De schat in de akker

09-01-2014 door Aren van Waarde

Mattheüs heeft als enige van de vier evangelisten de gelijkenis van de schat in de akker opgetekend. Jezus vertelde deze gelijkenis nadat Hij naar zijn huis in Kapernaüm was teruggekeerd (Mattheüs 13:36). Hij had zich aan boord van een schip begeven en vanuit de 3). De gelijkenis van de schat in de akker was bestemd voor de discipelen en had een korte maar krachtige boodschap: “Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, in de akker verborgen, die een mens vond en verborg; en vanwege zijn blijdschap daarover gaat hij heen en verkoopt alles wat hij heeft, en koopt die akker” (Mattheüs 13:44). Uitleg van de gelijkenis gaf Jezus niet, maar zijn discipelen begrepen wat Hij wilde zeggen (Mattheüs 13:51). Of wij het óók begrijpen, is de vraag – want er worden van deze gelijkenis uiteenlopende verklaringen gegeven.

De gangbare uitleg

De gangbare uitleg is te vinden in de kanttekeningen van de Statenvertaling: “Met deze gelijkenis wijst Christus aan de uitnemende waardigheid van de leer en de beloften des Evangelies, mitsgaders den ijver en naarstigheid, die men behoort aan te wenden om dezelve te verkrijgen, al ware het ook met schade en verlies van alle tijdelijke dingen (zie Filippenzen 3:7)” . Volgens de Statenvertalers staat de “mens” in de gelijkenis model voor “de gelovige”. Om te verkrijgen wat in het evangelie wordt beloofd, volgens de kanttekeningen toegang tot het koninkrijk der hemelen, behoort zo’n gelovige ijver en opofferingsgezindheid aan de dag te leggen. Hij moet bereid zijn om afstand te doen van alles wat hij heeft, ja zelfs van zijn eigen leven, om het hemelrijk te kunnen beërven. De kanttekenaren van de NIV Study Bible zijn het met de Statenvertalers eens. Hun commentaar is het volgende: “Het koninkrijk is van zo’n grote waarde dat men bereid behoort te zijn om alles wat men bezit op te geven ten einde het te kunnen winnen” Ook de bekende Engelse commentator Matthew Henry meende dat dit de betekenis van de gelijkenis was, hij schreef: “Wie door Christus behouden willen worden moeten bereid zijn om alles voor Hem op te geven, alles in de steek te laten en Hem te volgen”.

Onbevredigend

Hoe het u vergaat weet ik niet, maar mij heeft bovengenoemde uitleg nooit kunnen overtuigen. En wel om de volgende redenen:

1. Volgens Jezus’ eigen woorden hadden de gelijkenissen die Hij vertelde betrekking op “de verborgenheden van het koninkrijk der hemelen” – geheimen die aan de discipelen werden bekendgemaakt, maar die de menigte niet begreep omdat “hun hart vet was geworden” en zij hun ogen en oren hadden gesloten (Mattheüs 13:10- 17, 34-35).

2. Dat het volgen van Christus offers vraagt, was geen geheim – Jezus had dat al meerdere malen onomwonden gezegd (Mattheüs 6:24, 8:18-22, 10:34-39) en Hij zou het bij een latere gelegenheid nogmaals onomwonden zeggen (Mattheüs 16:24-27).

3. De gelijkenis bevat details waaraan in de uitleg geen aandacht wordt besteed. Wat wil het bijvoorbeeld zeggen dat de schat in een akker werd gevonden? En dat de vinder hem opnieuw verborg en wegging om de akker te gaan kopen? Waarom moest de vinder “alles wat hij had” verkopen om de akker te kunnen betalen? Waarom alles, en niet veel? Was de vinder soms een arme man?

