Hel, fictie of werkelijkheid?

25-05-2010 door Joop Neven

Bijbelstudie gehouden op 19-11-2008

Om tot en goed verstaan van dit onderwerp te komen is het goed om eerst een korte inleiding te geven over het woord “eeuwigheid” Een term die in de bijbel veelvuldig voorkomt en zeer verschillend vertaald wordt. Het Griekse woord dat veelal vertaald wordt met “eeuwigheid “is  “aioon”. In de meeste Bijbelvertalingen wordt dikwijls gesproken over “eeuwigheid” en “eeuwigheden”. Wat het N.T. betreft is dit de weergave van het Griekse woord “aioon”. Wanneer dit Griekse woord consequent zou zijn weergeven met “aioon” of “eeuw”, zou daarmee heel veel misverstand kunnen voorkomen. In plaats daarvan vertaalt men “aioon”de ene keer met “eeuw”en de andere keer met “eeuwigheid”. Tussen beide vertaalwoorden zit namelijk een wereld van verschil en kunnen dus nooit als vertaling dienen van één Grieks woord.

Ontdek hoe ongerijmd het woord “eeuwigheid”is als vertaling van “aioon”

1Kor.2 vers 7  – voor de aionen {= vóór de eeuwigheden?}

Hebreeën 1 vers 2 –  de aionen gemaakt {= de eeuwigheden gemaakt?}

Efeze 2 vers 2 – de aioon van deze wereld {=de eeuwigheid van deze wereld?}

Mattheüs 28 vers 20 –  het einde van de aioon {=het einde van de eeuwigheid?}

Lucas 18 vers 30 – de toekomende aioon {=de toekomende eeuwigheid?}

Efeze 2 vers 7 – de komende aionen {= de komende eeuwigheden?}

Openbaring 11 vers 15 – de aionen der aionen {= de eeuwigheden der eeuwigheden?}

Hebreeén 9 vers 26 – de voleinding der aionen {= de voleinding der eeuwigheden?}

Galaten 1 vers 4 waar staat dat we in de tegenwoordige boze eeuw leven

Efeze 3 vers 11. “naar het eeuwig voornemen” Lett: het voornemen van de Plan der eeuwen

Conclusie: aionen hebben een begin en een einde

Daarom is “eeuwigheid” geen correct vertaalwoord van “aioon” beter is om te vertalen met tijdperk of bedeling.

Nu een paar teksten waaruit blijkt dat “eeuwig”niet eindeloos is

Een eeuwig verbond Lev.24 vers 8      —- toch komt er een nieuw verbond voor in de plaats Jer.31vers31-34

De aarde staat voor eeuwig Pred.1 vers 4—en toch gaat ze voorbij Matth.24 vers 35

Het Aäronitisch priesterschap is voor eeuwig—maar ook eindeloos Openb.21 vers 22

Voor eeuwig slaaf Exodus 21 vers 6— maar ook eindeloos?

Eeuwige woesternij in Jeruzalem Jes.32 vrs14—totdat over hen uitgesport wordt Geest uit den hoge Jes.32 vers 15

Eeuwige smaad over Israël Jer.23 vers 40—maar eens zal aan de smaad niet meer gedacht worden Jes.54 vers 4

Eeuwig vuur over de steden van Sodom Judas 7—en toch zullen deze steden eens terug keren naar hun vorige staat  Ezech.16 vers 55

eeuwige slaap Jer.51 vers 39 en 57— en toch: allen die in de graven zijn, zullen eens ontwaken Joh.5 vers 28. Christus regeert voor eeuwig Openb.11 vers 15–  TOTDAT….lees 1Kor.15 vers 24,25,28

m.a.w. eeuwig is niet eindeloos.

Jesaja 32:14, 15 De St.V. vertaalt correct: “Ofel en de wachttorens zullen tot spelonken zijn tot in der eeuwigheid…totdat over ons uitgestort wordt de Geest uit

de hoge”. “Tot in der eeuwigheid” kent een “totdat” en dus een einde!

De N.V. vertaalt met “voor altijd…totdat”.

