De poorten

13-07-2010 door Dr. K.D. Goverts

«Sion zal door recht verlost worden, en wie zich daaruit bekeren, door ge­rech­tigheid» Jes.1:27

Ik koop terug

In de Bijbel wordt veel gesproken over het recht van God, de verlos­sing en het herstel van Sion. In het Oude Verbond zijn er vooral twee woorden voor verlossen. Hier betekent het: loskopen, terug­kopen.

En aan de andere kant is er een woord, dat lossen betekent. Vergelijk in dit verband het boek Ruth. In beide begrippen zit de gedachte van het kopen. God is degene, die terug gaat kopen. “Ik koop terug” is het hart van het Evangelie. Het eerste wat God te­rug­koopt, is de mens. Het tweede wat God terugkoopt is de gemeente. Hij koopt zich een volk. Het derde is de schepping. Dat is het god­de­lijk recht; als God gekocht heeft, dan heeft Hij er recht op. God staat dan sterk, Hij kan er recht op doen gelden, het is dan zijn wettig ei­gen­dom.

God gaat er ook op toezien, dat Hij het ook in handen krijgt. We moe­­­ten prijsbewust zijn. God wil alles ontvangen, wat Hij betaald heeft. Sion zal door recht verlost worden, dat is het goddelijk recht. «Laten de vromen juichen met eerbetoon, jubelen op hun legersteden. De lofverheffingen Gods zijn in hun keel, een tweesnijdend zwaard is in hun hand, om wraak te oefenen aan de volken, bestraffingen aan de natiën; om hun koningen met ketenen te binden en hun edelen met ijzeren boeien; om het beschreven vonnis aan hen te voltrekken. Dat is de luister van zijn gunstgenoten» Ps.149:5-9. SV: «om het geschreven recht over hen te doen» Dat recht is dus opgeschreven. Al die beloften worden in Christus, in de Gezalfde, vervuld. Die gunstgenoten, die vromen, zullen dat recht vol­trekken. Dat is de waarde van de voorbede. Je gaat het recht van God voltrekken. Dat recht, waar God voor betaald heeft. «De lofverheffingen Gods zijn in hun keel, een tweesnijdend zwaard is in hun hand» v.6. Zo voer je dat recht uit. Je gaat dat uitspreken in de geestelijke we­reld. Letterlijk staat er: de verheffingen Gods. En de vijand zegt dan: houd je mond maar! «Om wraak te oefenen aan de volken» v.7. Je gaat die wraak uitoefenen, door die koningen uit vers 8 te binden.  Daar zitten geestelijke vorsten achter. Zo kreeg Jeremia de opdracht om koninkrijken uit te rukken en te planten. Dat is een soortgelijk beeld. Door het uit te spreken in de geest, ga je het vonnis voltrek­ken.

Gij zijt de Christus

«Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God» Matt.16:16. Iets uitspreken kan erg belangrijk zijn. David zegt ergens: ‘Opdat ik nim­mer zal verstommen’. De voorbede van de gemeente moet ook niet ver­stommen. Daarom heeft Jezus deze uitspraak uitgelokt. Dit ge­beur­de in de omge­ving van Caesarea Filippi. «Wie zeggen de mensen, dat de Zoon des mensen is?» v.13. Jezus zegt het bijna voor. Hij lokt het uit. Wie ben Ik nou? Het was ook geen willekeurige plaats en het was ook geen wille­keurig mo­ment. Caesarea Filippi was een bolwerk van de keizercultus. Je had er enorme rotswanden bij de oorsprong van de Jordaan. Men ver­eer­de hier de god Pan. En men meende angstaanjagende geluiden te ho­­­ren tussen de rotswanden, die dan door Pan zouden worden ge­pro­du­ceerd. Men raakte dan in paniek; een woord, afkomstig dus van die angstaanjagende Pan. Paniek en een klimaat van duisternis daar bij Cae­sarea Filippi. En de mensen zeiden: Hij is Jeremia, Johannes de Doper, een pro­feet. Jezus wordt dus geplaatst in het Oude Verbond. Maar de disci­pelen moes­ten loskomen van wat ‘de mensen zeiden’. Loskomen van de pu­blie­ke opinie. In de geestelijke wereld gebeurt er pas iets, als die mens zèlf gaat uitspreken wat hij ook zèlf heeft ontvangen. En Jezus is dan verrukt van het antwoord van Petrus. Je bent zalig, Petrus. Je ziet het helemaal. Dit heb je uit de hemel ontvangen. Het heeft ook waarde in de hemel. Jezus roept op deze strategische plaats deze belijdenis te voor­schijn. Dat gebeurt dan ten overstaan van die hele geestelijke we­reld aldaar. ‘Je kon daar de lucht wel snij­den’, geeste­lijke luchtver­vui­ling. Jezus doet wat dynamiet daar on­der die rotsen. En dan noemt Hij Petrus een rots. U bent de Christus, niet de keizer, niet de goden van deze wereld. Het ging Jezus niet om een compliment, maar om de oorlog op gang te bren­gen. Dat is die lofverheffing Gods. Juist nu gaat Jezus voor het eerst spreken over de gemeente, daar was nu de tijd rijp voor. »Dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen» M­att.16:18. Op wélke petra gaat Jezus zijn gemeente nu bouwen? Op die belijde­nis! Op die openbaring! In het Aramees is Petrus en Petra hetzelfde woord: ‘Cephas’. Jij bent een steenrots en op deze steenrots, die belijdenis, bouw Ik de gemeente. Jezus hanteert hier dus een woordspeling. Petrus wordt daar­mee niet de eerste paus. “Zilver en goud heb ik niet”; zo werd tot die verlamde in Hande­lingen gezegd. Maar dat zeiden de pausen later Petrus beslist niet na. Ik bouw mijn gemeente op wat daar in de geestelijke wereld is ge­pro­clameerd. Die goden hebben hun vergadering, maar Ik bouw mìjn vergadering. En de poorten van het dodenrijk zullen haar niet over­weldigen. Juist hier waren die poorten van angst en duisternis nogal dichtbij. Waar­om nou juist die poorten? Hoe word je nu overweldigd door een poort? In de eerste plaats betekent dit, dat de gemeente niet in het do­denrijk ondergaat.

