindering op het andere. Er zijn veel uitleggers, die zeggen: dat teken is Hijzelf. Dat zou eventueel kunnen; dan staat er in de tekst als het ware een ‘verklarend gevolg’: het teken, namelijk de Zoon des mensen, zou je dan moeten lezen. Het teken moeten we hier zien in de zin van een signaal; het is iets dat ergens naar verwijst. Dat woord teken komen we al tegen in Genesis 1. en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren (Genesis 1:14 Statenvertaling)

Ook de regenboog in Genesis 9 wordt het teken van het verbond genoemd. Wat zal er nu te zien zijn? Wat zal het bijzondere zijn, het unieke, tegelijk ook datgene waar eeuwen en geslachten op gewacht hebben en naar hebben uitgezien. Als al die lichten zijn voorbij gegaan: de zon is er niet meer, de maan is verdwenen en de sterren zijn er niet meer. Alles wat licht heeft gegeven is dan gepasseerd. Dan wordt het stil, dan wordt het donker, de nacht valt. En dan komt datgene waar ze naar hebben verlangd. Je zou kunnen zeggen: dat is heel intens, maar tegelijk ook heel intiem. Dat is in wezen wat je zou kunnen noemen: Zoon des mensen. ‘Zoon des mensen’ is die heel speciale, oer-Hebreeuwse, oer-Semitische uitdrukking. Dat is ook, wat Psalm 8 zegt: wat is de mensenzoon, dat Gij naar hem omziet. Dat is ook die mensenzoon uit Daniël 7. Eerst komen al die koninkrijken, eerst komen al die wilde beesten en dan komt daar iemand als een ‘Ben Adam’.

Ik bleef toekijken in de nachtgezichten en zie, met de wolken des hemels kwam iemand gelijk een mensenzoon … (Daniël 7:13)

Die Mensenzoon wordt met de wolken gevoerd naar de Eeuwige, naar de Oude van dagen. Mensenzoon; dat woord komt in Ezechiël 93 keer voor. Mensenzoon; dat betekent eigenlijk, als je die Hebreeuwse of Aramese uitdrukking tracht weer te geven: de mens, de Mens. Je zou ook kunnen zeggen: dat is dan de mens zoals God hem bedoeld heeft. En de Mens is degene, zijn degenen die één zijn geworden met Hem, die één zijn geworden met Jezus. Hier schuiven de beelden in elkaar. Dat zijn degenen, die helemaal deel zijn geworden met het leven van Christus. ‘Dan zult gij ook met Hem verschijnen in heerlijkheid’ En heerlijkheid is eigenlijk ook: lichtglans. En dat woord ‘heerlijkheid’ betekent vanuit de Hebreeuwse grondtekst ook: gewicht. Dan wordt de mens eindelijk wat hij in wezen altijd al geweest was, maar nog nooit ten volle naar buiten was getreden. Dan krijgt de mens het gewicht van zijn bestemming. Het is alsof God zijn gewicht legt in jou, zodat je eindelijk iets weegt. Dan ben je niet langer dat poppetje, dat ergens maar zweeft, of dat ballonnetje dat danst in de wind. Eindelijk ga je dan ‘gewicht in de schaal’ leggen. Eindelijk bèn je iemand. Eindelijk ben je tot jezelf gekomen. De Joodse traditie heeft daar een woord voor gevonden; zij noemen dat de adam kabod (dbq Mda), dat wil zeggen: de oorspronkelijke mens. Dat is die oorspronkelijke mens, zoals hij was in het hart van God. God heeft dat er van meet af aan ingelegd.

Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus … (Efeze 1:4,5)

Zoon des mensen’ zou je ook kunnen vertalen met: de mens der belofte. De mens zoals God hem beloofd heeft. Dat is dus aan de ene kant de ‘oermens’, aan de andere kant de mens van de toekomst. Deze mens is de droom van God. God zegt: Ik heb een droom. De mens zoals Ik die in mijn hart heb gezien. Dat is dan ook wat Jeremia zegt:

Ik koester over u gedachten van vrede, om u een hoopvolle toekomst te geven (Jeremia 29:11)

