De vrouw is geen afsplitsing van de man.

24-07-2017 door Dr. K.D. Goverts

Wat opvalt is, dat voor de mens drie zelfstandige naamwoorden wor­den gebruikt: adam (mens), sachar (mannelijk) en lekevah (vrou­we­lijk). Daar­naast worden er voor die mens twee voornaam­woor­­den ge­bruikt, namelijk: hen en hem. Daarom is het belangrijk te con­sta­te­ren, dat adam niet betekent: de man. De vrouw is geen afsplitsing van de man. Als je veronderstelt, dat er oor­­spronkelijk een man was, waaruit la­ter de vrouw tevoorschijn is ge­ko­men, dan ga je de mist in. In het be­gin was er adam (mens, niet: man). Het is dus pertinent onjuist om te zeggen: in het begin was er een man en later kwam er ook nog een vrouw. Er staat dus niet: in het begin was er een iesj (man), maar: in het begin was er een adam (mens). Dat wordt nog eens extra bevestigd, als je een verwante tekst er­naast legt, namelijk uit Genesis 5. In Genesis 5 wordt heel dat schep­­pings­gebeuren nog eens samenvattend opgepakt.

Man en vrouw heten beiden adam

“Dit zijn de verwekkingen van mens (letterlijk- toledoth van adam). Ten dage, dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis Gods; man en vrouw schiep Hij hen, en Hij zegende hen en riep hun (!!..) naam: ‘Adam”  {Gen.5:1,2}. Man en vrouw heten dus beiden Adam. Adam is dus iesj en isja, man en vrouw. Je kunt dus niet zeggen, dat de man er eerst was. Je zou kun­nen zeggen; hij werd pas een man, toen de vrouw er was. Er was dus een oorspronkelijke eenheid. Adam was dus van meet af aan sy­noniem voor mannelijk en vrouwelijk.

In het begin was er één mens

In het begin was er dus één mens. En dan moet je ook niet in het mis­verstand vervallen zoals bij som­mi­­ge exegeses, die zeggen, dat die oor­spron­kelijke mens androgyn zou zijn. Dat was dan een soort dubbel­we­zen met een mannelijke en vrou­­welijke kant. En dat zou dan later in twee­ën zijn gesplitst. D­aaruit werd een man en een vrouw ‘afgetakt’. In de brieven van Paulus wordt ook geschreven over die eerste mens. Dat is echter een hoofdstuk apart. Vanuit die oorspronkelijke eenheid komt de differentiatie. Mannelijk en vrouwelijk is onderscheid met har­mo­nie. Er is dus ook geen rangorde: man, vrouw, enzovoort, geen hië­r­ar­chie, want ze worden tegelijk ge­scha­pen. Je ziet dat ook in Genesis 5:1 en 2 en in Genesis 1:26 en 27 (‘en zij zullen heersen’). Vergelijk ook: “En God zegende hen en God zeide tot hen” {Gen.1:28}.

 Mannelijk en vrouwelijk

Dus ten aanzien van het vruchtbaar worden en het heersen heeft de man geen hogere plaats dan de vrouw. Alleen van de mens wordt gezegd, dat hij mannelijk en vrouwelijk is. Bij de dieren wordt dat níet gezegd. Wel, dat ze vruchtbaar moeten zijn en veel. Dat mannelijk en vrouwelijk heeft alles te maken met het beeld Gods. “In het beeld Gods …. mannelijk en vrouwelijk”. Mannelijk en vrouwelijk heeft primair niets te maken met de voort­plan­­­ting. Daar ligt ook een groot misverstand. Bij de dieren staat niet: man­nelijk en vrouwelijk, maar toch planten zij zich voort. In de loop van de tijd zei men: dat mannelijk en vrouwelijk is natuurlijk zo om zich te kun­nen voortplanten. Net zoals wel werd gezegd: het doel van het hu­we­lijk is de voortplanting. De voortplanting delen de mensen dus met de dieren. Maar man­ne­lijk en vrouwelijk ligt blijkbaar nog op een heel an­der vlak.

 

1 comment on “De vrouw is geen afsplitsing van de man.”


