Eenheid in verscheiden-heid

22-02-2013 door Huib Neven

Kies je voor een gesloten gemeenschap of voor een open samenleving? Govert Buijs, hoogleraar levensbeschouwing, vertelt er van alles over in een lezing genaamd “Het gevaar van eenheid”, ook te lezen in Letter & Geest van 16 februari jl. Buijs verdeelt de geschiedenis van de mensheid voor het gemak even in twee soorten gemeenschappen. In de ene groep spreekt iedereen letterlijk en figuurlijk dezelfde taal, de andere groep staat open voor zoveel mogelijk vrijheid en verscheidenheid. De eerste groep noemt hij de “unitariërs”, de andere “pluralisten”. Als voorbeeld van de “unitariërs” zijn een paar sprekende foto’s afgedrukt: een groep zakenlieden, de handen zelfvoldaan op de rug, gestoken in goedgesneden, donkere pakken en een groep Schotse padvinders met allemaal dezelfde groene kniekousen, dezelfde geruite rokken en dezelfde beige bloesjes. Dat bij een van hen de kousen zijn afgezakt, maakt de groep er niet minder hecht om. Het is duidelijk, hier zien we groepen die dezelfde overtuiging aanhangen en dezelfde codes hanteren. Ieder die anders denkt is een dissident en hoort er niet bij.

U begrijpt het al, een actueel onderwerp. Is het goed of verkeerd om een unitariër te zijn? In hoeverre geven we in een pluralistische samenleving aan unitariërs de ruimte? Concreter: Waarom worden weigerambtenaren ontslagen en waarom mag Youth for Christ geen jeugdwerk organiseren in Amsterdam?  De professor zegt er in zijn lezing allerlei interessante en diepzinnige dingen over, maar het gaat me nu alleen om één zinsnede uit de lezing: “Diep in ons allemaal huist een unitariër. Waarom? Misschien wel omdat we geneigd zijn de geborgenheid en eenheid van onze kinderjaren, het familieverband, als maatstaf te nemen voor het grotere verband waarin we later opereren.”

Dat zal waar zijn! Juist vandaag kreeg ik een brief van mijn grootmoeder in handen. Op de envelop staat in bevend handschrif: “Na mijn overlijden dit lezen.” In veel regelmatiger schrift vertelt zij in de brief over haar leven, haar huwelijk en over het overlijden van twee jonge kinderen. Aan het eind van de brief roept ze de overgebleven kinderen op elkaar te verdragen, voor elkaar te blijven zorgen en vooral om hun bekering bekommerd te zijn. De brief ademt een mengeling van donker, bang geloof en kinderlijk vertrouwen. De wonderlijke sfeer van “een godsdienst die zwaar tegen de hanebalken hing”, om de dichter Achterberg nog maar eens te citeren.

De brief ontroert me en dompelt me onder in de nestgeur van weleer. Ik zit als klein jongetje weer op divanbank bij mijn grootouders. Een tante die haar eigen loopbaan heeft opgeofferd om voor haar ouders en een invalide broer te zorgen, gaat redderend rond. In het midden van de kamer de tafel, met een opengeslagen statenbijbel, eromheen de door mijn opa zelfgemaakte stoelen. Aan de wand een kooitje met een piepklein witporseleinen voerbakje vastgeklemd tussen de tralies en een duif die zacht koerend de vrede verkondigt. Het harmonium staat geduldig te wachten tot “Worps psalmen” tot klinken worden gebracht. In de hoek van de kamer hangt een klein boekenkastje met groene gordijntjes, waarachter oude perkamenten banden: Smytegeld, Comrie… En achter de tafel, mijn oma. Ze is klein, ietwat gedrongen. Ze zit pront rechtop in een stoel met lage, ronde leuning, dezelfde waarin ik nu dit stukje zit te schrijven. Haar zilvergrijze, haren, verzameld in een aandoenlijk rond knotje, steken mooi af tegen haar witgestippelde zwarte schort. En altijd die tevreden, vriendelijke uitdrukking in haar blozend rond gezicht. Ze luistert meer dan ze praat, maar als ze spreekt, zijn het woorden van aandacht en zorgzaamheid. Een liever oma bestaat niet, denkt het jongetje op de divanbank in dat huis van dienstbaarheid en geborgenheid.

De tijd heeft sindsdien niet stilgestaan. Ik ben allang weggewandeld uit die  kleine, veilige, “unitarische” wereld en denk te begrijpen – de ene keer beter dan de andere – dat je niet kunt blijven hangen in oude patronen. Het leven is een zoektocht, een repeterende exodus, in ieder geval groter dan onze comfortzone. De wereld is pluralistisch geworden. Maar, zoals Govert Buijs bij herhaling in zijn lezing zegt, “het unitarisch bloed kruipt waar het niet gaan kan”, en daarom word ik verdrietig als men steeds maar weer zeurt over unitarische (meestal religieuze) groepen mensen in de samenleving die graag in overeenstemming met hun levensovertuiging willen leven. Alsof men aan de wereld van mijn oma morrelt.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

384682 bezoekers sinds 07-06-2010