Eva, moeder van alle levenden

24-05-2010 door Joop Neven

Een toespraak, gehouden op 27 april 2003 in de Vrije Evangelische Gemeente te Zeist

Genesis 3 is een geweldig stuk evangelie. Een hoofdstuk waar de Here God het initiatief neemt

God heeft zeker wel gezegd vers 1b Het begint al goed. In Genesis 2 en ook in de aanhef van Gen.3, staat voortdurend de dubbele naam “De Here God” En Here, is de verbondsnaam. Wat zegt de slang nu: God. “God heeft zeker wel gezegd”. Daar zit meteen al het venijn. De slang laat de verbondsnaam weg. Dat is ook begrijpelijk, want de slang staat ook niet in het verbond. De Here God heeft een verbond met de mens, maar niet met de slang. De slang zegt dus “God” Het eerste woord dat de slang spreekt, is er al naast. Eigenlijk had de vrouw moeten zeggen: Wie bedoel je? Over wie hebt je het nu? Heb je het over één of ander abstracte god?

God heeft zeker wel gezegd; Gij zult niet eten van enige boom in de hof {vers 1b}

Letterlijk staat er “van alle boom in de hof” Zie je hoe de slang het geloof gaat ondermijnen. Hij zegt tegen de vrouw: “Je mag niet eten van alle boom in de hof” Allemaal prachtige bomen en allemaal verboden. Allemaal bordjes “niet aankomen”. Dat is precis ook het beeld dat veel mensen van God hebben. Als je bij God komt, dat zegt Hij altijd “Neen”.Alleen maar negatief, alleen maar dit mag niet en dat mag niet. Dus de slang gaat eigenlijk ongeloof zaaien, zodat je het gevoel krijgt dat je het bij God toch wel slecht hebt. Dan gaat de vrouw het woord van de slang corrigeren, Toen zeide de vrouw tot de slang: van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten{vers2}. Weet je wat nu opvalt? Het eerste dat opvalt, is dat ze ook begint te praten over “God” Ze laat ook de verbondsnaam weg. Heel subtiel begint er wat ter verschuiven in haar denken. Maar er gebeurt nog iets. Ze zegt dat ze die boom ook niet mag aanraken vers 3. Let er op, dat de Here God nooit gesproken heeft over “niet aanraken”. De Here God heeft alleen gezegd in Gen.2 vers 17 dat ze van de boom der kennis van goed en kwaad, niet mochten eten. Dus ongemerkt gaat de vrouw het gebod ook nog eens een beetje verzwaren. Je zou haast zeggen, een bijgelovige angst, dat als ook maar met één vinger aanraakt, dat ze dan al verloren zijn. Maar de Here God heeft allen gezegd; “gij zult er niet van eten.. anders zult gij sterven. En dan gaat het gesprek weer verder in het 4e vers. De slang echter zeide tot de vrouw, Gij zult geenszins sterven.. vers 4-5. Lett; sterven zul je niet, sterven. Maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad. Een prachtig vooruit zicht. De slang zegt, dat als je van de boom eet, dan kom je alleen maar hogerop. Dan gaat er een wereld voor je open. Het feit dat je kunt onderscheiden wat “goed en kwaad” is dan ben je als God! Het is eigenlijk merkwaardig dat de vrouw terug praat tot de slang. Want ergens had er een rood lampje moeten gaan branden, want hier klopt iets niet, de slang is niet gemaakt om te praten. En bovendien, de mens was bestemd om over dat beest te heersen. Lees maar in Gen 1vers 26 Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipende gedierte, dat op de aarde kruipt. De vrouw had moeten bedenken dit is niet de goede stem, dit is niet de stem van de Here God. Maar wat doet de vrouw dan staat er “en de vrouw zag, dat de boom goed was”. En zij ziet nog wat, hij was een lust voor het oog. vers 6. Het begint bij het zien, met de begeerte der ogen. En dan wordt het verlangen gewekt om “verstandig te worden”. De begeerte van, dan kan ik veel meer weten en veel beter denken. Zoals we weten nam zij van de vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at. De oorspronkelijke bedoeling van de Here God was, dat de mens zou eten van de boom des levens. Als de mens was gaan eten “van de boom des levens”, had de mens de eeuw uit geleefd. De mens had een voorwaardelijk leven n.l. eten van de boom des levens. Adam was niet onsterfelijk geschapen, hij had