De hoop der schepping

23-05-2010 door Joop Neven

Spreekbeurt gehouden op 18-01-2009 in de Vrije Evangelische Gemeente te Zeist.

In Romeinen 8 vers 26 stelt Paulus dat we niet weten wat we zullen bidden naar behoren (letterlijk: naar wat moet zijn). Maar, voegt hij er aan toe: wij weten wel dat God álles doet samenwerken ten goede voor degenen die God liefhebben. Dan hebben we dus reden om het bidden te vervangen door danken. De apostel brengt Gods voornemen ter sprake om daarmee de eigen werken van de mens ter zijde te stellen. Uit 2Timotheüs 1:9 en 10 blijkt dat zowel onze redding als onze roeping al vastlagen “vóór eeuwige tijden”. Met het oog op de heerlijkheid, die ons zal worden geopenbaard, acht Paulus het lijden gering. Op zichzelf is het niet gering. In dit gedeelte klinkt steeds het zuchten van de mens en schepping door. In vers 18-22 spreekt Paulus over het zuchten van de schepping: in vers 23-25 over ons zuchten en in vers 26 en 27 zegt hij dat de Geest zucht. De schepping zucht, mens en dier en planten lijden onder de gevolgen van de zonde, meer of minder bewust. Ziekte en geliefde ontvallen, pijn, oorlog en alle ellende zien wij voorbij trekken. Paulus heeft het hier over het lijden en over heerlijkheid. En dan lezen we in vers 19, dat de schepping wacht op het openbaar worden van de zonen Gods. Die hele schepping ziet dus ergens naar uit. En dan noch met reikhalzend verlangen. De Staten Vertaling zegt hier: met opgestoken hoofd. Heel die schepping is dus doortrokken van een wachten, van een verwachten. Er moet iets komen, we wachten ergens op, we zijn onderweg. Maar wachten we dan op? Op het openbaar worden van de zonen Gods. Je zou kunnen zeggen: heel die aardbodem, die adama, die wacht op het openbaar worden van de ware Adam, van de ware Mens. Wij hebben de heerlijkheid ontvangen om Hem te dienen in de bevrijding van de zuchtende schepping, het terugvoeren van de verloren mensheid tot de Vader. Door de zondeval is: “ Het aardrijk zij om uwentwil vervloekt {Gen.3 vers17} is het doelmissen gekomen. Het doel van de schepping was en is verheerlijking. De vergankelijkheid heeft geen einddoel in zichzelf. Vaak hebben we geen notie van de grootsheid van Gods scheppingsplan. Wij hebben Hem altijd onderschat. Wij hebben nooit begrepen, dat “er wordt gezaaid in vergankelijkheid en opgewekt in onvergankelijkheid {1Cor. 15 vers 42}, dat er wordt gezaaid in oneer en opgewekt in heerlijkheid {1Cor.15 vers 43, dat wij gezaaid zijn in “Adam” en opgewekt zijn in Christus. Omdat Adam de zonde op zich nam, werd het bewerken van het paradijs verruild met een bestaan buiten het paradijs. Al zwoegend zou het gaan en gaat het nog steeds. Later ging de tweede Adam, Christus dezelfde weg, Hij nam de zonde der wereld op zich. Hij was “in de gestalte Gods, heeft Zichzelf ontledigt, is gehoorzaam geworden tot de dood, ja de dood des kruises. Vaak beseffen we niet de diepte die hierin ligt. Hij heeft, vanaf het begin, alle menselijke moeiten en verdriet doorgemaakt. Zie het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt”{ Joh.1 vers 29}.

