Het bijbelboek Openbaring Deel 2

20-12-2013 door Aren van Waarde

openbaringOpenbaring 1:4-7 Afzender, ontvangers en een nieuwe heilwens.

“Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: genade zij u en vrede van Hem die is en die was en die komt, en van de zeven geesten die voor zijn troon zijn, en van Jezus Christus, de trouwe getuige, de eerstgeborene van de doden en de overste van de koningen der aarde. Hem die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft verlost door zijn bloed, en ons gemaakt heeft tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in <alle> eeuwigheid! Amen. Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben; en alle stammen van het land zullen over Hem weeklagen. Ja, amen. Ik ben de alfa en de oméga, zegt [de] Heer, God, Hij die is en die was en die komt, de Almachtige.”

Vers 4

Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn. Nadat de bedoeling van het boek is aangeduid en opdracht is gegeven om het zorgvuldig te bewaren begint nu de eigenlijke Openbaring. Het is opvallend dat de aanhef lijkt op een brief van Paulus. Eerst wordt de afzender vermeld (“Johannes”), dan de geadresseerden (“de zeven gemeenten in Asia”), ten slotte volgt er een gelukwens (“genade zij u en vrede”). Opvallend is ook het bepaald lidwoord. Er staat niet “Johannes aan zeven gemeenten in Asia”, maar: “Johannes aan DE zeven gemeenten, die in Asia”. In de oudheid was dit een reden om de betrouwbaarheid van het boek in twijfel te trekken. Men meende dat Johannes zich richtte tot christelijke gemeenten, en men constateerde dat er tijdens de eerste eeuw in Thyatira nog geen christelijke gemeente was. Indien we beseffen dat Johannes zich richtte tot Joden en niet tot gelovigen uit de volken, dan verliest deze tegenwerping haar kracht. In de provincie Asia woonden immers veel Joden. Petrus duidt hen aan als “de vreemdelingen in de verstrooiing” (1 Petrus 1:1). Ook in Thyatira was er een Joodse gemeenschap. De purperverkoopster Lydia was uit die plaats afkomstig en zij was een vrouw die God vereerde, d.w.z. een proseliet van het Jodendom (Handelingen 16:14). Bovendien richt Johannes zich niet tot slaven van God die in de eerste eeuw op aarde leefden maar tot gelovige Joden bij het aanbreken van de dag des Heren. Het lidwoord is nog om een andere reden opmerkelijk. Joden woonden immers ook in andere steden van de provincie, zoals Troas (Handelingen 20:5), Kolossen Hierapolis (Kolossenzen 1:1, 2:1, 4:13). Hoe kan Johannes dan over DE zeven gemeenten in Asia spreken? Velen hebben hieruit afgeleid dat de toestanden in deze synagogen blijkbaar representatief waren voor de hele diaspora. Toch is dat niet de enige reden. Op de dag des Heren zullen er in dit gebied precies zeven gemeenten zijn met eigenschappen als in het boek Openbaring worden beschreven.

“Genade zij u en vrede van Hem die is en die was en die komt, en van de zeven geesten die voor zijn troon zijn”. Een heilwens zoals Johannes hier uitspreekt, is ook te vinden in de brieven van Paulus, Petrus (1 Pet.1:2, 2 Pet.1:2), Johannes (2 Joh.1:3, 3 Joh.1:15) en Judas (Judas 1:2). De oorsprong van de heilwens ligt waarschijnlijk in de priesterzegen die is vermeld in het boek Numeri: “De HERE zegene u en behoede u, de HERE doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig, de HERE verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede” (Numeri 6:25-26). Zó moesten de priesters Gods naam op de Israëlieten leggen en het volk Israël zegenen. Maar tussen de brieven van Paulus en het boek Openbaring bestaat ook een belangrijk verschil. Bij Johannes heeft de heilwens een unieke vorm. Hij wenst zijn lezers genade en vrede van: 1. “Hem die is en die was en die komt” (d.w.z. God), 2. De “zeven geesten die voor Zijn troon zijn” en 3. “Jezus Christus”. Waar Paulus God en de Messias vermeldt (Rom.1:7, 1 Kor.1:3, 2 Kor.1:2, Gal.1:3, Efe.1:2, Fil.1:2, 2 Thess.1:2, Filemon:3, 1 Tim.1:2, 2 Tim.1:2, Titus 1:4) voegt Johannes “de zeven geesten” toe. Zij worden in het boek Openbaring op negen plaatsen genoemd (1:4, 3:1, 4:5, 5:6, 8:2, 8:6, 15:1, 16:2, 21:9). Vier maal heten ze “de zeven geesten”, bij andere gelegenheden “de zeven engelen”. Uit deze teksten is het volgende af te leiden: De zeven geesten zijn vóór de troon (1:4, 4:5), niet op de troon. Ze zijn hooggeplaatst en bevinden zich bij de Koning, waar ze behoren tot de hofhouding. Ze staan gereed om opdrachten onmiddellijk uit te voeren. De geesten zien eruit als vurige fakkels (4:5), wat wijst op een functie als boden. In de Psalmen en de brief aan de Hebreeën staat, dat God “zijn engelen (d.w.z. boodschappers) tot geesten maakt en zijn dienaars tot een vuurvlam” (Psa.104:4, Heb.1:7). Wanneer Johannes de geesten voor het eerst ziet, zijn ze verbonden met oordeel en gericht. Er gaan bliksemstralen, stemmen en donderslagen uit van de troon (4:5). De Tronende maakt zich gereed voor een krachtmeting met de schepselen die Hem uitdagen (1 Sam. 2:10). In het visioen van de verzegelde boekrol worden de geesten uitgebeeld als “de horens en ogen van het Lam” (5:6). Horens zijn een symbool van kracht (1 Sam.2:10, 1 Kon. 22:11, Micha 4:13, Luk.1:69), en ogen van kennis. Wanneer het Lam de aarde gaat bevrijden uit de greep van het kwaad, voeren deze geesten Zijn bevelen uit. Van de zeven geesten wordt gezegd, dat zij “uitgezonden zijn over heel de aarde” (of: het land, 5:6). Het zijn de “zeven ogen des HEREN, die de ganse aarde doorlopen” (Zacharia 3:9, 4:10). Dit doorkruisen houdt verband met zuivering, want de profeet merkt op, dat God “op één dag de ongerechtigheid van dit land (d.w.z. Israël) zal wegdoen” (Zacharia 3:9). In een later visioen spreekt Johannes over “de zeven engelen die vóór God staan” (8:2). Niet “zeven engelen”, maar “DE zeven engelen”. Uit het bepaald lidwoord blijkt, dat die boden eerder waren genoemd. Blijkbaar zijn het de hemelwezens die waren aangeduid als “de zeven geesten van God”. Van beiden wordt immers gezegd, dat zij “vóór God staan”, en “vóór Zijn troon zijn” (vergelijk 8:2 met 1:4 en 4:5). Later in het boek is er opnieuw sprake van “DE zeven engelen” (16:2). Deze engelen voltrekken het gericht van God. Zij blazen de bazuinen (8:2, 8:6) en gieten de schalen van Gods gramschap uit (15:1, 16:2, 21:9). De aarde wordt dan getroffen door de zeven “laatste plagen”. De Messias heeft hun optreden als volgt aangekondigd: “De Zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn koninkrijk verzamelen alle aanleidingen tot vallen en hen die de wetteloosheid doen, en zij zullen hen in de vuuroven werpen…” (Mattheüs 13:41-42) Twee misvattingen moeten in dit verband worden genoemd:

