De tussen muur weg-gebroken

23-05-2010 door Joop Neven

In Efeze 2 vers 14-16 leert Paulus dat Christus de “tussenmuur”, die scheiding maakte tussen God en de mens, {dus niet tussen Jood en heiden} namelijk “ de vijandschap {van de mens tegen God}, heeft weggebroken, doordat Christus in Zijn vlees {Zijn kruisdood}de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking heeft gesteld” {Efe.2 vers 14}. Wat bedoelt Paulus met ”het buitenwerking stellen van de wet der geboden in inzettingen bestaande”, die de “tussenmuur” is?. Met het woord “tussenmuur” herinnert Paulus aan de muur die Israël in het tempelcomplex had opgericht tussen het voorhof der Joden en die van de heidenen. Deze muur was in de Schriften niet bekend. De profeten kenden wel een scheiding tussen de voorhof en het eigenlijke tempelgebied, dat alleen de priesters en de Levieten mochten betreden. Maar twee voorhoven één voor Israël en één voor de gelovige uit de heidenen, kenden de Schriften niet. Die tussenmuur was in strijd met Jesaja 56 vers 7, waar staat: “…want mijn huis zal een bedehuis heten voor alle volken”. Jezus, bedoelt die Schriftplaats als hij in Marcus 11 vers 17 zegt: “Staat er niet geschreven dat mijn huis een bedehuis zal heten voor alle volken? Maar gij hebt het tot een rovershol gemaakt”. Uit Handelingen 21 vers 27-31 blijkt dat Israël juist aan de handhaving van deze eigen scheidsmuur was gaan hechten. Het vermoeden dat Paulus zijn volgelingen {Trofimus}, door deze muur zou hebben laten gaan, brengt heel Jeruzalem in rep en roer. In Efeze gebruikt Paulus deze scheidsmuur als beeld van de vijandschap van de mens tegen God, die scheiding maakt tussen God en de mens, welke vijandschap tot uiting komt in de “wet der geboden in inzettingen bestaande”, die door Christus “buiten werking” {Efe.2 vers 14-16}. Nogmaals, wat bedoelt Paulus met die “wet der geboden in inzettingen bestaande”? Is dat de wet van Mozes? Maar het houden van die wet, die Paulus zelf heilig en goed heeft genoemd{Rom.7 vers 12}, was zonder meer geen uiting van vijandschap tegen God, ook niet de ceremoniële inzettingen niet. In Paulus eerste bediening houdt hij zichzelf ook aan deze inzettingen. In zijn tweede bediening is dat voorbij, maar niettemin geeft hij in die bediening de gemeente uit de heidenen en Joden allerlei aanwijzingen die direct teruggaan op de wijsheid van de wet van Mozes. De vijandschap van de mens ligt niet aan de inzettingen van de wet van Mozes, maar ligt aan de vijandige gezindheid van de mens tegen God, die zich uit in alle inzettingen die de mens zich zelf tot wet stelt. Al “de gezindheid van het vlees is vijandschap tegen God” {Rom.8 vers 7}. Het betekent dat wat uit mens zelf opkomt vijandschap tegen God is. Jezus zegt in Mattheüs 15 vers 19: “Want uit het hart kome boze overleggingen, moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, leugenachtige getuigenissen, godslasteringen”. De gemeente van Christus, die een nieuwe schepping is, heeft in beginsel met die vijandschap van de mens tegen God gebroken, maar zij heeft in haar levenswandel nog voordurend strijd te voeren. Paulus onderwijst in Efeze 2 vers 15, dat Christus aan het kruis al die vleselijke inzettingen reeds buiten werking heeft gesteld en in Kolossenzen 2 vers 14 zegt Paulus, dat Christus het “bewijsstuk” van die vleselijke inzettingen aan het kruis heeft genageld! Wat een bijzonder Evangelie. Opvallend is dat Paulus voor het woord “inzettingen” het Griekse woord “dogma” gebruikt. De Bijbel gebruikt dat woord nergens als aanduiding van de wet van God, maar wel voor inzettingen van mensen, die wel of niet goed kunnen zijn. Als Paulus hier over “wet” spreekt, bedoelt hij dus niet de wet van Mozes. Paulus onderwijst dat Christus aan het kruis de vijandschap tegen God heeft gedood, die tot uiting komt in alle menselijke inzettingen die tegen Hem zijn gericht. In Kolossenzen 2 vers 14 zegt Paulus tot de gemeente, die het Lichaam van Christus is, dat Christus het bewijsstuk {Lett: handschrift of schuldbrief} van die inzettingen, dat tegen de gemeente getuigde, aan het kruis heeft genageld. Aan het kruis zijn de gemeente, die overtredingen kwijtgescholden. Zo staat het er: “toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold, door het bewijsstuk {Gr. cheirógraphon} uit te wissen, dat door zijn inzettingen {Lett: dogma’s} tegen ons getuigde en ons bedreigde”.  Dat is de prediking van Paulus van de overweldigende rijkdom aan genade voor de leden van het Lichaam van Christus, heidenen en Joden. Die rijkdom ligt besloten in de rechtvaardiging en de verzoening door het geloof van Christus alleen, zonder enig werk. Die Boodschap is tegen vlees en bloed. Daarom kwam Paulus met zijn evangelie haast alleen te staan. Dat was toen zo, en dat is nu zo.

Uit: De grote toekomst van Israël, de kerk en de volken.

Door: drs A. Keizer

Uitgeverij: Kok Kampen

 

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

384684 bezoekers sinds 07-06-2010