Het lam is geduldig. Het duldt, lijdt, doorstaat alles met grote zachtmoedigheid, stilzwijgend. Als we denken aan Abraham en Isaäk, in Gen.22 vers 8 { En Abraham zeide: God zal Zichzelf voorzien van een lam ten brandoffers, mijn zoon, zo gingen beide tezamen} op het moment dat Abraham het “mes” – zo vertaald men het begrip “maächeleth” het is geen “mes”; men kan het zo vertalen, maar het is een woord dat te maken heeft met “vervolmaken”, “vervullen” -, op het moment dus dat hij de maächeleth neemt en op Isaäk keel zet, komt de stem van de engel die zegt “Niet doen”. En dan ziet Abraham achter zich dat lam. Dat lam, zegt men, neemt dat moment van sterven op zich, want zonder lam kan geen mens sterven. Zonder dat Lam gaat dat niet. Met dat Lam schept en schenkt God de schepping. Als een “korban”, een nader bijkomen tot God, is het de overgang van de nacht naar de dag.. Het Lam is in ons het teken. Het is: Christus in ons. Zo is “door één mens de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood”{Rom5: 12}, maar met één doel. ”Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. In Rom 5 vers 18 staat het zo mooi, Derhalve, gelijk het door één daad van overtreding voor alle mensen tot veroordeling gekomen is, zo komt het ook door één daad van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven. Dat is in een notendop het volledige scheppingsplan van God. Wat een plan. De kerngedachte van Rom 8 is hoop. De toestand waarin wij de schepping kennen is een tijdelijke, de schepping zal worden vrijgemaakt van de slavernij tot heerlijke vrijheid van de kinderen van God. Zo is ook de regenboog, met de boog omhoog gericht een teken, dat God strijdt voor Zijn schepping. Want heel de schepping ziet uit naar de bevrijding. Dat is een geloofspunt om nooit te vergeten, dat heel de schepping bevrijd zal worden. Want als je dat los laat, wat hebben we dan nog te verwachten. Alles wat God doet in de aionen is gebaseerd op hoop. In heel die schepping zit de hoop. En hoop is een fundamenteel punt als het gaat over dit onderwerp. Hoop is een houding, hoop is ook heel sterk. Er wordt wel eens gezegd: je moet niet hopen, maar je moet geloven; net alsof dat een tegenstelling zou zijn. Geloof en hoop horen bij elkaar. De bijbelse hoop is niet: we zullen er maar het beste van hopen. Het is niet: het kan vriezen en het kan dooien. In die hoop zit een onzekerheid in. De bijbelse hoop is iets wat ongelofelijk taai is. Steeds maar blijven verwachten. Soms tegen beter weten in. In Rom 8 vers 22 staat: ….Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping zucht en in barensnood is. Het ganse schepsel zucht. Let op: de schepping is niet in stervensnood, dat willen milieu activisten doen geloven, die schrijven op viaducten dat de aarde sterft, maar de schepping is in barensnood. De schepping wacht niet op het einde, de afbraak, de atoombom, maar op de “onthulling van de zonen Gods”. En dan is het opvallend, dat Paulus als het ware in één adem doorgaat en zegt: Rom: 8 vers 23…. En niet alleen zij, maar ook wij zelf……Wij, die de geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam. Wij wachten op het openbaar worden. Wanneer Christus verschijnt, dan worden wij met Hem openbaar {Col. 3 vers 4}. Wij zijn behouden in hoop, maar het lichaam des doods houdt ons nog steeds in aanraking met de zonde. Dat doet ons lijden. Maar dat lijden is een lijden op hoop. Wij weten, dat de heerlijkheid zal komen. Christus heeft niet alleen de mens verlost, maar heel de schepping! Wat Hij gedaan heeft op Golgotha, dat reikt veel verder. Want God laat Zijn schepping niet los. Paulus heeft dat gevoeld en beseft en gezegd “de ganse schepping zucht” en wij zuchten