4. De handelwijze van de mens uit de gelijkenis was in feite onrechtvaardig. De vinder van de schat had de landeigenaar behoren te informeren. Maar hij hield zijn mond

en betaalde alleen de koopprijs voor het stuk grond. Het offer van zijn schamele bezittingen was voor hem een peuleschil, binnen enkele uren zou hij immers schatrijk zijn! Ten koste van een nietsvermoedende volksgenoot, wel te verstaan. Aan een geschiedenis als deze kon een gelovige Jood onmogelijk een voorbeeld nemen.

5. De klassieke uitleg ontleent aan de gelijkenis conclusies die in de Bijbeltekst niet worden getrokken. De mens uit het verhaal “moet” niet afstand doen van zijn bezittingen, maar hij is zó blij over zijn vondst dat hij spontaan alles wat hij heeft verkoopt. In de gangbare uitleg ligt de nadruk op “moeten”, “behoren”, en “plicht”. Maar in de gelijkenis van Jezus ligt de nadruk op blijdschap.

6. De schat in de akker is volgens het Bijbelwoord niet “een erfdeel in het koninkrijk” of “behoud door Christus” of “toegang tot het rijk”. Volgens Jezus is de schat het koninkrijk zèlf.

7. De mens in de gelijkenis koopt niet de schat maar de akker, en krijgt de schat op de koop toe. De schat is een onderdeel van de akker en in de akker verborgen. In de gangbare uitleg wordt aan dit element van het verhaal geen enkele betekenis toegekend.

De elementen van het verhaal

Door Schrift met Schrift te vergelijken kunnen we ontdekken wat de elementen van het verhaal uitbeelden. Ook dan moeten we nog gissen naar het punt van de vergelijking, maar de kans dat we de plank mis slaan wordt wel een stuk kleiner. Aan het tekstverband ontlenen we het volgende:

a. De schat is “het koninkrijk der hemelen” – want Jezus zegt: “Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat” (Mattheüs 13:44). Niet een erfdeel in het rijk, of toegang tot het rijk, maar het rijk zelf. Daarbij moeten we beseffen dat het Griekse woord basileia zowel “koninkrijk” als “koningschap” kan betekenen. De schat kan een bepaald grondgebied uitbeelden maar ook de natie die in dat gebied woont of de koninklijke waardigheid. Wie het koninkrijk der Nederlanden koopt, verkrijgt veertigduizend vierkante kilometer grond, verwerft zestien miljoen onderdanen en mag zich voortaan koning noemen.

b. Wat de “akker” voorstelt is niet onmiddellijk duidelijk. Maar in hetzelfde hoofdstuk komt het woord “akker” meerdere malen voor (vs.24,27,31) en in zijn uitleg van eerdere gelijkenissen zegt Jezus: “De akker is de wereld” (vs.38). Direkt daarna vertelt Hij de gelijkenis van de schat in de akker. Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat ook in dat verhaal de akker model staat voor de wereld.

c. Wie de “mens” in de gelijkenis is, is evenmin direct duidelijk. Maar uit vers 44 blijkt dat deze persoon het rijk koopt. Wie het rijk koopt, wordt koning. Als we dat inzien, begrijpen we meteen wie de betrokkene is. Het is DE mens, Jezus zelf. Een ogenblik geleden had Hij zich “de Zoon des mensen” genoemd (vs.37,41), wat in het Hebreeuws zoiets betekent als “de erfgenaam van Adam”, de mens bij uitstek. Over deze drie punten kan mijns inziens geen twijfel bestaan. Een Bijbelgetrouwe interpretatie zal hieraan vasthouden en er niet van afwijken. De mens in de gelijkenis kan onmogelijk “iedere gelovige” zijn en de schat is niet het behoud van zo’n gelovige. Het is opvallend dat de mens in de gelijkenis de schat “vindt” maar hem verbergt. Hij gaat weg en verkoopt alles wat hij heeft. Het verhaal veronderstelt dat de vinder na het kopen van de akker zal terugkeren om de schat op te graven en zich die toe te eigenen. Maar over die terugkeer wordt in de gelijkenis niet gesproken. Het verhaal dat Jezus vertelde eindigt met de koop van de akker.

