De vrouw zal de man omvangen

10-01-2016 door Joop Neven

“Hoelang zult gij aarzelen, o afkerige dochter? Want de Here schept iets nieuws op aarde: de vrouw zal de man omvangen” {Jeremia 31 vers 22}.

Een prachtige profetie. Je zou kunnen zeggen, de vrouw {Maria} zal de man {Hebr.de Geber =  de sterke, de Messias} ontvangen. Toen de Vader op aarde de Zoon vlees deed worden, gebeurde er iets nieuws. Een nazaat van de vrouw Eva ging de Man {Christus} bevatten.

Nog een mooi beeld zit er in deze tekst. De vrouw is als het ware de omhulling van de man, zoals zij ook het vlees is dat haar plaats in het geheel van de mens opvult. Jeremia 31 vers 22 “de vrouw zal de man omvangen”. Het woord voor vrouwelijk in het Hebreeuws is “nekebah”, en die naam komt van het woord “nakeeb”, dat “gat” of “holte” betekent. En die holte wordt verondersteld door de man gevuld te worden. Een holte zonder die vulling, zonder die kern erin, wordt verondersteld dus “on-vervuld” te zijn. Zij heeft haar bestemming niet gevonden. Daaruit stamt het gevoel dat een vrouw alleen niet goed is.

In de Bijbel staat het manlijke voor God (als Schepper) terwijl het vrouwelijke staat voor de schepping. God wordt voorgesteld als Vader terwijl de schepping gezien wordt als een vrouw (die in verwachting is). De relatie Schepper/schepping wordt afgespiegeld in de relatie manlijk/vrouwlijk. Je zou kunnen zeggen dat de Vader de schepping omvat, de “holte” wordt opgevuld door de Man, door God de Vader. En dan ga je Paulus beter begrijpen als hij in de Galaten brief zegt: “Want gij allen, die in Christus gedoopt {geïdentificeerd met Christus} zijt, hebt u met Christus bekleed. Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers één in Christus” { Galaten3 vers 27-28}. Op de zevende dag komen man en vrouw tot elkaar. Dan vervult zich wat Hooglied uitdrukt met dat elkaar zoeken en dan elkaar vinden van man en vrouw, die van elkaar gescheiden zijn, zoals God met de schepping die scheiding ook bij zichzelf maakte. Zij zijn van elkaar gescheiden, die beide helften, maar zij weten en voelen dat zij ook bij elkaar horen. En op die zevende dag komt het tot stand, die hereniging van alles wat tegenover elkaar stond, om uiteindelijk te eindigen in de achtste dag. “Wanneer alles Hem onderworpen is, zal ook de Zoon zelf Zich aan Hem onderwerpen, die Hem alles onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen” {1Kor.15 vers 28}.

Wat een geweldig Plan heeft God met Zijn schepping

7 comments on “De vrouw zal de man omvangen”


  1. Wim vd Toorn says:

    Dit is een waarheid als je er overnadenkt,
    dat heel teder is.
    Het raakt je of het raakt je niet.
    De gedachte die hier uit voort vloeit is dat,
    God zich als Man,overal in verbergt.
    Zoals Paulus zegt Christus IN U de hoop der heerlijkheid.
    Of wij hebben een SCHAT IN aarde vaten.
    En zo kunnen wij opgroeiien tot een volkomen MAN.
    En als we werkelijk een volkomen man zijn, dan
    gaan we heel voorzichtig met de vrouw om ,is de schepping en alles wat er bij hoort.
    Zo zien we dat God in ons woont en wij hebben een woning in God,en dit zijn waarheden van de achtstedag, oftewel de nieuwe schepping
    Hier is alles één geworden de liefde ten top
    gevoerd,alles blijkt dan bruikbaar geweest opweg naar dit grote eind doel DE MAN ZAL DE VROUW OMVANGEN,Schepping en Schepper, zijn één
    geworden een harmonie die hier niet te vertellen is maar waar je nu al eindeloos in kan verblijden.
    vr gr Wim

  2. Het is heel goed mogelijk dat ons in Jr 31:22 profetisch een ongelooflijk belangrijke waarheid wordt aangekondigd. Welke?
    Dat met het einde van het huwelijk ook de regeling van Gn 2:21-23 wordt ‘teruggedraaid’.

    Uit de Efezebrief weten wij dat in het menselijke huwelijk, mogelijk geworden doordat God bij de eerste mens mannelijk en vrouwelijk scheidde, al sinds Adam en Eva een groot geheimenis (mysterie) ligt opgesloten.
    Dat mysterie kwam aan het licht in de verbintenis tussen Christus en zijn Gemeentelichaam. In Ef 5:31-32 heeft Paulus dat uitgelegd.

    Nu is het een bijbelse regel dat wanneer de werkelijkheden verschijnen de schaduwen of voorafbeeldingen hun tijd gehad hebben en daarom moeten verdwijnen.
    Om die reden is ook Lukas 20:34-36 in dit verband van belang, want daar leerde Jezus dat precies dat gaat gebeuren: de regeling van het menselijke huwelijk zal een einde nemen.

    En die twee zaken bij elkaar genomen geven dus aanleiding tot de vraag: Zal de beëindiging van de huwelijksregeling tevens inhouden dat het principe van mannelijk en vrouwelijk wordt teruggedraaid?
    Jeremia 31:22 nu lijkt die vraag bevestigend te beantwoorden!
    De zaken op een rijtje :

    1. In Genesis 1:27 lezen we:

    En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep hij hen.

    2. In Romeinen 8:22 leert de bijbel ons dat de schepping nog altijd in barensnood verkeert!
    Kennelijk houdt die uitspraak de gedachte in dat de schepping nog altijd op afronding wacht.

    En op dat punt komt Jeremia 31:22 in beeld:

    Hoe lang zult gij u her- en derwaarts wenden, o afkerige dochter. Want Jahweh schept iets nieuws in het land: Vrouwelijk zal man omvangen.

    Toegegeven, heel geheimzinnige taal. Duidelijk is volgens de context het volgende:

    a Op etnisch Israël -niet alleen dochter maar ook maagd van Israël genoemd- wordt profetisch een beroep gedaan om zich weer tot haar echtgenoot Jahweh te keren (vers 21 en 22a).

    b De bewuste passage bevindt zich binnen hoofdstuk 31, het hoofdstuk waarin het Nieuwe Verbond wordt aangekondigd (vv 31 t/m 34), dat bedoeld is om als een hernieuwd huwelijksverbond tussen Jahweh en zijn uitverkoren volk Israël te dienen. Een getrouwe Rest zal aan die oproep gehoor geven en op grond van die regeling tot een hernieuwde relatie geraken met hun God Jahweh. Vergelijk Hosea 2:17-20; 3:5.

    c Naast die nieuwe regeling schept God dus ook iets totaal nieuws op aarde. De verzen 22 en 31 bevinden zich in een zelfde context.

    Bezien vanuit Genesis 1:27b -waar dus voor het eerst mannelijk en vrouwelijk werd gebruikt- is in vers 22 alleen sprake van het woord voor vrouwelijk.
    Het woord mannelijk [Hebreeuws: ZaaKaaR] verschijnt dus niet in vers 22.

    In plaats daarvan wordt het Hebreeuwse woord GeBeR gebruikt dat niet zomaar man betekent, maar eigenlijk betrekking heeft op een man die sterk wordt geacht; sterk in de zin dat hij zich onderscheidt van vrouwen, kinderen, en andere personen die niet fysiek sterk of strijdbaar zijn.

    De Groot Nieuws Bijbel (editie 1984) heeft blijkbaar op die grond gemeend de tekst als volgt te moeten weergeven:

    Ik begin iets heel nieuws: zo nieuw, zo anders zal het zijn, dat de vrouw een man kan zijn, en de man een vrouw.

    Heel opmerkelijk, maar dit is wel wat men noemt een interpreterende vertaling; niet verantwoord in verband met deze passage, omdat het een algemeen aanvaarde (vertaal)regel is dat een moeilijke passage die kennelijk een geheim in zich bergt, niet uitleggend mag worden weergegeven. Wat kennelijk bedoeld was om als een geheim te dienen, moet ook een geheim worden gelaten.

    In een latere GNB-versie (1996) is Jeremia 31:22 blijkbaar om die reden ingrijpend aangepast.

    Maar de vraag blijft of de oorspronkelijke weergave van de tekst niet juist precies datgene weergaf waarom het in vers 22 gaat:

    Vrouwelijk zal man [een sterke] omringen [of: omvangen]

    En wel in de zin dat mannelijk en vrouwelijk weer versmelten tot de oorspronkelijke situatie (de ongedeelde mens).

    De tekst zegt immers met nadruk dat Jahweh iets totaal nieuws zal creëren, en dat zou kunnen inhouden: de mens lichamelijk tot zijn oorspronkelijke, harmonieuze status terugbrengen; niet langer gescheiden van zijn vrouwelijke zijde.

