De hemelen

01-06-2010 door Dr. K.D. Goverts

In het Hebreeuwse denken wordt de hemel gezien als:

1 Het verborgen gebied.

Daar kijk je niet zomaar naar binnen. Dat hebben ze bij die toren van Babel wel geprobeerd. De hemel is het gebied achter de schermen.

2 Het wortelgebied.

Je wortels liggen in de hemel, daar liggen je oorsprongen. In de hemelen liggen de oorsprongen van alles wat is en van alles wat ontstaat. Het zichtbare is niet ontstaan uit het waarneembare, zegt Hebreeën 11. Achter het zichtbare ligt altijd het onzichtbare, het wortelgebied. De Joodse denkers zeggen: een mens is een boom met zijn wortels in de hemel. En die boom draagt vrucht op aarde.

3  Het Hoofdkwartier.

De hemelen vormen het beleidscentrum, het regeergebied. Vanuit de hemelen wordt geregeerd op aarde. Je hebt dus de uitersten van de aarde, daar wonen al die volkeren. Maar je hebt ook de uitersten van de hemelen; van daaruit worden die volkeren bestuurd. Dat zijn als het ware de domeingebieden, de Koninklijke domeinen, de Kroondomeinen. In die domeinen zitten dus ook de regeerders. Paulus spreekt in Efeze 6 van wereldbeheersers, autoriteiten, boze geesten. Daar zitten dus ook al die goden. Je hebt dus volken, die helemaal aan het einde van de hemelen zich bevinden. Die hebben daar dus ergens hun hoofdkwartier boven zich. Je kunt dus aan zo’n volk vragen: waar zitten jullie hemelen? En dan kan het zijn, dat zo’n volk zegt: we zitten heel ver weg. We zijn echt zo’n volk, waar nooit iemand komt. Er zijn van die volken geweest, waar ook nooit een zendeling kwam. En als hij er kwam, was hij er ook zo weer uit. Denk eens aan Tibet en Nepal, daar heb je de einden der hemelen. Die Arabische Emiraten vormen ook zo’n afgesloten gebied. Soms gaat er dan iemand heen, maar dat moet wel anoniem gebeuren. Je leest dan een verhaal over zo’n zendingstocht, maar dan zonder de naam van degene die er heen gaat, en ook niet de plaats waar hij heengaat. De einden van de hemelen, daar kun je alleen ook maar incognito heen.Gewoon met een beroep als bijvoorbeeld verpleegkundige of arts. Je kunt er niet heen gaan en zeggen: ik ben evangelist.

Aan de einden van de hemelen wonen van die volken, waarvan iedereen zegt: die zijn primitief, die hebben een vreemde godsdienst, een religie met een afwijking. Misschien zijn het wel de volken, die men al helemaal afgeschreven heeft. Het dossier bevindt zich onderaan de stapel, in de onderste lade van het bureau.

Als je aan de einden der hemelen woont, houdt alles op. Daar houdt het zonlicht op, daar komt de zon eigenlijk nooit. Elke dag heeft de zon een loopbaan; zo wordt dat gezegd in de Hebreeuwse voorstellingswereld. De zon heeft een dagelijkse wandeling. ‘s Morgens begint de zon zijn route in het oosten en na een lange dag nadert de zon vermoeid het westen, En dan slaat de zon dat laatste stukje, dat uiterste van de hemelen, maar over. En in de winter wordt het in het hoge noorden ook niet helemaal meer dag, daar is de zon al vroeg vertrokken. En dan heb je daar soms overdag middernacht. En misschien is er dan nog wel iemand, die zegt: ja, maar daar moeten we toch wel wat aan doen. Wim Malgo gaf dan het blad uit: de ‘Middernachtroep’, die dacht: misschien kunnen we daar ook nog iets van maken. ‘t Is wel ver weg en het is wel donker, maar vooruit, als we nou heel hard roepen, helpt dat misschien. Die mensen aan het uiterste van de hemelen kunnen wel gaan klagen en zeggen: ja, maar dat kan toch niet, wij horen er toch ook bij, maar daar trekt de zon zich dan niets van aan, dan moeten jullie maar niet zo ver weg gaan wonen. Als je in een eenzaam huisje ver buiten het dorp woonde, werd je ook niet meer door de melkboer bediend. Gas- en waterleiding was er dan ook niet bij.

  • De Here zal u verstrooien onder alle natiën van het ene einde der aarde tot het andere; aldaar zult gij andere goden dienen, die noch gij noch uw vaderen gekend hebben: hout en steen … (Deuteronomium 28:64)

Ook hier wordt dan weer gesproken van het ene einde van de aarde tot het andere.

Deuteronomium is het boek van de ballingschap en de thuiskomst. Het is het laatste boek van de Torah, de laatste wegwijzing. We zijn hier bijna aan het eind gekomen van dit laatste boek. Je bent dan als het ware aan het eind gekomen van de bebouwde kom en ziet alleen nog maar bomen en vlakten. Je ziet alleen nog maar ‘landschap’; geen enkel huis kom je nog voorbij. Maar dan, geheel onverwacht, doemt daar toch nog een wegwijzer op. Dan kom je toch nog, bijna aan het einde van de route Deuteronomium 30 tegen.

