Het Duizendjarig Rijk

14-06-2010 door Dr. K.D. Goverts

De satan duizend jaar lamgelegd

«En ik zag een engel nederdalen uit de hemel met de sleutel des af­gronds en een grote keten in zijn hand; en hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren, en hij wierp hem in de af­grond en sloot en verzegelde die boven hem, op­dat hij de volkeren niet meer zou verleiden, voordat de duizend jaren vol­eindigd waren; daarna moet hij voor een korte tijd worden losgela­ten» Op.20:1-4. Het Duizendjarig Rijk is in de kerkgeschiedenis een omstreden on­der­­werp. In het begin van dit gedeelte uit Openbaring valt op, dat er sprake is van een engel, die neerdaalt uit de hemel. Het begint vanuit de hemel en dan gaat het plaatsvinden op aarde. Die engel gaat de satan bin­den, die wordt dus duizend jaar lamgelegd. Het blijkt ook, dat dit een enor­me uitwerking heeft.

 De volken niet meer verleid

Wat hier in de tweede plaats opvalt is, dat nu de volken niet meer wor­­­den verleid. Het heeft dus te maken met de volkeren en met de be­doeling, die God met de volkeren heeft. Die volken spe­len in het boek Openbaring een belangrijke rol; ze worden er vaak genoemd. Die volken werden dus blijkbaar verleid of misleid. De belangrijkste be­doe­ling van het Duizendjarig Rijk of Vrederijk is dus de bevrijding van die volken. Als de duivel is uitgerangeerd kunnen die volken los ko­men, kunnen ze bevrijd worden. Die volken worden bevrijd, waar­door ze zich kunnen bekeren. Met vier namen wordt hier de duivel aangeduid: duivel, draak, oude slang en satan.

Het tweede deel van dit gedeelte loopt dus van v.4 – 6.

«En ik zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het oordeel werd hun ge­ge­ven; en ik zag de zielen van hen, die onthoofd waren om het ge­tui­genis van Jezus, en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld had­den aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder le­vend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang. De ove­ri­ge doden werden niet weder levend, voor­dat de duizend jaren voleindigd waren. Dit is de eerste opstanding».  Op.20:4-6         

Heersen als koningen

Het derde punt wat opvalt, is die regering die er komt.

«Ze heersen als koningen…» En dat wordt hier gezegd van de mar­te­la­ren, de zielen die onthoofd waren. Dat zijn degenen, die hun leven had­­­­den prijsgegeven terwille van het getuigenis. Het zijn die zielen on­der het altaar, die geroepen hadden: «tot hoelang…».  Op.6:9

Het oordeel werd hun gegeven

Een vierde punt:          

«het oordeel werd hun gegeven» Dat Duizendjarig Rijk is dus een periode van oordeel. Daarbij moet je bedenken, dat het begrip oordeel in de Bijbel ook een heel positieve bete­kenis heeft. Oordeel betekent: scheiding, gericht. Gericht dus in de betekenis van rechtzetten. Zij hebben dus als taak om dingen recht te zetten, om recht te verschaffen; een geweldige opdracht. In het boek Openbaring komen nogal wat symbolische getallen voor. Hier­bij wel te bedenken, dat die duizend jaar in ieder geval een be­paal­de, concrete tijdsduur omvat. Het zou dan ook heel goed dui­zend jaar kunnen zijn. Er is natuurlijk ook nogal wat tijd nodig, om de vol­ken tot genezing te brengen.

