De rijke man en lazarus

23-05-2010 door Joop Neven

door Otis Q. Sellers

Is Lucas 16 vers 19-31 een satire?

Het woord satire is een breed begrip en de betekenis ervan is nauwelijks samen te vatten in een korte omschrijving. Het woord satire heeft in deze studie de betekenis van een literaire vorm, of oratorische stijl, een manier van schrijven of spreken, waarin een verzonnen verhaal wordt verteld met de bedoeling de toehoorders hun ondeugden, dwaasheden, opvattingen, misbruiken of tekortkomingen voor te houden en er kritiek op te leveren door ze belachelijk te maken. Het is een literaire stijl die door de meeste nauwelijks wordt begrepen en het is in een kwade reuk gekomen dankzij degenen die deze stijl op een grove wijze hebben misbruikt. Er staan niettemin uitmuntende voorbeelden van satire in de meest verheven vorm in de Bijbel. Uitgebreid onderzoek naar dit gedeelte, heeft tot de volgende conclusies geleid:

  1. Dit verhaal is geen weergave van een werkelijke geschiedenis, zelfs niet van een werkelijke geschiedenis verpakt in beeldspraak
  2. Dit verhaal is geen gelijkenis
  3. Het is een verzonnen verhaal. De gebeurtenissen die erin beschreven worden hebben nooit plaatsgevonden. De literaire stijl die de Heer hier gebruikt, is pure satire.

Deze satire werd onmiddellijk begrepen door degenen die deze woorden door de Heer hebben horen spreken. Ze wisten dat ze werden geslagen met hun eigen stok. Deze satire was wel meteen duidelijk voor hen tot wie hij gericht was, maar hij is absoluut niet te begrijpen voor de gemiddelde lezer. Volslagen onbekendheid met en onbegrip over de toestanden van die dagen en het onderwijs van de Farizeeën van die tijd, brengt hem op de verkeerde gedachte dat dit verhaal een letterlijke geschiedenis, of een gelijkenis is. Dit verhaal is niet “het evangelie”. Het Evangelie gaat over “De Zoon, namelijk Jezus Christus, onze Heer” {Rom.1 vers 3-4} en naar Christus is in dit verhaal geen enkele verwijzing. Het verhaal was bedoeld voor de spottende, ongelovige, zelfingenomen Farizeeën. Wanner er op de juiste manier mee wordt omgegaan, is het nog steeds een mooi verhaal.

De hoorders

We kunnen er veel baat bij hebben als we voor onszelf vaststellen tot welke nauwkeurige omschreven groepen mensen Christus Zijn woorden heeft gericht. We kunnen ze in een lijst zetten gerangschikt naar hun relatie tot Christus.

  1. De Drie. Deze groep bestond uit Petrus, Jacobus en Johannes. Met hen had de Heer de meest intieme relatie en met hen deelde Hij de meest intieme inzichten.
  2. De Twaalf. Dit waren Zijn discipelen die later apostelen werden. Zij vertegenwoordigen allen dat onderwijs ontvingen in de school van Christus. Hen gaf Hij openbaringen die eenvoudig en doelmatig waren.
  3. Het Volk. Zoals beschreven is door Lucas, bestond deze groep uit degenen die luisterde naar Zijn woorden en ze goed overwogen. Ze werden door Hem onderwezen en ze luisterde graag naar Hem, maar er werd hen nooit zo veel gegeven als de discipelen.
  4. De Scharen. Dit is de nonchalante, verwarde massa. Het waren de sensatiezoekers van die tijd. Ze reisden achter Christus aan om zijn wonderen te zien, om erbij re horen, om een maaltijd te krijgen en af te wachten wat er nu weer stond te gebeuren.
  5. De Farizeeën. Deze partij beheerste en controleerde een groep in Israël waartoe ook de Sadduceeën, de schriftgeleerden en priesters behoorden. Ze vormden de aristocratie van Israël. De Farizeeën en Sadduceeën stonden wat de leer betreft tegenover elkaar, maar ze waren één in hun haat tegen Christus. Het verhaal van de rijke man en Lazarus is gericht tot de Farizeeën en hun  deelgenoten.