  1. Waatse Postma says:

    Om een kort verhaal, lang te maken 😉
    Het is vanaf het begin niet de bedoeling geweest dat er slechts één mens geschapen zou worden. We moeten gewoon benoemen wat er staat:
    Genesis 1: 26
    “En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht, over het vee, over heel de aarde en over al de kruipende dieren die over de aarde kruipen!”

    Voordat de mensen gemaakt werden, dus pre-initieel al in meervoud, werden de dan nog te formeren mensen, samen al een takenpakket toebedeeld, zonder enig onderscheid van geslacht, volkomen gelijkwaardig. Beiden naar God’s beeld, zoals ook bevestigd wordt in

    Genesis 9:6
    “Vergiet iemand het bloed van de mens, door de mens zal diens bloed vergoten worden; want naar het beeld van God heeft Hij de mens gemaakt.”

    Genesis 1:27
    “En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.”

    ‘De mens’ wérd dan ook (initieel) naar God’s beeld geschapen, niet enkel en alleen de man.

    Zo sprak de Heere Jezus Christus daar later ook over;

    > dat is onbetwistbaar, niet voor menselijke interpretatie vatbare, zuivere Godsspraak;

    “Hebt u niet gelezen dat Hij Die [de mens = invoeging van vertalers] gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft, en gezegd heeft: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees? Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden.” – Mattheüs 19:4b-6 (ook in Mark.10:2-9; Meer in 1 Kor. 6:16 en Ef.5:31)

    De Heere Jezus Christus voegde door die uitspraak, vers 27 uit Genesis 1 en vers 24 uit Genesis 2 samen; “Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn.” – Genesis 2:24
    De mens één vlees: Ook daaruit blijkt volkomen gelijkheid in alles wat een mens een mens maakt, fysieke verschillen van man en vrouw zijn noodzakelijkerwijs uitgezonderd, maar zelfs die vallen door een huwelijk wég.

    Niet alleen wordt gelijkwaardigheid hier bevestigd, maar ook wordt hier, door deze Godsspraak in Mattheüs 19 duidelijk, dat de Heere God Zelf de woorden van Genesis 2:24 sprak, niet Adam.
    Dus wordt ook hier, uit de tekst duidelijk dat het vanaf het begin af de bedoeling was dat “de mens” mannelijk en vrouwelijk gemaakt is. (Gen.1:26+27, Gen.5:1+2 enz.)
    Genesis 1:28
    “En God zegende hen en God zei tegen hen:Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!”

    • De aanduiding ‘de mens’ en het taalkundig mannelijke ‘hem’ dat daarop volgt, duidt alleen maar op het containerbegrip ‘mens’. Die mens wordt beschreven als bestaande uit mannelijk en vrouwelijk. Níet als man en vrouw. Die woorden bestonden nog niet, die gaf Adam aan zijn mannin en aan zichzelf (Gen.2:23).
    In vers 22 wordt voor het eerst het woord man geschreven, maar daar is het gebruikt in de vertelling die achteraf plaats vond. (toen bestond het woord dat Adam gaf al wel)
    • Net zoals ‘God’ – ook een containerbegrip – Zich heeft bekend gemaakt in drie onderscheiden persoonsfenomenen, identiteiten of hoe je het ook maar benoemen wil, is het mannelijke en enkelvoudige bij het gebruik van het begrip ‘God’ daarin gelegen, dat het onmogelijk is dat er meerdere Goden zouden kunnen zijn. Vandaar dat ook bij het enkelvoudige ‘God’ het taalkundig mannelijke ‘Hem’ gebruikt wordt. Uit de Schrift, ook al uit het boek Genesis, weten wij dat God de Allerhoogste is. Dat ís enkelvoud.

    Zo schiep De Ene “Ons”ook “de mensen”. Er zijn ook geen meerdere soorten mensen, er is er maar één.

    “En Hij maakte uit één bloed heel het menselijke geslacht om op heel de aardbodem te wonen; en Hij heeft de hun van tevoren toegemeten tijden bepaald, en de grenzen van hun woongebied,…. “ – Handelingen 17:26 (ev.)