Het getal duizend

Het getal duizend is in de Bijbel ook het getal van de verbondstrouw. Er staat ook: bij God zijn duizend jaar als één dag. Je komt dan tot een heel interessant denkbeeld, al kun je dat aan de hand van de Bijbel nou niet direct bewijzen. Van Adam tot Christus is ongeveer 4000 jaar. Van Christus tot het Duizendjarig Rijk zou ongeveer 2000 jaar kun­nen zijn. Dan heb je dus zes tijdperken, parallel gedacht aan zes dagen. En dan komt de zevende dag, de sjabbat, dat zou dan het Duizend­jarig Rijk zijn. Rond het jaar 1000 is er ook een sfeer van sterke verwachting ge­weest. Toen ver­wachtten ook veel mensen het einde van de wereld. Toch is in het jaar 1000 het einde niet gekomen. “God heeft het Wes­ten er nog duizend jaar bij gegeven”, zoals iemand zei. God geeft er nog ‘een dag’ bij. Rond het jaar 2000 zou er dus weer zo’n gespannen toestand, zo’n sfeer, als overgang naar de volgende periode kunnen komen. Ergens is er dat bewustzijn ook wel: er gaat iets komen; dit kan maar niet al­tijd zo doorgaan. De West-Europese cultuur vertoont ook duidelijk symptomen van ver­­val en ontbinding. Wat dat betreft leven we ook in een soort avond­­­­­cul­tuur. Een bekend geschiedkundige heeft aangetoond, dat er wel een tach­tig culturen zijn geweest, die dezelfde symptomen van ver­val heb­ben vertoond. Culturen eindigen altijd met eenzelfde complex van symptomen: geef ons brood en spelen, TV en salarisverhoging. Zo is ook de toename van de homofilie een symptoom van het einde van een cultuur. Daar is ook de Griekse cultuur mee geëindigd. Ook het Romeinse keizer­rijk is daaraan ten gronde gegaan. Denk aan wat Paulus schrijft in Romeinen 1 over die verwording. Toen Georg Orwell “1984” schreef, dacht iedereen, dat dat nog een eind weg was. Aan de andere kant, als de gemeente in het jaar 2000 klaar moet zijn, moet er nog heel wat gebeuren. Het zal ook wel net zijn als met de komst van Jezus. Dat was aan de ene kant ook een tijd met enorm veel verval. Aan de andere kant wa­ren er ook heel wat men­sen, die ho­ge verwachtingen koesterden, ook al waren die er mis­schien niet zo veel. Denk in dit verband aan Simeon en Anna. Er was ook een Messiasverwachting op een verkeerde manier, zoals bij de Zeloten, die met geweld de Romeinen wilden verdrijven. En ook an­­dersoortige bewegingen kwamen op, zoals die van de Es­se­nen in Qum­ram. Op allerlei manieren zat er toen ook wel wat in de lucht. En er leefde ook het idee, dat de Messias zich zou openbaren op een Pascha, met een maaltijd. Vandaar ook, als Jezus de broden gaat ver­­­menigvuldigen op een Pascha, dat ze Hem meteen koning wil­len ma­­ken. Dus duizend jaar is een symbolisch getal voor de verbondstrouw van God. «Hij gedenkt voor eeuwig zijn verbond, het woord, dat Hij gebood aan duizend geslachten» Ps.105:8. Wat is nou het doel van dat Duizendjarig Rijk? Het is kennelijk nog niet de laatste fase. Want aan het eind van dat gedeelte staat, dat de satan nog een keer wordt losgelaten. «En wanneer de duizend jaar voleindigd zijn, zal de satan uit zijn ge­van­­ge­nis worden losgelaten»  Op.20:7.

De rebellie wordt neergeworpen

Het eerste doel is, om alle rebellie op aarde neer te werpen. Alle verzet wordt dan gebroken, zodat God weer alles in allen kan zijn.

