Genade in de woestijn

13-06-2010 door Dr. K.D. Goverts

Dit is toch wel een heel bijzonder gedeelte, want het gaat over één van die randfiguren, die vergeten mensen. En dan zie meteen zo mooi, dat God daar anders over denkt. Onder de mensen vaak niet in tel, maar bij God worden ze meegeteld. God wil toch altijd weer anders en bij Hem is de volgorde ook weer heel anders. Want in Gen. 16 gaat het over Hagar. Dat verhaal kun je op verschillende manieren lezen, en vaak wordt dat gedaan meteen vanuit een bepaalde veroordeling. En wordt er gezegd: Wat kun je hier uit leren? Dat Abraham een fout maakt. En dat geeft dan problemen en vertraging. Maar het kan ook goed zijn dit verhaal eens te lezen vanuit de ogen van Hagar. En het is heel fascinerend om te kijken hoe dat eruit gaat zien, als je gaat kijken door de ogen van die vergeten mensen.

Gen 16:1 “Sarai nu, de vrouw van Abram, schonk hem geen kinde-ren, en zij had een egyptische slavin, wier naam was Hagar.” Sarai baart niet, zij baart geen zonen, maar er is een slavin, een Egypti­sche. Dus meteen in die eerste zin worden alle minpunten opgenoemd. Zij is een slavin, dus dan heb je geen enkel recht. En boven­dien ook nog een Egyptische en als je dan even bedenkt wat voor klank Egypte heeft in de Bijbel, dan is dat erg somber. Egyp­te, het land van de benauwdheid, angst, geweld. Het land waar je niet kunt leven. Dus als je zo even haar achtergrond gaat bekijken, dan zeg je: Nee, tweemaal nee. Slavin, dat kan niets wezen en een Egyptische, dan kan niets worden. Afge­schreven. En toch zijn er oude tradities, die zeggen: Weet je waar Hagar oorspronkelijk vandaan kwam? In de joodse overlevering wordt zelfs af en toe verondersteld dat zij van het hof van de farao kwam en misschien zelfs daar een bepaalde functie had. Want in Gen. 12:10-20 lezen we, dat Abraham in Egypte geweest was en dan is er die hele kwestie geweest met Sara en dan staat er in

Gen. 12:20 “En farao……. deed ……….hem uitgeleide”. En de farao gaf hem geschenken, ook                   

Gen. 12:16 “slaven en slavinnen”  Dus misschien was Hagar oorspronkelijk dienares aan het hof van de farao en gaat ze over naar een nieuwe eigenaar. Wat moet dat voor haar betekend hebben, hoe heeft ze dat gevoeld? Daar wordt vaak niet over nagedacht, maar toch is dat vaak heel belang­rijk, de binnenkant van een mens. En dat is toch ook weer een fundamen­teel punt wat we mogen leren: Kijken met de ogen van God naar mensen. Dan ga je kijken met een heel andere manier van zien. Dan zie je niet alleen maar de buitenkant, dan zie je niet de slavin. Maar dan bedenk je: Ook Hagar een mens. God zou zeggen: Het zijn Mijn mensen. Ik las van Otto de Bruine, die overal reizen maakte, en dan komt hij temidden van Hindoes in India en hij ziet wat ze daar allemaal doen aan godendienst en offers brengen. En dan voelt hij heel duidelijk in zijn hart, alsof God zegt: Dit zijn Mijn mensen, kijk nu eens met Mijn ogen. Dan reist hij verder en hij ko__ te midden van Islamieten. Op een gegeven moment komt hij in Engeland, daar is een fa­brieks­directeur en die had 5 auto’s en een prachtige villa, en op een gegeven moment laat hij dat allemaal achter zich. Dan denkt hij, dat hij koning Arthur is, en hij gaat ergens in een oude bestelbus wonen te midden van de ru nes en hij zegt dat hij 1544 jaar oud, want ik ben ben koning Arthur uit de Middeleeuwen. En dan zegt Otto, dat hij in de ogen van die man keek, en die waren zo bedroefd, zo somber en ik had weer het gevoel dat God zou zeggen: Het zijn Mijn mensen. Hoe kijk je naar Hagar? Je kunt kijken met de zakelijke ogen en zeggen: Hagar, fout, kan niets worden. Want zij valt buiten de belofte. Maar op de één of andere manier gaat ze op een dag over van het hof van de farao en wordt ze dienstmaagd bij Abraham. Een nieuwe situatie, misschien ook heel traumatisch. Je moet dat opeens maar incasseren, er wordt niet aan je gevraagd of je dit wel wil. Zomaar een transactie, er wordt met mensen geschoven. Ook wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Er wordt nog altijd met mensen geschoven. En mensen worden soms zomaar als pionnen aan de kant geschoven, of een eind verder neergezet. En zo was het met Hagar ook. Wat had ze zelf gewild? Dat was niet aan de orde. Heb je ook nog een mening? Dat wordt niet gevraagd. En zo schuift Hagar op het schaakbord en ze komt bij Abraham terecht. Maar dan geldt toch ook de belofte