ook. Mensen die soms een onbegrepen weg gaan. Mensen die het gevoel hebben op wrakhout te zitten midden in een storm. Zo eindigt Handelingen 27, het verhaal van de schipbreuk, indrukwekkend. Want dit hoofdstuk eindigt met de hoop. Het schip gaat er inderdaad aan en daar drijven ze dan. Hand. 27 vers 44… en de overige deels op planken, deels op wrak hout maar dan: .. En zo geschiede het, dat allen behouden aan land kwamen. Er zit iets wonderlijk in deze geschiedenis, in vers 27 staat: toen nu de veertiende nacht was aangebroken. Weet u, de veertiende nacht is de Paasnacht! Ex 12 vers 6. Op de veertiende van de maand wordt het Paaslam geslacht. Midden op zee, midden in de storm, terwijl het schip vergaat, wordt het Paasnacht. En dan Paulus spoorde de mensen aan om voedsel te nemen vers 34, en dan gaat hij eten te midden van de wrakstukken, de storm, zo eten wij temidden van de storm, temidden van het wrakhout, dan nemen we het Woord tot ons. We houden ons vast aan het wrakhout, dat  besprenkeld is met het reinigende bloed. En weet u wat er dan gebeurd? En zo geschiede het, dat allen behouden aan land kwamen. Hand. 27 vers 44. Zo sta je misschien wel eens in een donkere periode. Lijden dat niet te rijmen valt. Dan weten wij, Hij is de God, die mee lijdt, die onze twijfels aanhoort, die onze vragen doorziet. Bij Hem mogen we komen, met al die vragen, met al de tranen. Hij is onze Vader die trouw blijft tot in alle geslachten. Hij is de Vader die het donker niet weg verklaart, maar er dwars doorheen gaat. Trouw door de dood heen zo is Christus. En hoe gaan wij nu met dat lijden om. Paulus zegt: wij zuchten ook bij onszelf; wij zijn verbonden met dat zuchten van de schepping. Soms ervaar je de nabijheid van God heel speciaal in het lijden. Dan zie je aan de ene kant de mens die door hele diepten gaat. En daardoor tenslotte bij God komt. Aan de andere kant zie je de mens die heel weinig lijden meemaakt en tenslotte ook bij God terechtkomen. En dan is de vraag: wat is daarvan de zin, wat is daarvan het doel, waartoe en waarom. Soms wordt er wat al te makkelijk gezegd: je moet niet vragen: waarom, maar je moet vragen waartoe! En soms wordt er ook al te vlot gezegd: ja het heeft een zin. Of, het is de achterkant van het borduurwerk. Ook in de bijbel kom je die aspecten tegen. Aan de éne kant, het kwaad is niet te plaatsen, het lijden dat zo onmenselijk is. Daar kun je op geen enkele manier ook maar iets zinnigs over zeggen, dat kun je op geen enkele manier plaatsen, het is niet te plaatsen. Je kunt niet zeggen, het hoort erbij. Lijden kun je in geen enkel systeem plaatsen. Of dit lijden heeft de mens nodig om gelouterd te worden. Weet u, door het lijden komt de één dichter bij God en de ander zegt: het hoeft voor mij niet meer. En die laatste moeten dan zeker niet veroordeeld worden. En dan blijf je ook met dat raadsel zitten: waarom de één wel en de ander niet. Heeft het lijden een doel. Het lijden op zich heeft geen zin. Misschien zou je voorzichtig dit kunnen zeggen: God geeft zin aan het zinloze, dan kan het zijn dat er een zin aan verleend wordt. En achteraf kan dan misschien gezegd worden: en toch.. en toch.. Dan kun je misschien achteraf zeggen, en ik aarzel om het uit te spreken… het was goed. Want dat is dan een hele weg en dat gaat zo diep. Want in dat lijden kan misschien iets ontstaan. Achteraf zeg je misschien: Vader, U bent me nog veel kostbaarder dan vroeger. Dat is het wonderlijke. Ergens is er altijd het gevoel: je moet de dingen onder controle houden en je moet een verklaring geven van het lijden, maar dat gaat niet. Eén ding is zeker, in dat wachten staan wij niet alleen. Wij zijn zwak maar de Geest die ons lijden kent, bidt