Het richten van de volken

Het tweede doel is dus het richten van de volken. De naties worden geoordeeld, worden rechtgezet. Dat thema kom je ook al heel sterk in de Psalmen tegen. «Want Hij komt om de aarde te richten.. Hij zal de wereld richten in gerechtigheid en de volken in zijn trouw» Ps.96:13. «Want Hij komt om de aarde te richten de volken in rechtmatigheid» Ps.98:9. In deze Psalmen staat, dat heel de schepping gaat jubelen als God komt om de aarde te richten. Sommige mensen hebben het idee, dat de wereld niet gaat jubelen, maar gaat sidderen. Er zijn nog heel wat geknechte volkeren. Die volkeren en naties zit­ten ook nog onder allerlei bedekkingen. En ook de wereldbeheersers on­­­­der­­drukken de volken. Het wordt dus een periode waarin de vol­ke­ren vrij komen.

Landen wor­den teruggegeven

Een derde punt dat daarmee samenhangt is, dat de landen zullen wor­den teruggegeven aan de rechtmatige eigenaars. Elk volk zal ook zijn engel hebben. Zo was het Michaël, die vanouds het volk Israël begeleidde. Dat kom je bijvoorbeeld in het boek Da­ni­el ook tegen. Je ziet dus vaak, dat die kwade engelvorsten de zaak heb­­­­­ben over­ge­no­men en dat daardoor die goede ook niet meer zo goed uit de voeten kunnen. Dan zie je, hoe die volken door kwade en­gel­vorsten worden gediri­geerd. Daar ligt ook een probleemgebied, waardoor volken soms heel moei­lijk tot bekering komen. Neem bijvoorbeeld de Arabische wereld met de Islam, waar vaak zo’n enorme tegenstand tegen het christendom is.

Ontwortelde volken

Die landen komen dus weer terug aan hun rechtmatige eigenaars. Elk volk komt dus weer terug in het land waar het hoort. En ook die goe­de engelvorsten komen weer op hun plaats. Juist vandaag de dag zie je, dat volken eindeloos verschoven worden. Kijk maar naar al die ne­ger­volken, die niet meer op hun plaats zijn. Vergelijk in dit ver­band het voormalige Joe­goslavië, Cambodja, Rwanda, de slaven­han­del…Zo’n volk wordt dan ontworteld en moet maar zien te aarden in een heel andere cultuur, in een heel andere omgeving. Die volken komen dus weer op hun plaats en ook die engelvorsten. Het natuurlijke en het geestelijke vormt één geheel. Dat zal ook hier in elkaar grijpen wat de betekenis van het woord ‘volken’ betreft. Hemel en aarde horen bij elkaar. Wat er in de hemel gebeurt, heeft ook weer zijn uitwerking op de aarde. En uiteindelijk gaat het om het herstel van de geest maar evengoed die van het lichaam. Een moeilijk punt in dit verband is natuurlijk het feit, dat volken vaak sterk vermengd en verstrengeld wonen. In ieder geval zal het inhouden, dat elk mèns en ook elk volk weer een plaats krijgt, die bij die mens of dat volk past. Ze krijgen weer een thuis, een plaats, een mokum. Ze krijgen weer een plaats, waar ze zich thuis kunnen voelen. Dat is in de eerste plaats geestelijk be­doeld. Alleen dat kun je niet van het lichamelijke en stoffelijke schei­den. Een mens heeft een plek op aarde nodig om mens te zijn.

Alles draait om de aarde

Een mens wordt nooit een geest. Een mens blijft altijd: lichaam, ziel en geest. Hij wordt ook nooit alleen maar mens in de hemel. Hij wordt altijd ook weer: mens op de aarde. Er staat ook uitdrukkelijk: ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Je zou haast zeggen: een mens zonder aarde kan niet aarden. De aarde is het middelpunt van heel het plan van God. Anders zou God kunnen zeggen: alle mensen naar de hemel en dan kan de aar­de verdwijnen. Daarom geloven wij ook, dat de aarde niet wordt ver­nietigd, maar wordt hersteld. Alles draait om de aarde. In feite is de mens al een hele tijd bezig om de aarde onleefbaar te ma­ken. God zal dan toch ten lange leste ingrijpen, opdat zijn schep­ping niet door atoomgeweld of dergelijke zal worden vernietigd.