Het koninkrijk der hemelen

Onder “het koninkrijk der hemelen” verstaat een Israëliet niet: “een rijk in de hemelen”, maar, zoals de Bijbeltekst dat ook zegt: ”het rijk van de hemelen”. Het koninkrijk der hemelen vangt aan wanneer de hemelen over de aarde, of op aarde, beginnen te regeren. Wanneer aan een Jood wordt gevraagd wat de uitdrukking “koninkrijk der hemelen” betekent, dan zal hij antwoorden, dat we dit kunnen lezen in het Bijbelboek Daniël, in de uitleg die Daniël gaf van de droom van koning Nebukadnezar:“Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan, het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid, juist zoals gij gezien hebt, dat zonder toedoen van mensenhanden een steen van de berg losraakte en het ijzer, het koper, het leem, het zilver en het goud verbrijzelde” (Daniël 2:44-45). Ook in verband met een droom van Daniël wordt er gesproken over dit rijk: “Ik bleef toekijken in de nachtgezichten en zie, met de wolken des hemels kwam iemand gelijk een mensenzoon; hij begaf zich tot de Oude van dagen, en men leidde hem voor deze; en hem werd heerschappij gegeven en eer en koninklijke macht, en alle volken, natiën en talen dienden hem. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet zal vergaan, en zijn koningschap is een, dat onverderfelijk is” (Daniël 7:13-14) “En het koningschap, de macht en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten; zijn koningschap is een eeuwig koningschap, en alle machten zullen het dienen en gehoorzamen” (Daniël 7:27)

Over het koninkrijk der hemelen wordt in het boek Daniël het volgende gezegd:

1. Rijken die een aardse oorsprong hebben zijn tijdelijk van aard. Na kortere of langere tijd gaan ze te gronde, doordat de heerschappij van het ene volk op de heerschappij van een ander volk overgaat. Met het rijk dat zijn oorsprong heeft in de hemelen zal dat niet het geval zijn, de heerschappij daarvan zal “in eeuwigheid niet te gronde gaan” (Daniël 2:44).

2. Het koninkrijk der hemelen zal de wereldrijken vernietigen en in hun plaats komen. Het zal immers “al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf bestaan in eeuwigheid” (Daniël 2:44). De steen in de droom van Nebukadnezar die het rijk verbeeldt, “wordt tot een grote berg, die de hele aarde vult” (Daniël 2:35).

3. De vorst over het rijk is “iemand gelijk een mensenzoon”, dat wil zeggen: een menselijk wezen (Daniël 7:13). Maar geen gewoon mens, want hij sterft niet en wordt nooit oud. Zijn heerschappij is eeuwig (d.w.z. blijvend) en zijn koningschap is onverderfelijk. Het begint nooit te tanen en het raakt nooit in verval (Daniël 7:14).

4. De vorst over het rijk ontvangt zijn koningschap pas nadat hij “met de wolken des hemels” bij de “Oude van dagen” is gekomen, dat wil zeggen: bij God (Daniël 7:13).

5. De vorst over het rijk heerst over de hele mensheid. “Alle volken, natiën en talen dienen hem” (Daniël 7:14).

6. De vorst over het rijk heerst niet alleen. Onder alle volken, natiën en talen die samen de mensheid vormen is er één volk dat samen met hem de Koninklijke heerschappij uitoefent, het “volk van de heiligen des Allerhoogsten” (Daniël 7:27). Die naam betekent: het volk dat de Allerhoogste, de Schepper, op een bijzondere wijze toebehoort en dat door Hem uit alle andere natiën is afgezonderd.