    De mens als mannelijke eenling, kan niet voldoen aan de levensopdrachten die opgesomd worden in Genesis 1:26 én in vers 28, hier boven aangehaald.

    Een traditioneel gehoorde uitspraak is:
    “Toch is Adam eerst langere of kortere tijd alleen geweest (vgls. Gen.2:18).”

    Dit is een zin die zó geen recht doet aan wat er uit de Bijbel tot ons komt;
    in Genesis 2:18 wordt niet over Adam gesproken, maar over de mens.
    Genesis 2:18 luidt: “Ook zei de HEERE God: Het is niet goed dat de mens ( הָֽאָדָ֖ם ) alleen is; Ik zal een hulp [taalkundig een mannelijk woord] voor hem maken als iemand tegenover hem.”

    In Genesis 2 begint de beschrijving van de zesde dag bij vers 7. Als je doorleest, dan staat er over de mannin (vrouw, Eva) nog niets vermeld, dat roept in het licht van Genesis 1 al vraagtekens op. Als we gewoon lezen wat er staat, dan zien we dat de 1e drie verzen van Genesis 2 de afsluitende verzen vormen van Genesis 1. Vanaf vers 4 lijkt het op een nieuw scheppingsverhaal, omdat de verschillende gebeurtenissen die in Genesis 1 een duidelijke volgorde hebben, in Genesis 2 niet in dezelfde chronologische volgorde vermeld staan.

    Kort samengevat blijkt uit Genesis 1 dat de schepping van alles wat leeft in een zeer logische volgorde plaatsvond; éérst planten en dieren, daarna de mensen.

    In Genesis 2 staat alles wat doorelkaar; Daar lijkt het biologische leven te beginnen met de mens (vs.7), vervolgens wordt er een hof geplant en de mens wordt daar in gezet. (vs.8) Daarna laat de Heere God allerlei bomen uit de grond opkomen en worden er verschillende rivieren benoemd en wat er aan delfstoffen en edelstenen in de buurt te vinden was. Daarna volgt in Genesis 2:15 opnieuw dat de mens in de hof geplaatst wordt, terwijl, hij er volgens vers 8 al wás, dat kán geen 2e keer. Én in Genesis 2:19 is er sprake van de schepping van alle dieren van het veld en alle vogels in de lucht, terwijl in Genesis 1:21 staat dat de vogels op de vijfde dag geschapen waren, dus vòòr de dieren van het veld enz. van de 6e dag. (Gen.1:24ev.)

    In het algemeen kunnen we stellen dat, – wat wij als (oosterse) verteltrant aanduiden – hier in Gen. 1 en 2 heel duidelijk naar voren komt; In Genesis 1 ‘het grote verhaal’ in Genesis 2 een herhaling van belangrijke feiten, eventueel wat nader aangeduid en toegelicht, waarbij de werkelijke chronologische volgorde van ondergeschikt belang is.
    Dan komt “het tot hulp zijn” voor Adam uit vers 18 overduidelijk in het perspectief van vers 20 te staan, waarbij Adam aan het eind van de werkdag géén ‘hulp als iemand tegenover hem’ vond. Was hij teleurgesteld of voelde hij zich toch wat eenzaam? We weten het niet, maar als de HEERE God Zelf opmerkt; “Het is niet goed dat de mens alleen is; Ik zal een hulp voor hem maken als iemand tegenover hem.” Dan duidt het ‘hulp als iemand tegenover hem’ alleen maar op het feit dat de HEERE God, nét als bij de dieren, bij Adam nog geen vrouwelijk mens geformeerd / geschapen had om samen als man en vrouw de levensopdrachten die in Genesis 1:26 + 28 staan, te kúnnen vervullen.
    Dat door de extractie van een deel van het lichaam van de mens ‘de man’ zoals wij die kennen overblijft en dat die man juist dáárdoor de vrouwelijke kant van de mens nu van nature mist of lijkt te missen, [en vice versa voor de vrouw] zouden wij juist, ten opzichte van de dieren, zeer moeten waarderen! Het is een bron van liefde voor het andere geslacht. God ís Liefde.

