De verharding van Farao

06-06-2010 door Dr. K.D. Goverts

«En de HERE zeide tot Mozes: Nu gij gaat terugkeren naar Egypte, zie toe, dat gij voor het aangezicht van Farao al de wonderen doet, die Ik in uw macht gesteld heb. Maar Ik zal zijn hart verharden, zodat hij het volk niet zal laten gaan». Ex.4:21. Hier lezen we voor het eerst de uitdrukking: het verharden van het hart. Verder komt deze uitdrukking nog elf keer voor in Exodus 4 tot en met 14, waar het gaat over de uittocht. Er staat dan: Ik zal het hart van de Farao verharden of: het hart van de Farao verhardde. Voor verharden staat een woord, dat eigenlijk betekent: sterk maken. Dus: Ik zal zijn hart sterk maken. Dat is in fei­te een vrij neutraal woord. Versterken is op zich een positie­ve zaak. Dat houdt dus in, dat de Farao weer nieuwe kracht ontvangt. God wint de strijd dus niet door de uitputting van de Fa­rao. God geeft de Farao kracht, zodat hij een eerlijke kans krijgt om de juis­te beslissing te nemen. God geeft de Farao sterkte; dan is het verder de zaak van de Farao wat hij met die sterkte doet. God geeft hem geestkracht. God geeft aan alle mensen leven en adem. Hij doet zijn zon op­gaan over bo­zen en goeden. De vraag is: wat doe je met de zon, met de kracht die je krijgt. God wil de zaak als het ware eerlijk spelen. Het is geen kunst iets te winnen van iemand die al haast voor pampus ligt. Het heeft ook te maken met het getuigenis tegenover de volken. De Farao had zelfs nog energie over, want hij ging de Israë­lieten nog achterna. Dat is dan ook inderdaad de laatste keer dat er staat: «Maar zie, Ik zal het hart van de Egyptenaren verharden, zodat zij hen achterna zul­len trekken».  Ex.14:17. Na al die slagen was de Farao aanvankelijk gevloerd. Hij had geen poging meer ondernomen. Nog steeds had de Farao de moge­lijkheid om te kiezen. Als hij meer geestkracht krijgt en met de boze was verbonden, dan komt hij toch juist méér in de greep van de boze? Het is, denk ik, puur neutrale energie. Je vraagt je wel eens af, waar Saddam Hoessein of Hitler hun energie van­daan hebben gehaald.

Hoe sterker de Farao wordt, hoe meer God zijn kracht kan laten zien. Zo kan Hij zijn Naam bekend maken. De mens heeft uiteindelijk zijn natuurlijke energie, omdat hij een schepsel van God is. «Verbergt Gij uw aangezicht, zij worden verdelgd, neemt Gij hun adem weg, zij sterven en keren weder tot hun stof». Ps.104:29. Het zit er vanaf Genesis al in: de mens leeft op de adem van God. Dat is dus niet een eenmalige gave, maar een levensstroom die almaar door moet gaan. Inderdaad. Geldt dat ook voor planten en dieren? Ja, in Psalm 104 staat dat juist in verband met heel schepping. Zal de onbezielde schepping die kracht ook ervaren? Ja, want er staat: Hij draagt alle dingen door zijn kracht. Als God zich terug zou trekken, dan zou heel de schepping met al zijn natuurwetten weer woest en ledig worden. «Verbergt Gij uw aangezicht, zij worden verdelgd». Ps.104:29. Dat staat dan in verband met al die schepselen. «Zij allen wachten op U, dat Gij hun spijze geeft te rechter tijd».  v.27

«Zendt Gij uw Geest uit, zij worden geschapen, en Gij vernieuwt het gelaat van de aardbodem».  v.30. Je ziet, dat heel de schepping van God afhankelijk is. God verhardt dus het hart van de Farao, opdat zijn Naam bekend zal wor­den. Het gaat er dus ook om, hoe zijn hart versterkt wordt. En die ver­ster­king van het hart geschiedt met name door het woord. Mozes moest Gods woorden spreken, maar die hadden op de Farao een averechts effect. Om met een beeld te spreken: De zon kan iets zacht maken en doen smelten; maar de zon kan ook iets hard maken, zoals klei. Zo is het ook met het woord van God. Door het woord van God wordt de Farao als het ware op scherp gezet. De een aanvaardt het en de ander gaat er tegenin. Jezus zegt: Als Ik niet gekomen was, zouden zij geen zonde hebben gehad.