Letterlijk: om u te geven het einde en de verwachting. Het einde en de verwachting, dat is die toekomst, dat is wat je gaat worden. Je gaat worden van wat je van huis uit bent. Dan zullen ze dat teken zien. Dat is dan een ander soort zien; dat is schouwen, dat is zien met de ogen van het hart. Dat gaat dan een laag dieper dan meestal wordt gezegd: elk oog zal Hem zien. En dan wordt er soms gezegd: ja, daarom heeft God ons ook televisie gegeven, want dan kan dat gerealiseerd worden. Maar het gaat hier niet om het zien met behulp van een apparaat, dit is geen zien zoals dan mogelijk wordt gemaakt met de hulp van de techniek; het gaat hier om het zien met de ogen van het hart. Als je niet met de ogen van het hart kijkt, heb je nog niets gezien. Met je uiterlijke oog kun je heel wat zien en in je opnemen, maar dat gaat allemaal weer voorbij. Het gaat hier om het zien zodanig, dat het ook werkelijk binnenkomt. ‘Opdat ik met een zuiver oog in uw genade schouwe. En dat uw Geest mij leren moog hoe ik U dien met trouwe’. Het gaat om het zien met je binnenste, om dat schouwen. En daarom zullen ze dat teken zien in de hemelen. Dat is letterlijk zien, dat is geestelijk zien, dat is het allemaal tegelijk, maar dan wel met het hart. Als je het niet met je hart ziet, gebeurt er nog niets. Het is niet het zien van een groot publiek. God heeft geen publiek; wat heb je trouwens aan publiek. Je kunt wel heel je leven voor het publiek optreden, maar aan het eind denk je: wat hebben ze er nou van meegenomen. Ze hebben misschien geklapt en wellicht vonden ze het prachtig, maar waar was het hart! Dan zal Hij gezien worden met het innerlijk oog. Dat is dat teken, dat is die oorspronkelijke mens, dat is tegelijk de laatste mens. Paulus noemt dat ‘de laatste mens, de eindmens’.

Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel, de laatste Adam een levendmakende geest … (1Korinthe 15:45)

En dan wordt het: wat je gezien hebt, dat ben je. Wat je gezien hebt, ga je worden. Waar je naar kijkt, ga je op lijken. Waar je mee omgaat, word je mee besmet, maar dan in positieve zin. Dat is dan een zalige besmetting. Het is besmettelijk, maar het is ook aanstekelijk. Dan word je, zoals er staat aan het eind van Psalm 17, in vers 15:

Maar ik zal in gerechtigheid uw aangezicht aanschouwen, en bij het ontwaken mij verzadigen met uw beeld …

Dan word je verzadigd met dat beeld. Dat is dan ook heel concreet wat er staat in de eerste brief van Johannes:

maar wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is … (1Johannes 3:2)

Daar hebben wij dan heel wat woorden voor nodig. Johannes zegt het in zijn brief in een enkele tekst. Alsof hij ons wil influisteren: het kan ook eenvoudig; je kunt het ook simpel zeggen. Dan zullen we Hem zien zoals Hij is; we zien Hem in elkaar. Dan wordt het Godsbeeld ook gaaf. Al die andere beelden vallen weg. Zo wordt het Godsbeeld genezen. Dat is een genezend zien. Eindelijk ga je kijken met andere ogen. Ogen, die misschien zoveel pijn en zoveel verdriet gezien hebben. Ogen die zo moe zijn geworden van het kijken en van het zoeken. Er was een zielzorger, die bij een stervende soms de ogen ging zalven. Hij zei dan: ik ga je ogen, die zoveel hebben gezien, zalven, opdat je straks met nieuwe ogen kunt zien in het Koninkrijk. Kijken met de ogen van het hart. In een apocrief boek doet Jezus de uitspraak: het teken van de Vader is beweging en rust. Beweging: je gaat op weg naar Hem toe. Rust: je komt eindelijk thuis. Het teken van de Vader in jou. Als we spreken over het Evangelie van de Genade, hebben we tegelijkertijd het Evangelie van het Koninkrijk in onze gedachten. In dat kader zijn we dus bezig met Mattheüs 24. In dit hoofdstuk wordt gesproken van verdrukking, gruwel der verwoesting, hongersnoden. Maar in al die stormen mogen we weten, dat de zee weer stil zal worden.

Hij maakte de storm tot een zacht suizen, zodat de golven stil werden. Zij verheugden zich, omdat die tot rust kwamen, en Hij leidde hen naar de haven van hun begeerte … (Psalm 107:29,30)

Na het zwerven wacht ons een haven, zoals dat oude lied zegt.

En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere … (Mattheüs 24:31)

Alleen al deze tekst roept een wereld van gedachten op. Als je de woorden van deze tekst gaat wegen, staan er in wezen heel ontroerende dingen in deze tekst. Als je probeert een paar lagen dieper te gaan, staan hier in feite heel aangrijpende uitspraken. Hebben wij dan zoveel diepgang? Zijn we dan zoveel minder oppervlakkig dan al die anderen? Dat moet je je wel afvragen. Ieder mens heeft zo zijn diepten en ieder mens heeft ook zo zijn oppervlakkigheden. Misschien heb je die twee aspecten wel allebei nodig. Als je deze tekst zo leest, krijg je de neiging om dat lied te gaan zingen: O hoogt’en diepte looft nu God, Aanbidt zijn majesteit. Er zijn al heel wat theorieën ten beste gegeven over de eindtijd, maar waar is het boek over vers 31 van Mattheüs 24! Als er ergens van genade wordt gesproken, dan is het wel in deze tekst. Dit is de meest genadige tekst, die je je maar voor kunt stellen.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

384684 bezoekers sinds 07-06-2010