De rijke man en Lazarus

En er was een zeker rijk mens. Deze hoofdrolspeler in het verhaal van de Heer wijst op de aristocratische leidende klasse in Israël. Deze bestond uit Farizeeën, Sadduceeën, priesters en schriftgeleerden. Het woord rijk wijst in de Schrift niet uitsluitend op hen die over veel geld beschikken. Het is een beschrijving van een klasse, een bepaalde kaste. Hiervan maakte men over het algemeen deel uit door erfopvolging. Men krijgt aan de hand van gedeelten als JAC.2 vers 5-5 en JAC.5 vers 1-6 een aardig idee van de aard van deze mensen. Aan dit kastensysteem werd strak de hand gehouden in Israël. Over de kloof tussen rijk en arm bevonden zich geen bruggen en de rijken stonden ook niet toe dat deze werden gebouwd. Deze was gekleed met purper. Het woord purper beschrijft een stof die over het algemeen door koningen wed gedragen. De koninklijke aanspraken van de Heer werden bespot door hem met purper te kleden {Joh.19 vers 2}. De opmerking dar deze rijke man met purper gekleed was, wijst erop dat een aristocratische klasse in Israël de plaats van koningen had ingenomen. Ze hadden zich de autoriteit toegeëigend zonder zich in het minst te bekommeren om de verantwoordelijkheden die God de regeerders van Israël had gegeven. “Een rechtvaardige heerser over de mensen, een heerser in de vreze Gods” {2 Sam.23 vers 3}. De heersende klasse in Israël was tiranniek en onderdrukte het volk. Deze was niet rechtvaardig en regeerde niet in de vreze Gods en miste totaal het herderlijke karakter dat God verwachtte van degenen die over Zijn volk heersten. En zeer fijn linnen. Dit was het gewaad van de priesters in Israël. Het wijst op het feit dat de kliek in Israël het priesterschap beheerste en de belangrijkste taak van de priesters op zich had genomen, namelijk het onderwijs van het volk. “De Schriftgeleerden en de Farizeeën zijn gezeten op den stoel van Mozes” {Matth.23 vers 2}waren de woorden van Jezus over hen. Deze woorden zijn een vaststelling van een feit, maar erkennen niet het recht van deze mannen op de stoel van Mozes. Ze waren niet voor dat ambt geroepen zoals Mozes. Hij aanvaarden deze positie met tegenzin, maar deze mannen hadden zijn stoel ingenomen op eigen gezag en waren niet van plan die weer op te geven. Ze hadden zichzelf als opvolgers opgeworpen en deden alsof hun verklaringen hetzelfde gezag hadden als de openbaringen die God aan Mozes heeft gegeven. Ze vaardigen bevelen uit en legden die op aan anderen, zonder ze op zichzelf toe te passen. “Ze zeggen het, en doen het niet” }Matth.23 vers 3}. Levende allen dag vrolijk en prachtig. Dit wijst op de grootste manier van leven van de leidende klasse in Israël. Hun positie was een vrijwaring voor de onderdrukking en het lijden dat de meeste Israëlieten te verduren hadden onder de Romeinse overheersing. En er was een zekere bedelaar. Deze persoon neemt in het verhaal de plaats in van de armen in Israël. Het Nederlandse woord arm wordt gebruikt om de armoede van één of meer aangeduide personen te benadrukken, maar in het Hebreeuws en het Griekse is de voornaamste betekenis: slecht behandeld, of ellendig. Hoewel de armen zonder twijfel vaak behoeftige mensen waren, waren ze in de eerste plaats het slachtoffer van één of andere vorm van sociale tekortkomingen of misstanden. In gedeelten als Amos 8 vers 4; Jes.3 vers 14-15; Jes.10 vers 1-2; Jes.32 vers 7; Ezech.16 vers 49; Ezech.22 vers 29, zien we dat de armen in de eerste plaats degen zijn die worden onderdrukt door een autoritaire en wrede aristocratie. Inde geschriften van de profeten ontdekken we dat de rijke heersende klasse voortdurend haar wrede en onrechtvaardige behandeling van de armen voor de voeten wordt geworpen. Daarin was nog niet de minste verandering gekomen in de dagen van de Heer. Met name Lazarus. Het feit dat deze naam wordt genoemd is en bewust onderdeel van de satire van de Heer. Deze naam betekent: “God is een helper” en heeft betrekking op een praktijk die in Israël gemeengoed lijkt te zijn geweest – namelijk dat de rijken steeds op God wezen wanneer ze te maken kregen met verzoeken om hulp van de armen. Ze gaven op elk verzoek om kleding en voedsel het standaard antwoord: “Gaat henen in vrede, wordt warm, en wordt verzadigd” {Jac.2 vers 15-16} en deden vervolgens niets om de nood te lenigen. Deze woorden betekenen letterlijk: “God zal je warmen, God zal je verzadigen”, maar het woord God komt er niet in voor, omdat de Joden Zijn naam nooit gebruikten in het alledaagse spraakgebruik. Welke lag voor zijn poort. Een poort is in de Schrift een beeld van macht. De armen in Israël warende verantwoordelijkheid van de rijken, maar de rijken schoven die verantwoordelijkheid op God. Ze waren in staat de bezittingen van een weduwe te verzwelgen, en vervolgens een lang gebed om hulp op te zenden tot God. Vol zweren. Dit is een verdere beschrijving van de ellende waarin ze verkeerden, zoals altijd het geval is met armen in een bezet en onderdrukt land. Ze leden aan de vele wonden die ze waren toegebracht door de tirannieke en onderdrukkende Romeinse veroveraars. Ze leden tevens aan de beroving door belastinginners en wetteloze buren, en bovendien leden ze aan verwondingen die ze waren toegebracht door de aristocratie in Israël. Ze zaten inderdaad vol zweren. En begeerde verzadigd te worden van de kruimels, die van de tafel des rijken vielen. Er is niets bekend van en opstand van de armen in Israël tegen de rijken. Het enige wat ze verlangden was een beetje verlichting van hun wrede lot, iets war de Farizeeën zeer goed toe in staat zouden zijn, als ze dat hadden gewild. Maar dezen weigerden te voldoen aan de richtlijnen die God Deut.15 vers 7-8 heeft gegeven.

