De verloren zoon

23-05-2010 door Joop Neven

Toespraak gehouden op 27-07-2008 in de Vrije Evangelische Gemeente te Zeist.

Lucas 15 vers 11-32

Het is een bekend gegeven dat wij in geestelijk opzicht onszelf herkennen in de jongste zoon, maar zoals verderop zal blijken, zit er veel meer in deze gelijkenis. Uiteraard is het menselijk in de eerste instantie ons te herkennen in de jongste zoon. We zijn doodmoe van al het zwerven, zoeken en ploeteren en willen thuiskomen op die ene veilige plaats en innerlijke rust vinden. Ieder mens is op zoek, bewust of onbewust, naar een veilige plaats waar hij/zij zich thuis kan voelen, wie eenmaal aan dat thuis heeft geroken en ervaren, zal nooit meer loskomen van een hunkering naar een blijvende thuiskomst. Het is een weg die stap voor stap gaat naar het Vaderhuis. Als we de gelijkenis vanaf de zijlijn bekijken en als we nadenken over onze eigen levensweg kan je tot het besef komen dat we misschien al heel lang de rol van toeschouwer spelen. We kunnen actief zijn is ons werk, zelfs in geestelijke arbeid, maar hebben het zelf nooit aangedurfd om in het volle licht te gaan staan, te danken dat de Vader alles vergeven heeft. Je kunt talloze uren in de Bijbel hebben gelezen, een gebedsleven kennen en talloze geestelijke gesprekken voeren en toch de rol van toeschouwer nooit helemaal hebben opgegeven. We willen aan de enen kant een ingewijde zijn, maar aan de andere kant kiezen wij vaak voor de positie van een buitenstaander die naar binnen kijkt. Een toeschouwer die toekijkt, nieuwsgierig, maar met verlangend naar die liefde. Weet je; Het is een gedurfde stap om de veilige positie van toeschouwer in te ruilen voor de kwetsbare positie van de zoon die terugkeert bij de Vader. Wij kunnen anderen vertellen over de geweldige genade die de Here Jezus de mens aanbiedt en van Gods grote Plan met de mensheid en de wereld, maar als het niet dieper gaat dan plaatsen wij ons in de positie dat we toeschouwer zijn als de Vader de verloren zoon omhelst. Het niet meer zelf de touwtjes in handen willen houden van onze leven is de eerste stap naar de Vader. Dat is de plaats van Licht, van waarheid, van liefde de plaats waar ieder mens naar verlangt. Het is een plaats waar we alles ontvangen, maar ook de plaats waar we alles moeten loslaten wat we het liefst willen vasthouden. Dat is de plaats waar geen enkele verdienste meer telt, waar geen sprake is van beloning, waar het alleen nog maar gaat om de liefde. We lezen in vers 17: “toen kwam hij tot zichzelf”. We denken vaak dat alleen voor ongelovige geldt, die hun hart gaan openen voor God. Maar dat is een misvatting! De Heer sprak deze gelijkenis tegen gelovige Joden! Ook voor gelovige geldt dat “tot je zelf komen” in je leven werkelijkheid wordt. Deze gelijkenis bevat het hele Evangelie. Het bevat de kern van God, namelijk LIEFDE. Hier in deze gelijkenis mogen we ons geborgen weten in de omhelzing van de liefhebbende Vader. In die omhelzing hebben we de echte vreugde en blijdschap en vrede die de wereld niet kan geven. Dat is de bron van genade. De Heer zegt;Indien iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord bewaren en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen {Joh. 14 vers 23}.Beseffen we de reikwijdte van deze woorden? Wij zijn Gods verblijfplaats, Paulus zegt later, wij zijn het Lichaam