    De man en de vrouw vormen volgens Genesis 1 gezamenlijk ‘het beeld van God’.
    Mensen zouden anders verschillende beelden van God zijn, terwijl het van vòòr het begin van hun formatie uit het stof van de aarde (pre-initieel) al de bedoeling van de Heere was, dat Hij mensen: mannelijk en vrouwelijk zou scheppen. Wat ook nog eens benadrukt wordt door de Heere Jezus Christus in Mattheüs 19:4-6: al eerder aangehaald.

    Bij de Schepping liet de Heere God de dieren door de mens een naam geven. Daarbij dienen wij ons wel goed te realiseren dat hij op dat moment de mensheid representeerde, omdat Eva als het ware nog in hem was. Dat klinkt vergezocht maar het is wel een Bijbelse realiteit die op dezelfde manier beschreven staat in Hebreeën 7:1-10, waar het gaat over het Priesterschap van de Heere Jezus Christus naar de ordening van Melchizedek.
    Voor de beeldvorming hier; Hebreeën 7:9+10:

    “En – om zo te zeggen – ook Levi, die tienden neemt, heeft door Abraham tienden gegeven.
    Want hij was nog in het lichaam van zijn vader, toen Melchizedek hem tegemoet ging.”
    Durft u het aan om dat dáár – met de kennis van nu, achteraf – , biologisch gezien als onzin te bestempelen?

    Toch is het zelfs zo dat in het geval van Adam en Eva, het fysiek voor de volle 100% echt zo was, want Eva werd uit een rib (been en vlees) uit het lichaam van de mens gevormd. De ziel van de man bleef in wat er na de extractie van dat biologische deel van de mens overbleef.
    Dát is de man zoals wij die kennen. Hij noemde zijn vrouw niet voor niets mannin (Gen.2:23).
    De vrouw werd als allerlaatste van de Schepping van hemel en aarde en alles wat erop is, op genoemde bijzondere wijze, geformeerd c.q. geschapen uit een deel van het lichaam van de oorspronkelijk geschapen mens. Ook zij ontving haar ziel van de HEERE onze God.
    Resumé: De mens(en); m/v zijn op dezelfde dag gelijkwaardig uit één – oorspronkelijk geformeerd – lichaam geschapen.(Gen.1:27 + 31, Gen.2:1 + 2)
    We mogen aannemen dat dit afweek van de wijze waarop alle andere levende wezens geschapen werden, omdat het hier zo nadrukkelijk vermeld wordt. De mens dus niet stuk voor stuk uit de aarde maar op genoemde bijzondere wijze. Door de Ene die wij God noemen.

    Als je ‘het tot hulp zijn’ al min of meer letterlijk zou nemen, dan is ‘de man’ feitelijk niet zelfstandig, intelligent of wat dan ook, genoeg en heeft ‘de man’ hulp nodig.
    Dan is de helper sterker, machtiger, rijker, intelligenter en wat je ook maar kunt verzinnen, waarbij iemand hulp nodig heeft. Óf die is op zijn minst gelijkwaardig, waardoor ze elkaar versterken, aanvullen, helpen, opmerkzaam op iets maken, onderwijzen, samen ondernemen enz. enz. Samen sterk.

    De toevoeging “als iemand tegenover hem” duidt eerder op volkomen gelijkwaardigheid, waarbij de man en de vrouw intuïtief elkaar recht in de ogen kijken en naar elkaar de handen uitsteken. Maar ook op verstandelijk – en geestelijk gebied is zij zijn gelijke, De HEERE God moeten wij daarvoor loven en te prijzen. Geweldig! als je dat mag ervaren in je huwelijk.
    Dan hebben we het nog niet eens gehad over alle emoties die je samen deelt. Ook daarvan is genoeg te vinden in de Bijbel zelfs een eigen verzamelplek staat er in de Schrift in de vorm van het boek Hooglied. Denk ook aan de loftuitingen in 1 Korinthe 13.