7. Het koninkrijk der hemelen is een wereldrijk op aarde, want aan het heilige volk zal “het koningschap, de macht en de grootheid van de koninkrijken onder de ganse hemel” worden gegeven (Daniël 7:27)

De boodschap van de gelijkenis

Met bovenstaande informatie kunnen we proberen om de boodschap van de gelijkenis te begrijpen. Wanneer een schat in een akker is verborgen, is er geen sprake van normale omstandigheden. Een schat is bedoeld om er van te genieten, en die te gebruiken. Men behoort met hem te investeren, dan kan hij rente of winst opleveren (zie Mattheüs 25:14- 30). Het verbergen van een schat wijst op een oorlogssituatie. Men verbergt een schat om te voorkomen dat die als oorlogsbuit door een invallend leger of invallende roversbenden wordt meegenomen. In de evangeliën lezen we slechts één keer dat Jezus zich “verheugde”. Dat was toen de zeventig (of tweeënzeventig) discipelen van een rondreis door het land Israël bij hun leermeester terugkeerden en Hem berichtten dat ze niet alleen hadden kunnen prediken maar in zijn naam ook demonen hadden kunnen uitdrijven (Lukas 10:17-24). Ongetwijfeld verheugde Jezus zich over het feit dat “de krachten van de toekomstige eeuw” (Hebreeën 6:5) zich hadden geopenbaard. Omdat er “door de Geest (of: vinger) Gods” demonen waren uitgedreven was het rijk van God zichtbaar geworden (Mattheüs 12:28, Lukas 11:20). Maar de respons van Israël op de openbaring van het rijk was niet unaniem positief. De menigten hadden wel belangstelling, vooral om te worden genezen van hun kwalen, maar de rijken en machtigen reageerden uiterst vijandig. Hun vijandschap zat zó diep, dat ze zelfs zeer grote en volstrekt onloochenbare wonderen van barmhartigheid bestempelden als werken van de duivel (Mattheüs 12:22-32, Markus 3:20-30, Lukas 11:14-23). Van een bekering van heel Israël was geen sprake. Zelfs bij een groot deel van de menigte was er geen sprake van blijvende of diepgaande verandering. De “mens”, Jezus, “vond” de schat in de akker – het koninkrijk van God werd openbaar in de wereld. Hij verheugde zich daarover, maar vanwege de omstandigheden nam Hij het besluit om de schat weer te verbergen. Wat dit “verbergen” inhoudt, kunnen we lezen in Mattheüs 12:31-32 en 43-46. Het huis dat was geveegd en geordend zou weer net zo vies worden als het was geweest, ja , zelfs nog viezer. Het rijk dat even zichtbaar was zou weer onzichtbaar worden. Betekent dit dat de mens zijn vondst heeft opgegeven, dat de schat voorgoed verloren is? Volgens de gelijkenis niet. Vanwege zijn blijdschap over de vondst gaat de mens “heen en verkoopt alles wat hij heeft, en koopt de akker”. In plaats van de rijkdom te grijpen die voor het oprapen ligt, gaat hij weg en verkoopt al zijn bezittingen. Dit heeft betrekking op de gang naar het kruis, waar Jezus afstand deed van alles wat Hij had, van iedere eer of waardigheid, ja zelfs van zijn leven. Door die weg te gaan kocht Hij de akker, de schat incluis. Elke knie zal zich buigen en elke tong zal belijden, dat Hij heer is (Filippenzen 2:5-11). Heel de aarde is zijn eigendom geworden, met alles wat daarin is. Niet alleen Israël, ook de volken. Niet alleen de levenden, maar ook de gestorvenen en de hemellingen (vgl. Romeinen 14:7-12). De gelijkenis veronderstelt dat de koper naar de akker zal terugkeren om die in bezit te nemen en de schat definitief op te graven. Maar dat gedeelte van het verhaal wordt niet verteld. De gelijkenis beantwoordt de vraag hoe het koninkrijk der hemelen zich tijdens het leven van de luisteraars zou ontwikkelen. Het opeisen van de akker zal plaatsvinden bij de “voleinding van de eeuw” en wordt in andere gelijkenissen beschreven.

 

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

390909 bezoekers sinds 07-06-2010