«Indien Ik niet gekomen was en tot hen gesproken had, zij zouden geen zonde heb­ben, maar nu hebben zij geen voorwend­sel voor hun zonde». Joh.15:22.

Paulus zegt in Romeinen 7: «De wet heeft mij geprikkeld en de be­geerte wakker gemaakt».

Voordat de wet er was, was er ook geen zonde. Voordat de Farao het woord van God had gehoord, was hij een doorsnee heidense koning. Een heidens potentaat met een behoorlijk stuk machtsdenken. Die Farao tijdens Jozef was toch wel van een heel ander kaliber. Ja, die sprong er wel uit. Die kreeg ook het woord van God te horen, via Jozef. Het hart van deze Farao werd zacht.

Het woord van God is als een vuur. Het kan als een vuur ver­warmen en het kan als de bliksem inslaan. Het is als met elektriciteit, het kan licht en warmte geven, maar ook kort­sluiting veroorzaken. Zo is het ook met het woord van God. Zorg, dat je vanbinnen hetzelfde voltage hebt. Hoe moet je die tekst verstaan, als Jezus zegt: «Vuur ben Ik komen werpen op de aarde».  Luc.12:49. Is dat neutraal vuur, of is dat het vuur van de boze?

Ik denk, dat je dit neutraal moet zien. Er staat dan bij: «En wat is mijn wil, als het reeds ontsto­ken is». Je kunt ook vertalen: «Want hoe verlang Ik ernaar dat het reeds ontstoken is». Dopen met de Heilige Geest en met vuur… (Matt.3:11)

Hoe moet je dat vuur in deze tekst verstaan?

Ik denk dat je het vuur in dit verband moet zien als een lou­tering. Er staat ook:

«Het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur».  Matt.3:12 «Hij zal zijn dorsvloer geheel doorzuiveren».

Maar dat verbranden ziet toch wel op een werking van de boze? Dat kaf heeft geen betekenis meer, dat kun je beter opruimen. Dat hoeft dan toch niet direct demonisch vuur te zijn. Het vuur is hier ook beeld van het aanbrengen van scheiding, er wordt ‘schoon schip gemaakt.

Het begrip vuur in de Bijbel is nogal ambivalent. Je moet in elk verband de zaak apart bekijken. Er wordt ook ergens gesproken van vreemd vuur. Ja, dat is duidelijk een negatief beeld.

‘Vurig van geest’ is toch een neutraal begrip?

Ja; waar Paulus het gebruikt wordt het positief bedoeld. Dat betekent, dat je met je geest ergens helemaal achter staat. Het is het tegenovergestelde van ‘lauw zijn’. De grondtekst zegt zelfs: ‘weest kokend van geest’. De natuurlijke mens kan ook ten goede of ten kwade vurig van geest zijn. Zonder vurige mensen was er weinig gepresteerd. Mensen, die vurig van geest zijn en zich in de occulte rich­ting begeven, wor­den om zo te zeggen: de kopstukken van het rijk der duisternis. Ver­ge­lijk Hitler in dit verband. Ook in het Koninkrijk van God heb je meelopers en vuurvreters. Je hebt men­sen, die hun geest naar geen van beide kanten ont­plooien. Die zijn te­vre­den met hun televisie. Ieder kan dus vurig van geest zijn, want dat is een gebod. Alleen zal dat voor beschadigde mensen toch wel moeilijk zijn. Mensen, die lijden onder minderwaardigheidsgevoelens of zich verworpen voelen, zul­len toch niet zo makkelijk vurig van geest worden. Het is ook in zekere ma­te – heel voorzichtig gezegd – van temperament afhankelijk. Je temperament kun je maar voor een gedeelte vormen. Het is merkwaardig, dat de zogenaamde grote occultisten hun ‘gave’ soms heb­ben gekregen door een trauma. Hitler was een paar dagen bewusteloos (in de Eerste Wereld­oorlog door een gra­naatinslag). Daarna schijnt hij bepaalde ‘gaven’ te hebben gekregen.