Maar ook de honden kwamen en lekten zijn zweren.

Zonder twijfel wees deze uitspraak op het feit dat veel barmhartigheid werd bewezen aan de armen in Israël door de individuele soldaten van de Romeinse bezettingsmacht. Cornelius was iemand die veel aalmoezen aan de armen gaf {Hand.10 vers 2}. Tot op dit punt in het verhaal is de Heer bezig geweest het decor te schilderen en de hoofdpersonen daarin te plaatsen. Nu neemt hij deze persoenen, laat ze bewegen en spreken, beide in overeenstemming met de leringen van de Farizeeën. De Farizeeën hadden het hele onderwijs in Israël strak in de hand. Niemand mocht leren zonder hun toestemming. Hoe belachelijk of oneerlijk deze leringen ook werden, er was niemand die het waagde ze in twijfel te trekken of ze te bekritiseren. Toen de Heer op arde kwam, heeft Hij hun leerstellingen gebruikt om ze tegen hen te gebruiken. Hij bracht hun principes aan het licht door hun daden die daarop waren gebaseerd onder woorden te brengen. Op die manier haalde Hij Zich hun diepste haat op de hals. Eén van hun leringen hield in dat wanneer iemand arm en behoeftig was in dit leven, hij rijk zou zijn in het komende leven. Dit zorgde er voor dat vele armen zich met hun armoede tevreden stelden en dat de kloof tussen de rijken en de armen in stand bleef en dat de Farizeeën gevrijwaard bleven van hun taak om de armen te helpen. Ze lieten het niet toe dat deze gedachte zo ver werd doorgevoerd dat er uit zou volgen dat iemand die rijk is in dit leven, arm zal zijn in het volgende, of als iemand van het goede geniet in dit leven, hij het kwade zal ontvangen in het volgende leven. Het motief achter deze kromme gedachtegang is duidelijk, geen geboden in het woord van God zijn duidelijker dan die de rijken verplichtten om te zorgen voor de armen in Israël. Zelfs de listige Farizeeën zouden moeite hebben gehad om zulke duidelijke woorden als van Deut.15 vers 7-11 weg te redeneren. Maar de Farizeeën waren meester over elke situatie, ze stonden altijd klaar met een lering die ze van hun verplichtingen zou ontslaan. Ze zullen waarschijnlijk hun diepste medeleven hebben uitgesproken over de armen man, intussen een paar tranen wegpinkend. Dat maakte wel indruk. Maar, zo zeiden ze, er zouden zeker spoedig betere tijden voor hem aanbreken. Zo beschermde de Farizeeën dus hun rijkdommen, door het volk te laten geloven daarmede de voornaamste deugd is. Toen Jezus op aarde kwam, was Hij niet bang voor ze. Ze verlangden van Hem te weten op wiens gezag Hij leerde, maar dat weigerde Hij hen te vertellen. Bij Zijn terechtwijzingen gebruikte Hij hun eigen onderwijs, hield ze aansprakelijk voor hun loze woorden, oordeelde ze op grond van hun eigen woorden, en hield ze aan wat ze aan anderen hebben opgelegd. Hij voerde door middel van satire hun opvattingen tot het uiterste door en confronteerde ze vervolgens met alle consequenties. Als de positie van iemand in het komende leven precies het omgekeerde is van de huidige, dan worden de posities van alle mensen omgekeerd. Dit is de situatie die we vinden in het tweede deel van het verhaal van de rijke man en Lazarus. De Heer liet alle spelers in beweging komen, in volkomen harmonie met de leringen en de principes van de Farizeeën. Het resultaat is buitengewoon verrassend, in het bijzonder omdat dode mensen beginnen te praten en te handelen. En het geschiede, dat de