van Christus! Maar het gaat er nu even over dat we inwoning hebben van de Heilige Geest. De beste uitlegger die we kunnen bedenken.Blijft in Mij, gelijk Ik in u” {Joh.15 vers 3} Deze uitnodiging is op zich duidelijk genoeg. Blijven waar God is!! verblijven waar Hij verblijf houdt, het klink eenvoudig maar in feite is het de grootste geestelijk uitdaging die man zich denken kan. Gelukkig neemt God Zelf ons bij de hand. Het gaat om het terugkeren nadat je eerst het huis verlaten hebt; terugkomen nadat je eerst bent weggegaan. De Vader die Zijn zoon verwelkomt. Is blij omdat mijn zoon was dood en is weer levend geworden”, hij was verloren en is gevonden {Luk.15 vers 24.Maar wat een verdriet heeft de Vader gehad. We moeten niet vergeten wat er in Luk 15 vers 11 lezen de zoon zegt tot de Vader “geef mij het deel van ons vermogen, dat mij toekomt”.Daarna maakte de jongste zoon alles te gelde en ging op reis”. Het is een feit dat de zoon al vertrokken was voor hij het ouderlijk huis verliet. Het is onvoorstelbaar wat hier gebeurt. Wat de jongste zoon hier doet komt neer op het dood wensen van zijn vader, hij kan niet wachten tot deze de laatste adem heeft uitgeblazen. Het vertrek van de zoon is veel kwetsende dan we op het eerste gezicht zouden denken. Het lijden van de Vader is enorm. Elke stap die de zoon doet veroorzaakt de Vader pijn. De verwerping van het Vaderhuis en het geloof van zijn vader kunnen hem gestolen worden, maar zijn centen kan hij goed gebruiken. Hij beschouwd het “verre land” als zijn thuis. Maar op deze plaats in de Bijbel komt de grenzeloze liefde van de Vader sterk naar voren. De betekenis gaat veel dieper dan wij vermoeden. In feite is het een ontkenning van de werkelijkheid dat wij met elke vezel van ons bestaan aan de Vader toebehoren, dat de Vader ons vasthoudt in een innige omhelzing, dat onze namen “in Gods handpalmen zijn gegrift” {Jes. 49 vers 16}, dat we veilig zijn in “de schuilplaats van de Allerhoogste” {PS.91 vers 1}. Het huis verlaten, dat is de waarheid loochenen dat God onsin het verborgene gemaakt heeft, gewrocht in de diepten van het aardrijk… mij in de moederschoor geweven” {Ps.139 vers 15,13}. Het Vaderhuis verlaten, dat is doen alsof wij nog geen echt huis hebben en ver weg op zoek moeten gaan om er één te vinden. Ons thuis beschouwen we als een mager aftreksel van het leven, we willen liever “vrij” zijn. Maar de ironie van het verhaal is dat we nooit echt vrij zullen zijn zonder de Vader. Maar we kunnen de vrijheid alleen maar beleven dankzij de hulp van de Vader. Maar wat we ook doen, hoe ver we weglopen, we zijn en blijven Zijn kinderen, zelfs al gaan we ver van huis. Het naar huis terugkeren heeft nog een betekenis; terugkeren naar huis betekend dat je thuiskomt en je er weer thuis voelt. Daar draait het in deze gelijkenis om, niet alleen het gegeven dat je zonden vergeven zijn, maar dat je innerlijke rust en vrede vindt. Voor velen is het geloof een voortdurende strijd met God, men is in wezen wel naar huis gegaan, maar er nog steeds niet hun thuis gevonden hebben. Zolang wij blijven rondlopen met de vraag; houd de Vader van mij?, dan geven wij ons gewonnen aan de stemmen van de wereld. De wereld komt altijd met “ALS” op de proppen. Ik houd van je ..als. De liefde van de wereld is een voorwaardelijke liefde. En zal dat altijd blijven