Hurkos, een beroemd helderziende in Amerika, is op zijn hoofd terechtge­ko­men, toen hij van een ladder viel. Daarna heeft hij ‘het’ gekregen.

En Croiset, gespecialiseerd in verdrinkingsgevallen, is als kind zelf eens bij­na verdronken. Ik denk, dat bij die schokeffecten de geest even weg is. Maar meestal is er dan in de familie al iets aan de hand. Traumatische ervaringen kunnen zo de deur openzetten voor allerlei machten. Dat kan bijvoorbeeld ook gebeu­ren bij hef­tige schrik; dan heeft de duisternis vrij spel. Natuurlijk is er ook de bescherming door goede engelen. Daarom zijn hypnose, yoga en dergelijke stromingen, zo ge­vaarlijk, omdat je dan bewust tracht je geest uit te scha­kelen. Dan ga je je overgeven aan onbekende machten. Een zendeling bad voor bevrijding van iemand, die veel aan afgoden­vere­ring had gedaan; hij kreeg toen even op zijn gezicht het masker van zijn afgod. Als een occult gebonden persoon, die bewust de duistenis heeft gediend, sterft, moet zo’n boze geest dan mèt die persoon mee naar het dodenrijk? Men zegt dan wel: zo’n mens gaat met man en macht naar het dodenrijk. Alleen denk ik, dat zo’n geest dan wel op zoek gaat naar een nieuw slacht­offer. Want in feite is iemand die sterft niet meer interessant voor zo’n geest. Dan gaan ze een nieuw slachtoffer zoeken; vaak is dat in de familie. Soms is dat ook een kind. Ze moeten altijd weer een huis heb­ben. Bij die be­zetene uit Gardara zochten de geesten de var­kens maar op. Het maakt toch wel een verschil of iemand is over­weldigd of dat die mens de duisternis heeft gezòcht. In het eerste geval zal die geest toch los moeten laten. In het tweede geval is die geest zo verweven met die mens, dat die geest toch mee moet. Ik denk dat in het eerste geval bij het sterven zo’n geest tegen het dodenrijk zegt: Hier heb je hem. Die geest geeft de mens dan als het ware over. Je ziet wel eens het merkwaardige verschijnsel, dat gebonden mensen vlak voor hun sterven helder worden en zich vrij voelen. De boze geest heeft zo’n persoon dan reeds verlaten; die zal dat sterven dan wel ‘aan voelen komen’. Iemand kan zowel uit de occulte wereld als uit het Konink­rijk Gods infor­ma­tie ontvangen. Bijvoorbeeld: hij wordt voor iets gewaarschuwd. Ja, die werelden liggen soms dicht bij elkaar. Door wie word je geïn­spi­reerd! Buitenstaanders zeggen vaak: Het Volle Evangelie met zijn handoplegging en het opleggen van handen door een magne­tiseur is in wezen toch hetzelfde? Bepalen bij waarzeggerij de geesten de toekomst of wéten ze de toekomst? Dat ligt soms dicht bij elkaar. De boze wil een toekomst creëren. De vraag is dan, in hoeverre jij daar op ingaat. In sommige families ontbreekt door het occultisme een stuk bescherming vanuit het voorgeslacht. Magnetisme is geen gave, maar een gat.

