De Torah is gegeven om het kwaad te begrenzen.

22-06-2013 door Dr. K.D. Goverts

Wel wetend, dat de wet niet gesteld is voor de rechtvaardige, maar voor wette­lozen en tuchtelozen, voor goddelozen en zondaars, voor onverlaten en onheili­gen, voor va­der­moorders en moedermoorders en doodslagers, hoereerders, kna­pen­schenders, zielver­ko­pers, leugenaars, meinedigen, en al wat verder ingaat te­gen de gezonde leer” {1 Tim.1:9,10}.

De Torah heeft ook een functie om de boosheid een halt toe te roepen, om het kwaad te begrenzen. Dan kun je zeggen: iemand die tsaddiq is, rechtvaardig, die heel zijn leven op God heeft ingesteld en die verbon­den is met Hem, heeft dat niet nodig. Tenminste niet het punt van dat voortdurend begrensd wor­den, want de tsaddiq verlangt ernaar het goe­de te doen. Hij verlangt ernaar om met God te leven.

Dus hier zien we eigenlijk één aspect van de Torah. Dat hangt ook sa­men met wat je bijvoorbeeld in Romeinen 7 tegenkomt en ook verder in de Romeinen­brief, als Paulus zegt: “Daarom, dat uit werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal wor­den, want wet doet zonde kennen” {Rom.3:20}. En die wet blijkt dan ten dode te zijn. Hierbij moet je wel beden­ken, dat Paulus het woord wet in een paar betekenissen gebruikt. Daar ligt dus het probleem dat vaak over het hoofd gezien is en waar­door er veel misverstanden zijn ont­staan. Dat is dus een factor die we goed in de gaten moeten houden. Soms heeft Paulus het over de wet, en dan gebruikt hij het Griekse woord no­mos, maar dan bedoelt hij daar de Torah mee.

Leven volgens de wet en wettisch leven

Maar op andere plaatsen heeft hij het ook over wet, nomos, maar dan bedoelt hij daar die wettische manier van leven mee. En dan zegt hij: die wettische ma­nier van leven leidt ten dode. Als jij gaat proberen door allerlei in­spanningen je heil te verdienen, dan loop je dood. Laat ik mijn best doen, laat ik nog meer mijn best doen. Maar daarbij moet je in de gaten hebben dat dat wettische niet uit de boeken van Mo­zes afkomstig is. Dat wettische zit niet in de Torah. Dat wettische zit in de manier van hoe je de Torah benadert. Hoe kijk ik tegen het leven aan?! Als ik ga kijken door een wettische bril dan zie ik ook alles wettisch.

Het probleem is dus, dat Paulus dat ook nomos noemt, wet. En daarom zegt hij: “Wij zijn bevrijd van die wet”.  Wij zijn niet bevrijd van de Torah, maar we zijn bevrijd van die wetti­sche ma­nier van denken. Wij zijn bevrijd van dat systeem dat je steeds maar het gevoel geeft: je moet presteren en je doet nooit genoeg. Je ziet dan God als een boek­hou­der. En het is steeds: debet, debet. Te weinig ge­daan! Dat is dus dat machteloze gevoel van nooit genoeg; je haalt nooit een vol­doen­de. Je bent altijd onder de maat. Dan krijg je een soort frustratie die zich steeds herhaalt en opstapelt. Paulus zegt: Maar nu is Jezus gekomen en die heeft dat doorbroken.

Gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade – Romeinen 6

Immers, de zonde zal over u geen heerschappij voeren, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade” {Rom.6:14}. “ Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade”. Dat wil zeggen: je bent niet meer onder die wettische manier van leven. Maar dat betekent niet dat Paulus de Torah overboord gooit, want dan zou hij ook de ontferming overboord gooien. Maar dat betekent, dat die wettische manier van denken, waardoor je in de dood kwam, wegge­daan moet worden. Nu ben je daarvan ontslagen. Je bent nu voor die wet­tische manier van leven gestor­ven.

Het is van essentieel belang om telkens na te gaan of het nu over de To­rah gaat of over die manier van wettisch denken. Maar hoe kun je nu weten wat be­doeld wordt? Je kunt als hulpmiddel ge­bruiken, dat als er iets negatiefs over de wet wordt gezegd, het dan gaat om die wettische manier van leven. Als er iets positiefs gezegd wordt over de wet, dan zal het het over de To­­rah gaan. Zo is het sabbatsgebod ook geen wettisch punt. Pau­lus zegt dat al die dingen ons tot onderricht gegeven zijn (2 Tim.3:16).

Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weer­leggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid” {2 Tim.3:16}.

Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt; zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen” {Ex.20:8,9}. “Deze immers stelt de ene dag boven de andere, gene stelt ze alle gelijk. Ieder zij voor zijn eigen besef ten volle overtuigd” {Rom.14:5}.

Het NBG zegt: ‘gene stelt ze alle gelijk’, maar er staat letterlijk: “De ander onderscheidt alle dagen”. Die ander zegt dus: Elke dag is bijzonder

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410031 bezoekers sinds 07-06-2010