De veertiende Hebreeuwse letter: de noen

09-01-2012 door Joop Neven

De veertiende letter van het Hebreeuwse alfabet is de “noen”. Deze letter ziet er zo uit:

 

 

 

Aan de bovenkant en aan de onderkant bevindt zich een “jod”, die naar links gericht is. De “jod” is bij het schrijven van de “noen” aan de bovenkant duidelijker te zien. De beide “jods” zijn aan elkaar verbonden. Zowel boven als beneden, is er een tien.

Betekenis

Het woord “noen” betekent “vis”. Dit vinden we terug in het woord “thannienim”, dat in Genesis 1 vers 21 voorkomt: “Toen schiep God de grote zeedieren en alle kroelende levende wezens….”. Daar wordt gezegd, dat God op de vijfde dag o.a de grote vissen schiep. Het enkelvoud ervan komt in Job 7 vers 12 voor: “Ben ik de zee of een zeemonster, dat Gij een wacht tegen mij zet”. Daar staat in het Hebreeuws “thaannien”. Het woord `thaannien` wijst op grote vissen, die levende jongen voorbrengen en zogen {o.a dolfijnen}.

De “noen” komt na de “mem”. De “mem” heeft als betekenis “wateren”. Die “wateren” zijn o.a een beeld van de dood. De 50 komt na de 40. Na de dood, komt het leven, namelijk de opstanding uit de dood. Een mens leeft van zichzelf eigenlijk in de duisternis, {zie de letter “teeth}. Door de opstanding, de geboorte van nieuwe leven, wordt de mens uit de dood, uit de duisternis getrokken en het leven en in het Licht geplaatst {zie Hand.26 vers18; Efeze5 vers 8; Kol.1 vers 13}. In dat verband is het ook te begrijpen, dat een aantal discipelen vóór hun roeping “vissers” waren. De Heer gaf hen opdracht , om “vissers van mensen” te worden {Matth.4 vers 19}. Zij, die tot geloof komen zijn als vissen, uit het water, uit de dood gehaald. Soms moest men zelfs aan de rechterkant van het schip vissen {Joh.21 vers 6}. Ze moesten het net aan de rechtkant uitwerpen, de rechtkant wijst op de plaats van God. De discipelen vingen toen exact 153 grote vissen {Joh.21 vers 11}. Het aantal van 153 vissen is niet toevallig. Het getal 153 is namelijk de totale getalswaarde van het Hebreeuwse begrip “zonen Gods”.

“Zonen God “ is in het Hebreeuws “beneej haa-èloohiem”. De totale getalwaard van “beneej” is  2 + 50 + 10 = 62 en “haa-èloohiem” 5 + 1 +30+ 5 + 10 + 40 = 91.  Samen is het 153. De uitdrukking “zone Gods” komt o.a voor in Job 1 vers 6 en Job 2 vers 1. Zij zijn als vissen uit het water getrokken. Zij worden “zonen Gods”, omdat zij “uit het water gehaald zijn”. De “noen” heeft als getalswaarde 50, en dat getal vijftig brengt je van de wereld van de tijd, naar een nieuwe wereld. Daarom heet ook de persoon die dat doet na de veertig jaren in de woestijn “jehos-hoeah”, Jozua, de zoon van Noen, de zoon van de vijftig, want hij brengt je in de andere wereld. Door hem komt het in een anderen toestand, want de vijftig wil zeggen: hier is de tijd geëindigd, want de toekomst is aangebroken. Denk maar aan het jubeljaar, want daar zien we zeven maal zeven. Gij zult tellen, zegt Leviticus 25, zeven maal zeven jaren en dan zullen de priesters rondgaan door het land. Zij zullen een rondgang maken, en ze zullen vrijheid uitroepen, vrijlating. Want dan, na zeven maal zeven jaren, komt het vijftigste jaar en dat wordt dan “jubeljaar“ genoemd. Het Hebreeuwse woord “jubeljaar heeft niets te maken met “jubelen”, maar met het woord “jobeel”, en “jobeel” is afkomstig van het Hebreeuwse woord, dat “thuisbrengen” betekent. Prachtig, de “noen”, de vijftig breng  je thuis. We zijn op weg, en kijken alvast over de Jordaan heen, en zien de  nieuwe schepping verschijnen. We kunnen alleen maar vol verwondering zeggen; God is getrouw, Hij is de Getrouwe en de Waarachtige.

Het getal 50

De “noen” is gelijk aan het getal 50. Het getal vijftig houdt verband met “bevrijding”. Dit blikt ook uit Leviticus 25 vers 10: “Gij zult het vijftigste jaar heiligen en vrijheid in het land afkondigen voor al zijn bewoners, een jubeljaar zal het voor u zijn, dan zal ieder van u tot zijn bezitting en tot zijn geslacht terugkeren”. Bij de vijftig komt er vrijheid. De verlossing of bevrijding komt bij de vijftig tot stand. Daarom wordt het ook een jubeljaar genoemd, een feest van de “thuiskomst”. In het vijftigste jaar komt er een einde aan het dienstknecht-zijn en verkrijgt men zijn oorspronkelijk bezitting weer terug. Het is a.h.w. een terug keer naar de oorsprong.

De sluit-noen

De “noen”is de derde in de rij van de sluit-letters. “De sluit-noen” ziet er zo uit:

 

 

 

De “sluit-noen” { ן ] is eigenlijk een verlengde “waw” { ו }. De “sluit-noen”drukt uit, dat iets is afgelopen en dat er een nieuw begin is gekomen. Dat blijkt o.a. uit de naam “benjamin” {benjaamien}. De “sluit-noen” vinden we aan het eind van de naam “benjamin” terug. {Gen.35 vers 18}. Benjamin is zelf het nieuwe begin, maar voor Rachel is het de zoon van haar “laatste dagen”. Zij stierf bij zijn geboorte. Toch noemt Jacob hem “benjamin”, met een “sluit-noen. De betekenis is “zoon van de laatste dagen”. Dat zou eigenlijk “BenjamiM behoren te zijn, met een “sluit-meem”. Maar de naam eindigt met een “sluit-noen” { ן }, getalswaarde 50. Het is de uitdrukking van een nieuw begin, omdat het met een “sluit-noen” eindigt.

Tot slot

De “noen” is het getal van Pinksteren, de 50. Het getal dat symbool staat voor de volkeren is: 70. Er staat in Handelingen 2 vers 5: “Nu waren er Joden te Jeruzalem woonachtig, vrome mannen uit alle volken onder de hemel”. Toen de Pinksterdag {50} aanbrak, waren er “Joden, vrome mannen uit alle volken onder de hemel” te Jeruzalem aanwezig. Deze “vrome mannen” vertegenwoordigen dus “alle volken onder de hemel” {70}. Aan al deze volken wordt het evangelie verkondigd door de twaalven, {bij monde van Petrus} die de 120 {50+70 = 120} uit de opperzaal vertegenwoordigen. De beweging van het getal 50, die je overbrengt in de nieuwe schepping, {of in de context van de bediening van Petrus}, in het Koninkrijk der hemelen. De “noen” is de vijftig, maar de vijf {“hee”}, het venster, doet ook mee, want dat “venster” bleef open, het liet het Licht der wereld binnen komen. “Ik ben het licht der wereld, wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht des levens hebben” {Joh.8 vers 12}.

Tags:

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

391574 bezoekers sinds 07-06-2010