De zonden van de voor-geslachten

24-05-2010 door Joop Neven

Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof van Jezus is {Rom.3 vers 25}. In Romeinen 3 vers 25-26 lezen dat de verzoening zich uitstrekt tot het verleden. Gods reddende gerechtigheid wordt betoond, door “de niet-toerekening van de tevoren bedreven zonden in het geduld van God” Van het begin van de mensheid af heeft de mens zich afgewend van God en anderen goden gediend. Maar God is doorgegaan met de mensheid van geslacht tot geslacht. Als Paulus in de stad Lystra komt om het Evangelie daar te prediken, worden hij en Barnabas het middelpunt van zo’n stukje afgodendienst. Hij roept de mensen op om zich te bekeren tot de levende God. Hij heeft ten tijde der geslachten, die achter ons liggen, alle volken op hun eigen wegen laten gaan, en toch heeft Hij Zich niet onbetuigd gelaten door wel te doen, door u van de hemel regen en vruchtbare tijden te geven en aan uw harten overvloed van spijs en vrolijkheid te schenken {Hand.14 vers 16-17}. Dat is de tijd van het geduld van God. Letten we hier op de vriendelijkheid van God: Hij heeft hen welgedaan door hun regen en vruchtbare tijden te geven van geslacht tot geslacht tot op de dag van vandaag. Hij laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardige omdat Hij de God van liefde is, zegt Jezus {Matth.5 vers 44-45}. Zijn geduld is zijn liefde voor hen. En nu wordt, nádat al die voorgeslachten die zonder God geleefd hebben, gestorven zijn, het Evangelie van Jezus verkondigd in deze heidense stad. Wat betekent die boodschap voor de “geslachten die achter ons liggen”? We horen het hier: God betoont zijn reddende gerechtigheid door de zonde niet toe te rekenen. Maar zegt Paulus dat hier inderdaad?

De Willibrord vertaling zegt: hen heeft God voor wie gelooft aangewezen als zoenoffer door zijn bloed. God wilde zo zijn gerechtigheid tonen, want Hij had in zijn verdraagzaamheid de zonden van het verleden laten passeren. Hij heeft zijn gerechtigheid willen tonen, nu in deze tijd.{Rom.3 vers 25-26}. Twee woorden spelen een rol. Eerst het Griekse woord dat vertaald is met “laten geworden” of “laten passeren”.Zo kan het inderdaad vertaald worden, meestal betekend het “vergeven”. Maar als het allebei kan, hoe weten we dan wat Paulus bedoeld? De volgende vraag is: Hoe spreekt de Schrift over de zonden van het voorgeslacht? Bij Paulus zelf lezen we “zij werden neergeveld in de woestijn”, en “er vielen op één dag drieëntwintigduizend” en “”zij kwamen om door de slangen, en “door de verderfengel” {1Kor.10 vers 5-10}. Dat is wat anders dan laten passeren. Dat woord past hier niet. We moeten daarom vasthouden aan de betekenis; “vergeven” of “niet toerekenen”. Het gaat hier niet om wat God in het verleden met die zonden gedaan heeft, dat hij ze toen liet passeren; maar het gaat om wat Hij er nú mee doet, ze vergeven.

Paulus is hier het Evangelie van Gods reddende gerechtigheid bezig te ontvouwen, die openbaar geworden is door het kruis en de opstanding van Jezus. Hij zegt dat God die gerechtigheid toont, door wat Hij doet met die zonden die in het verleden gepleegd waren. Als van die zonden alleen gezegd zou worden dat God ze liet passeren, dan was het niet meer dan: God liet ze toen liggen – niets van vergeving voor de voorgeslachten, waardoor hun zonden zijn weggedaan! De uitleggers die deze vertaling verdedigen, menen dan ook dat Paulus daarover niets zegt. Hij zou hier spreken over de straffende gerechtigheid van God als rechter. In het verleden heeft God de zonden laten zitten. Daardoor was er terecht twijfel ontstaan aan zijn rechtvaardigheid. Maar doordat Hij nú de zonde aan Jezus gestraft heeft, is die rechtvaardigheid een bewezen zaak – niemand kon nu meer iets op Hem aanmerken. Dát zou Paulus hier bedoelen. De NBG vertaling heeft het woord “gerechtigheid” om die reden vervangen door “rechtvaardigheid”. Paulus zou hier dus met het woord “gerechtigheid” ineens iets anders bedoelen dan in de voorgaande verzen. In het kruis van Jezus zou God bewezen hebben een rechtvaardig straffende rechter te zijn! Maar het kruis van Jezus bewijst iets anders: “God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is” {Rom. 5 vers 8}. Die liefde gaat niet voorbij aan de gestorven geslachten. Gods reddende gerechtigheid, die ons voor ogen gesteld is in het kruis van Jezus, omvat ook hen; ook voor hen is; vergeving van hun zonden

Bron: Het ene doel van God van Jan Bonda

 

 

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

391735 bezoekers sinds 07-06-2010