De reiniging van de aarde

De reiniging van de aarde is ook een facet van het Duizendjarig Rijk. En al die flatgebouwen moeten er ook af. Ook al die autowegen zul­len wel verdwijnen.

Een praktische vraag in dit verband is ook: waar láát je al die men­sen. Daar zitten natuurlijk nog heel wat punten, die nog verborgen zijn. We moeten voorzichtig zijn om daar niet te veel over te gaan spe­­cu­leren, anders kom je zo gauw in een fantasiewereld. Veel van onze aarde is nu onbewoonbaar, maar dat zal dan ook veranderen. En misschien verandert er ook wat in verband met de zee. «En de zee was niet meer» Op.21:1. En de zee beslaat nog steeds het grootste deel van het oppervlak van de aarde. Zacharias zegt: «Er zal geen koude of verstijving meer zijn».Vóór de zondvloed bestonden die extreme klimaatsomstandigheden ook nog niet. Het klimaat zal dus overal weer ideaal worden. Er wordt wel gezegd, dat bij de zondvloed de as van de aarde scheef is komen te staan; in hoeverre dat nou wetenschappelijk klopt, er zijn wel enige vraagtekens bij te plaatsen. Er zal nog heel wat ruimte vrij kunnen komen: woestijnen, de berg­stre­ken, de poolgebieden. Dan zal iedereen weer onder zijn wijnstok en vijgenboom zitten en niet meer bovenin zijn flatje.

Het herstel begint vanuit de hemel.

Daar is jou een plaats bereid. Van daaruit zul je ook een plaats op de aarde krijgen. In het Duizendjarig Rijk gaat het om de volkerenwereld, die er dan op dat moment is. Het gaat dus niet om de mensen, die dan nog in het dodenrijk zijn. «De overige doden werden niet weder levend» Op.21:5. Die ‘doden’ komen dan in een volgende fase aan de orde. Na die peri­o­de, na dat Duizendjarig Rijk, krijg je dus, dat al die overige doden wor­den teruggegeven. Na het vrederijk worden de dood en het do­den­­rijk – zo staat het er zo mooi – in de poel des vuurs geworpen. Dan wordt het dodenrijk dus ook opgeruimd. Het ruimteprobleem voor al die mensen – zo dat ruimteprobleem al zou bestaan – gaat dan vooral nà het vrederijk, als al die doden op­staan, een rol spelen.

En de zee was niet meer

En als wordt gezegd: «En de zee was niet meer», moeten we dat in de eerste plaats als de geestelijke zee verstaan. De zee is beeld van de re­li­gieuze wereld. De zee is ook vaak beeld van de chaos, de anti-goddelijke macht. De zee is altijd het probleemgebied. Zodra de Israëlieten aan hun uit­tocht beginnen, krijgen ze met die zee te maken. De zee blokkeert de zaak. De zee is alles wat zich verheft tegen God. Het volk van God moet ook vaak door die zee heen trekken. Dus als er staat: de zee was niet meer, heeft dat ook een dubbele betekenis. Vaak zie je, dat de gees­telijke gebeurtenis in het natuurlijke ook zijn uitwerking heeft. Er is vaak verschil van mening of je die dingen geestelijk of na­tuurlijk moet opvatten. Vaak zullen ze zowel het een als het ander zijn.