ook. Telkens wanneer wij de onvoorwaardelijke liefde zoeken waar die niet gevonden kan worden, zien we de verloren zoon. Waarom blijft men hardnekkig elders zoeken? Waarom voortdurend het huis verlaten, waar de Vader Zijn kind bij name noemt, zijn geliefde. Pas als we gaan beseffen van Gods onvoorwaardelijk liefde, dan zijn we werkelijk vrij. Dan kunnen we Zijn glorie en heerlijkheid uitdragen. In deze gelijkenis lijkt het erop alsof de zoon de wereld wil bewijzen dat hij /wij Gods liefde niet nodig heeft. Het “nee” van de verloren zoon is een echo van Adam opstandige verwerping van God liefde. Het is de rebellie waardoor wij buiten het paradijs zijn komen te staan, buiten het bereik van de levensboom. Als we Christus uit ons leven wegduwen, hebben we geen norm meer buiten ons. Dan worden we onszelf tot norm. Maar de Vaderhanden zijn altijd uitgesterkt, ook toen de zoon nog ver weg was. God heeft Zijn armen nooit teruggetrokken, Zijn zegen nooit onthouden, Zijn mededogen nooit afgekeerd van Zijn kind, Zijn geliefde. Maar de Vader kon Zijn zoon niet dwingen thuis te blijven. Hij kon Zijn geliefde zoon Zijn liefde niet opdringen. Hij moest hem in vrijheid laten gaan, ook al voelde Hij de pijn die bij Zijn zoon en bij Hem zelf zou veroorzaken. Juist deze liefde verhinderde dat Hij Zijn zoon ten koste van alles wilde thuis houden. Juist deze liefde maakte het de zoon mogelijk Zijn eigen leven te zoeken, te verliezen en terug te vinden. Wij worden zo intens bemind dat ons de vrijheid wordt gegund ons huis te verlaten. De genade blijft op ons, ook als wij ons huis verlaten en telkens opnieuw verlaten. De Vader ziet altijd naar ons uit, wacht op ons, met uitgestrekte armen, om ons te ontvangen. Als de zoon bij de vader aankomt en van hem de zegen omvangt, is hij straatarm. Hij verliet zijn thuis, trots en met veel geld, vastbesloten een eigen leven te leiden, ver van zijn vader. Hij keert beroofd terug, zijn geld, zijn eer zijn zelfrespect, zijn reputatie, alles heeft hij vergooid. Niemand ziet deze jongeman meer staan. Maar de Vader heeft al die tijd op de uitkijk gestaan. Als iets verloren is, is dat een verlies voor de eigenaar! Voor niemand anders. Ongeacht of het verlorene zich daarvan bewust is. Het kan zelfs zijn dat degene die verloren is, zich zeer happy voelt. Of was die zoon pas verloren, toen hij zijn vermogen had doorgebracht en hongerig bij de varkens zat? Nee, vanaf het moment dat de zoon zijn vader verliet, was hij de verloren zoon. De vader was zijn zoon kwijt. Net zoals de herder die een schaap miste, vanaf dat moment een verliezer was. Het is daarom uiteraard het belang van de eigenaar om het verlorene te zoeken. En het is het feest van de eigenaar wanneer hij het verlorene gevonden heeft. In het Evangelie gaat het over God die zijn verloren wereld redt. Het heet Evangelie omdat het zijn feest is! Het is ook zijn eer! De mens zoekt niet om gered te worden. Het enige wat de mensheid ‘presteerde’ was verloren te raken. Maar God zoekt de mensheid. En Hij vindt de mensheid! Dat laatste is ongetwijfeld het beste wat de mens kan overkomen, maar vergis u niet. Het maakt in de eerste plaats God gelukkig. Daarom lezen we in 1Timotheüs 1:11 over “het Evangelie van de heerlijkheid van de gelukkige God“. Het Evangelie heet Evangelie omdat het Gods glorie weergeeft en Hem gelukkig maakt.