Een nooit eindigende eeuwigheid

Wat zegt het Nieuwe Testament zegt over eeuwig, eeuw en eeuwigheid. Soms vertaalde men met “eeuw”, soms met “eeuwig” en soms zelfs met “wereld”. En zo loop je als bijbellezer toch gauw de kans op het verkeerde been te worden gezet. Bij “eeuw” denkt men aan een periode van meestal honderd jaar. Eeuwigheid doet denken aan wat nooit is begonnen en ook nooit zal eindigen. De vertaling van “aioon” met “wereld” is zonder meer misleidend, omdat het Griekse woord voor wereld “kosmos” is. Men zou kunnen kiezen voor het onvertaald laten van het woord “aioon”. De vertalers hebben vaak de voorkeur gegeven aan het woord “eeuw”. Dan moeten we natuurlijk de gedachte loslaten, dat zo’n eeuw honderd jaar duren zal. Het bijvoeglijk naamwoord “aionios” vertalen we dan met “eeuwig”, zoals dat in de meeste vertalingen ook gebeurt. Zouden we vertalen met “eeuwigheid” dan zitten we weer met het probleem, dat men daarbij denkt aan eindeloosheid.

De hel

In het ‘Oude Testament’ vinden we vele expliciete uitspraken over de toestand der doden. Het ‘Oude Testament’ geeft hierover een unaniem getuigenis. “Het dodenrijk looft U niet”. “De doden weten niets”. “Niet de doden zullen de HERE loven”. “Er is geen werk of overleg of kennis of wijsheid in het dodenrijk”. Zie Jesaja 38 vers 18, Prediker 9 vers 5, Psalm 115 vers 17, Prediker 9 vers 10. Heel bijzonder is dat er bij de zondeval in Gen.3 nooit over de hel gesproken wordt als een altijd durende straf. Wel lezen we van een straf Lees maar in Gen.3 vers 16-19. wel een straf maar geen eindeloze hel

Kain en Abel

Gen.4 vers 10 gaat over het oordeel van Kain en de inhoud van de straf lezen we in Gen.4 vers 12, niets lezen we over een eindeloze hel. Heel bijzonder is dat er in het O.T niet gesproken wordt over een eindeloze straf. Maar toen kwam Jezus. Voordat de Heer er was, was er geen eindeloze pijniging, toen Hij kwam introduceerde Hij een eindeloze hel. Hij kwam als Redder, maar voor het grootste deel van de mensheid was het de slechtste boodschap die je kon bedenken, volgens de traditie dan. Hemel of hel of…. hebben we de boodschap van Jezus niet goed begrepen.

Het woord “hel” in het O.T. komt in de St.V 25x voor in de NBG niet één keer. In het Hebr staat er “sheol” wat helen, verbergen-verborgen betekent, in de zin van “een kuil in de grond die overdekt is “ een graf dus.. Ons woord “hel” betekent oorspronkelijk “verbergen”.Een paar teksten waar “sheol”voorkomt Pred. 9 vers 10 Ps.139 vers 8{St.V vertaald “hel”} Ps.16 vers 10, (St.V vertaald “hel”}waar de NBG het vertaald met dodenrrijk.

Gehenna

Gehenna is een Grieks woord dat in het Nederlands wordt vertaald als hel, is afgeleid van de naam van het smalle, rotsachtige Dal van Hinnom (het dal van de zonen van Hinnom), ten zuiden van Jeruzalem. Tijdens het koningschap van Salomo werd in de vallei Moloch vereerd met het brengen van kinderoffers onder zang en dans. (1 Koningen 11:7). Het betrof hier eerstgeboren kinderen die levend in het vuur werden geworpen. In de Bijbel werd dit een gruwel genoemd en werd gezegd dat de Heer woedend werd op Salomo en hem vervloekte. Om die reden werd het later de plaats waar vuilnis werd verbrand. Afval, vuil en lijken van dieren en verachte misdadigers werden geworpen in het vuur van gehenna, ofwel het Dal van Hinnom. Gewoonlijk werd al wat in dit dal werd geworpen door vuur vernietigd, volledig opgebrand. Het vuur werd dag en nacht brandend gehouden met behulp van fosfor en de geur was van verre te ruiken. De plaats wordt op verschillende plekken in het O.T genoemd. In 2 Kronieken 28:3; 33:6 wordt vermeld dat de latere koningen Achaz en Manasse daar hun zonen hadden geofferd en komt ook voor in Jeremia 7:31; 19:2-6; 32:35 waar de HEER herhaalde dat hij wat daar had plaatsgevonden nooit geboden, nooit gezegd en nooit gewild had. Tijdens het bewind van koning Josia werd de verering van Moloch (Moloch is een god uit de oudheid, die kinderoffers wilde. Die kinderoffers haalden niet veel uit en daarom wordt iets waar veel energie in wordt gestoken zonder enig resultaat ook wel moloch genoemd) verboden en liet hij de offerplaats Tofet ontwijdden (2 Koningen 23:10).

