Gerechtigheid tonen

25-05-2010 door Joop Neven

Aren van Waarde

{Romeinen 3 vers 25-26}

In de brief aan de Romeinen schrijft Paulus, dat God de Messias heeft voorgesteld als zoenmiddel “om zijn rechtvaardigheid te tonen”, d.w.z. deze zichtbaar te maken. “Hem { d.i. Christus Jezus}heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bleod, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods geplaagd waren, had laten geworden – om zijn rechtvaardugheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hij zelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het in geloof in Jezus is”{ Rom.3 vers 25-26}. Voor rechtvaardigheid gebruikt de apostel het Griekse woord dikaiosuné, dat zowel “gerechtigheid”als “rechtvaardigheid”kan betekenen en in de vertaling van het NBG op beide manieren is weergeven.

De calvinistische opvatting

Belangrijk is, wat “rechtvaardigheid tonen”in dit verband betekent. Dr. Herman Ridderbos heeft het gereformeerde antwoord op deze vraag als volgt weergegeven:

“Bij “gerechtigheid”hebben we te denken aan Gods rechtvaardigheid, gelijk die in zijn gericht, oordelend, straffend en eisend zich openbaart. In Christus ‘zoendood is deze gerechtigheid aan het licht getreden, in die zin, dat in het bedekken der zonde door Christus’ bloed getuigenis werd gegeven aan de goddelijke rechtvaardigheid. De zonde kon niet onverzoend en onbedekt blijven voor Gods oog. Zij is met Gods gerechtigheid niet bestaanbaar”

Greijdanus schrijft, dat God Zijn gerechtigheid heeft getoond

“om de schaduw op Zijn strafvorderende gerechtigheid, gevallen door het nalaten der volle strafoefening in den voorgaande tijd, te verdrijven”.

Een bekende weergave van deze opvatting vinden we in het oude avondmaalsformulier. We lezen daarin dat:

“de toorn Gods tegen de zonde zó groot is, dat Hij die {eer Hij die ongestraft liet blijven}  aan zijnen lieven Zoon Jezus Christus, met den bitteren en smadelijken dood des kruises gestraft”.

In de calvinistische theologie wordt het begrip dikaiosuné opgevat als rechtvaardigheid die zich uit in het bestaffen van het kwaad. De gereformeerde uitleg van Rom.3 vers 25 komt neer op het volgende: “Duizenden jaren lang heeft God de zonden van de mensheid niet bestraft. Maar omdat Hij rechtvaardig is, kan Hij het kwaad niet door de vingers zien. Op Golgotha heeft Hij Zijn rechtvaardigheid getoond, door in plaats van het onschuldige voorgeslacht Zijn onschuldige Zoon te straffen”. Heeft Paulus dit werkelijk bedoeld, toen hij schreef dat God de Messias heeft  voorgesteld als zoenmiddel om Zijn rechtvaardigheid te tonen?