Het Griekse denken

We moeten die zaken dus niet uit elkaar halen. Het Griekse denken haalde deze zaken vaak uit elkaar. Plato ging het geestelijke en het natuurlijke van elkaar scheiden. En dat heeft een gro­te uitwerking ook gehad op het westerse denken en op het Chris­tendom. Vaak denken we meer platonisch dan bijbels. Veel ideeën die wij hebben, zijn via Plato in de kerk gekomen. In de tijd van die oude kerkvaders kwam het Neoplatonisme op. De kerkvaders gingen Plato bestuderen. Ze lazen de Bijbel door de bril van Plato. Plato zei: je hebt het geestelijke en het natuurlijke. En het natuur­lijke is niks. Plato ging zo ver, dat hij zei: het lichaam is een kerker. Je uiteindelijke verlossing is, door die bril bezien, dan ook, dat je van je lichaam wordt verlost. Je moet je lichaam dus kwijt raken. En de kerk heeft dan ook vaak gezegd, dat als je sterft, dan ben je ver­lost van dat aardse tranendal; niet zozeer van het lichaam. Men zei: de dood is een doorgang tot het eeuwige leven. Je­zus zegt: Ik ben de deur tot het eeu­wige leven. Paulus zegt: «In de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam» R­om.8:23 Je wordt niet van je lichaam verlost, maar je lichaam zèlf wordt ver­lost van de vergankelijkheid. God zegt niet: laat dat lichaam maar weg, voortaan ben je alleen maar een ziel. De Grieken zeiden: dat lichaam moet je kwijt. Die spraken van: je hebt een mens, maar je hebt ook een idee-mens, en dat is de echte. Jij als mens op aarde bent dus niet de echte. Als jij nou je lichaam kwijt­­raakt, kun je opstijgen tot de idee-mens. Dan ben je pas weer waar je wezen moet. Deze denkbeelden hebben toch wel een diepgaande uitwerking ge­had in de kerkgeschiedenis. Men sprak bijvoorbeeld van ‘een stof­fe­lijk over­schot’. Daar hangt dus ook die hele opsplitsing in het geeste­lij­ke en het natuurlijke mee samen. In veel kerkgenootschappen hoor je de minachting voor het aardse. Dan wordt echter het begrip aarde ver­­­ward met het begrip wereld. Wereldgezind en aardsgezind wordt dan ook door elkaar gehaald. “­Neem de wereld, geef mij Jezus”. Dat kun je goed en verkeerd opvatten.

Uiterlijk en innerlijk

Vandaar uit krijg je ook de Maranathaleer: ach, de aarde vergaat straks toch. En als die aarde uit elkaar klapt, zijn wij allang in de he­mel. Dat is Grieks gedacht, maar niet Bijbels. Broeder, het gaat om uw innerlijk, het uiterlijk is niet belangrijk. Maar God heeft de innerlijke en de uiterlijke mens gemaakt. Al zegt Paulus wel: «De uiterlijke mens vervalt, maar de innerlijke wordt ver­nieuwd»  Maar dat ‘vervallen van die uiterlijke mens’ bedoelt Paulus hier niet als een ideaal-toestand. Soms heb je bijvoorbeeld in een gemeente een zanggroepje. En dan zeg­­­gen ze: we zingen niet zo geweldig, maar het is voor de Heer, en de Heer ziet het hart aan. Soms zie je zelfs een prediker of zangleid­ster in spijkerbroek of T-shirt. In het bijbelse denken is het uiterlijke een weerspiegeling van het in­ner­lijke. Sommige dingen zijn natuurlijk wel cultureel bepaald. Binnen een cul­­­­tuur moet je weten wat stijlvol is. De Heilige Geest zal je ook stijl le­ren. Iemand die dat uiterlijke aan zijn laars lapt, heeft vaak zich­zelf nog niet gevonden. Vaak is daar een innerlijke bescha­diging. Er slor­dig bij lopen betekent: gebrek aan eerbied voor jezelf. Het heeft te ma­ken met een stuk innerlijke genezing van die verwer­ping van je­zelf. Soms kan kleding in dit verband ook doorslaan naar de andere kant: als je maar keurig gekleed gaat, volgens de groeps­code, dan zit je goed. Een bepaalde modedracht wordt vaak gebruikt als reactie tegen een andere groep waar je niet bij wilt horen. Het verschijnsel ‘punker’ is ook een symptoom van innerlijke ver­won­­­ding. Het is vaak een ‘lijden aan het leven, een lijden aan de maat­­­­­­schappij’. Voor de priesterkleding gaf God ook heel wat richt­lijnen. God zei ook niet: je trekt maar wat aan. Wanneer iemand zich uitbundig opdoft, drie ringen aan elke hand, en­ dergelijke, is dat meestal een teken van innerlijke armoede. Dege­nen die innerlijke stijl hebben, hebben die opkalefatering ook niet no­dig. «Uw sieraad zij niet uitwendig» 1 Petr.3:3. Petrus wil zeggen: je sieraad zit niet aan de buitenkant. En als je in­ner­lijk leeg bent, kun je dat niet goed maken door je uiterlijk op te doffen. Er staat dus niet, dat je geen sieraden mag dragen. De vader van de verloren zoon kwam ook met een ring en het beste kleed.