    Kortom: Vrouwelijk zal GeBer [mannelijk] omringen


  3. Roeline says:

    Ik lees hier twee visies. De eerste uitleg dat het hier gaat om de geboorte van Christus, wat me aanspreekt. Echter, uit de context van Jeremia 31 vers 22 lees ik dat het over Israël gaat. De context verklaart het volgende: Israël had het (huwelijks)verbond met de Heere verbroken en Jesaja roept op om terug te keren tot de Heere. Vervolgens wordt er gesproken over een nieuw verbond. In dat nieuwe verbond schrijft God zijn wetten in hun hart door zijn Geest. In dit hoofdstuk lezen we vervolgens dat de insteek van dit nieuwe verbond iets geheel nieuws is. Kortom, het is nog nooit eerder gezien. Noch na, noch voor de instelling van het huwelijk in Genesis 1 en 2. We kunnen hieruit lezen dat het niet (meer) gaat om het fel begeerde huwelijksverbond door de Heere, maar om iets nieuws wat voortkomt uit dit nieuwe verbond. In plaats van een huwelijk, zien we een ‘engagment’ tussen man en vrouwelijk. Er staat niet ‘mannelijk’ zal ‘vrouwelijk’ omvangen, maar inderdaad ‘vrouwelijk’ zal ‘man’ omvangen. De omhulling van de man zal het vrouwelijke zijn, net zoals het ook waar is dat de vrouw omhuld was door de man (voor de zondeval), omdat zij immers uit Hem genomen is. Dat sluit overigens niet uit dat Jeremia inderdaad de geboorte van de Messias voorzegt. We zien wel vaker dat profetie over Israël ook van toepassing is op de Messias. Voorbeeld: ‘Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen.’ De zoon is Israël, maar ook de Messias, die immers na de dood van Herodes met Jozef en Maria weer terugkeerde naar Israël. Heel mooi!
     
    Twee argumenten tegen
    Toch ben ik nog wat huiverig om de tweede visie – die stelt dat vrouwelijk de man zal omvangen – op de toekomst te laten slaan. Het is niet waar dat ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’ verenigd zullen zijn in het opstandingslichaam, want in Jeremia 31 gaat het over ‘vrouwelijk’ dat (sterke) man zal omvangen. Daarnaast is het misschien is het wel een stap te ver om ‘omvangen’ direct te vervangen door ‘verenigd.’
     
    Argumenten vóór
    Aan de andere kant wil ik eens wat argumenten geven die hier wel iets voor zeggen. De lichamen  van de gelovigen zullen na de opstanding zijn als de engelen, waarmee Jezus bedoeld dat zij net als de engelen ongehuwd zullen zijn. Het ligt voor de hand om nu gelijk te denken dat deze engelen zowel ‘mannelijk’ als ‘vrouwelijk’ zijn, maar dat zegt de Heer in ieder geval niet.
    Wie zegt dat deze engelen (als man) omvangen zijn door het vrouwelijke overvraagt in ieder geval de tekst. Alleen met redeneren kun je zo’n conclusie trekken, de Bijbel spreekt daar echter niet over. We gaan even uit van Adam.  Wat we van hem weten is dat deze mens (Adam) vóór de instelling van het huwelijk in Genesis geschapen was als mannelijk en vrouwelijk in één. Wat we ook weten is dat God daarna de vrouw uit de man schiep en pas daarna stelde Hij het huwelijk tussen hen in. Dus vóór het instelling van het huwelijk en voor de schepping van Eva uit Adam was de mens mannelijk en vrouwelijk tegelijk. Dat kunnen we met zekerheid zeggen. Alles wat we verder zeggen is speculatie.
     
    Niet verder gaan dan wat geopenbaard is
    We kunnen proberen om de lijn van Adam door te trekken naar Jezus. Maar daarmee begeven we ons al op glad ijs. Was Jezus als volmaakt Mens uit de hemel mannelijk en vrouwelijk zoals de mens dat was die God uit de aarde formeerde? Omdat Adam nog geen ‘man’ was in de juiste zin van het woord, maar de naamloze ‘mens’, zou je kunnen denken dat Jezus als volmaakte Mens ook mannelijk en vrouwelijk was. Specifiek als Paulus Hem ‘de Mens Christus Jezus’ noemt. Als Jezus de ware Adam is, had was Hij dan in die zin hetzelfde als Adam vóórdat Eva uit hem geschapen werd? Zinnebeeldig wordt het beeld van Eva die uit de zijde van Adam genomen wordt, ook doorgetrokken naar zijn vrouwgemeente die uit zijn zijde werd geboren. Die gemeente werd geboren, maar Eva werd gebouwd uit de zijde. Ook dit is nog een gewaagde uitleg, omdat het er nergens zwart op wit staat.
     
    Mens en man
    Werd Jezus bijvoorbeeld daarna pas als Adam ‘man’ toen de gemeente uit Hem werd geboren? Er kwam immers water en bloed uit de zijde van de Jezus? Kun je zeggen dat uit Hem die kwam door water en bloed, ook degenen geboren uit water en Geest zijn die de gedoopt werden en zijn kruis droegen? Die gemeente werd geboren uit zijn zijde, precies zoals Eva werd genomen uit de zijde van Adam. Kortom, was Jezus – als de ware Mens – mannelijk en vrouwelijk? Eigenlijk weten we dat niet. Het zou een bron van haarkloverij kunnen zijn voor een nieuwe kerkscheuring. Was Jezus nu mannelijk en vrouwelijk of was Hij naar de profetie van Jesaja de sterke Man omvangen door het vrouwelijke (zogende) van Maria? In die zin was hij trouwens echt een nieuwe Mens, aangezien de mannelijke lijn niet werd doorgezet, maar Hij uit God gebeoren werd. Ook dit was iets een geheel nieuwe schepping op aarde!
     
    Wij zullen Hem gelijk zijn
    Of dit zo uitgelegd kan worden weten we niet. Ik neig er meer naar te denken dat Christus de Man was, omhuld door het vrouwelijke. Dat is volgens mij dee meest betrouwbare visie. Misschien is het waar dat wij ook – naar het beeld van Christus – man zullen zijn omhuld door het vrouwelijke, maar om dit te lezen uit de tekst van Jeremia 31 vers 22 gaat wat ver lijkt me, omdat er minder in de tekst staat dan wordt uitgelegd. Alleen vrouwelijk zal man omvangen, niet andersom. Wat dus zeker niet waar is – op grond van Jesaja 31 – is dat het vrouwelike en het mannelijke in elkaar zullen versmelten. Dus als wij het beeld van de hemelse gelijk zullen zijn, kunnen we alleen zeggen dat we zullen zijn als Christus Jezus, maar meer ook niet. Als wij Hem liefhebben, mag dat denk ik voldoende zijn om ons in te verheugen!
     
    Niet in de verre toekomst, maar in het verleden
    Maar daarmee zijn we er nog niet. Profeteerde Jeremia niet over de toekomst, misschien dan wel over het heden of verleden. Willen we weten in welke tijd we de profetie moeten plaatsten, laten we dan eens kijken voor wie deze profetie bestemd is. Deze profetie in dit bijbelgedeelte gaat over Israël. De toepassing is dus voor Israël in het heden of het verleden. We hebben meen ik gezien dat de profetie voor de toekomt onvoldoende grond biedt om deze schriftuurlijk uit te leggen. (Tenzij er iets anders wordt bedoeld met ‘vrouwelijk’ zal ‘man’ omvangen).
     
    Wat we kunnen zeggen is: het nieuwe dat wordt geschapen op de aarde gaat in eerste instantie over Israël. Naar mijn idee gaat het niet over de periode van het Oude Testament, omdat daar nergens wordt gesproken over een vervulling van deze profetie (alhoewel de SV de tekst in het verleden van de porfeet Jeremia plaatst). Als er een toepassing is moet de profetie gaan over de Joodse gemeente. Dat kan betekenen dat we de vervulling al vinden in het Nieuwe Testament. Waarbij ik de kanttekening wil maken om voorzichtig te zijn dit direct op onszelf toe te passen, omdat deze belofte aan Israël werd gedaan en aan de heidenen zoals bijvoorbeeld Cornelius die zich bij die gemeente voegden. De Korinthiers waren ook heidenen die op dezelfde gronden (nog) bij de Joodse gemeente hoorden.
     
    In Korinthe zien we een voorproefje van ‘vrouwelijk’ dat de ‘man’ zal omvangen. Vanaf het begin van de schepping eerste instantie omhulde de vrouw alleen zichzelf door het lange haar, wat aan haar gegeven was als ‘een omhulling’. We lezen dat ze uit de man is, maar ook dat ze geschapen is omwille van de man en niet andersom. Dat maakte dat ze geen woord van het Hoofd Christus kon otvangen, omdat ze immers hoofdelijk onder de man stond.
     
    Ook de vrouw kan woorden van Gods Geest ontvangen
    Maar dan, als het erover gaat dat man en vrouw samen in de Heere zijn, komt er een keerpunt: “En toch… en toch ondanks zijn voorgaande redenering over vrouw en man, draait hij het nu om: "En toch in de Heere is de man niets zonder de vrouw." Het mocht dan zo zijn dat de vrouw omwille van de man is geschapen en dat zij uit de man genomen was, maar nu in deze nieuwe situatie (want dat is het nu ze samen in de Heere zijn), was de man niets zonder de vrouw. En nu omdat de vrouw op gelijke voet werd gezet met de man wat betreft hun gelijkwaardigheid in de Heere, had deze vrouw een gelijkmaker, een macht op het hoofd nodig, waarmee zij niet zoals haar haar alleen zichzelf omhult, maar nu ook de man in het algemeen. ‘Vrouwelijk’ zal ‘man’ omvangen. Hij heeft haar nodig, zonder haar kon hij niet gered worden in de Heere. Let wel ‘in de Heere’. Dat wil zeggen dat de Heere hen de kracht gaf om gered te leven. Zij kon hem het leven niet geven, hij kon haar niet redden. Maar de Heere kan dat wel en daar wilde hij hen samen voor gebruiken.
     