Net als bij een ziekte ontbreekt er een bepaalde afweer tegen die geesten­we­reld. Magnetiseurs druipen soms van het zweet na een enkele behandeling. Ja, daar zie je weer, dat die machten ergens parasiteren op een mens. Je ziet dan vaak, dat ze hun krachten met andere methodieken moeten aanvullen. Daar gebruiken ze soms spiri­tisme voor. Je moet wel onderscheid maken tussen de natuurlijke kracht die van God komt en de geestelijke kracht van de magnetiseur die uit het rijk der duis­ter­nis komt. Wat een verschil is er dan tussen het opleggen van handen door Christenen en de rust en vrede die daarvan uitgaat en het strijken van een magnetiseur! Inderdaad, ook al kunnen Christenen ook wel zowel geestelijk als lichame­lijk in dit verband vermoeid raken. Jezus zegt ook op een gegeven moment: ‘Rust een weinig’. De kracht kan dan weer ‘opgeladen worden’ door het gebed. Er staat ergens, dat toen Jezus de nacht had doorgebracht op de berg in gebed, er de volgende dag kracht was om te ge­nezen. «Maar de Egyptische geleerden deden door hun toverkunsten hetzelfde, zodat het hart van Farao verhardde en hij niet naar hen luisterde – zoals de HERE gezegd had». Ex.7:22. Hier verhardt het hart van de Farao door de toverkunsten; dat is dus geen versterking die van God kan zijn. Ja, hier wordt het ook niet toegeschreven aan het werk van God. Zie ook: «Maar toen Farao zag, dat er verlichting was ingetreden, liet hij zijn hart niet ver­mur­wen en luisterde niet naar hen – zoals de HERE gezegd had». Ex.8:15

Dat woord vermurwen betekent hier eigenlijk: ‘zwaar maken’.

«Maar het hart van de Farao verhardde, en hij luisterde niet naar hen – zoals de HERE gezegd had». Ex.8:19. Hier staat weer: ‘werd versterkt’. En dat terwijl de tovernaars van de Farao zelfs zeggen: «Dit is Gods vinger».  v.19. Die tien plagen (eigenlijk slagen) moet je ook zien tegen de geestelijke ach­ter­grond van die strijd die daar speelde. «Aan alle goden van Egypte zal Ik gerichten oefenen, Ik de HERE». Ex.12:12. Dit is een sleuteltekst. De Egyptenaren werden als het ware overgegeven aan de machten, die ze altijd hadden gediend. Ze stikten in hun kikkers, ze stikten in hun goden. Die goden keerden zich als het ware tegen hun eigen volk. God zegt: jullie vereren zo graag kikkers, Ik zal je er wel een paar be­zorgen. Je krijgt je goden thuisbezorgd. Ook de Nijl werd vereerd, de Nijl werd als bloed. Hij zag rood van het bloed van al die kindertjes. Ze krijgen de vrucht van hun eigen hande­lin­gen. Heeft de zee in Openbaring, die als bloed wordt, hier ook mee te maken?  (Op.16:3). Dat denk ik wel; het bloed dat altijd vergoten is, komt als het ware boven­drij­ven. De Egyptenaren hadden de Nijl gemaakt tot een doodsrivier. En het zal ook een doodsrivier zijn! God maakt openbaar wat de Egyptenaren gedaan hebben. De Nijl kan dat bloed niet meer bedekken. Zo staat er in Jesaja: «Dan zal de aarde het op haar vergoten bloed aan het licht brengen en haar ver­sla­ge­nen niet langer bedekken». Jes.26:21.In Egypte werd ook de zonnegod vereerd. Maar toen kregen ze drie dagen dikke duisternis. God laat zien, dat Hij boven die goden staat. Jullie ver­trou­wen wel op die zonnegod, maar als Ik het gordijn dichtdoe, is het afge­lo­pen met hem. In dàt licht moeten we die tien slagen verstaan. Die goden krijgen de slagen en die worden verslagen. En de laatste slag is dan de ge­na­deslag.