geen leven in zichzelf. Hij was wel met God verbonden. Maar God was voor hem nog niet de Vader der heerlijkheid. Adam was geen onsterfelijk wezen. Hij had het kunnen worden. Het had zo mooi kunnen zijn. Maar in Gen.3 vers 6 grijpt de mens naar die andere boom, de boom der kennis. In het laatste zinnetje van Gen 3 vers 6 staat:”en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at. Wat zit er nu in dat kleine zinnetje? Je zou kunnen zeggen, dat hij medeplichtig was. Dus allebei schuldig. Maar je kunt het ook zo bekijken: de man, staat er bij: “hij was bij haar”. En wat moet er op dat moment door hem heen gegaan zijn, op dat ogenblik dat zijn “vrouw neemt en eet van de boom der kennis” En dan dat volgende moment dat ze ook “aan haar man geeft:” Stel je voor dat hij geweigerde had. Dan waren op dat moment hun wegen uit elkaar gegaan. De één het paradijs uit en de ander er in gebleven. Van elkaar gescheiden. Hier zie je het prachtige type van Christus uitkomen. {Rom.5 vers 14 zegt ook dat Adam een beeld is van de komende}En de man at, weet u waarom? Hij liet de vrouw niet alleen gaan. 1 Tim.2 vers 14 zegt: En Adam heeft zich niet laten verleiden, maar de vrouw is door de verleiding in overtreding gevallen. Adam heeft hier een bewuste keus gemaakt, n.l. meegaan met zijn vrouw. Zoals de Here Jezus Christus een bewuste keus heeft gemaakt. Adam had kunnen zeggen “ik doe het niet”, Ik heb het best in de hof. Maar de liefde drong hem om te eten, en met de vrouw de weg te gaan tot het einde. Als de Here Jezus neerknielt in Gethsemané had Hij op dat moment kunnen zeggen: Vader, Ik doe het niet, Ik wil terug naar de hemel, want daar is het goed. Maar Hij heeft bewust gekozen, en dat betekende ook voor de Here Jezus, dat Hij het paradijs uitging. Onvoorstelbare liefde. Net zoals Adam, kon Christus de mens niet alleen laten gaan. Christus is de weg tot op het kruis gegaan, hoe de mens ook zondigde, in liefde heeft het verdragen. Nooit was er een beschuldiging van Hem, in tegendeel, Hij bad: Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen. De Zoon des mensen is gekruisigd, maar de Vader heeft Hem opgewekt uit de doden. En dan zie je het Evangelie tevoorschijn komen in Gen.3 Er staat in Gen 3 vers 8 De Here God wandelde in de hof. In welke hof wandelde de Here God? In de hof, die ze eigenlijk al kwijt waren. Want op het moment was het al een verloren paradijs. Ze lopen er nog wel, maar ze hebben er geen leven meer. Ze verbergen zich. Maar in elk verloren paradijs wandelt de Here God. Er is nergens een plek op aarde waar je zou kunnen zeggen, daar is de Vader niet. Waarom wandelt de Here God in de hof? Om de mens te veroordelen? Neen, dat was de mens al. Hij wandelde in de hof om te vragen: Waar ben je? Als je nu een zoekende God wil zien, die van Zijn Schepping houdt moet je Genesis 3 lezen. En de Blijde Boodschap is: als God gaat zoeken, dan vindt Hij ook. Een God, die op zoek gaat naar Zijn dierbaren. Hier zie het wezen van de Vader, dat onbeantwoorde liefde, onvoorwaardelijk doorgaat. De Here God roept, blijft roepen. Zo heeft de Here Jezus Christus die liefde laten zien. Die liefde moest zich manifesteren, die moest gestalte krijgen in de Christus. De traditie zegt, in Genesis 3 is God boos geworden, en die boosheid is pas gestopt toen Hij de Zoon kruisigde, want zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving. {Hebr. 9 vers 22}. Die zin wordt vaak grimmig opgevat, in de zin van; er moet dus bloed vloeien. Als God geen bloed ziet, kan Hij geen vergeving schenken. Alsof dat een voorwaarde zou zijn. Eerst vergelding en pas van daaruit kan er verzoening plaatsvinden. Als je het op die manier uitlegt, wordt de liefde in feite weer van haar kracht beroofd. Want dan is er dus in wezen geen ontferming. Dan is er alleen maar de strenge, zakelijke benadering. Maar heel de Schrift spreekt ervan, dat de verzoening van God uitgaat, zie maar in Gen.3. De Vader en de Here Jezus staan niet tegenover elkaar. Jezus