Hart en ziel

Je kunt dus niet stellen: de aarde, het lichaam, en alles wat daarbij hoort, zijn niet be­langrijk. Het gaat er juist om, dat het lichaam en de aarde worden doortrokken van de geest. Het is nooit de bedoeling van God, dat we alleen maar als zielen eindigen. ‘Zielen winnen’ is in dit verband eigenlijk een wat vreemde uitdruk­king. ‘Er is weer een ziel tot de Heer gekomen’. En de rest dan? In het Hebreeuwse denken is een ziel een mens. Je hebt niet een ziel, maar je bent een ziel.

«Mijn zoon, geef mij uw hart»  Spr.23:26. Je hart is de kern van je persoonlijkheid. ‘Uit je hart komen je daden’, staat er ook. Het hart is dus het centrum van waaruit je daden voort­­­­ko­men. Je hart behoort wel tot de onzienlijke wereld, maar die daden worden zicht­baar.

De God op wie wij hoopten

In het vrederijk zullen de mensen heel makkelijk tot bekering ko­men. Ook de ongelovigen zullen duidelijk ervaren, dat de druk van de satan weg is. Je kunt weer adem halen. Daarom wordt het ook ge­­­noemd: de tijden der verademing. De mensen zullen niet meteen kun­nen ver­klaren waarvandaan nu die opluchting komt. Daarom moe­ten die ‘zo­nen’ het hun ook vertellen. De mensen zullen ervaren: hè, die dingen waar we altijd een hekel aan hadden, hoeven we niet meer te doen. Ze zullen kunnen zeggen: het goede dat we willen kun­nen we nu ook doen. Zie in dat verband ook:

«En de Here der heerscharen zal op deze berg voor alle volken een feest­maal van vette spijzen aan­richten».  Jes.25:6

«Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiën omslui­ert»    

«Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen»

«En de Here Heere zal de tranen van alle aangezichten afwissen».

En de mensen zullen dat ervaren en zeggen: «Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen» Jes.25:9

Hier spelen nog wel enkele perioden door elkaar, want de dood is in het vrederijk nog niet helemaal uitgebannen. Een wezenlijk punt is dus, dat de volken onder een sluier uitkomen. Het zal waarschijnlijk re­gel zijn, dat de mensen zich bekeren en een uitzondering dat men dat niet doet. «Elke knie zal zich buigen».

En dan staat er ook van wie zich niet bekeert: «Zelfs de zondaar zal eerst als honderdjarige door de vloek getroffen worden» Jes.65:20. Die volken zeggen dus: «Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen» Jes.25:9

