De symboliek van het Hebreeuwse alfabet Deel 5

04-06-2010 door Dr. K.D. Goverts

De zeventiende letter t/m de negentiende letter

De pee, de tsadee en de qoph

De Pee

De zeventiende letter

De schriftelijke Torah en de mondelinge Torah

De pee – p (= 80) is niet alleen een letter, maar tevens een woord en dan betekent het de mond. De voorgaande letter, de ajin – ע (=70), is het oog en de pee is de mond. Vandaar dat er ook wel gezegd wordt: de ajin (het oog) is de schrif­telijke Torah, die je met het oog kunt lezen en de pee is de mon­de­lin­ge Torah, die van mond tot mond (pèh el pèh) wordt over­ge­dragen. Vanouds wordt gezegd, dat Mozes op de berg bij Adonai, bij de Eeu­wi­ge was en daar de schriftelijke Torah, de woorden geschreven met de vin­­­ger Gods, ontving. Deze woorden werden opgetekend in de boeken van Mo­zes, in de boeken van de Torah. Maar hij ontving ook de monde­linge To­rah, want wat geschreven staat en wat gesproken wordt, hoort bij el­kaar. Je zou kunnen zeggen: Dat zijn de twee kanten van het gehei­menis van God. Dat geheimenis wordt geschreven, maar het wordt ook mon­­deling over­ge­dra­gen. We komen daar straks nog op terug in ver­band met een interessant woord, dat ook met een pee begint en dan gaat er misschien wel weer een wereld voor ons open. Je komt in de Hebreeuwse bijbel ook uitdrukkingen tegen zoals:

‘Van mond tot mond’, en ‘oog in oog’.

In Jesaja 40 staat een prachtige tekst, waar gesproken wordt over ‘de mond des HEREN’. Dat is een uitdrukking die wel vaker voorkomt, maar in moderne vertalingen soms weer wat is kwijtgeraakt. In de Vulgata staat boven Jesaja 40: Liber consolationis, Boek der ver­troos­ting van Israël. Dat Troostboek, zo­als het ook genoemd wordt, be­gint in Jesaja 40. Af en toe heeft een mens die vertroosting ook wel no­dig in de­ze barre wereld. Het is goed om in barre tijden een woord van de an­dere kant te vernemen. We horen heel wat nieuws via de radio, de krant of de TV, maar wat is er nu werkelijk nieuws? Wat is nu blijvend, wat heeft waarde voor het hart?

Alle vlees tezamen zal het zien

In Jesaja 40 staat: «En de heerlijkheid des HEREN zal zich openbaren en al het levende tezamen zal dit zien, want de mond des HEREN heeft het gesproken» Jes.40:5. Letterlijk: «En openbaren zal zich (of: geopenbaard zal worden) de heerlijkheid van de Eeu­wige en ze zullen zien alle vlees tezamen, want (of: voorwaar) de mond van de Eeuwige heeft gesproken».

Alle vlees

Het NBG vertaalt: ‘al het levende’. Dat betekent echter wel iets anders, want er staat ‘alle vlees’, en dat is juist dat­ge­ne wat zich­zelf níet in leven kan houden. Dat is de mens in zijn ster­fe­lijk­heid, in zijn vergankelijkheid. Dat is niet ‘al het levende’, want dan zou er ‘kol chaj’ moeten staan, maar er staat ‘kol basar’, alle vlees. Basar is de mens in zijn zwakheid, de mens, die zichzelf niet overeind kan houden. Dat speelt juist door heel dat gedeelte van Jesaja 40 heen een rol. «Alle vlees is gras en al zijn goedertierenheid (chèsed) als een bloem in het veld. Het gras verdort en de bloem valt af»  Jes.40:6,7. Dus dat ‘alle vlees’ blijft niet vanzelf in leven, dat heeft geen eigen po­ten­ti­ë­le levenskracht. «En ze zullen zien alle vlees (kol basar) tezamen». Het woord tezamen (jachdaw) is ook weer een specifieke uitdrukking in het boek Jesaja, die telkens weer terugkomt. Het is net alsof Jesaja zegt: De ballingen gaan zich verenigen en dan komen ze allen tezamen. ‘Verzamelt u al gij ballingen, verzamelt u al gij vlees en dan zult gij het zien’. Laat ze dan maar komen van de einden der aarde, uit de randgebieden van het bestaan; ook de mensen, die het gevoel hebben overal buiten te val­len. Mensen, die altijd uit­ge­loot en gedis­kwa­lifi­ceerd worden, dat is ‘alle vlees’, dat zijn al die ballin­gen tezamen (jachdaw).

