De tweede eed van God – elke knie zal zich buigen

04-12-2013 door Dr. K.D. Goverts

Vier keer staat er in het boek Jesaja dat God gaat zweren bij Zichzelf. In Jesaja 45 staat de tweede eed.

Wendt u tot Mij en laat u verlossen (bevrijden – daar zit de naam Jesjoea al in), alle einden der aarde, want Ik ben God en niemand meer. Want Ik heb ge­zwo­ren bij Mij zelf (in Mij heb Ik gezworen), waarheid (waarachtigheid) is uit mijn mond uitgegaan, een woord dat niet zal worden herroepen (dat niet zal te­rug­keren): dat voor Mij elke knie zich zal buigen, dat bij Mij elke tong zal zwe­ren. {Jes.45:22,23}. Het gaat om alle einden der aarde, waar ook alle randgebieden bij ho­ren. God zoekt juist degenen die helemaal ‘aan de rand’ zitten.

Een dominee vertelt: ik was predikant in Leerbroek en de pastorie stond op een soort eilandje met water er omheen. Hij had negen kinde­ren. Op een keer was een van zijn kinderen bij het eten niet aan tafel verschenen. Op dat moment bestaat er voor jou alleen nog maar dat ene af­we­­zige kind. Dan ga je onmiddellijk zoeken en let je niet meer op de an­de­­re acht kinderen. Zo is het ook in het verhaal van de ‘Goede herder’. Als je vraagt ‘hoe­veel scha­pen heb je nu’, krijg je als antwoord: één, die ene die er niet is!

 “Een woord dat niet terugkeert” (vs.23)  wil zeggen: dat woord keert nooit om. Dat woord van God zegt niet onderweg: ‘k geloof dat ik toch maar terugga. Het is zo ver om naar de mensen toe te gaan; en ze luisteren toch niet, ze hebben veel te veel aan hun hoofd. Ik was er bijna, maar ik heb toch maar weer rechtsomkeert gemaakt. Dan zegt God tegen dat woord: wat kom je nu doen?! Je moet niet terugkomen, maar gáán! “Een woord dat niet zal terugkeren, want voor Mij zal buigen alle knie en zal zwe­­ren alle tong”.  Dat staat ook in Filippenzen 2. “Opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de he­mel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Je­zus Christus is Here, tot eer van God, de Vader!” {Filipp.2:10,11}. “In de hemel en op de aarde en onder de aarde”. Dat zijn ‘die einden van de aarde’. Hier zit niet direct helemaal die driedeling in, maar dat kun je wel uit het tekstver­band opmaken. Eerder ging het dus ook over mensen die in Ba­bel zaten. Dat is eigenlijk het dodenrijk, dat is onder de aarde. In Jesaja 45:8 wordt ook gesproken over de hemelen (druppelt, hemelen, van boven) en de aarde (de aarde opene zich).Vers 12: de aarde (Hij, die de aarde gemaakt heeft) en de hemelen (uit­ge­spannen). In dit hoofdstuk gaat het ook over degenen die gevangen zaten. In feite is die driedeling op een verborgen manier weer terug te vinden.

Filippenzen 2:10,11 is gebaseerd op Jesaja 45:23. In de eerste eed zegt God: Ik heb een geschiedenis met alle volkeren, het juk wordt verbroken. In de tweede eed zegt God: “Alle knie zal zich buigen, en alle tong zal zweren voor Mij ØAlleen bij (in) de HE­RE, zal men voor of van Mij zeggen, is gerechtigheid (zijn waarachtigheden) en sterkte, tot Hem zal men komen; maar beschaamd zullen staan allen die te­gen Hem in woede ontstoken zijn (ontvlamd zijn); in de HERE wordt het ge­he­le nakroost (alle zaad) van Israël gerechtvaardigd en zal het zich beroemen. {Jes.45:22b-25}.

In die viervoudige eed legt God zijn geschiedenis vast.  In eeuwig schrift wordt het verankerd.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Pinksteren

Pinksterfeest De dag begint zoals alle gewone dagen. Het dorp komt langzaam op gang. Mensen ontwaken en gaan op weg of blijven thuis, net waar het leven hen roept. Het belooft een mooie dag te worden. De zon krijgt alle ruimte. Een blauwe lucht, hier en daar wat wolkjes, maar verder is de hemel open. […]

531382 bezoekers sinds 07-06-2010