    Geen herstel van de oude situatie!
    Toch was dit werkelijk een nieuwe situatie. Het is geen herstel van de oude situatie van de man en zijn hulp, voordat Adam en Eva leefden als man en vrouw in het algemeen. Nee dit ging veel verder! Dit was werkelijk iets totaal nieuws! Geen nieuw voorschrift van Paulus om de vrouw haar plaats te wijzen, maar wie goed leest ziet de omkering in het relaas van Paulus: En toch…! De vrouw kon al niet zonder de man wat betreft haar redding, maar was het niet gebleken dat de man helemaal niet in staat was de vrouw te redden? Adam was de sterke. Maar zijn kracht werd verbroken toen hij zich door Eva liet overheersen. Zij waren gelijkwaardig, maar hij had zich ondergeschikt aan haar gemaakt. Alleen de Heere redt! De man in het algemeen kon net redden, vanaf de zondeval af. De Heere redt. Man en vrouw redden en geven het leven door de kracht van de Heere, door wie zij samen omhuld zijn. Ik in de Vader, gij in mij en ik in U. De vrouw was nu ook in Hem op een gelijkwaardige manier.
     
    Redding in de Heere
    Hoe redden zij en gaven zij leven? Middels het profeteren. De man kon niet langer zonder de vrouw in het algemeen. Het nieuwe zit hem in de macht op het hoofd ten opzichte van het haar van de vrouw. Met het haar van de vrouw om hulde zij zichzelf als hulp va de man. Met de hoofdbedekking omhulde zij als vrouwelijke de man, omdat dit haar gelijkwaardig aan de man maakte in de Heere. Zo werden zij middels de macht op het hoofd gelijkwaardig wat het profeteren betreft (wat het leren betreft blijven er verschillen, aangezien het een feit blijft dat Adam eerder werd geschapen. Wat dat betreft bleef zij onder worpen aan de man, maar wat het profeteren betreft niet. We zien hier bij Israúl een vorbeeldje van de deze eenheid: man en vrouw gelijk waardig in de Heere. Wat je even in de gaten moet houden, is dat het hier gaat om ongetrouwde mannen en vrouwen, mannen en vrouwen in het algemeen. Wat betreft het huwelijk moet de vrouw ondergeschikt blijven aan haar man en hem niet zeggen wat hij doen moet.
    En ook nog onder het nieuw verbond van Israël, de Joodse gemeente, met de Heere.
     
    Een voorbeeld voor toen en nu
    En zo waren deze man en vrouw in de Joods-christelijke gemeente een voorbeeldje voor de Heere (God) en zijn gemeente. Zoals Hij in hen was, omving zijn gemeente Hem. ‘Vrouwelijk zal man omvangen.’ Maar… het is ook een vorbeeld voor ons, zodat we beter zouden snappen wat het nu precies betekent om gelijkwaardig ‘in Christus’ te zijn, zoals de Korinthiers als man en vrouw gelijkwaardig waren ‘in de Heere’. In deze hele context – waar het gaat over het einde van het huwelijk, terwijl er iets nieuws komt – zou je kunnen denken aan deze ongehuwde engelen, op welke manier zich ‘man/ mannelijk’ en ‘vrouwelijk’ dan ook verhouden. Omdat er in de  Korinthebrief een voorbeeld wordt gegeven van de opheffing tussen de vrouwelijke en mannelijke verschillen in de Heere, weten  we nu ook beter wat Paulus in Galaten bedoeld met de tekst dat er geen onderscheid meer is tussen mannelijke en vrouwelijk in Christus. Daarnast moeten wij wel beseffen dat profeteren heeft afgedaan (als je tenminste inziet dat het volmaakte is gekomen met – kort door de bocht het tot stand komen van de Bijbel).
     
    Toegepast
    Zit er werkelijk een verschil tussen ‘in de Heere’ en ‘in Christus’? Zeker. De Joods-Christelijke gemeente was ‘in de Heere’. De gemeente nu is ‘in Christus’, waarvan Paulus in Galaten zegt dat er geen onderscheid meer is tussen mannelijk en vrouwelijk. Het wegvallen van dit onderscheid heeft ook iets te maken met de engelen waar Paulus in Korinthe over had. ‘Vanwege dit moet vrouw een macht op het hoofd hebben vanwege de engelen.’ Ook hier weten we weer niet precies wat er nu staat. Al snel lezen we er teveel in. Vor de duidelijkheid wil ik de context even verklaren. Het lijkt erop of Paulus bedoeld engelen het woord vanaf Christus doorgaven, zoiets als je vindt in Openbaring waar elk van de zeven gemeenten afzonderlijk een engel heeft aan wie het woord woordt gericht. Ook de wet werd gegeven door de beschikking van engelen, dat was geen vreemd gebruik voor de tijd dat de gemeente nog ondder de wet stond. Ook de Korinthiërs waren in die zin nog ‘onder de wet’, alhoewel zij de wet niet hoefden te houden. Zij waren immers heidenen voor wie de wet ook te zwaar was. Dat verklaart vrouwen en mannen het woord ontvingen door de beschikking van engelen, die nodig waren om het woord van God en Christus, door te geven.
     
    Gelijkwaardig ten aanzien van de verlossing en de genade
    Dat zij nu gelijkwaardig zijn, betekent niet dat zij ook gelijksoortig zijn. Alhoewel er ten opzichte van de genade en de verlossing geen onderscheid meer is, blijft het natuurlijk wel een feit dat Adam nog steeds eerder werd geschapen. Dat houdt in dat er wt betreft het leren in de gemeente van vrouwen nog steeds ristricties blijven. Nu is het niet mijn bedoeling hierover te discussiëren, maar ik noemde het even in relatie tot mijn pogingen eens wat op te schrijven over ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’. Ik hoop dat het je weer op betere gedachten brengt.
     
    Heb je betere argumenten hoor ik die graag.


  4. kees says:

    Ik zocht de betekenis van dr tekst de vrouw zal de man omvangen
    En zie heel anders dan ik dacht


  5. d.planting says:

    moeilijk onderwerp,het houdt meer in dan wij denken,lijkt mij De heer zal ons meer inzicht geven,als dat nodig is.Laten wij daarop wachten!


  6. Waatse Postma says:

    Met de deur in huis: Het eerste gedeelte van Jer.31:22(A) heeft betrekking op vers 21 en lijkt niets te doen te hebben met Jer.31:22B, waar staat: “Voorzeker, de HEERE heeft iets nieuws geschapen op de aarde: een vrouw zal een man omvatten” Het lijkt op een onbegrijpelijke losse zin in de tekst, nét zoals Jer.30:24 dat lijkt te zijn..en er volgen in dat hoofdstuk meer van die zinnen. Toch moeten we gewoon lezen wat er staat en ze soms even parkeren zonder uitleg. Jeremia 30 + 31 horen qua verhaallijn bij elkaar. Door vragen te stellen en opmerkingen te plaatsen krijg je soms ook nader inzicht.
    Uit alle teksten van de Wet van Mozes, de Profeten en de Apostelen, blijkt dat de Schepping klaar is en dat daarna een sabbat volgde. O.a. in Exodus 20:11. Op andere plaatsen in de Schrift lezen wij dat dit rusten ook geldt voor het gedomesticeerde vee, voor de kinderen van slaven en alle andere vreemdelingen die in het land of bij het volk Israël zijn. (Ex.23:12)
    Op het niet houden van de sabbat staat zelfs de doodstraf! (Ex. 31:15 en Ex 35:2)
    (Verschillende herhalingen, ook in Ex. 31:17, Ex.34:21, Ex. 35:2, Lev. 23:3 en Deut. 5:13)
    Exodus 34:21. Een eeuwig verbond is het, vlgs. Ex.31:16
    Toch staat het er, de tekst voor deze overdenking, in Jeremia 31:22b;
    “Voorzeker, de HEERE heeft iets nieuws geschapen op de aarde: een vrouw zal een man omvatten.” In de Oude Statenvertaling staat omvangen i.p.v. omvatten, en begint het met: Want de Heere heeft…enz.