bedelaar stierf, en van de engelen gedragen werd in den schoot van Abraham. Op deze manier zou het allemaal gebeuren volgens de tradities van de Farizeeën. Om het belachelijke van deze opvatting te verzachten hebben mensen zich genoodzaakt gevoeld om het idee van lichaamloze zielen of lichaamloze geesten te introduceren. Maar zoiets wordt niet gevonden in het Woord van God. Er is geen spoor te bekennen van de ziel of de geest in de woorden van de Heer. Dat wat leefde, stierf en dat wat gestorven was werd door de engelen gedragen. Onze Heer gaf ons hier geen openbaring van wat er gebeurt bij het sterven. Hij stelt hier de lering van de Farizeeën aan de kaak over engelen die de doden naar een plaats dragen die de “schoot van Abraham “ wordt genoemd. Zulke handelingen en een dergelijke oord zijn onbekend in de Bijbel. Maar het was niet onbekend in de tradities van de Farizeeën, zoals de Talmud en de geschriften van Josephus bewijzen. En de rijke stierf ook, en werd begraven. En als hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn… Degene die stierf werd ook begraven, en van degene die begraven werd wordt gezegd dat hij gepijnigd werd in hades. Omdat niemand ons kan meedelen hoe hij uit het graf is gekomen en in een plaats van martelingen is verzeild geraakt, worden de mensen gedwongen hier wat vage ideeën in te voeren over een ziel. Het verhaal dat Jezus hier vertelt over de rijke man komt niet overeen met de waarheid, maar komt volledig overeen met de tradities van de Farizeeën over de zielsverhuizing. Zag hij Abraham van verre, en Lazarus in zijn schoot. Zo zal het gebeuren volgnes de opvattingen van de Farizeeën, en daarom geeft de Heer het op deze wijze weer in dit verhaal. En hij riep en zeide: Vader Abraham, ontferm u mijner, en zend Lazarus, dat hij het uiterste zijns vingers in het water dope, en verkoel mijn tong; want ik lijdt smarten in deze vlam. Dit is één van de gevolgen die de Farizeeën nooit aan hun onderwijs hadden verbonden. Omdat Lazarus op aarde bedelde om kruimels, daarom zien we hier de rijke man in hades bedelen om een druppel water. Wat hier gezegd wordt over de Schoot van Abraham, de ogen van de rijke man, de vinger van Lazarus, de tong van de rijke man, dit alles dient om de satire die Jezus vertelde, kracht bij te zetten. Maar Abraham zeide: Kind, gedenk, dat gij god ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus desgelijks het kwade; en nu wordt hij vertroost, en gij lijdt smarten. En boven dit alles, tussen ons en ulieden is een grote koof gevestigd, zodat degenen, die van hier tot u willen overgaan, niet zouden kunnen, noch ook die {daar zijn}, van daar tot ons overkomen. In antwoord op zijn smeken om een paar druppels water, wordt Abraham hier opgevoerd als degen die de hele Farizeeën traditie onder woorden brengt over de armen die rijk worden in het volgende leven. Zijn antwoord is pure brabbeltaal. Het heeft op geen enkele manier verband met de vraag waarom de armen man was waar hij was, of waarom de rijke man zich in die omstandigheden bevond. Het ontkent de rechtvaardigheid van God, opdat hier een man lijdt alleen maar omdat hij het goede heeft ontvangen tijdens zijn aardse leven. Maar het is wel geheel in overeenstemming met het onderwijs van de Farizeeën. Bovendien moet het kastensysteem, als dat Gods wil voor het aardse leven was, wel voortgezet worden