zegt: Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. In Zach.6 vers 13 staat:…heilzaam overleg zal er tussen hen beide zijn. Hij verlangt ernaar verzoening te doen over de mensen. De verzoening gaat van Hém uit, Hij riep Mens waar zijt gij. Hij riep, toen niemand naar Hem vroeg, de mens was verborgen. Hij zoekt als er niemand zoekt, de mens was verborgen. Hij wil als er niemand wil. We moeten de zaken niet omdraaien, de mens heeft verzoening nodig, God niet. In Gen.3 zie je dat de verzoening van Gods kant uit gaat. Van zijn kant wordt de vijandschap overbrugd. Vanuit Hem, die geen vijand is, maar die de Vriend is van de mens. De Here God blijft de mens dwars tegen alles in liefhebben. Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. Zijn wij ontrouw, Hij blijft getrouw. De Vader heeft de mens lief met een onvoorwaardelijke liefde, een liefde zonder voorwaarden. In de menselijke verhoudingen lopen veel relaties stuk op de voorwaardelijke liefde. Als je goed je best doet dan….! Liefde onder voorwaarden. Het gevolg kan zijn dat je de liefde altijd weer moet “verdienen” Maar: Hij heeft de zijnen, die Hij in de wereld liefhad, liefgehad tot het einde. {Joh.13 vers 1}.Wij zijn niet in staat te begrijpen als we zeggen; God is liefde. Die liefde is onbegrijpelijk. In Christus zie je de weg, een weg van lijden. De Here Jezus móest die hele weg gaan, om de goddelijke liefde volledig openbaar te laten worden. Om te laten zien, dat de liefde het volhoudt, niet om de Vader gunstig te laten stemmen, niet om God “genoegdoening” te geven, niet om iets bij de Vader te bewerken. Bij de Vader hoeft niets bewerkt te worden. God was al genadig, al in Gen.3. {Dat zien we straks nog als de vrouw een naam krijgt}. De weg van de Here Jezus was een uitbeelding van de Goddelijke liefde. Dus de liefde Gods gaat vooraf. De liefde Gods is niet het gevolg van de bloedstorting, maar de liefde Gods is de bron. Omdat de Vader zo was, en omdat Christus dat heeft overgenomen, zich dat eigen gemaakt heeft, daarom is daar de weg tot het einde, waarin Hij zelfs bereid is zijn bloed te geven. Het is niet zo, dat God via die bloedstorting moet worden verzoend, maar het is zo, dat God vanuit zijn liefde die bloedstorting heeft doen plaats vinden, om te laten zien, hoe groot zijn liefde was. Dat gaat veel dieper dan wij vaak denken. De grootste zonde {doelmisser} is dat de mensheid de Zoon des mensen aan het kruis genageld heeft. Maar het grootste wonder is, dat hij aan het kruis gaat bidden; Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen. En wat doet de Vader? Keert hij zich af? Zegt Hij dan; ja, maar dat heb Ik gewild? Neen, Hij maakte van het kruis het hoogste blijk van Zijn liefde, en dat bewees Hij door Christus uit de doden op te wekken. Net als Adam, gaat de Vader uit liefde de diepte in. Als de satan dat geweten had, dan hadden zij Hem nooit gekruisigd. Zoveel liefde had satan nooit verwacht. Het gebed aan het kruis in volledig in vervulling gegaan. In Christus zijn al onze zonde vergeven. Christus was zo één geworden met die wonderlijke liefde, dat Hij bereid was, om daarvoor alles te geven. Dat is het Evangelie van Gen.3. In Gen.3 komt de belofte van het zaad van de vrouw. En dat zaad van de vrouw, zal de kop van de slang vermorzelen. Op het kruis van Golgotha, is dat gebeurd, Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd {Kol.2 vers 15}. Rom.16 vers 20: De God nu des vredes zal weldra de satan onder uw voeten vertreden. Die slang, die dooréénwerper, daarvan zegt Paulus dat Hij onder Jezus voeten komt. In Openb.12 vers 9 Komt hij terug: de oude slang, die genaamd wordt duivel en satan, die de gehele wereld verleidt, hij werd op de aarde geworpen. Daar zie het hetzelfde beeld als in Gen.3, altijd bezig om de mens te misleiden, hij probeert je te beïnvloeden, in je hiel te bijten. Hij heeft altijd weer geprobeerd het volk van God uit te schakelen. Maar het laatste woord is wel aan het zaad van de vrouw.