    Ook de HEERE is ons tot hulp. De Psalmen staan er vol mee, maar dat niet alleen, ook uit de brieven en boeken van het Nieuwe Testament blijkt dat. Bijvoorbeeld uit Hebreeën 13:5+6:
    “Laat uw handelwijze zonder geldzucht zijn. Wees tevreden met wat u hebt, want Hij heeft Zelf gezegd: Ik zal u beslist niet loslaten en Ik zal u beslist niet verlaten.
    Daarom zeggen wij met goede moed: De Heere is voor mij een Helper en ik zal niet vrezen. Wat zal een mens mij doen?” Als je hulp nodig hebt dan ben je hulpbehoevend. Wij mensen zijn in díe zin dus allemaal hulpbehoevend. Wordt dat in het boek Genesis specifiek alleen over de man gezegd? Als je goed leest niet…maar ook niet andersom m.b.t. alleen vrouwen.

    Voor de duidelijkheid moet vermeld worden, dat mannen, mannelijk gedrag hebben en vrouwen, vrouwelijk gedrag, afwijkingen buiten beschouwing gelaten. (of mogen we dat tegenwoordig ook al niet meer benoemen) We moeten dat verschil niet ontkennen, maar juist bij alles wat er in de kerk en wereld voor ligt gebruiken, zoals de bedoeling van de HEERE al was bij Zijn voornemen om mensen te maken naar Zijn beeld. (Gen.1.26)

    Door het volkomen verzoenen van onze zonden door de Heere Jezus Christus zijn we al teruggevoerd naar díe staat, want Hij sprak:
    “Dit zijn de woorden die Ik tot u sprak toen Ik nog bij u was, dat alles vervuld moest worden wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes en in de Profeten en in de Psalmen.”
    – Lukas 24:44b – Alles is vervuld.

    Wat in dit verband ook onderkend moet (en wel eens ruimhartiger verkondigd mag) worden is dat de HEERE – zoals wij mensen dat onderscheiden – zowel mannelijke als vrouwelijke eigenschappen heeft, dat blijkt hier in Genesis 1:26+27 al, als we eens goed tot ons door laten dringen hoe Hij het heeft op laten schrijven door Mozes: Gen.1:26; “En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis;” En doorgaand in Gen.1:27: “…naar Zijn beeld … mannelijk en vrouwelijk …”

    Ook in een negatieve context zijn soms pareltjes van waarheden te vinden in de Bijbel.
    In Deuteronomium 32 staan positief te duiden Goddelijke eigenschappen weergeven.
    “De Rots Die u verwekt heeft, hebt u veronachtzaamd, en u hebt de God Die u gebaard heeft, vergeten.” – Deuteronomium 32:18

    In de volgende zinnen van Deut. 32:19+20 – nog steeds in een negatieve context – wordt over het uitverkoren volk als zonen en dochters van de Heere God gesproken, en ook als Zijn kinderen. Dat staat dáár voor het eerst.
    “Toen de HEERE dat zag, verwierp Hij hen, uit toorn tegen Zijn zonen en Zijn dochters. Hij zei: Ik zal Mijn aangezicht voor hen verbergen; Ik zal zien wat hun einde is, want zij zijn een totaal verdorven generatie, kinderen in wie geen enkele trouw is.” – Deut. 32:19+20

    Ook wordt dáár al over christenen uit de heidenen gesproken in Deut.32:21B

    “Ík zal hen daarom jaloers maken door wat geen volk is, door een dwaas volk zal Ik hen tot toorn verwekken.”

    Voor christenen goed om te weten: Christenen wekken de woede (toorn) op van de joden, omdat ze jaloers op ons zijn omdat de Heere God, al Zijn, aan hén gedane beloften gegeven heeft aan christenen – veelal oorspronkelijk uit de heidenen – ….Dat feit! Roept nogal wat vraagtekens op, dan zijn er nogal wat opmerkingen te plaatsen en vragen te stellen aan christenen.
    Later sprak De Heere tegen Jesaja; in Jes.49:15+16A
    “Kan een vrouw haar zuigeling vergeten, zich niet ontfermen over het kind van haar schoot? Zelfs al zouden die het vergeten, Ík zal u niet vergeten. Zie, Ik heb u in beide handpalmen gegraveerd,” Daar wordt De Liefde van de Heere voor Zijn kinderen verwoordt als groter dan die van een vrouw voor haar baby.

