De krans der recht-vaardigheid

23-05-2010 door Joop Neven

De krans der rechtvaardigheid. Voorts ligt voor mij gereed de krans der rechtvaardigheid, welk te dien dage de Here de rechtvaardige rechter, mij zal geven, doch niet alleen mij, maar ook allen, die zijn verschijning hebben liefgehad {2Tim.4 vers 8}. Hier moeten we bedenken, dat hier die geweldige apostel Paulus aan het woord is, die zoveel brieven geschreven heeft, die heel wat gemeenten heeft gesticht. Een man met een wereldvisie, een man met een machtige bediening, een man die als eerste het plan van God met de gemeente, het Lichaam van Christus, het geheimenis is gaan ontvouwen, zozeer zelfs dat hij ervan kon zeggen: dit is nou mijn Evangelie. En nu gaat Paulus aan het eind van zijn leven nog één brief schrijven, een brief aan zijn intiemste vriend: mijn kind, Timotheüs. In deze brief krijg je echt een blik in het hart van deze apostel. Met Timotheüs is Paulus heel intensief opgetrokken. Als er iemand is, waaraan Paulus zijn diepste geheimen gaat bekendmaken, dan is het Timotheüs wel.

De krans der rechtvaardigheid.

De meeste uitleggers vatten “de krans der rechtvaardigheid” op als “de prijs voor een rechtvaardig leven”. Paulus zou in vers 8 opmerken: “Aangezien ik volgens de regels heb gestreden, de finish heeft gehaald en het doel niet uit het oog heeft verloren, zal de organisator van de spelen mij – als beloning voor mijn prestatie –  de erekrans toekennen”. Maar is dat de betekenis van vers 8? Waarop steunde de zekerheid van de apostel, dat “de rechtvaardige Rechter hem de krans der rechtvaardigheid zou geven?” Op het feit dat hij zijn apostelschap trouw uitgeoefend had? Op het martelaarschap dat hem spoedig te deel zou vallen? Op de vele verdrukkingen die hij had doorstaan? Op de goede werken die hij had verricht? Als dát zo was, dan zou er in Paulus blijmoedige houding zelfingenomenheid schuilgaan. Ik denk dat Paulus misverstaan wordt met deze uitleg. Hij eist niet van anderen, dat ze dezelfde roeping zouden gehoorzamen, dezelfde strijd zouden voeren en dezelfde marteldood zouden sterven als hij, om de krans der rechtvaardigheid te kunnen ontvangen. Om het misverstand uit de weg te ruimen, dat de krans waarover hij spreekt, een beloning voor buitengewone verdiensten zou zijn, merkt hij onmiddellijk op “doch niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning hebben liefgehad”. De krans der rechtvaardigheid is niet het voorrecht voor de enkeling, maar een vooruitzicht dat alle gelovigen gemeenschappelijk hebben. Het geloof, dat Paulus had behouden, was het geloof in een rechtvaardiging uit genade, en niet uit werken der wet {vlg. Rom.3 vers 21-23 Rom4 vers 5-8}. De apostel had gedurende de wedren zijn vertrouwen gevestigd op “Hem die de goddeloze rechtvaardigt” {Rom.4 vers 5}. Juist dáárom kon hij zo blijmoedig sterven. Zolang wij hopen op onze goede werken, blijven we heen en weer slingeren tussen hoop en vrees. Als wij heel ons vertrouwen stellen op werk van Christus, dan hebben we niets meer te vrezen, ons behoud is dan even zeker als Zijn volmaaktheid. Paulus die het zo goed verstond, en daardoor gerust de dood tegemoet zag, heeft zijn leven versleten, om het voor allen verstaanbaar te maken, en nóg is het voor velen niet duidelijk. Niet de vraag, wat voor werken hebt u gedaan?, maar, Gelooft u? Het behoud van de gelovige is zeker niet omdat hij/zij zo vast gelooft, maar het ligt vast in het geloof van Christus. De genade Gods die ons rechtvaardigt, geeft ons de kroon