Het tekstverband

Uitdrukkingen die verband houden met het ten tootn spreiden van gerechtigeheid komen in de Romeinenbrief op meerdere plaatsen voor. Zo lezen we bijv. in Rom. 1 vers 17: “Want gerechtigheid Gods wordt daarin {d.w.z. in het evangelie} geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof leven”. In Rom.3 vers 5 “Maar indien onze onrechtvaardigheid Gods rechtvaardigheid staaft, wat zullen wij dan zeggen?”. In Rom.3 vers 21-22 “ Thans is echter buiten  de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus voor allen, die geloven”. Paulus had al drie maal over de gerechtheid va God gesproken, voor hij in Rom.3 vers 25 het “zoenmiddel”ter sprake bracht. In Rom. 1 vers 17 had hij opgemerkt dat Gods gerechtigheid wordt “onthuld”{Grieks apokaluptoo} in het evangelie. In Rom.3 fers 5 had hij gezegd dat Gods gerechttigeheid in de geschiedenis naast de menselijk onrechtvaardigheid staat {Grieks sunistheemi}. In Rom.3 vers 21-22 had de apostel verklaard dat ‘nu”,d.w.z. in de persoon van de Messias. Gods gerechtheid is “verschenen”{Grieks phaneroo}. Het gaat om gerechtheid die door het geloof van Jezus Christus zichtbaar is geworden. Gerechtigheid “onthullen”{Rom.1 vers 17}, gerechtigheid “doen verschijnen”{Rom.3 vers 21} en gerechtigheid “tonen” {Rom.3 vers 25} zijn verwante uitdrukkingen. “Gerechtigheid tonen”kan in het bijbels spraakgebruik niet betekenen: “laten zien dat je het kwaad niet onbestraft laat”, want Paulus zou dan in Romeinen 1 hebben geschreven: “Ik schaam me niet voor het goede nieuws, want daarin wordt onthuld dat God het kwaad niet onbestraft laat”. Als Paulus dat werkelijk aan de mensen had verteld, dan was zijn boodschap voor de hoorders beslist géén “goed nieuws”geweest ! In dien de gereformeerde opvatting van gerechtigheid juist was, dan zou de apostel in Romeinen 3 hebben geschreven: “nu is buiten de wet om zichtbaar geworden dat God het kwaad niet onbestraft laat, God heeft dat laten zien in het geloof van Jezus, de Messias`. Zulke parafrases van Rom.1 vers 17 en Rom.3 vers 22 zijn volstrekt onmogelijk. De gereformeerde uitleg van Rom. 3 vers 25 is daarom onjuist.

Goed nieuws

Blijkbaar heeft Paulus met “ gerechtigheid Gods” iets anders bedoeld dan bestraffing van het kwaad. De apostel hechtte aan het woord dikaiosune dezelfde betekenis als de psalmdichters en de profeten die voor hem over dit onderwerp hadden gesproken. In Psalm 98 horen we, wat er gebeurt wanneer God Zijn gerechtigheid {Hebr. Tsedaka} toont: “ De Here heeft Zijn heil bekendgemaakt, Zijn gerechtigheid geopenbaard voor de ogen der volken; Hij heeft gedacht aan Zijn goedertierenheid. En aan Zijn trouw jegens het huis Israëls; Alle einden der aarde hebben aanschouwd het heil van onze God”{Psalm 98 vers 2-3}.“ Gerechtigheid”  is in deze psalm een parallel van heil. Wanneer God Zijn gerechtigheid openbaart, dan laat Hij zien dat Hij Israel { ondanks haar afdwalingen en overtredingen} trouw is gebleven. Precies dezelfde parallel vinden we in Romeinen 1. Paulus schrijft daar: “…. Ik schaam mij het evangelie niet, want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek. Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardigen zal uit geloof leven” {Rom.1 vers 16-17}. Wanneer God zijn gerechtigheid openbaart dan maakt Hij zijn heil bekend {Psalm98 vers 2}. Indien Gods gerechtigheid wordt geopenbaard, dan wil dat zeggen dat Hij sterfeljke levdn te verwerven {Rom.1 vers 16-17}. In het evangelie heeft God onthuld, dat “de rechtvaardige uit geloof zal leven” {Rom.1 vers 17}. Paulus verwijst naar “wat geschreven”staat”, te weten de profetie van Habakuk {Hab.2 vers 4}. Het is opmerkelijk, dat Habakuks profetie in het NT niet letterlijk wordt geciteerd. Habakuk zei: “ De rechtvaardige zal door zijn geloof {d.w.z. zijn eigen geloof} leven”.  In het NT staat: “De rechtvaardige zal uit geloof leven”{ Ron.1 vers 17, Gal.3 vers 11, Hebr. 10 vers 38}. Het citaat krijgt daarmee iets dubbelzinnigs. Iemand { d.w.z. de Messias} zou “door zijn {eigen} geloof leven, anderen zouden leven “uit geloof ”, d.w.z. het geloof van die Ander of geloof dat hen door God wordt geschonken. “De rechtvaardige”uit Hab.2 vers 4 is de Messias. Hij wordt in de Bijbel “de Rechtvaardige”genoemd. Het evangelie vertelt dat Jezus is geboren uit het geslacht van David “naar het vlees”, zoals was aangekondigd in de Schriften, en verklaard is Gods Zoon te zijn “in kracht”aangezien Hij “naar de geest der heiligheid”is opgestaan uit de doden {Rom.1 vers 2-4}. Zo heeft God geopenbaard, dat “de rechtvaardige uit geloof zal leven”: De Messias bleef zijn hemelse Vader vertrouwen, zelfs toen deze hem opdroeg om zich te laten kruisigen, en is daarom met een onvergankelijk en geestelijk lichaam uit de doden opgewekt. Dat in het evangelie “gerechtigheid Gods wordt geopenbaard”heeft meer dan één betekenis:

1 Door de Messias als een sterfelijke mens geboren te laten worden en Hem uit de doden op te wekken, bewees God dat Hij zich houdt aan zijn beloften. Hij had immers beloofd door zijn profeten, in de heilige Schriften, dat dit zou gaan gebeuren {Rom.1 vers 2}. Ondanks de ontrouw van de mensheid en van zijn volk Israël heeft Hij geweldige beloften gegeven en die in vervulling doen gaan. Ondanks de woekering van het kwaad is Hij blijven geloven in zijn schepping, en blijven werken aan de vervolmaking van zijn schepselen.

2 Aan het voorbeeld van de Messias heeft God laten zien wie Hij als rechtvaardigen beschouwt: mensen die Hem op zijn woord geloven, zelfs al zijn ál hun ervaringen met dat woord in strijd. De Schepper houdt vast aan wat Hij ooit heeft bepaald. De mens, die Hem in de hof van Eden ging wantrouwen, moet en zal Hem weer gaan vertrouwen en aan zijn bestemming gaan beantwoorden. Daarom heeft God zijn Zoon gestuurd, dáárom heeft die Zoon zich in de handen van zijn vijanden overgegeven en dáárom is Hij uit de doden opgewekt. Het evangelie laat zien, dat de Schepper zijn oorspronkelijke bedoeling trouw blijft. In het evangelie wordt “rechtvaardigheid Gods geopenbaard uit geloof tot geloof “. Het geloof van de Messias is het toonbeeld van gerechtigheid. Daarom is de openbaring uit geloof. Zoals Jezus met God wandelde, als een kind dat zijn Vader onder alles omstandigheden bleef vertrouwen, zo behoren alle mensen tegenover God te staan. Het is Gods bedoeling dat anderen die dit toonbeeld zien, Hem op hun beurt gaan vertrouwen. Daarom is de openbaring tot geloof. Voor de rest van de mensheid is “geloven “niets anders dan kijken. “….zoals Mozes de slang in de woestijn heeft verhoogd, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden. Opdat ieder die in Hem gelooft, eeuwig leven heeft {Joh.3 vers 14-15}. We mogen kijken naar Jezus, een sterfelijk mens als wij maar een rechtvaardige, en zien dat God Hem uit de doden heeft opgewekt. Uit de geschiedenis van Jezus mogen wij concluderen dat God “wat Hij beloofd heeft, ook machtig is te doen”{Rom.4 vers 21}. Als we tot dat inzicht komen en Hem gaan vertrouwen, dan beschouwt God ons als rechtvaardigen {Rom.4 vers 23-25}. Hij rekent ons dat vertrouwen toe als gerechtigheid {Rom. 4 vers 3, 22-23}. Hij zal ons uit de doden opwekken net zoals Hij Jezus heeft opgewekt {Rom.8 vers 11}. “Dit is het woord van het geloof dat wij prediken: dat, als u met uw mond Jezus als Heer zult belijden en met uw hart geloven dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, u behouden zult worden” {Rom.10 vers 9-10, Telos}.

Paulus en de Schriften

Gods gerechtigheid is volgens velen Zijn handhaving van een volmaakt rechtevenwicht. Omdat Hij rechtvaardig oordeelt, kunnen misdadigers hun “gerechte straf” niet ontlopen. Voor calvinistische oren is dit misschien verrassend, maar het volk Israël zingt op een andere manier over “gerechtigheid”. Een prachtig voorbeeld vinden we in Psalm 51. Koning David had overspel gepleegd met Batseba, de vrouw van een legerofficier. Omdat het misdrijf in de doofpot te kunnen stoppen had hij haar man laten sneuvelen. De Koning had een dubbel misdrijf gepleegd. Volgens de wet van Mozes verdiende hij doodstraf.