Gen. 12:3 “in u zullen alle geslachten gezegend worden” Daar hoort Hagar ook bij. Of ze het begrepen heeft, is wat anders. Maar soms begrijpt een mens ook niet alles, en mis­schien was voor haar eigen gevoel haar leven ook wel een raadsel. Waarom ben ik hier? Misschien heeft ze daar over nagedacht, maar misschien kon ze daar ook niet eens over denken, wat moet je in huis hebben om te kunnen denken? Soms gaat dàt niet eens. Dan staat je verstand stil en als je dan ook nog slavin bent, wat denk je dan? Of je denkt er maar helemaal niets van. Soms is denken ook heel moeilijk en daarom wordt het maar vrij weinig gedaan. En in sommige ge­meen­ten wordt het ook niet aangemoedigd; dan wordt er gezegd: Stap maar uit je verstand. Misschien heeft Hagar als ze haar werk deed – want dat sla­venwerk geeft meestal veel tijd om te denken – toch wel nage­dacht en dacht ze: Wie ben ik? Waarom ben ik hier? En dan toch als, egyptische, slavin, lezen we in Gen. 16:2 “En Sarai zeide tot Abram: Zie toch, de HERE heeft mij niet vetgund te baren”; letterlijk “de HERE heeft mij   weerhouden, heeft mij afgesloten van het baren”. Dus nu moeten we toch maar iets gaan doen.

 Gen.16:2 “Ga toch tot mijn slavin; misschien zal ik uit haar gebouwd worden”­ Het sleutelwoord is hier “gebouwd worden”. In  het Hebreeuwse woord hoor je er het woord  zonen in door klinken. “Bouwen” en “zonen”, dat heeft met elkaar te maken: Dat er “zonen komen”. Dat er gebouwd wordt. Daar gaat het om in heel het boek Gene­sis. “Gebouwd worden” en “zonen”. En zegt Sarai: Misschien kan Hagar wel meewerken aan dat “bouwen” en die “zonen”. Je zou haast zeg­gen: Hagar wordt dus draagmoeder. Ook dat is niets nieuws onder de zon. Een egypti­sche draagmoe­der voor het volk van God. Blijkbaar denkt Sarai: Dat kan wel, waarom niet? Dat was kennelijk geen probleem, dat gebeurde in die oude tijden wel vaker. Dus zo doen we dat dan maar.

Gen. 16:2 “Misschien zal ik gebouwd worden uit haar” Tot zover lijkt het alle­maal best wel aantrekke­lijk. Want staat er dan verder in Gen. 16:2 “en Abram luisterde naar Sarai”. Letterlijk staat het er nog iets sterker, en dat hebben we ook nodig voor de rest van het verhaal “Abram hoorde naar de stem van Sarai”. “De stem”; en let er op dan krijg je een bepaalde paral­lelstruc­tuur, want dat had Adam ook gedaan

Gen. 17:3 “horen naar de stem van zijn vrouw”  Dat doet Abram ook, “horen naar de stem van Sarai” Straks zal hij dat ook blijven doen tot op Gen. 22. Als hij uitein­delijk met Izaäk gaat naar het al­taar, zegt God