Hij vindt alles wat Hij verloren was. Aan één ding heeft de zoon zich vast geklemd, namelijk dat hij nog altijd de zoon van zijn vader is. Het is juist deze herinnering aan zijn zoonschap, die hem ertoe bracht naar zijn vader terug te keren. Toen de zoon door de mensen om hem heen niet langer als een menselijkwezen werd beschouwd, voelde hij de diepste eenzaamheid die men kan ervaren. Die totale ontreddering bracht hem tot bezinning. Hij was afgesneden van alles wat leven geeft. Zelfs voedsel had hij niet. Het zag er naar uit dat hij op weg was naar de dood. Opeens besefte hij het. Hij begreep dat hij voor de dood had gekozen. Nog één stap had hij nog maar te zetten. En de totale zelfvernietiging was een feit. Hoeveel hij ook verloren had, hij bleef het kind van zijn Vader. Dat kon niemand hem afnemen. Dus zei hij tegen zichzelf ”zoveel dagloners van mijn Vader hebben brood in overvloed en ik kom hier om van de honger. Ik zal opstaan en naar mijn Vader gaan en tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben niet meer waard uw zoon te heten, stel mij gelijk met één van uw dagloners {Luk.15 vers 17-19}.Met deze woorden kon hij terug keren. Aan de éne kant realiseert de zoon dat hij de waardigheid van het zoonschap heeft verspeeld, maar tegelijkertijd beseft hij, dat hij een zoon is die een waardigheid te verliezen had. Pas toen hij van alles was beroofd, stootte hij op de onverwoestbare kern van zijn zoonschap. Hij moest eerst alles verliezen. Toen hij bij de varkens zat besefte hij dat hij geen varken maar een mens was, een zoon van zijn Vader. Op grond van dit besef koos hij het leven in plaats van de dood. Het besef dat de Vader hem liefhad, gaf hem de kracht om voor zichzelf zijn zoonschap op te eisen. Weet je, de terug keer van de verloren zoon zit vol dubbelzinnigheden. Hij erkent dat hij als slaaf in het huis van zijn Vader een betere behandeling zal krijgen dan als vreemdeling in en vreemd land. Er is berouw bij hem, maar geen berouw in het licht van de liefde van een vergevende Vader. Het is berouw uit eigen belang, omdat het hem er alleen om gaat te overleven, zo van Ik zal naar God terug gaan en om vergeving vragen, in de hoop dat de straf klein zal zijn en dat ik de kans krijg om te overleven. Wij stellen ons God voor als iemand die hardvochtig is, een God die veroordeelt, die ons in de verdediging dringt, maar dat wekt alleen verbittering. Soms hebben we het idee dat God alleen maar wil bewijzen dat onze duisternis te groot is om er nooit uit vandaan te komen. Terwijl God ons onze volle waardigheid van zoon wil teruggeven, en toch blijft men vaak volhouden dat er voor ons niet meer in zit dan de status van een dagloner. Om vergeving te ontvangen moet men bereid zijn om God God te laten zijn, om Hem de kans te geven alles te genezen, te herstellen. Het is duidelijk dat er een groot verschil bestaat tussen de beslissing om terug te keren en de feitelijke aankomst huis. De thuiskomst houdt in dat je een kind van God bent. Als we kijken naar de zoon die thuiskomt, dan zie je het kindschap in levenden lijve. God heeft de mens gemaakt, omdat Hij van die mens houdt. Het is goed om te be­denken, dat het begin van ieder mens bij God ligt. Het is zeer kost­baar en van groot belang, om je gedachten te laten gaan over je begin. Als je begin goed is, komt het met de rest ook wel in orde. Daarom zijn de Joodse denkers al eeuwenlang bezig geweest met het begin. Je be­gin kan lig­gen in een bepaalde plaats of stad in Ne­derland of in het bui­ten­land. Je kunt ook zeggen: mijn begin ligt bij mijn ouders. Maar toch, dan ben je eigenlijk nog niet waar je wezen moet. Het meest gran­dioze dat je nu kunt zeggen is: Mijn begin ligt in de Schep­per van hemel en aarde.  Hij die de we­rel­den dacht en zij waren, Hij heeft ook jóu be­dacht en je wás. En toen Hij ons maakte, deed Hij dat van­­uit lief­de. Het is goed om dat af en toe eens te onder­strepen, want dat wordt nog wel eens vergeten. De pijn van heel veel mensen is, dat ze hun begin niet ken­nen. En dan voel je je ook heel ellendig. Dan denk je: waarom loop ik eigenlijk hier rond op deze planeet.  