Geen bijbelgeleerde zal eraan twijfelen: Gehenna is het dal van Hinnom. Wel vraag je je af, waarom vertalers dat woord “Gehenna” hebben vertaald met “hel”. Immers als de bijbellezer hoort of leest van de hel, denkt hij meestal niet aan dat dal bij Jeruzalem. Gehenna is een naam, die een bepaalde plaats aanduidt. En omdat de vertalers ook plaatsnamen zoals Golgotha en de Jordaan niet vertaalden, had ook Gehenna beter onvertaald kunnen blijven. In een groot aantal passages in het Nieuwe Testament waar wij het woord “hel” aantreffen, is het oorspronkelijke Griekse woord niet gehenna. Vaak is het hades, dat helemaal niet op vuur slaat, maar de betekenis heeft van graf, een kuil in de grond. De vertalers hebben echter de twee volkomen verschillende betekenissen van deze woorden door elkaar gehaald en verduisterd door ze te vertalen met hetzelfde woord “hel”.
Laten wij dit nader bestuderen.
Lukas 12:5 Ik zal u tonen, wie gij vrezen moet. Vreest Hem, die, nadat Hij gedood heeft, macht heeft om in de hel te werpen. Voorwaar, Ik zeg u, vreest Hem!
Als wij het oorspronkelijke Griekse woord dat hier met “hel” is vertaald opzoeken, ontdekken wij dat het gehenna is. En gehenna was de plaats waar lijken werden gedeponeerd om te worden vernietigd door vuur!
Ditzelfde woord “hel” wordt in de Statenvertaling gebruikt in Handelingen 2:31.
Handelingen 2:31 Zo heeft hij, dit voorziende, gesproken van de opstanding van Christus, dat Zijn ziel niet is verlaten in de hel, noch Zijn vlees verderving heeft gezien.
Het oorspronkelijke Griekse woord dat in dit vers met “hel” is vertaald is hades. Hades betekent het graf, zoals het gebruik in dit vers duidelijk aantoont! In de NBG-vertaling staat dan ook het dodenrijk.
Wij kunnen nu dus duidelijk zien dat het woord ‘hel’ verschillende betekenissen kan hebben! Daarom moeten wij, wanneer wij in het Nieuwe Testament het woord “hel” tegenkomen, deze beide sterk verschillende betekenissen in gedachten houden en zorgvuldig aan de hand van de context vaststellen of het betrekking heeft op vernietiging door vuur of op het graf waar de doden begraven liggen.

De apostelen over de hel

Als je je afvraagt, waarom de apostelen nooit over de hel spraken of schreven, dan moet je bedenken, dat zij (en dan vooral Paulus) zich richtten tot de niet-Joden, die immers van een Gehenna bij Jeruzalem geen weet hadden. Stel je toch voor, dat Paulus in Athene tot zijn hoorders had gezegd, dat ze eeuwig in Gehenna zouden branden, als ze niet tot geloof in de Here Jezus zouden komen. De Atheners zouden elkaar hebben aangekeken en hebben gezegd: “Waar praat die man over? Wat is toch dat Gehenna?” De Joden evenwel kenden Gehenna als een plek bij Jeruzalem, waar ze niet graag in de buurt kwamen. Zij kenden hun profeten, die spraken van een Koninkrijk, waar gerechtigheid zou heersen, en waar ongehoorzame gestraft zouden worden. Vandaar dat de Here Jezus enkele keren dreigend over die plaats kon spreken zonder dat Hij werd misverstaan. Immers Hij heeft toch zelf gezegd, dat Hij slechts gezonden was tot de verloren schapen van het huis van Israël en beval zijn discipelen niet af te wijken op een weg naar heidenen. (Mattheüs 10:6 en 15:24). Hoe kon Hij dat bevelen, als die heidenen na hun dood terecht zouden komen in de altijddurende rampzaligheid van dat Gehenna? Zouden die heidenen dan ook niet moeten worden gewaarschuwd voor die plaats van ellende? Als je de betekenis van Gehenna/de hel uit het oog verliest en je geeft die plaats de betekenis, die de traditie eraan geeft, dan is het onmogelijk te verklaren, dat de apostelen de hel in toespraken en brieven nooit hebben genoemd!!

