En Jacob deed een gelofte

24-05-2010 door Joop Neven

Jaäkov verlaat zijn huis en familie en begint aan een langdurige ballingschap. Op dat moment, aan het begin van zijn reis verschijnt God aan hem in het visioen van de ladder en belooft hem bescherming, nakomelingen en zegening. Jaäkov ontmoet vervolgens Rachel, de dochter van Laban zijn moeders broer en wordt verliefd op haar. Op hun huwelijksnacht, vervangt Laban echter Rachel door haar zuster Lea en Jaäkov komt overeen om nog veel meer jaren te werken om ook Rachel te verkrijgen. De zusters krijgen kinderen evenals hun bedienden – Jaäkovs zonen worden de voorouders van de 12 stammen van Israël. Jaäkov plant zijn ontsnapping van Laban vooraf, maar uiteindelijk nemen zij vredig afscheid.

 Wij zullen het nader bekijken

“Toen zwoor Jaäkov een eed en zei: Als God met mij is en mij op deze reis die ik onderneem (letterlijk: op de weg die ik ga) beschermt en mij brood geeft om te eten en kleren om te dragen en mij in vrede naar mijn vaders huis doet terugkeren, zal Adonaj mij tot God zijn en deze steen die ik heb opgericht als een zuil zal een aan God gewijde plaats zijn en van wat U mij ook moge geven zal ik U een tiende betalen.” Berésjit {Genesis 28:20-22)}

 PSJAT (de eenvoudige betekenis)

Kort na zijn vertrek uit huis en bevreesd dat zijn broer hem mocht doden uit wraak voor het stelen van het geboorterecht van de oudste zoon, arriveert Jaäkov in Haran, legt zich te slapen en heeft een hoogst merkwaardige ervaring. Hij heeft een visioen van een ladder tussen Hemel en aarde, met engelen die opklimmen en afdalen. God spreekt tot hem en belooft hem het Land, nakomelingen, bescherming en de zegen die God beloofde aan Awraham en Jitschak. Jaäkov wordt wakker en beseft het Goddelijke karakter van zijn visioen. Hij doet een plechtige belofte dat als de Eeuwige echt Zijn belofte houdt, Jaäkov hem op zijn beurt toegewijd zal zijn.

 DRASJ  (uitleg)