Gen. 22:19 “omdat gij naar mijn stem gehoord hebt”  Dan komt de door­braak. Dus vanaf Gen. 16 is daar dat “horen naar de stem van Sarai”. En het gebeurt. Gen. 16:3 “En Sarai, de vrouw van Abram, nam Hagar, de Egyp-tische, haar slavin”. Dat wordt weer even er met nadruk bij vermeld. Gen. 16:3 “Nadat Abram tien jaar in het land Kanaän gewoond had – “tien” is vaak het getal van de beproeving – en gaf haar aan haar man Abram tot vrouw.” Een slavin als bijvrouw was een heel bekend ver­schijnsel.

Jakob zal dat later ook praktizeren met Zilpa (Gen. 30:10) en Bilha (Gen. 30:3), daar komt dat ook weer naar voren.

Gen. 16:4. “En hij ging tot Hagar in en zij werd zwanger” Alleen dan begin­nen de problemen, want dan staat er in Gen. 16:4,5. “en zij zag dat zij zwanger was, en toen was haar meesteres verachtelijk in haar ogen” letterlijk: “Haar gebiedster was gering in haar ogen”. Ook dat kun je wel weer begrij­pen, want als je kinderen mocht voortbrengen, dan werd je in die oud oosterse wereld toch vaak voor meer aangezien, dan wanneer je onvruchtbaar was. Dus Hagar begint neer te kijken op haar “meesteres”. Ik heb het verder gebracht, status. Ik heb iets meer. En zonen voortbren­gen werd dan toch gezien als een soort prestatie of als een bewijs van goed gedrag, kwaliteit. Gen. 16:5. “Toen zei Sarai tot Abram – want dan is dus een moei­lijk punt, nu komt de concurrentie in beeld – de krenking mij aangedaan, komt voor uw rekening”. Letterlijk: “het geweld”. “Het geweld dat mij aangedaan wordt, dat komt op jou”. Dus Sarai zegt: Ik schuif het af, jij bent verantwoorde­lijk en dat “geweld”, dat ze ervaart wil ze afwentelen op Abram. Gen 16:5. “Ik heb mijn slavin in uw schoot gegeven en nu zij ziet, dat zij zwanger geworden is, ben ik verachte-lijk, gering in haar ogen; de HERE doe recht tussen mij en u”. Dan moet God maar rich­ten, recht­zetten. Er is dus hier een situatie ontstaan van onrecht, mensen die elkaar pijn doen. Een toestand die je eigenlijk ook niet meer kunt ontknopen. In wezen begint dat hier al en je zou kunnen zeggen dat dat het eeuwenoude conflict is, dat zich uiteindelijk toespitst op Israël en Ismaël. Israël en de Arabieren, allebei zonen van Abram. Hier wordt de kiem gelegd na – zou je haast zeggen – één ogen­blik van onbedachtzaamheid kan maken dat men eeuwen schreidt. Eeuwenlange pijn tussen volkeren begint in de tent van Abram. Kun je het nog terug­draaien? Blijkbaar niet. Kun je de ge­schiedenis over doen?, En toch komt er een ontknoping, maar op een heel andere manier dan vaak gedacht wordt. En daar zitten enkele zo kostbare punten in, die zo de moeite waard zijn. Gen. 16:6. “En Abram zei tot Sarai: Zie uw slavin is in uw macht, eigenlijk in uw hand, doe met haar wat goed is in uw ogen.” Opnieuw krijgt Sarai de beslissingsmacht; zij moet beslissen wat er moet gebeuren met Hagar. Het lot van de “slavin” wordt gelegd “in de handen van de meesteres” Mensen kunnen soms zo over elkaar beschikken, en de één kan zeggen wat er met de ander zal gebeuren. Dan val je in handen van de mensen, en waar kom je terecht?

De volledige studie is in boekvorm te verkrijgen bij:

J. Bies

Schaperstraat 104

3317  LR Dordrecht

Tel:078-6510685

Giro 1292693

E-mail jan.bies@kpnplanet.nl

– Prijzen zijn excl. Verzendkosten

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

391735 bezoekers sinds 07-06-2010