David erkende zijn schuld en had berouw over zijn zonde. Hij bad: “Red mij van bloedschuld o God, God mijns heils, Laat mijn tong over Uw gerechtigheid jubelen” {Ps.51 vers 16}. “Gerechtigheid” betekent hier niet, dat God de misdadiger zijn verdiende loom geeft. Het betekent dat de Schepper diens overtreding “ uitdelgt” {Ps.51 vers 3}, hem “wast” van ongerechtigheid en “ reinigt” van zonde  {Ps.51 vers 4,9}, zodat hij wordt herschapen en vernieuwd {Ps.51 vers 12} en opnieuw vreugde mag kennen. {Ps.51 vers 10 en 14}. Gerechtigheid is de eigenschap die God ertoe drijft om te redden wie reddeloos verloren is, om te helpen wie geen helper heeft, om bij te staan wie heeft gefaald, om “ de goddeloze te rechtvaardigen” {Rom.4 vers 5}. Gods gerechtigheid staat in rechtstreeks verband met Zijn “ goedertierenheid” d.w.z. Zijn barmhartigheid en onverdiende goedheid {Ps.51 vers 3}.Vanwege die gerechtigheid is er redding! Een ander voorbeeld vinden we in Ps.31. De dichter van dit lied bevindt zich in een benarde situatie vanwege de dreiging van machtige vijanden. Hij schrijft. “Voor allen die mij benauwen, ben ik een smaad geworden, Voor mijn buren allermeest, en voor mijn bekende tot een schril… Vergeten ben ik, uit het hart, als een dode; Ik ben geworden als gebroken vaatwerk” {Ps.31 vers 12 en 13}. In zijn omgeving is er niemand die hem helpt, hij staat volstrekt alleen en is de dood nabij. In die situatie smeekt hij: “Doe mij ontkomen door uw gerechtigheid” {Ps.31 vers 2}. Gerechtigheid is hier: “bevrijding van de hulpeloze, van de bedreigde, van de vereenzamen”. Een derde voorbeeld ontlenen we aan het boek Jesaja. De schrijver merkt op dat de volken afgoden vereren en beschaamd zullen staan omdat die hen niet kunnen helpen }Jes.45 vers 16, 20}. Maar Israël zal worden verlost {Jes.45 vers 17}. De Here zegt over zichzelf: “ Er is geen God behalve Ik, een rechtvaardige, verlossende God is er buiten Mij niet” {Jes. 45 vers 21}. God is “ rechtvaardig” in tegenstelling tot de afgoden. Dat betekent, dat je op Hem niet tevergeefs vertrouwt. Hij “ verlost”, dat is Zijn gerechtigheid. Daarom mag Jesaja de volken uitnodigen. “ Wendt u tot Mij en laat u verlossen, allen eiden der aarde, want Ik ben God en niemand meer”  { Jes.45 vers 22}. Bij niemand anders kan de mensheid hulp krijgen, en uiteindelijk zal men dat ook inzien: “ Alleen bij de Here, zal men van Mij zeggen, is gerechtigheid en sterkte, tot Hem zal men komen, maar beschaamd zullen staan allen die tegen Hem in worde ontstoken zijn” {Jes.45 vers 24}. In de Hebreeuwse tekst van vers 24 staat het woord “gerechtigheid” in het meervoud. De mensen zullen God zoeken vanwege Zijn rechtvaardige daden, d.w.z. de redding die alleen Hij kan schenken. Gods gerechtigheid blijkt uit de manier waarop Hij met zijn schepselen omgaat. Hij laat de wereld niet aan haar lot over.

In de Hebreeuwse Bijbel is gerechtigheid een parallel van:

1 redding {Ps.31 vers 2-3, 71 vers 2}

2 goedertierenheid {Ps.33 vers 5, 36 vers 6-8, 36vers 11, 40 vers 11, 89 vers 15, 103 vers 17}

3 trouw {Ps.40 vers 11, 96 vers 13, 143 vers 1}

4 heil {ps.40 vers 11, 71 vers 15, 98 vers 2, Jes.46 vers 13, 51 vers 5}

5 verlossing {Jes.45 vers 21}.