Wees Griek met de Grieken

Die volken hadden altijd al gehoopt op verlossing. En deze God is het nu. Al die heidenen wisten niet, waarop ze moesten hopen. Het merk­waardige is, dat de heidenen soms al ergens op hopen. Zo had een zendeling in Burma eerst helemaal geen resultaat op zijn werk, totdat hij met de Bijbel in zijn hand ging prediken. En bij de heidenen leefde al de gedachte en de hoop, dat eens de verlossing zou komen en dan zou er een man met een boek komen. In de boeken: “Voor dit Kruis zal ik je doden” en “De Meesters van de Aar­de” worden ook dergelijke dingen beschreven. De mensen in West-Irian (Nieuw-Guinea) hadden in hun tradities al de uitdrukking, zo noemden ze zichzelf: “de Heren van de Aarde”. En als ze dan het Evangelie leren kennen, blijkt die uitdrukking in­eens te kloppen, ze gaan dan ontdekken, dat ze inderdaad bestemd zijn voor het koningschap. Je zult, als je zending bedrijft, je ook moeten inleven in de cultuur van die volken. Anders blijkt namelijk dikwijls, dat je geen resultaat en geen aansluiting hebt. Je moet ze ook niet een cultuur opdringen. Zo waren er streken in Polynesië, waar een van de eerste maatrege­len van de zendelingen was om de mensen ‘wat minder bloot te kle­den’. Paulus zegt ook: «wees Griek met de Grieken». Ook in Nederland, waar je intussen al een aantal culturen hebt, spe­len deze dingen een rol. Vergelijk in dit verband de zware streken, waar je met een ‘vrolijk evangelie’ vaak niet aan hoeft te komen. Denk ook aan de zondags­hei­liging. Je moet natuurlijk niet bij voorbaat op tradities gaan trappen. Als je iemand ‘iets afpakt’, moet je hem er eerst iets beters voor in de plaats hebben gegeven. Er zijn streken, waar ze je tradities trachten op te dringen. Als 95% op hele en halve noten zingt, wil die 5% koste wat kost op hele noten zin­gen. Misschien is het dan toch raadzaam op hele noten te gaan zin­gen. Een predikant die een keer in zo’n gemeente had gepredikt, zei van dat zingen: het klonk als een ‘oergezang’. Je kunt er dus ook de positieve kant van zien. Anderzijds zijn er ook onverdraagzame signalen uit ‘het andere kamp’. Hoe onverdraagzaam zijn niet de ‘abortusclub’, de euthena­sie­-vereni­ging, de homo-groeperingen, en dergelijke tegenover andere menin­gen. De massa is per definitie onverdraagzaam. Ze willen niet door een minderheid zich de wil laten opleggen. Je mag niet meer te­gen abortus of homoseksualiteit zijn.

Het vermogen van de volken

Het zal ook een teken van de eindtijd zijn, dat God uit allerlei rich­tin­gen en stromingen mensen te voorschijn brengt om in zijn plan te gaan functioneren; en ook mensen met allerlei capaciteiten. Je zou dat ‘het vermogen van de volken’ kunnen noemen. Eigenlijk moet het zo zijn, dat in de gemeente de beste wetenschaps­mensen zitten, de beste kunstenaars, de beste musici. Helaas wordt dan vaak gezegd, juist als je tot bekering komt, laat dat allemaal maar liggen, want je moet het ‘achten als vuilnis en drek’.

En dan het einde

Jezus zegt: «dit evangelie zal over de hele aarde gepredikt worden en dan het einde….» Dit zal waarschijnlijk vóór het vrederijk plaats vinden. Juist omdat dat helemaal in verband staat met de parousie, met de komst van Jezus, betekent dat niet, dat al die volken al tot bekering zijn gekomen. Wel echter, dat ze dat getuigenis in hun midden heb­ben als een levende werkelijkheid. Maar dan komt het einde, het einddoel. En dat is ook het vrederijk.

De volledige studie is in boekvorm te verkrijgen bij:

J. Bies

Schaperstraat 104

3317  LR Dordrecht

Tel:078-6510685

Giro 1292693

E-mail jan.bies@kpnplanet.nl

– Prijzen zijn excl. Verzendkosten

– Van elk boek wordt € 2.25 afgedragen aan het Afrika-fonds

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

406166 bezoekers sinds 07-06-2010