    Als je alleen al over de menselijke kant van de zaak doorfilosofeert, dan staat daar nogal wat.
    Een vrouw die borstvoeding geeft, krijgt op een gegeven moment stuwing als de aangemaakte melk niet regelmatig gedronken wordt, dat is een lichamelijk zeer pijnlijke zaak. Hier staat dus dat het feitelijk onmogelijk is om je baby te vergeten, al zou je het willen! Dagen lang stuwing is heel pijnlijk en het kan borstontsteking veroorzaken. Er zijn daardoor vrouwen geweest die een kind wel tot het vierde / vijfde jaar borstvoeding gaven…
    De Heere geeft dan ook hiermee aan dat het – als het ware – ook voor Hem vergelijkbare pijn geeft, groter dan die van enig mens, voor Hem onoverkomelijk om te vergeten. Ook dat ingegraveerd zijn in Zijn beide Handpalmen geeft daar uiting aan; Onuitwisbaar! Maar ook: Uit vrije wil pijn lijden uit liefde voor Zijn kinderen uit de mens. Ononderscheidenlijk geldig voor zowel mannen als vrouwen.
    Juist in heel dat hoofdstuk, Jesaja 49, staat De Liefde van de Heere verwoordt die groter is dan die van een vrouw voor haar baby, waarvan Jezus Christus de verpersoonlijking is, daarom moet je hiervoor eigenlijk LIEFDE schrijven met dikke kapitale chocoladeletters; God is de grootst mogelijke en ultieme vorm van LIEFDE, groter dan en boven alles uit van wat wij als mens ook maar kúnnen bedenken. Nét als dat Zijn gedachten en al Zijn wegen hoger zijn, zoals werd opgeschreven door Jesaja. (Jes.55:8ev. – niet aangehaald)

    “Omdat de HEERE Getuige is tussen u en de vrouw van uw jeugd, tegen wie ú trouweloos handelt, terwijl zíj toch uw metgezellin en de vrouw van uw verbond is. Heeft Hij er niet maar één gemaakt, hoewel Hij nog geest overhad? En waarom die ene? Hij zocht een goddelijk nageslacht. Daarom, wees op uw hoede met uw geest en handel niet trouweloos tegen de vrouw van uw jeugd.” – Maleachi 2:14+15

    De tekst uit het boek van Profeet Maleachi geeft niet alleen aan dat “de man” zeer zorgvuldig met “de vrouw” om moet gaan, maar ook dat het de bedoeling van de Heere God was / is om “goddelijk nageslacht”; kinderen van God! te hebben uit de mens. Dat bevestigd gelijk Deuteronomium 32:19+20. Hierboven aangehaald.

    “Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden.”

    Sprak de Heere Jezus Christus met de andere zaligsprekingen, volgens Mattheüs 5:9
    Dit alles voor de noodzakelijke beeldvorming. Dát moet ons vertrekpunt in denken zijn.
    Kinderen van de HEERE…die Zich ook als een moeder om zijn kinderen bekommerd…

    Nu is echter wel de tijd gekomen dat wij het volbrachte werk van de Heere Jezus Christus, nog meer in ons denken moeten meenemen, ja dat onze denkbeelden zelfs gekanteld moeten worden en wij toegebracht moeten worden naar het feit dat wij nu door God’s goedheid in deze tijd meer zicht op Zijn Woord gekregen hebben en dat wij werkelijk door krijgen en gaan zien dat wij ook in ons handelen vanuit ons geloof in de Heere Jezus Christus, Hem de volle eer moeten geven en mét Hem de discriminatie van vrouwen, nu volledig uit moeten bannen én dat zij derhalve – indien zij daartoe geroepen worden – alle ambten mogen vervullen in kerk, wereld en gezin. Totaal gelijk en gelijkwaardig in alles wat een mens een mens maakt.
    Naar God’s bedoeling werden mensen mannelijk en vrouwelijk geschapen, dat onderling verschil moet juist aangewend worden om volledig en volwaardig gestalte te geven aan de door de HEERE God bedoelde rol van mensen in deze wereld.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

473716 bezoekers sinds 07-06-2010