Het dal in het duizendjarig vrederijk

Veel wordt ons duidelijk als we kennis nemen van het laatste vers van het boek Jesaja 66 “Zij zullen uitgaan en de lijken aanschouwen der mannen, die van Mij afvallig zijn geworden; want hun worm zal niet sterven en hun vuur niet uitdoven en zij zullen voor al wat leeft een afgrijzen wezen.” In het vers dat hieraan voorafgaat (vers 23) wordt geprofeteerd, dat al wat leeft zich voor de Here zal neerbuigen. Dat zal dan gebeuren in de toekomende eeuw, in het Messiaanse Rijk. De levenden zullen die lijken aanschouwen. Er komt dus een tijd, waarin dit woord vervuld zal worden: mensen zullen dode lichamen zien, daar, waar het vuur niet zal doven en de worm niet sterft. Leg nu naast dit woord uit Jesaja het woord van Jezus: En indien uw oog u tot zonde zou verleiden, ruk het uit. Het is beter dat gij met één oog het Koninkrijk Gods binnengaat, dan dat gij met twee ogen in de hel geworpen wordt, waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust.” (Markus 9:47). Waaraan heeft Hij gedacht, toen Hij deze woorden sprak? Er is geen twijfel mogelijk, dat de Heiland hier refereert aan o.a Jesaja 66. Hij kende de Schriften door en door en spreekt dan over de plaats waar dat vuur brandt en die wormen rondkruipen en noemt die plaats de hel, het gehenna!! Dit duidelijke Bijbelwoord spreekt toch niet van zielen, die in vlammen liggen, smartelijk lijden en nooit doodgaan. Het gaat over verterende lijken in een dal bij Jeruzalem. En als we dat inzien, dan wordt ons ook duidelijk, dat die hel/dat gehenna er eenmaal niet meer zijn zal.

Vuur

“…want gij hebt een vuur ontstoken in mijn toorn, dat aldoor zal branden…” “Maar indien gij niet naar Mij hoort om de sabbatdag te heiligen en op de sabbatdag geen last te dragen en binnen te komen door de poorten van Jeruzalem, dan zal Ik een vuur ontsteken in zijn poorten, dat de paleizen van Jeruzalem zal verteren, zonder te worden geblust.” (Jeremia 17:5 en 27). En Ezechiël 20:47 spreekt van een laaiende vlam, die niet zal uitdoven. Geen uitlegger van het Woord zal beweren, dat deze woorden betrekking hebben op de hel van onze traditie. Het zijn woorden van oordeel over het afvallige Israël. Al in 2 Koningen 22:18 zegt de Here al tot Jeruzalem, dat zijn gramschap over die stad zal ontbranden, zonder geblust te worden. Dat is dat onuitblusbaar vuur: dat oordeel, de ballingschap. Maar is dat het laatste woord, dat de Here tot Jeruzalem heeft gesproken? Zal Hij de stad niet in heerlijkheid herstellen, als Israël zal zeggen: “Gezegend is Hij, die komt in de naam des Heren.”? Zal dat vuur dan niet doven? Is het niet altijd vuur, dat niet ophoudt te branden, totdat alles, wat zonde is, is verteerd? Vuur, dat door mensen niet te blussen is, zoals de wegen van God voor mensen niet na te speuren zijn en Gods gedachten niet te doorgronden. (Romeinen 11:33) Maar God zelf in zijn grote genade weet dat vuur te blussen, zoals hij ook een voorgoed gekromde rug zal rechten, als gans Israël zalig worden zal. (Romeinen 11:10 en 26)