Veel van de klassieke Tora commentatoren worstelen met en leggen de nadruk op een fundamenteel probleem betreffende Jaäkovs gelofte: haar ogenschijnlijke voorwaardelijkheid. Ik heb geprobeerd deze verzen op zo een manier te vertalen dat de ambiguïteit  doorklinkt in het Nederlands. Toch schijnt Jaäkov te zeggen: als de Eeuwige mij bescherming en voedsel en kleding biedt dan zal ik trouw zijn aan God en is als het ware Adonaj mijn God. Niet verbazingwekkend is het dat de middeleeuwse verklaarders hier hun tanden op stuk beten: Zou onze spirituele voorouder, één van de Patriarchen uit de Tora, werkelijk zo grillig, bijna lomp zijn om zijn geestelijke overtuiging afhankelijk te maken van brood en kleding? Wat is dat voor loyaliteit speciaal na zo’n indrukwekkend visioen waarin hij de Hemelse belofte van belangrijke zegeningen kreeg? Kan het zijn dat Jaäkov werkelijk zegt dat als hij zijn voedsel en kleding niet onmiddellijk kreeg, hij Adonaj niet zou accepteren als zijn God? Geconfronteerd met dit probleem lezen velen van de verklaarders Jaäkovs mededeling niet als een voorwaardelijke gelofte, maar als een gebed, zoiets als: “Laat God met mij zijn en mij beschermen en mij te eten geven en kleren om te dragen.” De 19de eeuwse Poolse verklaarder die bekend staat als de Netziv (R. Naftali Tzvi Jehoedah  Berlin) en in zijn commentaar op de Tora Ha’emek Davar* genoemd, verklaart het volgende deel van Jaäkovs verklaring: “en Adonaj zal voor mij tot God zijn” moet worden verbonden met de volgende zinsnede, dat hij in vrede moge terugkeren naar het land van Israël. De Netziv leest alle drie verzen als één bede: dat God hem bescherming, voedsel, kleding moge geven en hem in vrede doen terugkeren naar zijn vaders huis. Voor de Netziv staat Jaäkovs smeekbede om hem naar huis terug te laten keren, centraal omdat zijn huis in het Land van Israël stond en dit Land werd beschouwd als een plaats die bescherming bood en een hoge mate van spiritualiteit. {vgl. Rambam over deze verzen}. Echter het lezen van al deze drie verzen als één bede verklaart niet de zinsnede: “en Adonaj zal tot een God voor mij zijn.” Om dit deel van de puzzel op te lossen legt de Netziv uit dat deze bewoording niet voorwaardelijk is, maar in feite een geweldige geloofsverklaring: Jaäkov zegt dat zelfs in het Land van Israël waar Goddelijke zegeningen en bescherming gemakkelijker worden begrepen hij niet zal terugvallen op fysieke kracht maar zich zal herinneren vertrouwen te hebben in de Eeuwige. Dit is een boeiende verklaring die doet veronderstellen dat Jaäkov wist dat het ontvangen van een belangrijke zegen op zichzelf een toetsteen voor geloof is. Zoals ik ook verleden week aangaf is het een algemeen menselijk karaktertrek om goede dingen als vanzelfsprekend te beschouwen, zelfs zaken waarvoor we vele uren hebben gewerkt en gebeden.

Een klein kind belooft om elke dag met de hond te gaan wandelen, maar al gauw moet het er steeds aan worden herinnerd voor haar lievelingsdier te zorgen. Een paar trouwt uit grote liefde voor elkaar, maar al gauw vergeet men in de routine van het dagelijkse leven de eerlijke communicatie en schiet het echt luisteren er bij wijze van spreken bij in. Een rabbijn heeft, wanneer hij slaagt voor de opleiding grootse idealen voor Tora studie en het zich persoonlijk aandacht voor de voorschriften. Dan lijkt er in de hectische wekelijkse activiteiten net geen tijd te zijn om een boek te pakken (ik spreek uit ervaring!). Je krijgt hier het gevoel dat Jaäkov bovenal terug wilde naar het Beloofde Land, maar de midrasj stelt dat hij wist dat de echte uitdaging niet was om er te komen, het was het werken aan het realiseren van zijn capaciteiten op die plek. Het Land kan wel belangrijke fysieke en spirituele zegeningen bieden, maar als Jaäkov “verslapte” en ze vanzelfsprekend vond, zou hij niet beter af zijn dan vroeger. Hetzelfde geldt voor ons: We kunnen misschien wel hopen op en bidden voor een relatie, een nieuwe baan, kinderen, een gelukkig thuis, en veel andere mooie zaken, maar de moeilijkheid is om je zegeningen te tellen, door te gaan met je taak om te groeien, dankbaar te zijn en de moeilijke klus relaties hoog te houden, hetzij met de Eeuwige of met een persoon. We maken allerlei soorten gebeden en beloften naar God in moeilijke tijden; de kunst is om niet te vergeten “de Allerhoogste een God te laten zijn voor jou” wanneer je de plaats hebt bereikt waarna je reikhalzend hebt uitgekeken.

 aangehaald HaGaot B’Parshiot HaTorah door Jehoeda Nachsjoni, een boek met opstellen in het Hebreeuws dat verschillende gezichtspunten vergelijkt en contrasteert betreffende moeilijke passages uit de Tora.

 door Rabbi Neal Loevinger                           

Vertaling: Frits Pront

 

 

 

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

398520 bezoekers sinds 07-06-2010