der rechtvaardigheid, want we “worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus {Rom3 vers 24}. Enkele commentaren zeggen terecht, er voor te pleiten om de uitdrukking “kroon der rechtvaardigheid” op te vatten als “kroon die uit rechtvaardigheid bestaat”. Wie de kroon van de rechtvaardigheid ontvangt, wordt bekroond met zondeloosheid, zodat hij voortaan in alle opzichten beantwoordt aan het doel, waarvoor hij is geschapen. De Bijbel spreekt op soortgelijke wijze over de “kroon des levens” {d.w.z. het ware, of het eeuwige leven als kroon. Jak.1 vers 12; Openb.2 vers 10} en over “de onverwelkelijke krans der heerlijkheid” {d.w.z. blijvende heerlijkheid als krans. 1 Petr.5 vers 4}. 2 Tim.4 vers 8 begint niet met “daarom” of “dus”, maar met “voorts” of “verder” {Grieks. loipon}. aan Paulus´strijd zou spoedig een einde komen, en daarna zou hij worden bekroond met rechtvaardigheid. De kroon zou hem worden geschonken door de “rechtvaardige Rechter”op “die dag”. Uit het verband blijkt, dat dit de dag is van Christus verschijning. Het woord “wegleggen” toont aan, dat Paulus´terechtstelling en “die dag” niet zouden samenvallen, maar dat er beide gebeurtenissen een zekeren tijd zou verlopen. Apokeimai betekent immers “opgeborgen zijn”. “voor iemand bewaard worden, “op iemand wachten:” Door over “de Rechtvaardige Rechter” te spreken, keert Paulus zich tegen aardse rechters, die een onjuist oordeel kunnen vellen {vgl.1 Kor.4 vers 1-5}. De Romeinse rechter zou hem binnenkort ter dood veroordelen, hoewel hij geen enkel vergrijp had geplaagd dat de doodstraf verdiende. De meeste christenen waren tot de slotsom gekomen, dat ze zich beter van hem konden afwenden {2Tim.1 vers 15}. Ze trokken zijn apostelschap in twijfel en omhelsden de “fabels”. Maar de “rechtvaardige” Rechter zou hem een erekrans toekennen. Elke oprechte gelovige heeft de verschijning van Christus lief, niet zozeer omdat Hij dan aan het kwaad een einde zal maken, maar vooral, omdat Hij op die dag “zal worden verheerlijkt in al Zijn heiligen en bewonderd in allen die tot geloof gekomen zijn” {2Thess.1 vers 10}. Wanneer de Verlosser verschijnt, zal Hij lof oogsten. Dán zal blijken dat Hij werkelijk in de wereld is gekomen om zondaars te behouden {1Tim.1 vers 15} en dat Hij volkomen kan behouden wie door Hem tot God zal gaan {Hebr.7 vers 25}. Wat Gods genade door Christus Jezus tot stand heeft gebracht zal dan voor aller oog zichtbaar worden. We zullen met rechtvaardigheid, onsterfelijkheid en onvergankelijkheid worden bekleed. Paulus was zich heel diep bewust: Christus gaat verschijnen, maar Hij gaat verschijnen in de gemeente, Hij gaat verschijnen in de heiligen; God verlangt naar een gemeente, waarín Hij verschijnen kan. Dan zie je waar God in deze tijd mee bezig is, om Zijn gemeente, het Lichaam van Christus, gereed te maken, om te tonen aan de schepping. Dat zal voor de Vader het meest glorieuze moment zijn. Nu kan Ik de Gemeente presenteren aan de schepping. Dan zal de vader zeggen: Dit is de Christus, dit zijn mijn gezalfden. In de Bijbel wordt heel vaak gesproken over de Christus. Vaak komt het niet goed uit de vertalingen, dat is jammer, want de Christus, dat is hét geheimenis van God. Daar is God mee bezig. En dat gaf Paulus de moed om die strijd te voeren en die loopbaan te lopen. En dan aan het eind kan hij zeggen: dit geloof heb ik behouden. Het geloof, dat Hij verschijnen zal ín de zijnen.

 

 

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

391735 bezoekers sinds 07-06-2010