na de dood. En daarom stelde de Heer het hier ook zo voor, met dien verstand dat hij de rijke man nu plaatste aan de verkeerde kant van de kloof. Zo zou het ook moeten gebeuren als de Farizeese traditie van de omkering van de rollen in het hiernamaals, wat de armen betreft, waar zouden zijn. En Hij zeide: Ik bid u dan,Vader, dat gij hem zendt tot mijns Vaders huis; Want ik heb vijf broeders; dat hij hun dit betuigen, opdat ook zij niet komen in deze plaats der pijniging. Dit verzoek van de rijke man wijst op een andere houding die de Farizeeën hadden aangenomen en die ook moest worden ontmaskerd en veroordeeld. Hun positie als bevoorrechte klasse in Israël was er de oorzaak van dat zij vonden dat van hen niet verwacht mocht worden dat zij bewijzen die aan het gewone volk werden gegeven, zouden geloven. Ze verlangden van de Here Jezus “een teken uit de hemel” {Matth.16 vers 1} Abraham zeide tot hem: Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen. Dit was de goddelijke voorziening voor allen in Israël, hoog en laag, rijk en arm. Als de mensen Mozes zouden geloven, dan zouden ze ook Christus geloven {Joh.5 vers 46}. En hij zeide: Neen, vader Abraham, maar zo iemand van de doden tot hen heenging; zij zouden zich bekeren. De rijke man verklaart hier dat het geschreven Woord niet voldoende is, maar als iemand tot hen komt vanuit de doden, dan zullen ze zich bekeren. Doch {Abraham} zeide tot hem: Indien Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al ware het dat iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen. Hier wordt het bijgeloof van de Farizeeën op de korren genomen. Deze man weet dat hoewel zijn broers niet geloven in het Woord van God, ze zeker zullen reageren als iemand uit de doden tot hen kwam. Er zullen altijd mensen zijn die geloof hechten aan elk vreemd wonder, maar weigeren geloof te hechten aan de Heilige Schrift. Met de uitspraak dat nu ze verzuimd hadden te luisteren naar het geschreven Woord, er geen enkel wonder ze meer zal kunnen overtuigen, eindigt de Heer Zijn lange strijd met de Farizeeën. Zijn satire komt tot een eind. De Farizeeën zijner volledig door in hun hemd gezet. Hun ontmaskering is volkomen. Ze kunnen niet op een antwoord komen. Elke poging om er op in te gaan zou bewijzen dat ze de satire hadden begrepen, en dat die zijn doel had getroffen. De enige mogelijkheid die ze nog zien is zich terug te trekken van het open slagveld om vis een omweg te proberen Hem het zwijgen op te leggen. De hele Schrift is door God ingegeven. Het verhaal van de rijke man en Lazarus is een door God geïnspireerde satire. Het bestuderen ervan is de bestudering van een door God uitgesproken satire. Het werd ons niet gegeven met als doel ons te onderwijzen aangaande de wegen en werken van God. Het is niet de plaats om te gaan zoeken naar wat de Heer over de dood, de toestand van de doden, de toekomstige straf en de komende zegeningen te vertellen heeft.

Oorspronkelijke titel: The Rich Man and Lazarus, door O.Q. Sellers

Uitgegeven bij: The Word of Truth Ministry.

Vertaling: J.A. Hensen,

Stichting Lachai Roï.

Ten overvloede wil ik u erop wijze dat Otis,Q. Sellers geen ‘aanhanger’ is  van de leer der alverzoening.

Ook de artikelen  van de Stichting Lachay Roï liggen niet in die lijn.

 

 

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

384771 bezoekers sinds 07-06-2010