Farizeeën

25-05-2010 door Joop Neven

Van de drie sekten in het Judaïsme in de dagen van Christus, was die van de Farizeeën de machtigste. In de Evangeliën worden de schriftgeleerden en Farizeeën steeds in één adem genoemd, en wel op zo´n wijze dat de indruk gewekt wordt dat ze deel uitmaakten van dezelfde partij. Ze controleerde het Sanhedrin, de priesterstand, de burgerlijke gerechtshoven en het hele Joods leven. De Sadduceeën waren hun tegenstanders, maar hun oppositie was zo zwak dat de Farizeeën er geen actie tegen ondernamen, ervan overtuigd dat de conservatieve Sadduceeën die niet te ver zouden doorzetten en dat ze voldoende macht hadden om deze op elk ogenblik de kop in te drukken. Het verslag van de vier Evangeliën vertelt veel over het karakter van de Farizeeën. Ze worden door Johannes de Doper beschreven als adderengebroed {Matth.3 vers 7}. Zie de teksten  Matth.9 vers 34; Matth.12 vers 14; Matth. 12 vers 38; Matth.15 vers 2; Matth.23 vers 3; Matth. 23 vers 5; Matth. 23 vers 14; Luc.16 vers 14; Marc. 7 vers 9. Hun schaamteloze behandeling van de armen in Israël laat zien dat zij alleen zichzelf liefhadden en niet het volk in het land Israël. Al lang voor de tijd van Christus werden de rijken en machthebbers door de profeten onder handen genomen voor hun wrede en onrechtvaardige behandeling van de armen. De Farizeeën stonden op het standpunt dat de verdeling tussen arm en rijk deel uitmaakte van het plan van God en ze verklaarde armoede tot een deugd die beloond zou worden met overvloed in het hiernamaals. De Sadduceeën echter huldigen de opvatting dat armoede een misdaad was en dat iemands armoede een bewijs was dat God geen welgevallen in hem had. Christus betwiste de veronderstelde positie van de Farizeeën als de enige leraren in Israël. Toen Hij Zijn geloofsbrieven liet zien, in de vorm van wonderen die Hij verrichtte, traden ze in de ring om Hem uit te dagen. Ze konden tegen Zijn wijsheid niet op en daarom beraamde e een complot tegen Zijn leven {Matth. 12 vers 14}. Toen de Farizeeën bij de doop van Johannes verschenen, verspilde hij geen tijd met een poging hen te veranderen, maar hij brandmerkte zee ogenblikkelijk als adderengebroed. Christus noemde hen gewitte graven, huichelaars, adders, kinderen van Gehenna, dieven en moordenaars. Deze woorden werden gesproken tot mannen die halsstarrig de wil van God weerstonden. Er werd hen daarom geen enkele openbaring van Gods waarheid gegund {Joh. 7 vers 16-17}. En omdat dit verhaal geen openbaring van Gods waarheid is, moet het wel een antwoord zijn aan de Farizeeën. Het is een terechtwijzing en een ontmaskering van hen. Het gaat hier niet om een openbaring van de waarheid aangaande het toekomstige leven, de toestand van de doden, de toekomstige straf of de toekomstige zegeningen, maar het is en verwerping van de misvormde ideeën, principes en praktijken van de Farizeeën. Aangezien satire een manier van schrijven of spreken is met als doel ondeugden en dwaasheden belachelijk te maken en af te wijzen, zien we hier een puur en duidelijk voorbeeld van satire. Met deze feiten in het achterhoofd kunnen we nu voortgaan met het overdenken van het verhaal dat door de Heer in de aanwezigheid van de Farizeeën is verteld.

 

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

391574 bezoekers sinds 07-06-2010