met ons mee. En bidden is praten met God. Het is niet zo maar wat mekkeren en zeuren. Je vraagt niet zozeer over jezelf, maar over die schepping, over alles wat zo moet zuchten. En dan zie de Here Jezus aan het kruis hangen, en dan roept Hij, HET IS VOLBRACHT, en dan neemt Hij al dat zuchten van de totale schepping op Zich en brengt dat bij de Vader. Dan wordt Hij degene die alles volbracht heeft. Jes 53 vers 12 zegt zo mooi: omdat Hij zijn leven heeft uitgegoten in de dood. Christus heeft steeds maar leven gegoten in de dood, net zo lang totdat de dood tenietgedaan was. Want de kern konden ze niet aantasten. Dan leven we vanuit de opstanding. Rom 8 vers 10 en 11 staat: indien Christus in u is, dan is wel het lichaam dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid. En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont. Hier gaan wij in tot Het Leven dat ver boven het lijden uitsteekt. Wij concentreren ons op Christus, die ons Leven is. Dan zullen wij steeds meer ervaren dat Jezus Christus, ook onze opstanding is. HIER EN NU! Er staan verschillende Schriftplaatsen waar gewezen wordt op; dat wij met Christus gestorven zijn, waar gewezen wordt op; een gemeenschap hebben aan zijn lijden; waar gewezen wordt op; een leven uit de doden, op een overwinnaar zijn over de zonde, om meer dan overwinnaar zijn door Hem. Dat is de toezegging van God en Hij is geloofwaardig. Uit de brieven van Paulus ontvangen wij de verzekering van de hoop der heerlijkheid. Wij, die geen hoop hadden. Wij, die zonder God waren in de wereld. Wij, die verre waren, maar nu nabij gekomen zijn door het bloed van Christus. Wij mogen ons verblijden om de trouw van God, ondanks de afval. Wonderlijk is de roeping van Paulus, Paulus was een lasteraar, een vervolger. Op een aparte wijze is Paulus geroepen, niet voordat hij eerst bekeerde, niet voordat hij bewust berouw had, maar terwijl hij zijn verwoestend werk deed, pakte God hem in de kraag. Paulus zegt in Gal.1 vers 15, dat het God behaagt heeft, Zijn Zoon in Hem te openbaren. Dat is het Evangelie. Dat Christus bekend gemaakt wordt, dan wordt de zonde wel nagelaten, en de goede werken komen als vruchten van de Geest {Gal 5:22}. Voor de roeping van Paulus hing de redding af van bekering, berouw, geloof en gedoopt zal zijn, maar nu is de redding een feit. Gelooft in hem, die de goddeloze rechtvaardigt {Rom. 4 vers5}. Want wij hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods; wij worden allen om niet gerechtvaardigd door de verlossing die in Christus is. Hij is de verzoening door het geloof in Zijn bloed. Wij mogen geloven, dat wij behouden zijn door genade, omdat Christus gestorven is en opgewekt is. En de vraag dringt zich op, zijn wij wedergeboren of een nieuwe schepping? Als je wedergeboren bent en je zou geen goede vrucht voortbrengen, dan word je uitgehouwen.{Matth.7 vers 19 en Matth.18 vers 8 en 9}. Maar een nieuwe schepping is zoiets bijzonders, zo uniek. Paulus spreekt van de gelovige van onze tijd van een nieuwe schepping. 2 Kor. 5 vers 17. Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuwe schepping, het oude is voorbij gegaan, zie het is alles nieuw geworden. 