    Wat kunnen we daaruit opmaken:

     Allereerst is duidelijk dat de HEERE destijds iets nieuws geschapen heeft en dat het al tientallen eeuwen klaar is. (taalkundig is het voltooid tegenwoordige tijd)
     Plaatsaanduiding: Op de aarde.
    Koning David schreef al in Psalm 24:1“De aarde is van de HEERE en al wat zij bevat, de wereld en wie er wonen.” Dat het gaat om de planeet aarde, waarop wij nu zijn, is duidelijk. Nadere uitleg is niet nodig.
     Het omvatten / omvangen moet iets nieuws zijn, dus niet iets wat al bestond.
     Het is niet een initiatief van een vrouw, die besloten heeft om een man te omarmen of iets dergelijks, daar zou ook geen nieuwe schepping voor nodig zijn. Nee; “de HEERE heeft iets nieuws geschapen..” enz.
     Het is iets wat hoogst uitzonderlijk en heel belangrijk is, het woord “voorzeker” wordt in het Oude Testament gebruikt voor een aankondiging die de volle aandacht van de hoorder verlangd. De vertalers hebben niet voor niets voor dat woord gekozen vanuit de grondtekst. De aloude S.V. schrijft “Want de Heere heeft”
    Net zoals de Heere Jezus Christus de uitdrukking “Voorwaar, Ik zeg u” gebruikte, zo wordt in het O.T. “voorzeker” veelvuldig met dezelfde intentie gebruikt. (HSV vert.)
    Volle aandacht vereist!
     We weten uit de eerste hoofdstukken van Genesis dat ‘de vrouw’ werd geschapen uit een rib van ‘de man’ maar beiden naar het Beeld van God; beiden heersers over heel de aarde en alle dieren.
     Die (be-)heerstaak is ook bij de straf of de zonde van de vrouw door JHWH niet weggenomen(!) de straf had enkel betrekking op de relatie man/vrouw in een huwelijkse situatie.
    We moeten even een stapje terugzetten om tot goede beeldvorming te komen:
    • -/- tekst Gen.1 -/- Het was het avond geweest en het was morgen geweest: dat was de vijfde dag. (Dit is nodig om de andere volgorde van de joodse dag duidelijk te maken)
    • Nadat de morgen van de 5e dag voorbij was, begon de 6e dag en heeft de HEERE God eerst levende wezens naar hun soort tot leven geroepen, die bracht de aarde voort: vee, kruipende dieren en wilde dieren van de aarde, naar zijn soort (Gen.1:24)
    • Daarna, nog steeds op de 6e dag, maakte God de wilde dieren van de aarde naar hun soort, het vee naar hun soort, en alle kruipende dieren van de aardbodem naar hun soort (Gen.1:25)
    • Het voornemen om mensen als mannelijk en vrouwelijk te maken, is God’s plan. (Gen.1:26)
    • Dat plan wordt werkelijkheid, het voornemen wordt uitgevoerd (Gen.1:27, Gen.2:21ev.)
    • Zij werden op dezelfde dag gemaakt; Uit het ene lichaam dat door de HEERE God uit het stof van de aardbodem vormde (Gen. 2:7) op de 6e Scheppingsdag
    • Het lichaam dat God gevormd had, kreeg door inblazing de levensgeest van de man
    • De man werd in het paradijs geplaatst en kreeg de opdracht om die te bewerken en te onderhouden. (Gen.2:15)
    • Als eerste taak, nog steeds op de 6e dag, bracht de Heere alle dieren van het veld, al het vee en alle vogels in de lucht bij Adam (Gen.2:19) en Adam gaf alle dieren, die derhalve zowel mannelijk – als vrouwelijk bij hem voorgeleid werden, zodat zij – ondanks hun uiterlijke verschillen – , een unieke soortnaam en soms een eigennaam kregen voor het mannelijk dier en het vrouwelijk dier. (Kip/Hoen: haan en hen, Schaap: ram en ooi, enz.)
    – De hele dag per paar voorgeleid
    • Adam voert zijn opdracht uit (Gen.2:20) maar toen hij klaar was, vond hij voor zichzelf geen helper als iemand tegenover hem; Geen vrouwelijke mens.
    > Het woord man bestond nog niet, die aanduiding gaf Adam later aan zichzelf .
    (Gen.2:23b)
    > het woord vrouw kwam nog niet voor, niet eerder dan de HEERE het voor Zichzelf
    gebruikte, toen hij de vrouwelijke mens naar Adam bracht om te zien hoe hij haar
    noemen zou. (Gen.2:22) Adam gaf haar de naam ‘vrouw’ (mannin) Gen.2:23b
    > De HEERE gaf hen de naam mens, volgens Genesis 5:2 “Mannelijk en vrouwelijk
    schiep Hij hen, en Hij zegende hen en gaf hun de naam mens, op de dag dat ze
    geschapen werden.”
    > In de grondtekst staat geschreven dat hij geen helper (een mannelijk woord) vond
    voor zichzelf. Dat duidt minimaal op principiële gelijkwaardigheid.
    > Overal in de Bijbel is een helper iemand die hulp bied aan iemand die hulp nódig heeft.
    > Als je wat er in Genesis 1 + 2 staat goed tot je door laat dringen, dan is alles erop gericht
    om juist de gelijkheid van man en vrouw bij de schepping naar voren te brengen, dat
    blijkt óók uit scheppingsorde; uit één basislichaam voortgekomen. Gelijkwaardig.
    • Het moet een langdurige en vermoeiende bezigheid geweest zijn voor de mens Adam om al die dieren een unieke naam te geven. Hij zat onmiddellijk weer in die rol toen zijn echtgenote bij hem gebracht werd en hij haar een naam gaf.
    • Toen Adam met zijn taak klaar was, vond hij voor zichzelf niet iemand die er uitzag als iemand tegenover hem, dat betekend alleen: geen vrouw. Niet meer en niet minder.
    • “Toen liet de HEERE God een diepe slaap op Adam vallen, zodat hij in slaap viel; en Hij nam een van zijn ribben en sloot de plaats ervan toe met vlees. En de HEERE God bouwde de rib die Hij uit Adam genomen had, tot een vrouw en Hij bracht haar bij Adam.” (het grondwoord dat hier vertaald wordt met ‘een vrouw’, wordt het best in het Engels vertaald met ‘his wife’ Dat wordt weer het best vertaald in het Middelnederlands door de aanduiding ‘sijn wijf ’. In het tegenwoordige Nederlands zou dat vertaald worden met echtgenote.
    “Toen zei Adam: Deze is ditmaal been van mijn beenderen, en vlees van mijn vlees! Deze zal mannin genoemd worden, want uit de man is zij genomen.” Genesis 2:21-25
    (mannin – Of: vrouw; het Hebreeuwse “isha” (vrouw) lijkt op “ish” (man). – HSV kantlijn)
    • De HEERE schiep de vrouw als metgezellin, de vrouw van het huwelijksverbond, volgens Maleachi 2:14. Dat sluit aan bij Zijn uitspraak dat het niet goed is dat de mens alleen is.
    • De Heere maakte één metgezellin, terwijl Hij nog geest over had, en waarom die ene?
    De Heere wil (‘zocht’) een goddelijk nageslacht, uit mensen! – Mal.2:15a
    • Daarom moet een man op zijn hoede zijn met zijn geest en niet trouweloos handelen tegen de vrouw van zijn jeugd. (Mal.2:15b) Want de HEERE, de God van Israël, zegt dat Hij het wegsturen van de eigen vrouw haat – Mal.2:16
    • Nadat de Heere zijn echtgenote bij Adam gebracht had, sprak de HEERE:
    “Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn. (Gen.2:24 + vlgs. Jezus Christus in Mat.19:5)
    • Adam en zijn vrouw waren beiden naakt, maar zij schaamden zich niet. (Gen.2:25).
    Dat zegt iets over onbevangenheid en over het klimaat.

    Het is niet buiten de HEERE om gegaan, dat de bewoordingen ‘helper als tegenover’ tot een onjuiste interpretatie geleidt heeft, zoals ook blijkt uit de diverse uitspraken van Apostel Paulus, vele, vele, eeuwen na het geven van de Thora aan de mensen. Ook hij ontving naar God’s wijze raad geen volledig inzicht in het Profetisch Woord van de Heere, dat soms toegesloten blijft tot de tijd van het einde of een ander bepaald moment. Dat blijk uit zijn diverse, uitingen over de rol van ‘de vrouw’ in zijn diverse brieven, waarbij hij ondanks zijn roeping, geen volledig zicht ontving op het hele volbrachte werk van de Heere Jezus Christus.

     De Heere Jezus Christus nam de zonden van de wereld op zich en droeg de straf op al die zonden ten volle, én herstelde daarmee de Vader – kind relatie met de HEERE. Dat Hij daarmee óók de straf op de Paradijselijke zonden van de vrouw volledig heeft uitgeboet, is kennelijk niet ten volle doorgedrongen, omdat de tijd er nog niet rijp voor was. De Heere moest eerst nog straffelijke zonden, bestraffen.
     Vaak gebruikt de HEERE de aanduiding ‘de mens’ waarmee Hij doelde op beiden: man en vrouw, of de mens c.q. de mensheid, alle mensen, enz.
    “En Hij [Jezus Christus] antwoordde en zei tegen hen: Hebt u niet gelezen dat Hij Die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft,”
    – Mattheüs 19:4

    Dat hier (Jer.31:22B) het begrip Schepping gebruikt wordt, eeuwen na Dé Schepping van hemel en aarde, waarvan in Genesis 2:1 geschreven staat dat die voltooid is, is meer dan bijzonder. “Zo zijn de hemel en de aarde voltooid, en heel hun legermacht.” Enz.
     Daarover een tijd na te denken en te laten bezinken en de diepte daarvan te peilen is geen overbodige luxe. Dat doordenken kan aanbevolen worden in het licht van wat Apostel Paulus schreef in Ef.3:18-21 “opdat u ten volle zou kunnen begrijpen, met alle heiligen, wat de breedte en lengte en diepte en hoogte is, en u de liefde van Christus zou kennen, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld zou worden tot heel de volheid van God. Hem nu Die bij machte is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkzaam is, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. Amen.”
     Toen de Heere God Adam schiep door hem te maken, door hem te vormen uit het stof van de aardbodem, was de substantie waaruit later op de dag Eva gemaakt werd
    (rib; been en vlees?) in Adam, waardoor het lichaam van Adam feitelijk het door de Heere God te vormen lichaam van Eva in materiële aanleg bevatte / omvatte / omving.
    Beiden ontvingen de levensgeest / ziel op bijzondere wijze van de Heere God.
     Wordt hier in de tekst van Jer.31:22B iets dergelijks bedoeld? Iets fysieks?
    Dat is zeer onwaarschijnlijk. Dan zou daar in de Bijbel toch veel meer over geschreven staan.
     Als hier iets fysieks bedoeld wordt, dan is dat niets nieuws, want iedere zwangerschap vanaf Eva is een omvatten / omvangen door het lichaam van de vrouw en geldt voor zowel jongens als voor meisjes, terwijl de tekst hier iets zeer bijzonders zegt over de vrouw ten overstaan van de man, op God´s initiatief.
     Je zou kunnen denken aan de bijzondere zwangerschap van Maria, de moeder van onze Heere Jezus Christus. In zekere zin is dat voor een gedeelte ook een nieuwe Schepping, door de bijzondere oorzaak van die zwangerschap mee te wegen in een overdenking daarvan, maar ik denk dat u met mij zal beamen dat dat hier niet bedoeld wordt, omdat in de Schrift juist benadrukt wordt dat de vleeswording van Christus uit de bestaande mens was. Dat is alleen fysiek zo. Dus ook hierbij geen zuivere fysieke nieuwe Schepping op de aarde.