Laten we niet vergeten, dat de Here Jezus zijn bijbel – dat was uiteraard het Oude Testament – niet gelezen heeft als een boodschap van wanhoop, maar van hoop op en verwachting van herstel, niet alleen van Jeruzalem, maar ook van Sodom en Gomorra. En als Hij spreekt van “eeuwig vuur” en van “hellevuur” (Mattheüs 18:8, 9), dan is het eenvoudig om na te gaan, gebruik makend van een concordantie, wat toch de betekenis van “eeuwig vuur” in Gods Woord is. We komen dan die uitdrukking tegen als de apostel Judas schrijft over Sodom en Gomorra: “…die daar liggen als voorbeeld onder een straf van eeuwig vuur.” (Judas 7). Hebben we voldoende kennis genomen van de hoofdstukken over beide steden, dan weten we dat eeuwig vuur niet te blussen is door ons mensen, maar dat God het op zijn tijd laat doven. Sodom, dochter van Jeruzalem,!! (Ezechiël 16 vers 53-55}. Die worm, die niet sterft, vinden we alleen in Jesaja 66:24 en in Markus 9. Dat beest wordt dan in één adem genoemd met dat onuitblusbaar, eeuwig vuur, waarvan we weten dat het ooit doven zal. Het ligt voor de hand, dat het niet meevalt voor christenen, die willen vasthouden aan de leer van de traditie, om te geloven, dat Jesaja 66:24 niet een beschrijving is van het bestaan in de traditionele “hel”. Toch mag het ons verblijden, want je moet er toch niet aan denken, dat de lijken in vuur en aangevreten door maden er nog zouden zijn, als God alles in allen zijn zal. En dat er dan mensen komen om naar die ellende te kijken!

Eeuwige straf en eeuwig leven

Maar als de eeuwige straf ooit ophoudt, zal dan ook het eeuwige leven ooit eindigen? In Mattheüs 25:46 lezen we toch: “Dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven”. Dit woord wordt vooral in stelling gebracht om de leer van de nooit eindigende treurnis in de hel te ondersteunen. Het is de voornaamste zuil, waarop dat dogma rust. De redenering is dan: “Als het eeuwige leven nooit ophoudt, dan zal ook de eeuwige straf nooit ophouden” en omgekeerd: “Als de eeuwige straf eenmaal eindigt, dan zal ook het eeuwige leven eenmaal eindigen”. Zouden we niet geloven in een eeuwige hellestraf, dan zou ook het geloof in een eeuwig hemelleven niet meer kunnen standhouden. Dit is een redenering en er is niets tegen redeneren. Maar als de conclusie niet in overeenstemming is met zoveel bijbelwoorden, die zeggen, dat God niet eindeloos zal doorgaan met toornen (in o.a. Klaagliederen 3:31-33), dan is er iets goed mis. Gods Woord spreekt zich nooit tegen. Hier een aantal teksten uit de Schriften, die spreken van God, die toornt maar ook van ophouden weet. We zagen dat het woord “eeuwig” meestal niet de betekenis heeft van altijddurend. En als we dat weten, hoe behoedzaam moeten we dan zijn bij onze uitleg, als we ons bezig houden met de eeuwige straf. Wat hangt daar veel van af!

Toorn tot het einde

“Eeuwige straf”. Lees dat woord in de context van de hele bijbel, die spreekt van toorn, jawel, maar dan tot het einde. (1 Tessalonicenzen 2:16) En dat einde zal er zijn , als Christus het koningschap aan zijn Vader overdraagt. (1 Korinte 15:24)

En nu een vraag, die waarschijnlijk even moeilijk te verwerken zal zijn: Betekent de uitdrukking “eeuwig leven” in Mattheüs 25:46 wel eindeloos leven?

Natuurlijk zal het leven met God nooit eindigen, maar dat wordt niet uitgedrukt door het woord “eeuwig”. De bijbel blijkt duidelijk antwoord te geven op de vraag, wat er bedoeld wordt met “eeuwig leven”. Het woord “eeuwig” duidt hier op het wanneer van het eeuwige leven. In Lukas 18: 30 lezen we deze woorden van de Heiland: “Voorwaar, Ik zeg u, er is niemand, die huis of vrouw of broeders of ouders of kinderen heeft prijsgegeven om het Koninkrijk Gods, of hij zal  vele malen meer ontvangen in deze tijd en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.”

Maar wat is dan eeuwig leven?