Want de mond des Heren spreekt

«Want (of ‘voorwaar’) de mond van de Eeuwige heeft gesproken».

Chouraqui heeft dit met een tegenwoordige tijd vertaald. Chouraqui vertaalt dikwijls, ook in de ver­halende teksten, met de te­gen­woor­di­ge tijd, zoals bijvoorbeeld ‘God zegt’, in plaats van ‘God zeide’. In Jesaja 40:5 staat dibber, dat is in het Hebreeuws een perfectum, maar hij ver­taalt het dus met een tegenwoordige tijd. Voor deze manier van spreken door de profeten wordt een bepaalde term gebruikt, na­melijk een ‘perfectum performativum’, dat betekent: het is wel een vol­­tooi­de tijd, maar het duidt aan, dat op het moment van dat spreken iets tot stand gebracht, geperformeerd, wordt. Dus op het mo­ment dat God spreekt, brengt Hij dit tot aanzijn. Hij spreekt en het is er, Hij ge­biedt en het staat er. Dus in die zin kun je zeggen: «De mond des HEREN heeft het gesproken», maar je kunt ook vertalen: «De mond des HEREN spreekt» en dat is dan spreken in de actualiteit, in de werkelijkheid. Op het mo­ment dat God het zegt, gaat het in werking treden; het is een ‘werk­zaam woord’. In Jesaja 40 staat: «Troost, troost mijn volk, zegt uw God. Spreek tot het hart van Jeruzalem» Jes.40:1. En dan komt daar als een soort slotakkoord van de eerste vijf verzen:

«Want (of: ‘voorwaar’) de mond des HEREN heeft het gesproken». (of: ‘spreekt het’)». Dus hier is sprake van het mondelinge, het directe spreken des Heren en dan gebèurt er ook wat. Dan zullen de ballingen het ook ervaren. Ze zit­ten daar aan de rivie­ren van Babylon en hebben het gevoel, dat ze alleen nog een ver­leden hebben. Hebben we nog toekomst? Nee, die ligt ook al ach­ter ons. Heb­ben we verder nog wat? Ja, we hebben nog wel tijd, maar daar schie­ten we ook niet veel mee op. De tijd kunnen we doden, maar eigenlijk hoeft dat ook al niet meer, want die ìs al dood. Daar zitten we dan met die do­de tijd in onze handen. Wat zullen we doen vandaag? Het kan ook net zo goed mor­gen, het maakt allemaal niets meer uit. Want eigen­lijk zijn wij­zelf passé, wij zijn verleden, wij zijn geweest en we heb­ben niets meer te ver­wach­ten. Daar zitten de ballingen aan de stromen van Babylon met hun ziel onder hun arm en met de harp aan de wilgen. Ze zeg­gen: Ach mensen, vroe­ger was het nog wat, nu is het niets meer en het kan ook niets meer wor­den. Maar dan komt daar die stem, die sprekende stem, de ‘pi Adonai, de mond des Heren’ en die gaat iets tot stand brengen. Er komt een woord uit die andere wereld. Mensen wach­ten vaak bewust of on­be­wust op een woord uit de andere wereld.

Oog in oog’ en ‘van mond tot mond’

In Jesaja 52 staat een tekst met de uitdrukkingen: ‘oog in oog’ en ‘van mond tot mond’. In Jesaja 52 zijn we bijna aan het einde van het Troost­boek, want in die hoofdstukken gaat het over heel die weg om uit die ballingschap, uit Babel, van­­daan te komen. Het gaat vaak niet zonder slag of stoot om uit de ballingschap los te komen, dat gaat vaak met veel moeite en tegen­stand gepaard. Je bent niet zó­maar uit Ba­bel. Er moet wel heel wat ge­beu­ren voordat je eruit bent, voordat je daar ook ìnner­lijk van los komt. Het duurt vaak lang voordat je echt kunt beleven, dat Babel voor je is opengegaan en je te voorschijn mag komen. Er staat zo mooi in Jesaja 52: «Hoor, uw wachters verheffen de stem (van mond tot mond), zij jubelen teza­men, want met eigen ogen (oog in oog) zien zij, hoe de HERE naar Sion weder­keert» Jes.52:8. Letterlijk: «Een stem van uw wachters, ze verheffen de stem, tezamen (jach­daw) juichen zij». 