    “De HEERE heeft David in waarheid gezworen, en Hij zal daar niet van afwijken:
    Eén van de vrucht van uw schoot zal Ik op uw troon zetten.” – Ps. 132:11
    “Zegt de Schrift niet dat de Christus komt uit het geslacht van David en uit het dorp Bethlehem, waar David was?” – Johannes 7:42

    Realiseren wij ons wel voldoende dat Jezus Christus door de vleeswording uit Maria, Zijn moeder, uit de schoot van David komt, niet door het wettige zoonschap van Jozef, dat rechtskundig wel uitwerkt dat Jozef als vader aangemerkt wordt, maar het kind Jezus is niet uit zijn schoot afkomstig, zoals o.a. Psalm 132 vermeld. Het is door ‘de vrouw’ dat de Heere Jezus Christus uit Davids lichaam voortkwam. Denk hierbij ook aan ‘de moederbelofte’ uit Genesis 3 en hoe Openbaringen 12 over ‘de vrouw’ en het ‘Kind’ schrijft.
     Wat overblijft is, dat Jer.31:22B anders of geestelijk verstaan moet worden.
     Daarover is wél iets te vinden in de Bijbel, opgeschreven door de belangrijke Apostel van de heidenen; Paulus. Hij schrijft in 2 Korinthe 5:17
    “Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.”
    Gelukkig, we kunnen vinkjes plaatsen bij;
     “nieuwe schepping” en bij:
     “andere ofwel geestelijke duiding”

    Klaar.

    Klaar?

    Het gaat hier in Jer.31:22B enkel en alleen maar over een nieuwe schepping en activiteit van de vrouw. De man in dit verhaal speelt slechts een figuratieve rol, terwijl de man sinds de zondeval heerst over de vrouw, volgens Gen. 3:16; een straf op de zonde van de vrouw.
    De zonden van de man worden in Gen.3:17-19 ook bestraft.
    Het was trouwens geen verplichting voor de man om over de vrouw te heersen; Een straf voor de één, is nog geen opdracht voor de ander. En uit hetgeen wat er verder geschreven staat over het huwelijk van Adam & Eva, blijkt dat Adam haar niet overheerste. Maar dat terzijde.
    Beiden, man en vrouw zijn in Christus een nieuwe Schepping, dus dat wordt in vers 22B van Jeremia 31 niet bedoeld en lijkt het wel of we weer terug zijn bij af.

    Misschien moeten we eens kijken naar de plaats van Jeremia 31:22B in de totale profetie die Jeremia aan ons doorgeeft. Als we ons beperken tot Jeremia 30, dan lezen we van beloften van herstel en verzoening op initiatief van de Heere onze God voor het verbannen Israël die de straf verdient had. Feitelijk is het hele hoofdstuk behoorlijk positief van toon.
    Opmerkelijk is dan ook dat de laatste verzen van dat hoofdstuk als een dissonant daar haaks op lijken te staan;

    “Zie, een storm van de HEERE, grimmigheid is uitgegaan, een aanhoudende storm, op het hoofd van de goddelozen zal hij blijven. De brandende toorn van de HEERE zal zich niet afwenden, tot Hij gedaan en tot Hij tot stand gebracht heeft de gedachten van Zijn hart. In later tijd zult u dat begrijpen.” – Jeremia 30:23+24

    Het gaat plotseling over grimmigheid en toorn. Die twee verzen zweven als het ware een beetje in de lucht, het lijkt niets te maken te hebben met de overwegend positieve uit dat hoofdstuk, en ook niet met de eerste verzen van hoofdstuk 31; het gaat daar gewoon weer door met positieve beloften van de Heere voor zijn volk.
    In ieder geval is duidelijk dat goddeloosheid zwaar bestraft wordt en dat straf voor goddeloosheid doorgaat totdat de Heere de gedachten van Zijn hart volbracht heeft.

    Dit duidt erop dat we Jeremia 31 ook moeten lezen als iets wat nog gebeuren moet in later tijd. Daarnaast kunnen we uit de inhoud van de profetieën en het Evangelie van Jezus Christus weten, wanneer iets plaats gaat vinden, en/of wat er nu al feitelijk plaatsgevonden heeft.
    Wat in de HSV vertaald is met “In later tijd zult u dat begrijpen.” staat in de Statenvertaling vermeld als: “in het laatste der dagen zult gij daarop letten.”
    En als je het letterlijk vertaald, – staat er in de kanttekening van de HSV-; Aan het einde van de dagen. Dus het is niet zo raar dat iets nu in deze tijd de aandacht trekt en dat we er altijd over- of langsheen gelezen hebben… omdat we het niet begrepen! Interessante ontwikkeling!

    Staat niet ergens de uitspraak van de Heere Jezus Christus opgeschreven, zoiets als; Het weer kunt u wel voorspellen, maar de tekenen van de tijd niet? Om daarmee aan te geven dat wij als christenen ook kunnen weten dat de eindtijd nadert.

    Laten we niet te ver uit de koers gaan maar doorgaan naar Jeremia 31. In het begin veel herhaling van Jeremia 30, dus we hoeven voor duiding daarop niet terug te grijpen. Vlak voor onze tekst staat in Jeremia 31 vers 15 een wel heel bekende tekst:

    “Zo zegt de HEERE: Er is een stem gehoord in Rama, een rouwklacht, een zeer bitter geween: Rachel weent over haar kinderen. Zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, want zij zijn er niet meer.”

    Dat is een tekst die geen natuurlijke jood begrijpt, maar een christen alles zegt, want daarover schreef Apostel Mattheüs, in Mat.2:17 waar het gaat over de kindermoord in Bethlehem vlak na de geboorte van onze Heere Jezus Christus. Hij schreef:

    “Toen is vervuld wat gesproken is door de profeet Jeremia”

     Dit is een bevestiging van de constatering dat het in Jeremia 31:22B niet gaat over de wonderbaarlijke zwangerschap en geboorte van onze Heere Jezus Christus, want:
     Waar het in Jeremia 31:22B over gaat is hoe dan ook te plaatsen, na “de vervulling” van Jeremia 15ev. door de kindermoord te Bethlehem, beschreven in Mattheüs 2, die juist plaatsvond naar aanleiding van de geboorte van de “pasgeboren Koning van de Joden” (Mat.2:2) en Jezus Christus was toen met zijn moeder en ‘vader’ Jozef al onderweg naar Egypte. Dat is allemaal te vinden in Mattheüs 2.

    Na beschrijving van het aanstaande drama te Rama in Jer.31:15, volgen oproepen voor het overblijfsel van Israël, van de Heere God om terug te komen bij Hem. Dit gaat door tot en met Jeremia 31:22A Het lijkt geen aanloop of verduidelijking van de tekst in Jeremia 31:22B te zijn. Vanaf vers 23 worden er veel beloften door de Heere God gedaan, waar het in de verzen 31 + 32 gaat over het Nieuwe Verbond.
     Wij weten dat het Nieuwe Verbond ingesteld is door onze Heere Jezus Christus, ik ga de Schriftplaatsen niet eens opnoemen, iedere christen weet die wel te vinden in de Bijbel.

    Voor deze overdenking is de rest van Jeremia 31 nuttig in de zin van plaatsaanduiding van de vervulling van die nieuwe Schepping van de HEERE God op de aarde uit vers 22B. Die heeft dus plaatsgevonden na de geboorte van onze Heere Jezus Christus en voor / tijdens / door Zijn vervulling van de profetieën over het Nieuwe Verbond, dat door Hem is ingesteld. Dat houdt dan ook in dat nadere duiding in het Nieuwe Testament moet of zou moeten staan.

    “In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.
    Dit was in het begin bij God. Alle dingen zijn door het Woord gemaakt, en zonder dit Woord is geen ding gemaakt dat gemaakt is. In het Woord was het leven en het leven was het licht van de mensen. En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen.” – Johannes 1:1-5

    De Apostelen schreven op diverse plaatsen, dat “de Schrift” ( O.T.) in Christus vervuld is.
    o.a. Apostel Paulus, die ook nog lang in die duisternis was en het tot aan zijn bijzondere roeping ook nog niet begrepen had, schrijft in Galaten 3:22;

    “Maar de Schrift [O.T.] heeft alles onder de zonde opgesloten, opdat de belofte aan de gelovigen gegeven zou worden door het geloof in Jezus Christus.“

    Evangelist/arts Lukas schreef:

    ”En Hij nam de twaalf bij Zich en zei tegen hen: Zie, wij gaan naar Jeruzalem en alles wat geschreven is door de profeten zal aan de Zoon des mensen volbracht worden.” – Luk.18:31

    “Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.” – Johannes 19:30

     Ook de profetieën die in Jeremia 31 staan, zijn in en door Christus vervuld.
     De Bijbel maakt in de Nieuw Testamentische boeken geen gewag van een Nieuwe Schepping op de aarde die betrekking heeft op ‘de vrouw’.