De poorten vormen het beleidscentrum

In het oude Oosten had elke stad zijn poorten. In de poorten zaten de rechters en de oudsten. In de poorten van een stad vielen de be­slis­­singen. Daar was de gemeenteraad. Als Boaz wil lossen, gaat hij naar de poorten van de stad. Lot zat in de poorten van Sodom. Lot had het ver gebracht. Maar toen was hij misschien ook wel ver van huis. Lot in de gemeenteraad. Maar toch wordt hij later de ‘recht­vaardige Lot’ genoemd. Misschien heeft Lot daar in de gemeenteraad nog wel wat van het kwaad tegengehouden. In de poorten van het dodenrijk worden dus de plannen gesmeed, daar is dus het beleidscentrum. Maar met al hun plannen kan het do­denrijk de gemeente toch niet verwoesten. En Jezus’ uitspraak volgt op die belijdenis van Petrus. Jezus zegt: Ik heb een rots­blok waarmee Ik kan gaan bouwen. Petrus krijgt zijn belijdenis van de Vader en zo krijgt Jezus de eerste steen om te leg­gen. De gemeente heeft ook poorten. De gemeente heeft ook een beleids­cen­trum. Ik geef u de sleutels om die poorten te openen. En Jezus ver­­bood hen om te zeggen: ‘Gij zijt de Christus’. Petrus doet net zijn mond open of Jezus zegt: doe maar weer dicht. Het werd hier dus niet gezegd opdat de mensen het zouden horen. «Als de Here het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen de bouwlieden daaraan. Als de Here de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter» Ps.127:1. «Zij worden niet beschaamd, als zij spreken met de vijanden in de poort» Ps.127:5. De gemeente heeft dus ook poorten. In deze psalm gaat het over het huis en de stad. Als de Here het huis niet bouwt en als Hij die stad niet bewaart…. Twee prachtige beelden van de gemeente. Dan een derde beeld: zonen. «Als pijlen in de hand van een held, zo zijn de zonen der jeugd» Ps.127:4.           