De zeven geesten zijn geen aanduiding van “de heilige Geest”. Ze zitten niet op de troon. Ze wekken niet tot leven, maar ze verdelgen Gods vijanden. Behalve in Openb.1:4-5 worden ook in 1 Timotheüs 5:21 God, de Messias en de engelen in één adem genoemd: “Ik betuig voor God en Christus Jezus en de uitverkoren engelen, dat je deze dingen onderhoudt…” Niemand vat “de uitverkoren engelen” op als een aanduiding van de heilige Geest. Met “de zeven geesten” moet men dit evenmin doen.  Dat het Lam “zeven horens” (5:6) heeft betekent niet dat Hem “alle macht is gegeven”, want het beest uit de zee beschikt zelfs over tien horens (12:3, 13:1, 17:3, 17:12). Toch heeft dat beest minder macht dan het Lam. Het getal tien moet letterlijk worden opgevat: de horens van het beest staan model voor tien koningen (17:12). De horens van het Lam zijn precies even letterlijk. Die staan model voor “zeven engelen”. Johannes wenst zijn lezers genade en vrede “de zeven geesten die voor Gods troon zijn” om aan te geven dat God in het oordeel de trouw niet vergeet. Hij geeft zijn slaven zelfs in de moeilijkste omstandigheden hoop en kracht. “Des HEREN ogen” (volgens 5:6 de geesten) “gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat” (2 Kron.16:9). De zeven geesten staan vóór de troon van “de Zijnde en die Was en de Komende”. Ook deze Godsnaam is een schakel tussen het laatste Bijbelboek en de Torah. Bij de Horeb sprak God tot Mozes vanuit een doornstruik. Mozes kreeg opdracht om naar Egypte te gaan en zijn volksgenoten te bevrijden. Hij vroeg: “Maar wanneer ik tot de Israëlieten kom en hun zeg: De God uwer vaderen heeft mij tot u gezonden, en zij mij vragen: hoe is zijn naam – wat moet ik hun dan antwoorden?” (Exodus 3:13) Waarop God zei: “Ik ben, die Ik ben. Aldus zult gij tot de Israëlieten zeggen: Ik ben heeft mij tot u gezonden” (Exodus 3:14) De vertaling van deze Godsnaam is omstreden. Moet men schrijven: “Ik ben die Ik ben”, “Ik zal zijn die Ik zijn zal” of “Ik zal zijn, zijnde, die was”? In de Openbaring noemt God zich “de Zijnde, die Was en de Komende”. Dezelfde God die sprak en handelde in het verleden, is er nú en zal er in de toekomst zijn. Actief betrokken bij de lotgevallen van zijn volk, bereid om te luisteren wanneer het tot Hem roept en trouw aan zijn eens gegeven belofte die Hij te Zijner tijd beslist zal vervullen. De vorm van de naam kan wisselen, afhankelijk van het tekstverband. In het boek Openbaring vinden we: “Hem die is en die was en die komt” (1:4, 1:8) “die was en die is en die komt” (4:8) “die is en die was” (11:17) Wanneer Gods “slaven” bemoediging nodig hebben, dan wordt Zijn aanwezigheid benadrukt en heet Hij: “die IS en die was en die komt” (1:4, 1:8). Indien Gods grote daden in herinnering worden gebracht – de schepping van de wereld met alles wat daarin is – dan staat “die was” voorop (4:8, vergelijk 4:11). Wanneer God “Zijn grote kracht heeft aangenomen en Zijn koningschap heeft aanvaard” (11:17b) dan wordt “die komt” weggelaten (11:17a). Zijn rijk is dan gekomen. Wat gelovigen eeuwenlang hebben gebeden: “Uw koninkrijk kome”, is dan in vervulling gegaan.

 

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410212 bezoekers sinds 07-06-2010