Tezamen (jachdaw) juichen zij

Hier gaat het weer over het begrip tezamen. Telkens is dat het perspectief van de profeet Jesaja. Als God echt gaat doortrekken, als God vrij baan krijgt in Babel – want daar in Babel gaat het toch maar gebeuren – dan jui­­chen ze tezamen. Niet zomaar eentje hier of eentje daar, een paar een­za­­me zwervers, een paar verdwaalde armoedzaaiers, maar het wordt een vereniging, een vergadering tezamen. Tezamen (jachdaw) juichen zij.

Het Woord schept zijn eigen ruimte

In diepste zin kun je zeggen, dat het Woord vrij baan máákt. Het Woord baant zich een weg. «Zijn rechterhand en zijn heilige arm gaf Hem zege» Ps.98:1. (maakte Hem vrij baan, vrij baan gaf Hem zijn rechterhand (ja­min). Je kunt ook vertalen: «Zijn rechterhand bevrijdde voor Hem; zijn rechterhand maak­te voor Hem een vrije weg». Het woord jasja‘ betekent eigenlijk: ruimte scheppen. Dus je kunt ook vertalen: «Zijn rechterhand maakte voor Hem ruimte». Al die betekenisnuances zitten daar in. Uiteindelijk kun je dus stellen, dat God zelf die ruimte creëert. Dat staat zo ontroerend in een advents­lied weer­ge­geven: “Zelfs als niemand op Hem wacht, dan nog….”  Ook als de mensen het af laten weten, dan even­­­goed nog zal het Woord zich een podium scheppen. God zegt: Als er dan geen podium is, dan maken We dat zelf. Het Woord schept ook zijn eigen ruimte. Dat is toch ook iets van die genade, die dwars tegen alles in doorzet. Stel je voor, dat dat niet zo was en dat het helemaal puur zou af­­hangen van de wil of de onwil van mensen. Dan zou je het risico kun­nen lopen, dat er nooit ruimte komt voor de genade en dat God op een be­­paald moment in de historie zou moeten zeggen: Het is niet gelukt, want er was geen ruimte voor mijn Woord. Maar als die ruimte er niet is, dan zegt Romeinen 4:17 dat God ‘het niet zijnde tot aan­zijn roept’. Wat er niet is, dat brengt Hij­zelf tot stand.

Oog in oog staan met het wonder   

In Jesaja 52:8 wordt gesproken over ‘de stem van de wachters’. Twee keer klinkt het woord stem. Vervolgens staat er: «Want met eigen ogen zien zij, hoe de HERE naar Sion terugkeert»  Jes.52:8. Let­terlijk: «Want (of: voorwaar) oog in oog zien zij». Het is zo genadig, dat die terugkeer op gang komt en dan ‘zien ze oog in oog’. De NBG-vertaling zegt ‘met eigen ogen’, maar er staat letterlijk: ‘oog in oog zien ze’. Ze staan oog in oog met dat wonder en ze zien het terugkeren van de Eeu­­wige naar Sion. Het indrukwekkende is, dat God zèlf terugkeert. Het is zo kostbaar als een mens mag terugkeren, maar het is misschien haast nog grootser als Hijzelf terugkeert. De terugkeer van de Eeuwige naar Sion, van de Meester zelf, van de Goddelijke Adon.

Van mond tot mond spreek Ik met hem

In Jesaja 52 staat dus die uitdrukking ‘oog in oog’.

De ajin (het oog) heeft als getalswaarde 70.

Bij de zegswijze ‘van mond tot mond’ is er sprake van de ge­talswaarde 80, want de pee (mond) heeft als waarde 80. In Numeri 12 staat daar­o­ver een prachtige tekst. Daar wordt over Mozes gesproken als ‘een zeer zacht­moedig man’. «Mozes nu was een zeer zachtmoedig man, meer dan enig mens op de aard­bo­dem»  Num.12:3.   Letterlijk: «De man Mozes, meer zachtmoedig dan alle mens, die is op het aan­ge­­zicht van de aardbodem (de adam op de adamah)». God ging met Mozes toch nog anders om dan met de profeten. Als het om de profeten gaat, maakt God zich aan hen bekend in een ge­zicht of in een droom.  «Toen zeide Hij: Hoort nu mijn woorden. Indien onder u een profeet is, dan maak Ik, de HERE, Mij in een gezicht aan hem bekend, in een droom spreek Ik met hem». Num.12:6. «Niet aldus met mijn knecht Mozes, vertrouwd als hij is in geheel mijn huis»  Num.12:7. Aan Mozes maakt God Zich op een andere manier bekend en tot hem spreekt Hij niet in een gezicht of in een droom. Dit laatste is in feite een nog wat in­directe wijze, het is in wezen een wat lager stadium van open­­­ba­ring. Van Mozes kan gezegd worden:

 Mijn oog is hemelwaarts gericht,

waar men u prijst in ’t eeuwig licht.

Verlangend ziet mijn blik daar rond,

Stel mij, o Heer, op hoger grond.

Stel mij, o Heer, op hoger grond

Mozes krijgt geen droom, geen gezicht. Als Mozes gaat slapen droomt hij niet, want dat hoeft niet meer. Er staat in Numeri 12: «Van mond tot mond spreek Ik met hem, duidelijk en niet in raadselen, maar hij aanschouwt de gestalte des HEREN. Waarom hebt gij u dan niet ontzien tegen mijn knecht Mozes te spreken?» Num.12:8. Van mond tot mond spreek Ik met hem. Letterlijk: «Mond naar mond (pèh el pèh) spreek Ik in hem». 

Ergens anders wordt ook nog gezegd, dat God met Mozes sprak van ‘aan­­gezicht tot aangezicht (panim el panim)’.

In Numeri 12 wordt gesproken over ‘mond tot mond (pèh el pèh)’; dat is de meest intieme vorm van spreken, op een heel directe manier.

Pèh betekent mond en pi betekent de mond van.

Dit heeft in het Hebreeuws de naam van status con­­structus. Als er een woord achter komt, zoals bij ‘pi Adonai, de mond des Heren’, verandert de klank van pèh naar pi.

Tachtig is het getal van de doorbraak

De pee heeft dus als getalswaarde 80. Als we nu van de diepere beteke­nis van die 80 zo het een en ander in kaart hebben gebracht, zien we dat de betekenis van de 80 (in de tientallen) parallel loopt met de betekenis van de 8. Die betekenis hebben we hiervóór al bij de 8 besproken. De 8 en de 80 hóren ergens bij elkaar; 8 is het getal van de nieuwe schep­ping, het getal van de Masjiach. Na zeven da­gen komt de achtste dag en 80 is daar een hogere dimensie van. Nu blijkt ook uit een aantal woorden, die met een pee beginnen, dat 80 het getal van de doorbraak is. Er breekt iets door; datgene, wat sta­tisch was, wat tot stilstand was gekomen, wordt doorbroken. Gesloten si­­­tu­­a­ties wor­­den opengelegd. We zien dat primair gebeuren door de ‘mond des Heren (pi Adonai)’. Waar de Eeuwige zo direct gaat spreken, daar be­­gint de doorbraak. Dus de mond des Heren of het Woord des Heren is het begin van het doorbrekende licht. Het viel mij op, dat je niet alleen in het Hebreeuws, maar ook in andere ta­len, datzelfde principe tegenkomt. Woorden als primair (de eerste) en prin­­cipe (het beginsel, het grond­beginsel), beginnen met een pee. Net als­of daar iets geëntameerd wordt; daar wordt iets in gang gezet. Zo kan van God zelf gezegd worden, dat Hij de Eerste is (Primus in het Latijn). Hij is zelf het principium, het grondbeginsel, het oerbegin. Het is net als­­of dat als het ware in die letter pee als karakter ligt besloten. De pee draagt dat ìn zich. Het lijkt wel een soort taalwet, dat dan de woorden, die moe­­ten uit­­drukken, dat er iets gaat gebéuren, dat er iets door­broken wordt, dat die woor­den daardoor ook haast ‘vanzelf’ met een pee begin­nen. Het lijkt wel alsof dat ligt verankerd in de wetten van de taal.

De volledige studie is in boekvorm te verkrijgen bij:

J. Bies

Schaperstraat 104

3317  LR Dordrecht

Tel:078-6510685

Giro 1292693

E-mail jan.bies@kpnplanet.nl

– Prijzen zijn excl. Verzendkosten

– Van elk boek wordt € 2.25 afgedragen aan het Afrika-fonds

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410515 bezoekers sinds 07-06-2010