Zonen zijn een erfdeel des Heren

“Zonen zijn een erfdeel des Heren”. Hun beloning is de vrucht van de schoot. De Bijbel zegt: Kinderen zijn een zegen des Heren. De fis­cus zegt: hoeveel kinderen hebt gij tot uw last… Als de gemeente zonen heeft, is dat een erfdeel van God. «Als pijlen in de hand van een held, zo zijn de zonen der jeugd» Ps.127:4. God neemt die zonen als pijlen in zijn hand. Welzalig de man, die zijn pijlkoker met deze heeft gevuld. «Zij worden niet beschaamd, als zij spreken met de vijanden in de poort» Ps.127:5. De poort is dus de plaats van rechtspraak en oordeel. «Weet gij niet, dat gij engelen zult oordelen», zegt Paulus. De kwade om ze van hun plaats te verbannen, de goede om ze tot hun recht, tot volle ontplooiing te laten komen. In Daniël lezen we van engelen, die niet uit de voeten kunnen. Engelen kunnen ook niet altijd doen wat ze willen. Een blokkerende macht houdt ze soms tegen. Ook in de na­tuurlijke wereld heb je soms van zulke blokkades. «Van geen geweld zal in uw land meer gehoord worden, van ver­woes­ting noch verderf in uw gebied; en gij zult uw muren Heil noemen en uw poorten Lof» Jes.60:18. De tegenstanders worden dus uitgeschakeld. Je zult de muren noe­men: ‘Vrijheid’. Vanuit de poorten wordt de geestelijke strategie be­paald. Voorbidders en lofzangers, de lofverheffingen zijn in hun keel. Van­uit die poorten kunnen ook die engelen aan het werk gaan. God zegt: noemen jullie die poorten nou maar: Lof! De poorten naar de he­mel­se gewesten.

Poort Gods

In Genesis zien we aan de ene kant Babel, wat ‘Poort Gods’ bete­kent. In Babel wilden ze ook in de geestelijke wereld binnengaan. En als tegen­hanger zien we daar Jakob bij Bethel. Jakob zegt: dit is niet an­ders dan een ‘Poort Gods’. Een Huis Gods, een poort des hemels. Bij Bethel zie je, dat de engelen gebruik kunnen maken van de poort. «Mensenkind, omdat Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: ha! Verbro­ken is zij, die deur der volken; naar mijn kant staat zij open; nu zij ver­­nield is, krijg ik volop» Ezech.26:2. Jeruzalem, de stad Gods. Tyrus betekent Rots. En dat terwijl Jezus zegt: «Op deze rots bouw Ik mijn gemeente». Hier zie je de beelden van Christus en van de Antichrist; Rots en tegen­rots. In de natuurlijke, concrete wereld was Tyrus inderdaad een rots, vrij­­­­wel onneembaar. Een geweldige mogelijkheid tot scheepvaart. Ty­rus be­heerste de zee, een rots in zee, een schiereiland. Dat Tyrus is nu zo’n beeld van een grootvorst. Die houdt die ande­ren allemaal on­der de duim. De kustlanden dansen naar de pijpen van Tyrus. Twee hoofd­stukken verder wordt Tyrus het beeld van Lucifer. «Verbro­ken is zij, die deur der volken» Ezech.26:2. De stad Gods is de poort der volkeren. Vanuit de gemeente gaat God de volkeren onder zijn heerschappij brengen. Dan zegt de oude vertaling: «De poort der volkeren is naar mij omge­wend» Die poort is omgedraaid richting Tyrus, maar dan gaat Tyrus het do­den­rijk in. In Openbaring staat: «De heerlijkheid der volkeren zal in haar gebracht worden». «Zal Ik u rijkelijk zegenen, en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de ster­ren des hemels en als het zand aan de oever van de zee, en uw nageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemen» Gen.22:17. God gaf die belofte al aan Abraham. Hun nageslacht als de sterren des hemels en als het zand der zee. Het zaad van Abraham zal dus in­vloed uitoefenen in de hemel, die geven daar hun licht. Die sterren be­pa­len de toestand van de hemel. Als het zand; want door het zand wordt de zee gekeerd. Het zand bepaalt de grens van de zee, van het do­denrijk. Tot hiertoe, poorten, en niet verder. Uw nageslacht zal de poort van de vijand in bezit nemen. Als je de poort van de vijand hebt, is het niet zo, dat je nog maar nauwelijks binnen bent, maar dan heb je het belangrijkste al vero­verd; daar leg je de vij­and het zwijgen op. Bij Boaz werd de lossing in de poort een feit, omdat Boas ging spre­ken. Spreken vanuit de poort, dat wordt het recht Gods. «Laat de berg Sion zich verheugen; laten de dochters van Juda juichen om uw gerichten» Ps.48:12. Ook te vertalen: «Van uw rechten». Vanuit de poort moet het recht Gods gesproken worden. Dat is Gods plan met de gemeente.

Poort der volkeren.

Poort der engelen.

Poort Gods.

De volledige studie is in boekvorm te verkrijgen bij:

J. Bies

Schaperstraat 104

3317  LR Dordrecht

Tel:078-6510685

Giro 1292693

E-mail jan.bies@kpnplanet.nl

– Prijzen zijn excl. Verzendkosten

– Van elk boek wordt € 2.25 afgedragen aan het Afrika-fonds 

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410031 bezoekers sinds 07-06-2010