Ik zei net al iets over de naam die de vrouw gekregen heeft. Gen.3 vers 20, En de mens noemde zijn vrouw Eva. Dat is een prachtig moment. Ze staan op de rand van het paradijs, ze zijn er bijna uit. Hun laatste moment in de hof is aangebroken. En staande op de drempel van het verloren paradijs, op dat ogenblik: “roept de mens een naam over zijn vrouw” Want dat staat er lett. De mens riep de naam van zijn vrouw, omdat zij de moeder van alle levende is geworden {Gen.3 vers 20} Terwijl zij daar lopen met de dood in hun schoenen, zegt de mens niet tot zijn vrouw “draagster van de dood”, maar “draagster van het leven”. Daarmee geeft de mens zijn vrouw een prachtige belofte. Met die naam mag zij zo meteen het paradijs uit gaan. Vóór die tijd heette ze nog niet zo. Daarom is het strikt genomen onjuist om te zeggen: Eva at van de verboden vrucht. De vrouw at van die verboden vrucht, want ze heette toen nog geen Eva, “draagster van het leven”. Daarom is er op de voorgaande hoofdstukken steeds gesproken over de “mens” en de “vrouw”. Zij was nog geen “Eva”. Die naam krijgt ze pas op de drempel van de hof als een teken van genade, als een teken van leven. Je gaat nu de dood tegemoet, “stervende sterven”. Maar er is een belofte die boven het stof uitgaat: want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren {Gen.3 vers 19} Temidden van die atmosfeer van stof en dodenrijk, wordt er naam geroepen “Eva, draagster van het leven”. Het evangelie in Gen.3, hoezo, God is genadig? Dit is een prachtig beeld van ontferming en barmhartigheid. Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig, dat wij stof zijn {Ps.103 vers 1}. Maar er is nog iets, want Gen.3 vers 20 vertelt nog meer hoe groot de genade van de Vader is. Dat paradijs was inmiddels donker geworden. En toch gaat de mens, temidden van de dood een naam geven. Nu ze hebben gegeten van de boom der kennis van goed en kwaad. Waar goed en kwaad voorgoed door elkaar zijn gaan lopen en zijn vermengd, gaat de mens een naam geven aan de vrouw. Adam is de grote trooster, een kostbaar beeld van de komende Adam, van de tweede Adam, de Here Jezus Christus, die niet gezondigd hadden op een gelijke wijze als Adam overtrad, die een beeld is van de komende {Rom.5 vers 14}. Hoe kijkt de Here God naar de gebeurtenis in Gen.3? Hoe kijkt de Here God naar de zonde? Hij zegt, de mens mist zijn doel. Je beantwoordt niet aan je doelstelling. De Vader had zo graag iets anders voor ons bedacht. Ondanks de “doelmisser” stoot de Vader je niet af. Vaak wordt er gezegd: de mens is verdoemd, kijk maar in Genesis 3, maar dat staat er niet. De Vader gaat juist op zoek om te redden.! Als de “verloren zoon” thuiskomt zegt de Vader ook niet: Stommerd, was dan thuis gebleven, Neen Hij zegt: welkom je kleed hangt al klaar. Zo is de Vader. Hij trapt je niet na, maar Hij staat met open armen te wachten, want Hij wil niet dat je je doel mist. Hij is niet de Vader, die je in de goot trapt, maar een Vader zoals Jacobus het zegt: Die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt. {Jac.1 vers 5}. Want uiteindelijk zal de mens zijn doel vinden in Hem, die hemel en aarde geschapen heeft. Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het koninkrijk van de Zoon Zijner liefde. De Zoon Zijner liefde betekent: de Zoon, die de Vader ons uit liefde schenkt voor een verloren wereld. In Gods Zoon hebben wij de verlossing, lett: volkomen verlossing. Hij legde de heerlijkheid af, die Hij al bezat voordat de wereld was. Hij verliet de hemel en nam de menselijke natuur aan, met alle zwakheid en vergankelijkheid die daarmee gepaard ging en werd gehoorzaam tot de dood, ja de dood des kruises. Zo kon Hij Heer worden van leven de en van de doden{Joh.12 vers 32-33} {Rom.14 vers 9}Hij nam de zonde op zich om die weg te dragen en voorgoed te begraven. Hij is het beeld van de onzichtbare God. Alleen Hij is vanwege Zijn functie als Middelaar, het beeld Gods bij uitstek. De Messias is in unieke zin het beeld Gods, omdat Hij er al was vóór de schepping, en alle dingen door Hem zijn geschapen. Maar dat beeld zal niet op zichzelf blijven; de heerlijkheid die Hij bezit, heeft Hij niet voor Zichzelf gehouden. Wij zijn bestemd om aan Hem gelijkvorming te worden en tot Zijn eigen heerlijkheid te worden gebracht. Wij zullen een onvergankelijk lichaam ontvangen, we zijn in Christus volkomen rein en zondeloos. We mogen deel hebben aan het Lichaam van Christus. Maar in Kol.1 vers 15 maakt Paulus de kring het wijder, Hij is de eerste geborene der ganse schepping. Uiteindelijk zal de hele schepping van het juk van de vergankelijkheid worden bevrijd en delen in de heerlijkheid, die Christus geschonken heeft. Wat een geweldig toekomstperspectief. “en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, alle dingen weder met Zich verzoenen, door Hem, het zij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is” De tweede Adam heeft de verzoening tot stand gebracht. Alle wezens die door de Zoon werden geschapen die in Hem hun bestaan hadden, zullen door Hem ook met de Vader worden verzoend. Door de inspanning van mensen komt geen verzoening tot stand, het is altijd de Zoon, de tweede Adam die het ware karakter van de Vader openbaart. Dat ware karakter zagen we al in Genesis 3. Dat ware karakter begon met de naam van de vrouw, Eva, “moeder van alle levenden”. Het laatste bijbelboek Openb. 21 vers 4 zegt: en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbij gegaan. En hij, die op de troon gezeten is, zeide: Zie Ik maak alle dingen nieuw. Br en Zr, deze belofte staat vast. Hij is de Alfa en de Omega, het begin en het einde. Het geheim van de wereldgeschiedenis is, barmhartigheid, ontferming, genade. De schepping is aan Gods oordeel onderworpen. Maar eens zullen allen vrijwillig voor Hem neerbuigen, omdat Zijn gerechtigheid openbaar is geworden. Elk schepsel zal de God de Vader gaan prijzen. Wat een schitterend vooruitzicht!  Dat is het evangelie. Als Christus komt, dan zegt Hij niet dat de Eva dom was. Maar dan zegt Hij. Waar zijt gij?, Kom maar. In Mij kom je in het licht. Uit de term “eerstgeborene der ganse schepping” blijkt dat de opgestane en verheerlijkte Christus als eerste de eindbestemming van de hele schepping heeft bereikt. Christus is het Begin der schepping Gods {Open.3 vers 14} te weten: de voltooide schepping. “Zoals wij het beeld van de stoffelijke mens {van Adam} gedragen hebben, zo zullen wij ook het beeld van de hemelse {van Christus} dragen {1Kor.15 vers 49}. Christus is Degene “die alles in allen volmaakt {Efe.1 vers 23}.

 

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

397297 bezoekers sinds 07-06-2010