Ook in het boek Openbaring is weer sprake van slagen; ‘de zeven laatste slagen’. Ook daar wordt dan weer hetzelfde woord gebruikt. Dat kun je weer betrekken op de gramschap, op de toorn van God tegen die machten. De eerstgeborenen hadden een zeer speciale plaats in de gods­dienst van Egyp­­te. De Farao werd gezien als de zoon van de zonnegod. De eerst­gebo­re­ne was dus zijn opvolger. En dat werkt dan door in àl die eerstgeborenen. Dat is de strijd van God tegen het eerstgeboorterecht. De eerstgeborene was als het ware de macht van Egypte. God gaat dat machtsblok van Egypte schud­den. Hiermee hangt ook samen het feit, dat Egypte een heel sterke dodencultus had. Dat zie je bijvoorbeeld in de zorg waarmee de doden werden gemum­mi­ficeerd. De piramidebouw had hier ook alles mee te maken. Je zou bij wijze van spreken kunnen zeggen: voor Egypte zou het een ramp geweest zijn, als de dood er niet meer was. De hele economie zou in elkaar zijn ge­stort. Er wa­ren heel wat arbeiders in dienst van de dood. Ook de Israë­lieten moesten steden bouwen voor de Farao. Als de eerstgeborenen sterven, wordt Egypte in zijn dodenver­ering getrof­fen. De god van de dood wordt ontmaskerd. En straks zal dat helemaal het geval zijn, als de Farao met zijn leger in de zee ondergaat. Het is zeer de vraag, of de Farao, waarvan de mummie in het museum van Kaïro ligt, name­lijk van Ramses II, de Farao van de uittocht is geweest. Dat woord verharden komt in hoofdstuk 14 nog weer driemaal voor.

«En Ik zal het hart van Farao verharden, zodat hij hen ach­tervolgt». Ex.14:4

«Zo verhardde de HERE het hart van Farao zodat hij de Israëlieten achter­volg­de».  Ex.14:8

«Maar zie, Ik zal het hart van de Egyptenaren verharden, zodat zij hen achterna zul­len trekken». 14:17. En het doel van dit alles is: «En de Egyptenaren zullen weten, dat Ik de HERE ben, door­dat Ik Mij verheer­lij­ken zal aan Farao en aan zijn gehele legermacht».  Ex.14:18

Dat is het doel, dat is de ontknoping. In verband met de levenskracht die God geeft, die levens­stroom, die van God uitgaat, zou je toch kunnen zeggen: als de engelen voor het kwade kie­zen, dan houdt voor hen toch in ieder geval die levensstroom op…? Voor de engelen ligt deze kwestie wat moeilijker, omdat een engel niet kan sterven. Je kunt je wel de vraag stellen, waar de engelen, en speciaal de kwa­de engelen, hun energie vandaan halen. De Bijbel spreekt daar nauwe­lijks over. Je zou kunnen zeggen: Ze zijn eenmaal door God geschapen en op grond daarvan leven zij voort. Dan kun je de vraag doortrekken en zeggen: waar haalt de satan zijn ener­gie vandaan? Hij is met de energie die hij had, aan de haal gegaan. Zou je kunnen zeggen, dat de energie die de schepselen van God ontvangen hebben, in beginsel onuitputtelijk is?

Ja, dat zou je inderdaad wel zeggen. In Jesaja 14 wordt van de val van Lucifer wel gezegd: Ook gij zijt krach­te­loos geworden, als wij. Maar dan wordt hij toch in het dodenrijk geworpen? Je kunt zeggen, dat dit voor ons nog toekomst is, ook al wordt het dan al profetisch beschreven. In de poel des vuurs zullen ze hun energie op elkaar gaan botvieren, met als resultaat dat ze elkaar zullen verteren. Je zou ook nog kunnen zeggen, dat ze hun energie uit de ménsen halen; ze parasiteren als het ware op de mensen; wat dat betreft zijn het bloedzuigers of vampiers. Ze zetten hun energie zeker om in het misleiden van mensen? Ja, als je die machten met vuur vergelijkt en de mensen als brandhout. Vergelijk wat Paulus zegt: «Hij zelf zal gered worden, maar als door vuur». 1 Kor.3:15. En ook: «Redt hen door hen uit het vuur te rukken».  Judas 23

De volledige studie is in boekvorm te verkrijgen bij:

J. Bies

Schaperstraat 104

3317  LR Dordrecht

Tel:078-6510685

Giro 1292693

E-mail jan.bies@kpnplanet.nl

– Prijzen zijn excl. Verzendkosten

– Van elk boek wordt € 2.25 afgedragen aan het Afrika-fonds

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

391861 bezoekers sinds 07-06-2010