De vierde Hebreeuwse letter: de daleth

19-01-2012 door Joop Neven

De vierde letter van het Hebreeuwse alfabet is de “daleth”.

Deze letter ziet er zo uit:

 

 

 

Betekenis

“daleth” betekent “deur”. Het wordt als “deleth” uitgesproken en geschreven met een “daleth een “lamed” en een “taw” {getalswaarde  4-30-400} Het komt voor het eerst voor in Genesis 19 vers 6 “ Toen ging Lot tot hen naar buiten, maar de deur sloot hij achter zich toe ”. Dit woord eindigt met een `taw´, getalswaarde 400. Anders gezegd het eindigt met het kruis.

De mens, die op de kameel {gimel} zit, loopt op de deur stuk. Hij stuit op de deur, die niemand kan openen of sluiten, dan de Deur Zelf. In Johannes 10 zegt de Heer, dat Hij de Deur is: “Jezus dan zeide wederom tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, Ik ben de Deur der schapen. Allen, zovelen als er voor Mij zijn gekomen, zijn dieven en moordenaars; maar de schapen hebben hen niet gehoord. Ik ben de Deur indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan, en weide vinden” {Joh.10 vers 7-9}.

Met die deur kun je van alles meemaken. Je kunt er door verloren gaan, je kunt er door binnen komen, je kunt er ook weer uitgaan, “weide vinden”. Met die deur is iets bijzonders aan de hand. Daarom wordt in de Bijbel verteld dat  aan de deuren de “mezoezah” wordt gehangen. (letterlijk: deurpost in het Hebreeuws,  is een tekstkokertje dat volgens traditioneel Joods gebruik op deurposten wordt aangebracht. Het bevat de hieronder vermelde teksten uit Deut. 6 vers 4-9 en Deut. 11 vers 13-21}. Bij het verlossingsverhaal uit Egypte wordt ook iets aan de deur gesmeerd: het bloed van het lam. “En het bloed zal u dienen als een teken aan de huizen, waar gij zijt, en wanneer Ik het bloed zie, dan ga Ik u voorbij { Lett: dan zal de Here Zich boven die deur stellen. Hebr. paqach}. Exodus 12 vers 13. De kameel {gimel} bracht je door de woestijn van het leven tot de Deur, tot de vier, als je door de Deur ingaat kom je in aanraking met de vijf, en die vijfde Hebreeuwse letter, de “hee” heeft een opening bovenaan. De opening is op een andere plaats dan de mens verwacht. God opent Zelf de Deur van bovenaf. De kameel {gimel} in het huis en de deur in het huis hebben iets met elkaar te maken. Men zegt weleens, de drie is datgene wat spreekt en de vier is dat wat tevoorschijn komt. Men spreekt ook van de drie aartsvaders, die samen vier vrouwen hebben, Abraham heeft Sarah, Isaäk heeft Rebecca en Jacob heeft twee vrouwen: Rachel en Leah. Altijd gaan de drie en de vier samen. Daarom zegt de Bijbel niet voor niets dat bepaalde dingen worden herdacht tot in het derde en vierde geslacht. Blijkbaar hangen die drie en die vier op één of andere manier samen, zodat je ze samen noemen.

Vier en één is “leven”.

Datgene, wat in het “huis” is {beeth of 2}, vindt zijn vervulling in de “daleth” of 4. Het aardse denken of mogelijkheden zijn afgeperkt. De vier alléén kent zijn grenzen. Het is een soort gevangenschap, want het kan uit zichzelf niet verder. Pas wanneer de “alef” de 1 {van God}, erbij komt, krijgt het betekenis. Dan wordt de vier aan de Eén verbonden. Dat wordt geïllustreerd in het Hebreeuwse woord “ed” אד {getalswaarde 1-4}, dat in Genesis 2 vers 6 met “damp” wordt vertaald. Deze damp bevochtigde de gehele aardbodem, zodat er groei mogelijk was. De “daleth” getalswaarde 4, werd levendmakend door de verbinding met de 1. Door de verbinding met de 1 komt het onzichtbare erbij. Het wordt “damp”. Het is een woord dat van een naar de vier gaat. God is de één en God gaat uit naar de vier windstreken, naar de hele bewoonde wereld tot aan de uiterste van de aarde. De damp stijgt op en bevochtigt de aarde en daardoor wordt de erets adamah. Daardoor wordt de aarde aardbodem, waaruit God dan de mens kan nemen. De aarde wordt bevochtigt dankzij de damp, dankzij het principe van de één en de vier. Daardoor wordt de aarde als het ware toebereid, zodat van daaruit een `adam` kan worden geformeerd.

Vanuit één beginsel van God gaat het tot de uithoeken van de wereld en tot de uithoeken van de mensheid. Het begint allemaal met Eén, en het zal eindigen met de Eén.

“..wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben. Want Hij moet als koning heersen, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten gelegd heeft. De laatste vijand, die onttroond wordt, is de dood, want alles heeft Hij aan zijn voeten onderworpen. Maar wanneer Hij zegt, dat alles onderworpen is, is blijkbaar Hij uitgezonderd, die Hem alles onderworpen heeft. Wanneer alles Hem onderworpen is, zal ook de Zoon zelf Zich aan Hem onderwerpen, die Hem alles onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen” {1Kor.15 vers24-28}.

Tags:

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410515 bezoekers sinds 07-06-2010