Maar dan komt dat prachtige verhaal: jouw begin ligt in de hemel, jouw be­gin ligt in het hart van God. Hij heeft jou geschapen, omdat Hij daar een welbehagen in had. Hij heeft een welbehagen in men­sen. Het was zijn vreug­de om de mens te maken. Elie Wiesel zegt: God heeft de mens gescha­pen, omdat Hij van verhalen houdt. En al die verhalen van men­sen zijn Hem zeer kostbaar. Ons leven is er niet zomaar. Ons leven is uit God en vindt zijn doel in Hem. Je begin is uit God. Dat is veel fundamenteler dan veel mensen vaak den­ken. Je begin is niet, dat je ergens in zonde ontvangen en ge­­boren bent. Je begin is niet dat je ergens het een of andere voor­ge­slacht hebt, al of niet fijn of ellendig of om over naar huis te schrij­ven. Je begin is niet de een of andere trieste voorgeschiedenis. Je be­gin is niet dat je misschien niet gewild was, je begin is geen ongeluk­je. Je begin is uit God en Hij heeft je gewild. Ons begin is in Hém! En dat begin kunnen ze je nooit afpakken. Want de duivel maakt geen men­sen. De duivel kan niet scheppen. Hij kan alleen kraken en afbre­ken. Je begin ligt in de Schepper ! En dat komt zo mooi naar voren in: «Uw ogen zagen mijn vormeloos begin; in uw boek waren zij alle opge­schre­ven, de dagen, die geformeerd zouden worden, toen nog geen daar­­­van be­stond».  Ps.139:16. Toen waren er al de ogen van de Eeuwige, de ogen van de Schepper. Dat wa­­ren geen zakelijke ogen, geen koude ogen. Dat waren niet de ogen van een rechter, maar dat waren de ogen van de tederheid. Uw ogen zagen mijn begin. Als ik aan de thuiskomst van de verloren zoon denk, moet ik altijd denken aan Ismaël. “Hij zal een wilde ezel van een mens zijn, zijn hand zal tegen allen en de hand van allen tegen hem, en hij zal ten aanschouwen van al zijn broeders wonen”Gen.16 vers 12}. Hier wordt in een paar regels de geschiedenis getekend die zal komen. Dat wordt een geschiedenis van geweld, oorlogen, onheil. Die wilde ezel is het beeld van Ismaël, de stamvader van de onstuimige volkeren. Hij krijgt de vrijheid, lees maar na in Job 39 vers 8-11, hij laat zich door niets en niemand tegenhouden, gaat ongestoord zijn gang. Maar aan het eind van vers 12 uit Gen. 16 staat “En hij zal ten aanschouwen van al zijn broederen wonen”. Eerst was het: zijn hand tegen allen”, maar aan het eind staat er letterlijk “hij zal wonen voor het aangezicht van al zijn broeders”. En “wonen” heeft in de Bijbel altijd de klank van thuiskomen, tot je bestemming komen. Net zoals de verloren zoon, komt Ismaël weer thuis. God zet hem in het kader van de verzoening. Genesis 16 vers 12 eindigt met: Op het aangezicht van zijn broeders zal hij wonen”. Een beter thuiskomen kan Ismaël niet wensen. Ps133 1 vers 1 zegt: Zie, hoe goed en hoe liefelijk is het, als broeders ook tezamen wonen”.  Nu niet voor te stellen als je de familieruzie in het Midden-Oosten aanschouwd. Daarom is Genesis 16 vers 12 zo mooi, daar zit zo”n grote vertroosting in. Ook de wilde ezels komen terecht. Als je Ismaël, als je de verloren zoon bekijkt, dan denkt je, dat wordt niets, maar God kijkt anders. Army Carmichael zegt: “God heeft een tedere manier om de hele mens zien en om verder te kijken. Om die mens niet vast te pinnen op de momenten toen het verkeerd ging, maar om die mens te zien met de ogen van het hart, met de ogen van de ontferming”. Thuis komen dat is intens genieten van de ontferming die God ons geeft. Geen bekrompen, somber christendom, maar leven als verlosten, Namelijk, wij Leven, met een hoofdletter ook al ware we gestorven. Dat is waar de wereld wanhopig naar op zoek is. Leven, de roep om; leven, vrede en thuiskomst. Toen Jozef onder koning was van Egypte en het hele land  honger leed, riep het volk om BROOD, de Farao zei tot alle Egyptenaren, Gaat tot Jozef; doet wat hij u zegt (Gen.41 vers 55). Een geweldig type van Christus, ga tot Christus: doet wat Hij u zegt. Kom tot het Brood des levens. Lechaim Op het leven. Voor nu en in de toekomst.

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

384917 bezoekers sinds 07-06-2010