1 Kor. 3 vers 11: want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen. Hij is het fundament geworden van de nieuwe schepping, de grondslag. Het is niet een kwestie van goede werken, van volharden, van een blijven in of een niet blijven in. Goede vruchten voort brengen of niet. De Bijbel wordt door de mens vaak in dit spel betrokken. De Bijbel zou vertellen hoe men in deze wereld braaf zou kunnen leven en daarmee eventueel een hemel of, als men niet braaf zou kunnen leven, een hel kon verdienen. En dat God in dat spel dan meedeed, door veel met de mantel der liefde te bedekken. De Bijbel is heel iets anders, de Bijbel is aan de mens geven om hem naar onvergankelijkheid leiden, te dienen voor het weten van de zin van het leven, voor nu en in de toekomst. Het is typisch hoe men in de loop der tijden verkeerd is gaan denken. Alleen al de uitdrukking “Godsvrees”of die van de “schrikwekkende”grote daden van God. Als je die woorden bekijkt vanuit het Hebreeuws dan staat er “jirrah adonaj, als “vreze des Heren”. Nu is dat woord voor “vrees”in de stam hetzelfde als het woord voor “zien”. Wat dus bedoeld wordt, en waartoe de mens aangespoord wordt, is niet het beven voor een wispelturige, wraakgierige macht, maar juist het waarnemen van God om geïmponeerd te worden door de grootheid, de enorme diepte en samenhang, om door dit alles te komen tot grote verwondering een blijdschap. Zoals het bedoeld wordt in Deut. 6 vers 5 “Gij zult de Here, uw God, lief hebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht” Want alleen door het leren kennen van hoe Hij werkelijk is, alleen daardoor kan Hij het grootste goed geven dat er te geven is, namelijk Zijn liefde voor de gehele schepping, die als een warme deken over de schepping valt. Het is een liefdes spel zoals het Hooglied dat ook uitbeeldt. De intense vreugde is, dat men weet dat God en de mens { in dit geval Israël}bij elkaar horen, dat God de mens zoekt, en de mens God zoekt, dat de mens vaak God misloopt, maar het verhoogd alleen nog maar het verlangen om te zoeken naar die Eénheid. Naar dat verlangen van de zonen Gods. Het verlangen naar het één worden is b.v dat de tegenstellingen verdwenen zijn, leven en dood, goed en kwaad, recht en onrecht, rijkdom en armoede, gezondheid en ziekte, want die tweeheid geeft de vergankelijke schepping weer. God maakt duidelijk in de Schrift dat Hij verlangt om de schepping in harmonie terug te brengen, alles omvattend in een grote rust en volmaaktheid. Dat is de hoop der wereld, zonder dat de wereld het door heeft. We zeggen daarom ook; Abba, Vader, Vader, wil zeggen: Vader van alles wat in Zijn beeld en gelijkenis door Hem geschapen is. Daardoor zijn wij Zijn beeld en gelijkenis, Zijn kinderen, Onze Vader, dat is de hele creatuur, de hele schepping wordt vertegenwoordigd door de Vader. Maar Hij kan alleen Vader zijn als er een Zoon is. Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij” { Joh.14 vers 6}. Geen vader zonder zoon.  En dan eindigt Rom. 8 met de zekerheid des geloofs. Wij zijn blij met de zekerheid waarmee ons behouden zijn vast ligt. De Rots Christus, Zijn plan is niet stuk te krijgen. Wie zal er in de hemel of op aarde aan dat plan iets veranderen? Wie is er tegen ons? Ja, misschien zijn er die menen tegen ons te zijn, maar ook zij behoren tot dat alles, dat God doet medewerken te goede. Het dierbaarste wat Hij geven kon, gaf hij, Zijn eigen Zoon spaarde Hij niet, zou Hij ons dan niet samen met Hem alles schenken. En Paulus stelt drie vragen, in vers 33,34,35. Wie zal uitverkorenen God beschuldigen? God die rechtvaardigt? Neen, Hij beschuldigt toch niet. Wie veroordeelt? En: Wie zal ons scheiden van de liefde Gods in Christus Jezus? Verdrukking of benauwdheid, niets van dat alles. Niemand kan ons scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here. Ze kunnen het niet. En dat is ons ten goede, en dat is ten goede voor Zijn schepping. Ja, hierom getroosten wij ons moeite en grote inspanningen, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die en Behouder is van alle mensen, inzonderheid voor de gelovige. Beveel en leer dit {1 Tim.4 vers 10 en 11}.

 

 

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

391322 bezoekers sinds 07-06-2010