    Door het volbrachte werk van Jezus Christus zijn we in ieder geval, wat de verhouding man / vrouw betreft, weer terug bij Genesis 1 & 2. – Totaal gelijkwaardig en in Christus, ruw geschetst, weer zonder zonden, want die heeft Hij op Zich genomen…

     Het staat onomstotelijk vast dat de Heere Zelf uit redenen die Hij uit Zichzelf genomen heeft, besloten heeft om zélfs in te grijpen in die oorspronkelijke verhouding tussen man en vrouw door Zijn daad op te laten schrijven door de profeet Jeremia, (Jer.31:22B) en die verhouding tussen man en vrouw nog duidelijker, gelijkwaardig te maken. Zeer uitzonderlijk additioneel ingrijpen was daar blijkbaar voor nodig!
    Door de tijdsaanduiding van Jeremia 30:24 kunnen we weten dat we het pas in later tijd zullen opmerken, hoewel het al geschiedt is. Onze volle aandacht eist de Heere hiervoor!

    “Voorzeker, de HEERE heeft iets nieuws geschapen op de aarde: een vrouw zal een man omvatten.”

    We weten nu zonder twijfel dat het onbestaanbaar is dat er verschil in uitwerking of doorwerking zou zijn van het volkomen verzoenende -en volbrachte werk van onze Heere Jezus Christus. Zijn werk was volkomen en alle zonden zijn volledig door Hem uitgeboet, voor zowel de man als de vrouw.
    Als het alleen voor de volle honderd procent voor de man zou gelden, dan zou je kunnen zeggen dat het een halve waarheid is, omdat dit “Werk” dan alleen maar voor de man volkomen uitwerkt.
    Er is geen christen op de wereld die niet weet dat een halve waarheid een hele leugen is en dat dit onbestaanbaar is bij de Heere God.
    Indien er verschil zou zijn, waardoor de zonden van de vrouw niet gelijk(waardig) verzoend zou zijn, net als die van de man, dan zouden er leugens in de Bijbel staan. Dat is Onmogelijk!

    “God is geen man, dat Hij liegen zou, of een mensenkind, dat Hij ergens berouw over hebben zou. Zou Híj iets zeggen en het dan niet doen? Zou Híj spreken en het niet gestand doen?”
    – Numeri 23:19 (ook 1 Samuel 15:19 en Jakobus 1:17 – het is dus ook wettelijk vastgesteld)

    Een tiental verzen later dan de tekst waarover deze Oproep gaat, geeft daarover ook iets aan. Daar gaat het over de vrucht van het nieuwe verbond:

    “Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn. Dan zullen zij niet meer eenieder zijn naaste en eenieder zijn broeder onderwijzen door te zeggen: Ken de HEERE, want zij zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt de HEERE. Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken.” – Jeremia 31:33+34

    Ook hier wordt gesproken over “het huis” en over “een volk” niet enkel en alleen maar over “de man”. Dat de belofte uit deze tekst óók vervuld is, blijkt uit datgene wat Apostel Johannes daar over schrijft:

    “En wat u betreft, de zalving die u van Hem hebt ontvangen, blijft in u, en u hebt het niet nodig dat iemand u onderwijst; maar zoals deze zalving u onderwijst met betrekking tot alle dingen – en die zalving is waar en is geen leugen – en zoals ze u heeft onderwezen, zo moet u in Hem blijven.” – Joh.2:27

    Iedere christen weet dat het in beide gevallen gaat over de Heilige Geest die op de eerste Pinksterdag in de harten van de Apostelen, de vrouwen die bij de Heere Jezus Christus waren en natuurlijk ook zijn discipelen, de eerste gemeente, Zijn inwoning nam. Diezelfde Geest woont ook nu in de harten van alle christenen.

    Door de bijzondere wijze van kenbaar maken van het feit dat de vrouw totaal gelijk(waardig) is aan de man, dat het zelfs als nieuwe Schepping aangeduid wordt, maakt dat het volkomen zeker is dat er geen restschade, die ontstaan is door de begane zonde door of van de vrouw, overgebleven is. Net zo min als dat er restschade zou zijn voor de man.
    Ook het eventuele misverstand dat door de scheppingsvolgorde de man boven de vrouw zou staan en niet op dezelfde manier als de vrouw háár tot hulp zou zijn (Gen.2:18) is met Jeremia 31:22B dan ook volkomen weggevaagd, ook die is vervuld in Jezus Christus.

    Dat was natuurlijk al zo, want het tot hulp zijn geeft niet iets aan van een lagere plaats of zo, als je het letterlijk neemt is dat zelfs eerder het tegendeel daarvan; Een helper kan meer dan, of in ieder geval hetzelfde als, de hulpbehoevende. Hoe dan ook is dat nu op geen enkele manier meer van toepassing. Als je Jeremia 31:22B vanuit het perspectief van de man beziet, dan lijkt het erop dat de man een stapje terug moet doen, terwijl duidelijk is dat de bedoeling van de Heere God is dat de verhouding man / vrouw ten volle weer zal zijn zoals Hij het bedoeld heeft bij de Schepping.

    De Heere Jezus Christus zei bij zijn aardse werk al: “Hebt u niet gelezen dat Hij Die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft, en gezegd heeft: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees?” – Mat.19:4B-6

    Daar was Saulus, de latere Apostel Paulus niet bij, en als hij er wel bij was, dan verkeerde -en bleef hij nog geestelijk in de duisternis zoals Apostel Johannes het beschreef.
     Man en vrouw zijn weer volkomen gelijk, gelijkwaardig, beiden evenveel beelddrager van God (o.a. Gen.1:27)
     Door de uitspraken van de Heere Jezus Christus aan het kruis, weten we dat Hij Zijn werk volbracht heeft, en dat het Paradijs, dat nu in hemelse gewesten is, weer toegankelijk is voor de mens. (Luk.23:43),
     Ja, dat Hij ons zelfs te eten zal geven van de Boom des levens, die midden in het paradijs van God staat. (o.a. Openbaring 2:7 )

    Dát is geldige Godsspraak die te vinden is in de Bijbel.

    Gelukkig heeft Apostel Paulus ook positieve duiding gegeven aan de verhouding man/vrouw:
     In Christus is er geen verschil tussen man en vrouw, kort gezegd. (Gal.3:28)
     Man en vrouw moeten elkaar liefhebben als zichzelf (Efez. 5:28+29)
     “Laat het woord van Christus in rijke mate in u wonen, in alle wijsheid; onderwijs elkaar en wijs elkaar terecht, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Zing voor de Heere met dank in uw hart.” – Kolossenzen 3:16

    Welk normaal modern mens kun je met krompraat en omzeiling van de waarheid, met leugens of met list en bedrog tot geloof in de Heere brengen?….. Niet dat het niet mag; Apostel Paulus deed dat ook met bedrog schreef hij in zijn 2e brief naar Korinthe in vers 16, maar wel met een doel, namelijk tot opbouw van die plaatselijke gemeente volgens vers 19. Daar komt nog eens bij dat hij daar achteraf volkomen duidelijk en eerlijk over was, dat hij dat als methode gebruikt had en dat hij die methode ook aan zijn metgezel/leerling Titus meegaf als te gebruiken middel.
    Toch lijkt het mij niet verstandig om die Evangelisatiemethode in deze tijd nog te gebruiken. Dat wordt denk ik niet begrepen en voor mijn gevoel strookt het ook niet met de hoge ethische standaard, normen en waarden van God’s Koninkrijk. Een Koninkrijk van recht en gerechtigheid. Apostel Paulus beschrijft het in 2 Korinthe 12:11-19 als volgt:

    “Ik ben door te roemen dwaas geworden! U hebt mij daartoe gedwongen, want ik zou door u aanbevolen moeten worden. Ik ben immers in niets minder geweest dan de apostelen bij uitstek, hoewel ik niets ben. De tekenen van een apostel zijn onder u verricht, in al mijn volharding, in tekenen, wonderen en krachten. Want wat is er waarin u achtergesteld bent bij de overige gemeenten, dan alleen hierin dat ikzelf u niet tot last geweest ben? Vergeef mij dit onrecht. Zie, voor de derde keer sta ik gereed om naar u toe te komen, en ik zal u niet tot last zijn. Ik zoek namelijk niet het uwe, maar uzelf. De kinderen moeten immers geen schatten verzamelen voor de ouders, maar de ouders voor de kinderen. Ik zal dan ook heel graag zelf de kosten dragen, ja, mij geheel ten koste geven voor uw zielen, ook al word ik, terwijl ik u meer liefheb, minder geliefd. Maar het zij zo. Ik heb u in ieder geval niet belast. Maar, listig als ik ben, heb ik u met bedrog gevangen. Heb ik u soms uitgebuit door iemand van hen die ik naar u toe gestuurd heb? Ik heb Titus aangespoord en de broeder meegezonden. Heeft Titus u soms uitgebuit? Hebben wij niet in dezelfde Geest gewandeld, in dezelfde voetsporen? Denkt u nu weer dat wij ons tegenover u verdedigen? Wij spreken voor het aangezicht van God in Christus; en dit alles, geliefden, tot uw opbouw.“

