Gods doel is de thuiskomst

25-05-2010 door Joop Neven

“Vrede zij de broeders en liefde met geloof, van God, de vader, en van de Here Jezus Christus” {Efeze 6 vers 23}. Een prachtige groet. Vrede, liefde en geloof. De vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, en ons wordt gegarandeerd door Hem, die zelf onze vrede geworden is. De liefde uit God, die zelf Liefde is en ons in Christus heeft liefgehad vóór de grondlegging der wereld. Het is heel typerend dat aan het eind van de brief de apostel het Lichaam van Christus, de onvergankelijkheid, de heerlijkheid van onze hemelse roeping in Christus bekent maakt, iets wat in geen ander bijbelboek zo volledig en zo uitvoerig gebeurt. Het enkel en alleen maar weten en inzien is niet genoeg. Om die reden schrijft dezelfde apostel in zijn laatste brief, vlak voor zijn verscheiden, over de kroon der gerechtigheid, die de Heer op die dag zal geven, niet aan diegenen die het allemaal zo goed op een rijtje hebben en het rechte inzicht verkregen hebben, maar aan hen die Zijn verschijning liefhebben {2Tim.4 vers 8}. En Johannes schrijft: “Wij hebben Hem lief, want Hij heeft ons eerst liefgehad” {1Joh. 4 vers 19}. Christus heeft Zijn Gemeente lief in onvergankelijkheid en tot onvergankelijkheid: Hem zij de eer tot in eeuwigheid.

En daar blijft het niet bij, wij hebben in geestelijke zin alles ontvangen, maar aan de wereld is nog niet alles geopenbaard. De vrede Gods die alles te boven gaat, zal éénmaal de wereld gaan inzien, dan zal alle knie zich buigen en alle tong vrijwillig de naam van Christus belijden. God gaat vergelden,de naam van Christus belijden n zal alle knie zich buigen en alle tong vrijwillig de naam van Christus belijden maar met de vergelding heeft God een doel. En dat doel is redding, bevrijding van degene die Hij straft. Het doel van God is niet dat mensen voor “eeuwig” moeten lijden onder wat zij gedaan hebben. Het is de leer van de eeuwige straf die zo veel kwaad heeft gesticht. Hier ligt de bron van angst voor de Vader, hier ligt de bron van de afkeer van God. De Gereformeerde Dogmatiek schrijft: “ook in de hel geldt het woord, dat Hij de mensen niet van harte plaagt”. En dan wordt Klaagliederen 3 vers 33 aangehaald “Immers niet van harte verdrukt en bedroefd Hij de mensenkinderen” Maar men zegt er niet bij dat de duur van die smart een tijdelijke is. In het zelfde hoofdstuk van Klaagliederen 3 vers 31 en 32 staat; “Want niet voor eeuwig verstoot de Here. Want als Hij bedroefd heeft, ontfermd Hij Zich naar de grootheid van zijn gunstbewijzen”. Daarom moet deze leer verdwijnen, ze tast de waardigheid van God aan, zet de Vader in een kwaad daglicht, want Gods doel is: thuiskomst. De God van de profeten is de God die één doel heeft; de terug keer van alle mensen en van alles wat Hij geschapen heeft. “Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen” {Rom.11 vers 36}. De terugkeer. Daar spreekt Jesaja over; “.. En alle volken zullen derwaarts heen stromen en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des heren, naar het huis van de God Jacobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen” {Jes.2 vers 1-4}. Met geen woord wordt hier over God gericht gesproken. Er lijkt een spontane opwelling die daar niets mee te maken heeft. Maar de profeten leren het anders. Het staat vol van Gods gerichten over Israël en de volkeren! En dat het zonder die gerichten niet gaat, wordt nadrukkelijk gezegd in Jesaja 26 vers 9-11: “..want wanneer uw gerichten op de aarde zijn, leren de inwoners der wereld gerechtigheid”. Als God de volkeren geleerd heeft dan zullen zij opgaan…opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen. Jesaja beschrijft de thuiskomst van de volkeren, die gekomen zijn tot die beschaming. Het is niet anders dan wat de Here Jezus zegt van de verloren zoon: “Toen kwam hij tot zichzelf, en zei.. ik zal opstaan en naar mijn Vader gaan…” {Luk.15 vers 17}. Zoals deze zoon niet eerder tot zichzelf kwam dan door de mislukking van zijn leven, zo komt de wereld niet tot zichzelf dan door het gericht waarin God een ieder zal “vergelden” naar zijn werken. En ze zullen komen. Daarvan spreken de Psalmen en de Profeten keer op keer. “Alle volken, die Gij gemaakt hebt, zullen komen en zich voor u neerbuigen, o Here” {Ps.86 vers 9}. “Tot U zullen volken komen van de einden der aarde en zeggen: Enkel leugen hebben onze vaderen bezeten, nietigheid, waaronder niet één, die baat kon brengen” {Jeremia 16 vers 19}. Het is een terugkeer zonder enige dwang. Men komt uit zichzelf. Men wil nergens anders meer zijn. En dan richt God op zijn berg Zijn uitbundige feestmaal aan voor alle volkeren. Zij waren dood en weer levend geworden. Zij waren verloren en zijn gevonden. In het gericht stopt God het kwaad van de mens. Is dat een ramp? Neen! Wat écht een ramp zou zijn, is dat dit niet zou gebeuren! Dat er geen God zou zijn, die het kwaad een halt toeriep. Dat het kwaad ongehinderd en ongestraft door kan gaan. Maar nu is daar de God van Israël, de God die het kwaad opzoekt. Waarom? Omdat Hij de mens anders bedoeld heeft, en omdat Hij dit doel nooit opgeeft. Hij bezoekt het kwaad om de mens te brengen tot zichzelf, en op te staan en tot de Vader te gaan. Ziet u het al voor u? Dan komen de volkeren in beweging van het einde der aarde af.

“Komt laten wij opgaan naar die berg, en die stad”

 

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

384917 bezoekers sinds 07-06-2010