Natuurlijk hebben de gelovigen in Jezus Christus eeuwig leven. We weten dat van de Koning zelf, die in Johannes 17:3 zegt: “Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt”. Uit deze woorden maken we op, dat eeuwig leven ook hier niet de betekenis heeft van eindeloos leven, maar veeleer met de kwaliteit van het leven: God en Jezus Christus kennen. En dat leven is een leven, waarin de kinderen van God een steeds groeiende kennis mogen verkrijgen van de breedte en lengte en hoogte en diepte en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven  gaat. (Efeze 3:19). Dat eeuwige leven, dat nu in onvolmaaktheid gekend wordt, wekt een sterk verlangen naar de toekomende eeuw, waarin we pas werkelijk zullen vervuld worden tot alle volheid Gods. (Efeze 3:19). Natuurlijk hebben gelovigen in Christus Jezus nu al deel aan het eeuwige leven, maar het zal pas ten volle gekend en genoten worden in de eeuw, die nog in de toekomst ligt en waarin de schepping niet meer aan de vruchteloosheid zal zijn onderworpen. Vandaar dat de bijbel spreekt van de hoop van het eeuwige leven in Titus 1:2

het vertrouwen ten eeuwigen leven

(1 Timotheüs 1:16), waardoor zij zich een vaste grondslag voor de toekomst verzekeren om het ware leven te grijpen. 1 Johannes 2:25 zegt: Dit is de belofte die Hijzelf ons beloofd heeft: het eeuwige leven”.

“die een ieder vergelden zal naar zijn werken; hun, die in het goeddoen volhardende, heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken, het eeuwige leven.” (Romeinen 2:7). “wie op de akker van de Geest zaait, zal uit de Geest eeuwig leven oogsten. (Galaten 6:8) O.a. uit deze woorden blijkt, dat we dus het eeuwige leven hebben in de belofte en in de verwachting, maar dat de volle beleving er pas zijn zal in de toekomende eeuw. En de mensen, die aan die eeuwige straf deel hebben, zullen in die eeuw verlorenheid kennen. (De eerste keer, dat er in de bijbel gesproken wordt van eeuwig leven, is in Daniël 12:2 en vangt dat leven aan bij de opstanding uit de doden.)

Ja, maar zal dan ook het eeuwige leven tot een einde komen? Eeuwig leven eindigt als die toekomende eeuw voorbij is. Maar het leven van Gods kinderen eindigt daarmee niet. Dat leven, zegt de Schrift is onvergankelijk en onverwelkelijk en kent daarom geen einde. Als straks de dood er niet meer zal zijn, ja teniet is gedaan, zal er alleen nog maar leven zijn, werkelijk alleen nog maar leven. Hoezo dan zouden de kinderen van God hun leven verliezen? Bedenk: straks als de dood teniet is gedaan, zal de vraag klinken : ”Dood, waar is je overwinning?”  Die vraag staat in 1 Korinte 15:55. En het is meer dan zeker, dat de dood dan niet zal kunnen antwoorden: “Ik heb er in de loop van de eeuwen miljarden in mijn greep gekregen en die zal ik ook nooit meer prijsgeven. Ze zijn van mij en ik trek ze mee de hel in, waaruit ze nooit meer zullen ontkomen. En dat is mijn overwinning”. Stel je toch voor, dat de dood met verreweg de grootste buit zou gaan strijken! Miljoenen gered, maar miljarden verloren! De Redder der wereld, Hij zou alles hebben geprobeerd, om werkelijk Redder van de wereld te zijn, maar aan het einde van de eeuwen zou blijken, dat Hij slechts in staat was geweest enigen te redden. Maar onthoud dit: God probeert nooit iets! Hij doet geen pogingen mensen te redden. God redt mensen, ja Hij zal blijken te zijn de Redder van alle mensen. (1Timoteüs 4:10). Als de bijbel ons wil zeggen, dat ons leven in Christus nooit eindigen zal, dan spreekt het Woord niet van eeuwig, maar van onvergankelijk leven en een onverwelkelijke  erfenis. Het eeuwige leven eindigt, als de toekomende eeuw voorbij is, waarna het onvergankelijke leven in nog groter heerlijkheid voortgaat. Klaas Goverts zei eens; God heeft geen prullenbak. De pottenbakker zal steeds opnieuw beginnen, om uiteindelijk het volmaakte te verkrijgen

Een prachtige tekst is Klaagliederen 3 vers 31: “Want niet voor eeuwig verstoot de Here. Want als Hij bedroefd heeft, ontfermt Hij Zich naar de grootheid van zijn gunstbewijzen”.

“Want Ik zal niet altoos twisten noch voor eeuwig toornig zijn, anders zou de geest voor mijn aangezicht bezwijken, terwijl Ik toch zelf de levensadem heb gegeven” {Jesaja 57 vers 16}.

 

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

384027 bezoekers sinds 07-06-2010