    Proeft u in deze woorden ook dat Apostel Paulus, [gelukkig!] ook in zijn functie als Apostel gewoon mens is gebleven, met zijn eigen specifieke eigenaardigheden en woordkeuze.
    Merkt u de mentaliteit, die wij als christelijke ouders hebben, en alle kerkleiders ook zouden moeten hebben, hier ook op in vers 15; Apostel Paulus geeft zich graag geheel ten koste voor de zielen van hen. Degenen die van de Heere de kinderzegen hebben ontvangen, weten dat het gevoelen zoals Apostel Paulus dat hier verwoordt volkomen waar is.
    Iets dergelijks schrijf hij ook aan de gemeente in Rome als hij het werk van Christus probeert uit te leggen. In Romeinen 5:7 staat die accurate beschrijving als volgt: “Want bij hoge uitzondering zal iemand voor een rechtvaardige sterven; hoogstens immers heeft iemand de moed om voor de goede mens te sterven.” (Dat is niet letterlijk bedoeld, dat mag niet eens)

    Ook staat er in het boek Handelingen geschreven dat er voor zonen en dochters, ja op alle vlees… gelijke uitdeling van de Heilige Geest plaatsvond en dat hierbij een profetie van Joël vervuld werd.
    “Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joël: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen.”
    – Hand.2:16+17 – Het is dezelfde Geest voor zowel man als vrouw, Apostel of predikant, enz. enz. Wél kan de hoeveelheid van de Geest meer of minder zijn. (vlgs.Num.11:17 + 25)
    Discrimineren van de vrouw op wat voor wijze dan ook mag beslist niet (meer) plaatsvinden, dat strookt niet met het volkomen verzoenen van alle zonden door de Heere Jezus Christus.
     Door het verbroken lichaam en vergoten bloed van onze Heere Jezus Christus, worden de zonden van zowel de man -als de vrouw volkomen verzoend.
     Door het volkomen verzoenende werk van Jezus Christus, zijn de zonden van de vrouw niet minder vergeven dan die van de man, dus onderscheid daarin mag niet.
     Uit deze belangrijke tekst (Jer.31:22B) kan alleen maar blijken dat er voor “de vrouw” ten opzichte van “de man” iets wezenlijks veranderd is, zelfs zo wezenlijk dat het als nieuwe Schepping aangeduid wordt.
     Natuurlijk is het zo dat die verandering effect heeft op beiden, dat is natuurlijk buiten kijf en inherent aan veranderingen in verhoudingen.

    Dat de Heere Jezus christus in zijn gedicteerde brief aan de gemeente in Thyatira in Openbaring 2:20, de vrouw Izebel die een valse profetes en lerares was, tijd gegeven heeft om zich van haar hoererij te bekeren, maar dat zij dat niet gedaan had. (vs. 21) houdt in dat niet het feit dat zij profeteerde of leerde het probleem was, – Zij was ondertussen gewoon doorgegaan met haar valse praat, waarbij we aan mogen nemen dat haar verkeerde leer geen verdere voortgang maakte, dus vruchteloos was; Het loopt de Heere nooit uit de hand tenslotte.- maar dat de leer die zij verkondigde niet van de Heere kwam, dát was het probleem.
    Dan zal de Heere toch op een of andere manier, die hier verder niet beschreven staat, haar hebben laten weten, dat het niet goed was, waar zij mee bezig was, anders kun je niet schrijven dat zij tijd kreeg om zich te bekeren van haar heulen met de satan.
    In vers 22 kondigt de Heere Jezus Christus de straf aan voor haar en degenen die overspel met haar plegen, tenminste: “als zij zich niet bekeren van hun werken.” Dus nogmaals de gelegenheid om zich te bekeren.
    In beide gevallen was het natuurlijk niet de bedóeling dat de extra tijd gegeven werd om door te gaan met de zonden, maar de Liefde van de Heere Jezus voor zondaren óók voor haar en degenen die zij op het verkeerde pad probeerde te brengen of gebracht had, geeft aan dat ook voor haar en hun zonden vergeving mogelijk was. Iedere christen weet toch dat de Heere Jezus niets liever doet dan zonden vergeven opdat mensen behouden worden.
    Ook dit is een duidelijk voorbeeld van een negatief geformuleerde Godsspraak over een bepaald onderwerp, waaruit ook andere waarheden opgemaakt kunnen worden, dat is niet de enige in de Bijbel.

    De enige conclusie, ook daar, is dat de vrouw mag profeteren én mag leren in de gemeente.
    Als beide teksten (Jer.31:22B + Op.2: 18-29) niet als zuivere Godsspraak herkend worden, dan wordt het tijd dat een christen stevige zelf-reflexie toe gaat passen over waar hij of zij nu in gelooft en waarom. Apostel Paulus noemde met rangtelwoorden de kerkelijke functies van die tijd op, waardoor de volgorde die gegeven werd daarbij kennelijk de volgorde van belangrijkheid is. Hij deed dat op meerdere plaatsen. Ook andere Bijbelboeken vermelden enkele functies. In de studie werd al gehint naar een functiepiramide, waarmee aangeduid wordt dat de hoogste in functie ook alle functies die daar onder vallen mogen vervullen, als ze daar de nodige capaciteiten (kennis/roeping/scholing/aanstelling) voor hebben. Dan moeten in de kerk ook alle ambten open staan voor vrouwen, als vrouwen mogen profeteren én als leraar optreden, dan mogen ze ook de andere functies als ouderling en diaken, enz. bekleden.

    De Heilige Geest heeft mij vanuit de Schrift en de hele Bijbel overtuigd dat discriminatie van de vrouw op geen enkele wijze mag. Zeker niet, nu wij begrijpen dat de HEERE zelfs ingegrepen heeft in zijn oorspronkelijke Schepping om ons duidelijk te maken dat “de vrouw” in alles, totaal gelijk is aan de man, althans in alles wat een mens een mens maakt.

    Nu is de tijd toch echt aangebroken dat vervuld wordt wat er in Jer.30:24C staat:
    “In later tijd zult u dat begrijpen.”
    Of wordt de letterlijke vertaling in deze tijd werkelijkheid die in de kanttekening van de HSV wordt vermeld: “Aan het einde van de dagen” …. “zal men er op letten” uit SV.

    Als we de uitspraak van de Heere Jezus Christus daar nu eens bij zetten over ongelovige
    (en daardoor goddeloze) joden van Zijn tijd:
    “En zij zullen vallen door de scherpte van het zwaard en in gevangenschap weggevoerd worden onder alle heidenen. En Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn.” Luk. 21:24
    Lees dan de tekst van Jeremia 30:23+24 daarnaast nog eens. (hierboven aangehaald)

    En ook wat Apostel Paulus schreef in zijn brief aan de Romeinen sluit daarbij aan:
    “Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog), dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan.” – Rom. 11:25

    Dan is er maar één conclusie mogelijk, het gaat tegen alle aangeleerde (kerk-)regels, menselijke (zelfs Apostolische ) visie en misschien wel vooringenomenheid en onze beeldvorming in, maar:
    Dan kan het alleen maar zo zijn dat Apostel Paulus zijn, in de wandelgangen genoemde “zwijgteksten” die ongetwijfeld met de beste bedoelingen geschreven zijn, ter regulering van de plaatselijke gemeente(n?) in die tijd, niet als vaste regel mee te geven is, voor alle christelijke gemeenten in alle eeuwen en alle plaatsen.
    Als de kerk dan regels en belijdenissen op de onvoldoende uitgekristalliseerde visie van Apostel Paulus gebaseerd heeft, dan dienen die veranderd te worden. We weten dan ook niet of hij op een andere manier later een correctie daarover verkondigd heeft, wellicht is niet alles op schrift gekomen. Zoals er ook in dit schrijfsel al door aangehaalde teksten vermeld wordt, heeft hij later in ieder geval ingezien dat er in Christus geen verschil is tussen man en vrouw..enz.
    Naast de geweldige wijze van verbreiding van het Evangelie van Jezus Christus, doordat Zijn Evangelie opgeschreven werd door Zijn discipelen en Apostelen, én dat de brieven die Apostelen schreven bijna 2000 jaar na dato nog gelezen kunnen worden, is het tegelijkertijd ook zo, dat zodra iets opgeschreven is en het wordt in later tijd nog eens gelezen, dat het anders gelezen en geïnterpreteerd kan worden, dan dat je het als schrijver bedoeld had. Iedereen die in later tijd iets terugleest van wat hij of zij geschreven heeft, zou dat op dát moment in de tijd anders doen, of merkt kleine taalfoutjes op. Ga het voor uzelf maar eens na.
    Wat voor de volle honderd procent duidelijk is, is dat Apostel Paulus zijn zogenoemde zwijgteksten op eigen titel schreef: “Ik wil dat…enz.” en niet dat het Godsspraak was.
    Uit de Bijbel blijkt dat er ook O.T. brieven verloren gegaan zijn, dus waarom zouden er geen brieven verloren gegaan zijn die in het Nieuwe Testament thuis zouden horen. Voor het Evangelie van de Heere Jezus Christus, maakt dat dus niet uit. Dát is ten volle of in ieder geval genoegzaam kenbaar. Godsspraak ook. En dát is en blijft het belangrijkste, eeuwig.

