Gebeds-genezing in deze bedeling

24-05-2010 door Joop Neven

Sommige gebedsgenezers beweren dit, en verwijzen dan naar bijv. Jes. 53 vers 4-5: Nochtans, onze ziekte heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte. Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden. Dit betreft in de eerste plaats de ziekte van de totale mens, de zonde, en de genezing, deze tekst bevestigd alleen dat de Heer de macht heeft om te genezen.

 De genezing in de Evangeliën.

  • Gevallen waar de zieke of een ander persoon gelooft dat Heer kan genezen, maar waar de tekst niet zegt, dat hij gelooft, dat Hij op dat ogenblik wil genezen: Matth.8 vers 5-11; 9 vers 27-31; 15 vers 21-28; Mark.1 vers 40-45; 2 vers 3-12; 5 vers 25-34; 9 vers 14-29; 10 vers 46-52; Luk.8 vers 43-48; 18 vers 35-43; Joh. 4 vers 46-54; Hand.3 vers 1-11; 9 vers 32-35; 14 vers 8-10.
  • Gevallen waar de genezing geheel onafhankelijk is van de houding van de zieke, althans in de betreffende tekst staat er niet over in;

Matth.8 vers 16-17; 12 vers 10-13; Mark.1 vers 29-34; 8 vers 22-26; Luk.13 vers 10-20; 9 vers 11; Joh.9 vers 1-38; Hand.28 vers 8-9.

  • Gevallen waar men gelooft in het Woord als Hij tegen een bepaalde zieke zegt, dat hij zal genezen of reeds genezen is:

Mark.2 vers 3-12; Joh.4 vers 46-54; 5 vers 2-16.

  • Gevallen waar de zieke gelooft, dat Jezus de Christus is na zijn genezing. Joh.9 vers 1-38.
  • Gevallen waar de genezing gebeurt tegen de wil van de zieke. Matth.8 vers 28-34; Luk.8 vers 26-39.

Een ander tekst is Mark.1 vers 40b. “indien Gij wilt, kunt Gij mij genezen. We zien dat de genezing niet afhangt van het geloof van de zieke, en dat mensen soms genezen worden tegen hun wil. In Johannes 9 vers 1-38 gelooft de blinde dat Jezus de Christus is, na zijn genezing. Het is nuttig om Mark 11 vers 24 te lezen: Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal geschieden. Men zou kunnen lezen: geloof dat je gezond wordt en je zult genezen zijn. Overigens moeten zij die op Mark.11 vers 24 willen steunen ook tonen dat ze bergen kunnen verzetten, zie vers 23. Het wonderlijke is dat in vers 22 staat: Hebt geloof in God, letterlijk “geloof Gods” {en niet “geloof in God”) Dat het hier niet het “gewone” geloof betreft spreekt vanzelf want de Apostel richt zich tot de gelovige en niet allen hadden die bijzondere gave des geloofs.

 Pinksteren.

Het argument van gebedsgenezers is dat de gezondmaking nu evengoed zou moeten bestaan als ten tijde van de Apostelen. Ze beroepen zich, in algemene zin op Hebr.13 vers 8; Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid. Men redeneert dan als volgt: gedurende het tijdperk van de Handelingen hadden de gelovige de gave der gezondmaking. Indien de Heer dezelfde is, dan moet dat nu nog het geval zijn. Men verwijst ook nog naar Mark. 16 vers 15-18, 1Kor.12 vers 9-30 en Jac.5 vers 13-16.

 In het kort deze schriftplaatsen:

Hebr.13 vers 5-7 gaat het over het vertrouwen dat de Hebreeën hadden, in hun leven in het algemeen, maar er is geen sprake van genezing. Ten tweede, al is de Heer dezelfde, daarom kan er toch verschil zijn in de wijze waarop Hij de wereld bestuurd. Het beroep op Mark.16 vers 15-18 is zeer onverstandig om dit op deze tijd toe te passen, want hier is niet alleen sprake van het uitdrijven van boze geesten, van het spreken met tongen en het genezen door handoplegging, maar ook van het opnemen van slangen en het drinken van iets dat dodelijk is, zonder dat ze er schade door lijden. Er zijn weinig gebedsgenezers die beweren dit ook te kunnen.

 Het onderscheid van de bedelingen.

Het volk Israël werd door God uitverkoren om de andere volken tot zegen te zijn. Het werd door de Wet en de profeten opgevoed om zijn opdracht te kunnen vervullen. Deze kondigde de nabijheid aan van, “het Koninkrijk is nabij gekomen”, geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen en drijft boze geesten uit. Die krachten waren voortekenen van de “krachten van de toekomende eeuw”. Israël verwierp echter de Messias, en werd gekruisigd. Toch was Israël toen nog niet verworpen. De Heer bad om vergeving voor hetgeen ze gedaan hadden uit onwetendheid. Daarom kon Petrus daarna Israël nog tot berouw en bekering uitnodigen. Die uitnodiging tot bekering bleef gelden gedurende de gehele Handelingen tijd. De nabijheid van het Koninkrijk op aarde bleek nog steeds door tekenen en wonderen te bestaan tot Hand.28. Toen deed Paulus een laatste poging in Rome, en het was eerst nadat de meerderheid van de Joodse leiders in die stad ongelovig bleef, dat Paulus de woorden van Jesaja aanhaalde, betreffende de verharding van Israël. Hij besloot zijn rede met de woorden: “het zij u dan bekend, dat dit heil Gods aan de heidenen gezonden is; die zullen dan ook horen”. {Hand.28 vers 28}. Enkele jaren daarna werd het tijdelijke terzijde stellen van Israël openbaar, bevestigd door de verwoesting van Jeruzalem en van de tempel. De komst van het Koninkrijk was dan niet langer nabij, en daarom vindt men dan ook niets meer aangaande de tekenen en wonderen, die deze nabijheid aankondigde in de latere brieven van Paulus. Hijzelf had de gave der gezondmaking nog tot op het einde van het tijdperk van de Handelingen periode en werd niet gehinderd door de beet van een adder, maar kon daarna zijn beste vrienden niet meer genezen {Fillp.2 vers 27 en 2Tim.4 vers 20}. In zijn gevangenschapbrieven spreekt Paulus over een geheel nieuwe toestand, over dingen die tot dan toe verborgen waren, waar het heil Gods – ditmaal zonder tussenkomst van Israël – tot alle mensen zal komen. Een bedeling waarover de profeten nooit gesproken hadden, n.l. bedeling der genade, of de bedeling der verborgenheid. Paulus handelt niet meer over aardse toestanden, maar over een geestelijke gemeenschap met Christus.

 Toch genezingen in onze tijd.

Om alle misverstand te voorkomen, we mogen in onze tijd uiteraard steeds om genezing bidden. In alle tijden kan God door zijn Geest op een zodanige wijze tot een zieke “spreken” dat hij of zij genezen wordt. Als er genezing plaats vindt dan gebeurt dat door het geloof van God, en nooit op het geloof van een gelovige. Er kunnen dus nog steeds wonderbare genezingen plaatsvinden, maar dan in persoonlijke gevallen, en niet met groot uiterlijk vertoon, zoals publieke manifestaties.

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

384026 bezoekers sinds 07-06-2010