Paulus gebruikt het woord “gerechtigheid” in dezelfde zin. Wanneer de apostel schrijft: “Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden…. {Rom. 3 vers 21} Dan betekent dit, volgens zijn eigen woorden:  “Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid God, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus” { Rom.3 vers 23-24}.

Rechtvaardigen

Wat bedoelt Paulus in dit verband met “rechtvaardigen”?  Het gangbare protestantse commentaar luidt als volgt: “Rechtvaardigen betekent “rechtvaardig verkalren”. Het is een juridische term { zie Deut. 25 vers 1} Rechtvaardigen betekent niet “rechtvaardig maken” Zie Lukas 7 vers 29: de mensen “maakten”God niet rechtvaardig, zij verklaarden Hem rechtvaardig. Het tegenovergestelde van rechtvaardiging is veroordeling {Deut. 25 vers 1: Rom. 5 vers 16-19}. Dat de mensen God niet rechtvaardig kunnen maken, is een waarheid als een koe. Wij hebben niet de macht om wie dan ook rechtvaardig te maken, en in het geval van God is zo”n daad ook volstrekt overbodig. Wanneer wij God rechtvaardigen, dan wil dat zeggen dat we erkennen dat Hij in zijn recht staat, of altijd de waarheid heeft gesproken { vgl. Rom 3 vers 4}. Dat de rechtvaardiging van de mens in Rom.5 het tegenovergestelde van diens veroordeling zou zijn, is echter maar een halve waarheid. Want volgens Paulus overtreft de genade van de rechtvaardiging  de vloek van de veroordeling in hoge mate {Rom.5 vers 16-17}. De genade is “eer dan overvloedig” {Rom.5 vers 20}. Vanwege de rechtvaardiging mag men het onvergankelijke leven binnengaan en in dat leven als koning heersen, vanwege de veroordeling is men aanvankelijk voor korte tijd aan de dood onderworpen {Rom.5 vers 17, 21}. Het lijden van de tegenwoordige tijd weegt niet op tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden {Rom.8 vers 18}. Rechtvaardiging is niet “het tegenovergestelde” van veroordeling – het is veel méér dan dat. In Rom.3 vers 24 heeft “rechtvaardigen”een diepere betekenis dan “vrijspreken” of “rechtvaardig verklaren”. Wanneer een rechter een crimineel ontslat van rechtsvervolging, dan wordt de betrokkene daar geen ander mens van. Maar wanneer God iemand rechtvaardigt, dan gebeurt dat wel. In Rom.3 vers 23-24 staat “om niet gerechtvaardigd worden uit Zijn genade” tegenover “zondigen en de heerlijkheid Gods derven”,d.w.z die heerlijkheid missen of daaraan tekort komen. Van nature mist de mens zijn doel {d.w.z. hij zondigt}. De heerlijkheid waartoe God hem heeft bestemd ontbreekt. Hij begeeft zich op verkeerde wegen. Zerlfs indien hij met inspanning van al zijn krachten het goede nastreeft, dan nog slaagt hij er niet in om dit volledig te bereiken. Maar wanneer God een mens rechtvaardigt, geheel gratis, dan gaat zo iemand aan zijn doel beantwoorden, dan wordt hij zoals de Schepper hem of haar heeft bedoeld, dan begint Gods heerlijkheid in zijn leven te stralen.

Verlossing in Christus Jezus

Dat “rechtvaardigen”meer is dan “vrijspreken” of  “rechtvaardig verklaren” blijkt ook uit de toevoeging van Paulus, dat “allen… om niet worden gerechtvaardigd uit Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus”. Het Griekse woord lutroosis betekent: vrijkoping door betaling van een losgeld. In Rom. 3 vers 24 gebruikt de apostel een versterkte vorm van dit woord, apolutroosis, d.w.z. totale vrijkoping, volledige betaling

Volgens het N.T heeft de Messias ons “vrijgekocht” van:

–         de vloek der wet {Gal.3 vers 13}

–         alle ongerechtigheid {Titus 2 vers 14}

–         onze ijdele wandel {1 Petrus 1 vers 18-19}

“Verlossing door het bloed van Christus” is een synoniem van “vergeving der zonden”{Efeze 1 vers 7, Kol. 1 vers 14}. Het Griekse woord aphesisi, dat met “vergeving”is vertaald, betekent “wegzending”, d.w.z “vrijlating”. Vergeving is méér dan “kwijtschelding van schuld”. Het gaat om bevrijding uit de macht van de zonde. De zonde houdt ons als slaven in haar greep. Haar macht blijkt uit de hardnekkigheid van bepaalde overtredingen en tekortkomingen in ons leven. Maar Christus heeft ons van de zonde losgekocht, zodat wij die niet langer als slaven hoeven te dienen. Hij zal ons er uiteindelijk volkomen van bevrijden { vgl. Joh.8 vers 31-36}.

Voorgesteld als zoenmiddel

Over de Messias schrijft Paulus dat God Hem heeft “voorgesteld als zoenmiddel door het geloof in zijn bloed”{Rom. 3 vers 25}. Het Griekse werkwoord protithemai, dat door het NBG met “voorgesteld” is vertaald, komt nog op twee andere plaatsen in het N.T voor. Op die plaatsen is het met “zich voornemen” vertaald: “Ik wil niet dat u onbekend is, broeders, dat ik mij dikwijls voorgenomen heb tot u te komen…..” Rom.1 vers 13}. “naar zijn welbehagen, dat Hij {d.w.z God} zich had voorgenomen in zichzelf aangaande de bedeling van de volheid der tijden……” {Efeze 1 vers 19}. Gezien het vervolg van Paulus betoog ligt het voor de hand om protithemai ook in Rom.3 vers 25 met “zich voornemen” te vertalen. God heeft vóór de grondlegging der wereld al besloten dat de Messias als “zoenmiddel” zou fungeren. Hij was voordat Hij begon te scheppen al van plan om de schepping door Zijn Zoon te volmaken. Hij “plande”of “betoogde”de Messias als “hilasterion”. In de Septuagint, de beroemde Griekse vertaling van het Oude Testament die door Joodse geleerden uit Alexandrië is gemaakt, is het woord “hilasterion” een aanduiding van het “verzoendeksel” van de ark die zich bevond in de tabernakel. Ook in de brief aan de Hebreeën heeft “hilasterion” die betekenis {Hebr.9 vers 5}. Romeinen 3 vers 25 is op dit spraakgebruik geen uitzondering. Israëls hogepriester moest éénmaal per jaar het bloed van de zondoffers sprenkelen. Eerst op het verzoendeksel, “aan de voorzijde”, en daarna vóór het verzoendeksel, zevenmaal {Lev.16 vers 14-15. Mozes tekent daarbij aan: “Zo zal hij verzoening doen over het heiligdom om de onreinheden der Israëlieten en om hun overtredingen in al hun zonden; aldus zal hij doen met de tent der samenkomst, die bij hen verblijf houdt te midden van hun onreinheden. Geen mens zal in de tent der samenkomst zijn, wanneer hij daar binnengaat om in het heiligdom verzoening te doen, totdat hij naar buiten komt en verzoening gedaan heeft voor zichzelf, voor zijn huis en voor gehele gemeente Israëls {Lev.16 vers 16-17}. Het “hilasterion” in de tabernakel was een ‘ding”: het deksel van de ark. Wanneer Paulus schrijft, dat God Christus Jezus tot hilasterion heeft gesteld, dan moet dit dus beeldspraak zijn. De gekruisigde en opgestane Heer is immers geen ding maar een levend Mens. Paulus gebruikt de stijlvorm die bekend staat als “naamswisseling”of metonymia, waarbij men in plaats van de werking de oorzaak, of in plaats van de oorzaak de werking noemt. Ook in het Nederlands gebruiken we die stijlvorm dikwijls. We kunnen bijvoorbeeld spreken over iemands “grijze haren”, wanneer we zijn ouderdom bedoelen. Of we kunnen zeggen dat iemand “een liefhebber is van de fles”, terwijl die persoon in werkelijkheid een liefhebber is van alcohol.

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

398520 bezoekers sinds 07-06-2010