    Gelukkig gaf Apostel Paulus voor onderbouwing hiervan richtinggevend houvast aan ons, door zijn eigen uitspraak:
     “En ik ben voor de Joden geworden als een Jood, om Joden te winnen
     Voor hen die onder de wet zijn, ben ik geworden als onder de wet, om hen die onder de wet zijn te winnen.
     Voor hen die zonder de wet zijn, ben ik geworden als zonder de wet – hoewel niet zonder de wet van God, want ik sta onder de wet van Christus – om hen te winnen die zonder de wet zijn.
     Ik ben voor de zwakken geworden als een zwakke, om de zwakken te winnen
     Voor allen ben ik alles geworden, om in ieder geval enigen te behouden.
     En dit doe ik ter wille van het Evangelie, opdat ik daarvan ook zelf deelgenoot zou worden.”
    – 1 Korinthe 9:20-23

    Ook moet in de overwegingen meegenomen worden dat het Boek Openbaring is gedicteerd door onze Heere Jezus Christus en een engel, nádat Apostel Paulus zijn brieven geschreven had. Misschien was Apostel Paulus zelfs al ontslapen, toen het gedicteerd werd. Het boek Openbaring is hoe dan ook geldige Godsspraak. En naar de uitspraak van Apostel Petrus, werden de O.T. boeken door heilige mensen geschreven….enz.

    Misschien ziet u de tekst als metafoor en denkt u nog aan een allegorische uitleg van Jeremia 31 vers 22B, en denkt u aan het feit dat er überhaupt christenen in de wereld zijn en dat u “de christenheid” of “de kerk” aan zou duiden als “een vrouw” en dat u het Joodse volk of de Israëlieten aan zou duiden als “een man” in deze allegorische uitleg. De kerk uit alle volken omvangt/omvat dan het oude bekeerde verbondsvolk, de Israëlieten en dan is “een vrouw” de bruid van Christus.
     Waarom zou één Bijbelvers allegorisch uitgelegd moeten worden dat in een hoofdstuk staat, waarvan de rest van vergelijkbare verzen, concreet, aanwijsbaar – inmiddels vervulde – profetieën zijn.
     Zo’n uitleg betekent dan, dat het niet zo maar “een vrouw” is, maar dat deze tekst dan zeer specifiek bedoeld is, namelijk voor christenen c.q. de kerk, waarmee de algemene geldigheid voor de hele mensheid beperkt wordt. Dat mag niet.
    “Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden.” – Johannes 3:17
     Vervolgens gaan we bij zo’n uitleg voorbij aan het feit dat “de kerk” of “de christenheid” bestaat uit Israëlieten én Heidenen. Dat “de kerk” in eerste instantie juist uit het Joodse volk voortkwam er in het prille begin er vrijwel alleen maar uit bestond, denk hierbij aan de eerste gemeente en de ±3000 personen die toegevoegd werden op de 1e pinksterdag, waarbij we ook kunnen denken aan Romeinen 1:16:
    “Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek.”
     Dan zou “een man”(het Joodse volk) in deze metafoor zich eerst moeten transformeren tot een vrouw (i.e. christenen/ christelijke kerk) en dan zou die nieuwe “zij” zichzelf vervolgens weer omvatten…. Dat kan dan slechts voor een deel van het volk gelden en dan twee keer.
     Daar bovenop, wordt er bij zo’n allegorische uitleg ook nog eens voorbij gegaan aan wat er staat geschreven door Apostel Paulus:
    “Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog), dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan.” – Romeinen 11:25
    Eerder schreef hij: “Als dan hun val voor de wereld rijkdom betekent en het feit dat zij
    achteropkomen rijkdom voor de heidenen, hoeveel te meer hun volheid!”
    – Romeinen 11:12

    Een allegorische of associatieve uitleg valt op Bijbelse gronden dus af.

    “In die dagen en in die tijd zal Ik voor David een SPRUIT van gerechtigheid doen opkomen. Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde.”
    Dát is het Woord van de HEERE onze God, óók aan Jeremia gegeven om te verkondigen, volgens Jeremia 33:15.

    De Godsspraak over dit onderwerp is duidelijk. Alle vermeende theoretische verschillen die
    mensen op kunnen werpen over het verschil tussen man en vrouw, die zijn door de nieuwe schepping die vermeld staat in Jeremia 31:22B volkomen ongeldig. Wel fijn dat er zoveel verschillende mannen en vrouwen zijn. Goddank! zijn er zo verschrikkelijk veel prachtige mensen in allerlei kleuren, gestalten, noem maar op! Niet voor niets is een regenboog zichtbaar rond God’s troon in de Hemel.
    Wetenschappelijk gesproken zullen de vrouw en de schoondochters van Noach al van uiterlijk, kleur en gestalte verschild hebben en dat van daaruit die veelkleurige mensheid al over de wereld zich verspreidde. Ook Noach en zijn zonen zullen ook qua uiterlijk en gestalte en teint van elkaar verschillend geweest zijn, zoals je dat in deze tijd ook nog ziet. De ene heeft krullen, de ander stijl haar, de een is rossig en heeft mooie ogen, net als koning David, de ander had bijvoorbeeld een rijzig gestalte net als koning Saul, een ander harig zoals Ezau, een ander …..noem maar op. En dan ook nog het verhaal van de Toren van Babel en de spraakverwarring…

     Het heersen van de man, als straf voor de vrouw, is door het volbrachte werk van onze Heere Jezus Christus definitief de wereld uit.
     Dan hoeft de vrouw zich niet meer te laten overheersen.
     Dan zijn man en vrouw weer gelijk en gelijkwaardig. Dat geldt op alle gebieden; in het huwelijk, maatschappij en vooral in God’s Koninkrijk, dat er een van recht en gerechtigheid is, dus ook in de kerk hier op aarde.
     Het is zelfs onrecht als de man nog over de vrouw zou heersen; ontoelaatbaar voor christenen en ook wettelijk, volgens seculiere wetgeving in de “beschaafde” wereld.
     Functioneel blijven er natuurlijk wel verschillen. Dat is geen discriminatie.
    Voor een functie kun je worden aangesteld.

    De Heer regeert!

    Zal openstelling van alle ambten niet het, misschien wel, grootste kerkelijke obstakel in deze tijd voor Evangelieverkondiging en bekering van zondaren definitief wegnemen?
    Want dat is wat er gebeurt als Godsspraak de norm voor preken en handelen wordt;
    Er moet veel op de schop! Werk aan de winkel! De bezem erdoor! Gooi om die menselijke wisseltafels!

    Zal er geen vreugde uitbarsten als het onrecht van discriminatie van de vrouw in de kerken van de Heer beëindigd wordt? Hoeveel mensen zijn er niet teleurgesteld door en in het instituut “kerk”, de dogmatische regels daarvan, en vooral ook in de voormannen.

    Eerlijk gezegd, ben ik bang dat onze vrouwen in eerste instantie de kluts een beetje kwijt zijn door levenslange ‘indoctrinatie’ van de kerk. Dat was ik zelf gedurende de studie over dit onderwerp ook. En ik vermoed dat de meeste lezers er in eerste instantie ook zo over denken.

    Er zal goed gecommuniceerd moeten worden over de ‘koerswijziging’ van onze kerken, die plaatsvindt op God’s initiatief, en dat het duidelijk moet worden dat het niet op initiatief is van mensen die iets willen doordrukken vanuit hun eigen zondige dikke ik.
    Godsspraak was, is en blijft de basis voor Evangelieverkondiging, Schrift- en Bijbeluitleg.

    Ik roep u ernstig op om naar de stem van de HEERE te luisteren en u door de Heilige Geest te laten overtuigen van recht en gerechtigheid ten aanzien van de oneigenlijke achterstelling van “de vrouw” in onze gedachten en kerkelijke ordeningen. Onmiddellijke wijziging van de kerkorde en een duidelijk en groot “Mea maxima culpa” uitgesproken door de Synode van onze kerken is op zijn plaats.

    “Elke ongerechtigheid is zonde” – 1 Joh.5:17A

    Het is onmogelijk dat christenen onwetend zijn of blijven, dat kan door het werk van de Heilige Geest niet. We kunnen ons geweten misschien wel dichtschroeien of zelfs de Heilige Geest die in ons woont uitblussen, maar degenen die na ontvangen genade en kennis van de Heere Jezus Christus én al Zijn volbrachte werken, – bewust- weer terug keren naar hun eigen (kerkistische) weg…..die krijgen het nog zwaar voor hun kiezen. En degenen die een andere leer dan God’s leer verkondigen, kunnen hun borst helemaal nat maken.
     Zal een kerkorde, belijdenisgeschriften of enige andere menselijke documenten en meningen heersen over wat er als Godsspraak tot ons komt in De Bijbel?
     Zullen kerkelijke regeltjes niet voor Godsspraak moeten wijken?
     Zal de Heere voor onschuldig houden, wie opzettelijk onrecht doet?

    Ik wens u het licht van de Heilige Geest toe, bij uw (kerkelijke) reactie hierop.

    Wees verzekerd van mijn broederlijke liefde voor alle christenen en vooral voor Christus’ kerken in deze wereld.

    Waatse Postma


  7. Waatse Postma says:

    @ moderator

    Zoals iedere christen, ben ik te allen tijd bereid om verantwoording af te leggen van de hoop die in mij is en als u inhoudelijke vragen hebt, mail mij dan s.v.p

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

479524 bezoekers sinds 07-06-2010