  • Al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, de Here, uw God, zal u vandaar bijeenbrengen en vandaar halen; de Here, uw God, zal u brengen naar het land, dat uw vaderen bezeten hebben, gij zult het bezitten en Hij zal u weldoen en u talrijker maken dan uw vaderen … (Deuteronomium 30:4,5)

Hier wordt dus gesproken over de terugkeer uit de ballingschap, het laatste ANWB-bord. Als je zo lang hebt gelopen of gereden, is het een heerlijke verrassing om dan toch nog een wegwijzing tegen te komen. Dat is dan een heerlijk wonder, waar je al niet meer op durfde te hopen. Je dacht niet anders dan op een doodlopende weg te zitten. En dan staat er op dat laatste bord: hier worden ze verzameld – einde van de hemelen. En vanaf die verzamelplaats, vanaf het einde van de hemelen worden de vermoeide reizigers thuisgebracht. Al waren ‘uw verstotenen’ aan het einde van de hemelen, van daar zal de Eeuwige verzamelen. Hier wordt een woord gebruikt, dat duidt op het bijeenbrengen van verstrooide schapen. Hoe ver je ook weg was, hoe zeer je ook het gevoel had, dat die hele lange weg die je had afgelegd, tevergeefs was, toch komt daar die wegwijzing: hier worden we verzameld. We zijn nooit kwijt. Het einde van de hemelen telt wel degelijk mee, telt juist mee. Ook dat volk, dat daar ergens woonde, voorbij alle grenzen, wordt verzameld. In Noord-Holland had je vaak van die eindeloze streken met alleen maar water, sloten en vaarten. Hier en daar woonde dan een paar boeren en verder was er niets. Een enkel onmogelijk gehucht en dat was dan alles. Geen paap of dominee wilde daar dan ook zijn standplaats hebben. Dat was met recht het einde van de hemelen. En daar, aan het uiterste van de hemelen, zet de God van Israël zijn laatste bord. Daar haalt God zijn verstotenen vandaan. Of ze nou ver uit het noorden komen, uit Rusland of uit de Oekraïne, uit een of ander randgebied, God haalt ze thuis. Psalm 68 zegt:

  • De Here heeft gezegd: Uit Basan breng Ik weder, Ik breng weder uit de diepten der zee … (Psalm 68:23)

‘U zullen als op Mozes bee, geen golven overstromen’. In Deuteronomium gaat het over al die mensen, die zo veel hebben moeten zwerven in hun leven. Het gaat over mensen die zoveel hebben meegemaakt in die eindeloze eeuwen. En nu zijn ze dan op dat laatste station gekomen, het uiterste van de hemel.

  • De Here, uw God, zal al deze vervloekingen op uw vijanden en uw haters leggen, die u vervolgd hebben … (Deuteronomium 30:7)

Dit heeft ook te maken met het principe: wat die vijanden gedaan hebben, keert op hun hoofd weder. Dat is ook een principe vanuit de Torah: het kwaad zal op hun eigen hoofd wederkeren. Dat is dan het principe van de vergelding, waarvan Paulus zegt: hij lijdt schade, omdat hij verkeerd heeft gebouwd. Er moet toch immers ergens recht gedaan worden, gerechtigheid blijken. Het kan niet zomaar zo zijn, dat een ieder gelijkgeschakeld wordt. Er zal een onderscheid moeten zijn. Dat zegt ook Maleachi, de laatste profeet: er zal een onderscheid zijn tussen de tsaddiq (qdu), de rechtvaardige en de rasja’(eSr), de afbreker.

  • Dan zult gij tot inkeer komen en het onderscheid zien tussen de rechtvaardige en de goddeloze; tussen wie God dient, en wie hem niet dient … (Maleachi 3:18)

W.G. Overbosch heeft daar ook prachtig over geschreven. Hij zegt: dat is toch ook een van de kernpunten in ons denken, dat er verschil is. Het maakt wel degelijk iets uit wat je doet. Anders zou je ook een soort boodschap krijgen met als strekking: het maakt in feite toch allemaal niets uit. In bepaalde kringen hoor je dat ook: als je uitverkoren bent ‘kom je er toch’, ook al ga je je hele leven naar de kroeg en als je niet uitverkoren bent, dan ‘kom je er’ toch niet, ook al zou je je hele leven inspannen om God welbehaaglijk te leven. Overbosch zegt ook: dat is nu juist waarom het draait: de dingen die gedaan worden, werken wel degelijk iets uit, het maakt verschil! Er is onderscheid; niet alles komt maar op hetzelfde neer. Er is verschil tussen gerechtigheid en ongerechtigheid. Er is verschil tussen goed en kwaad; er is licht en duisternis; het is niet allemaal maar grijs en grauw. Er staat ook ergens in de parabelen: wie de wil van de Vader gekend heeft en niet gedaan heeft, zal vele slagen ontvangen.

  • Die slaaf nu, die de wil van zijn heer kende en geen toebereidselen getroffen heeft, of niet gedaan heeft naar de wil van zijn heer, zal vele slagen ontvangen. Wie echter die wil niet heeft gekend en dingen heeft gedaan, die slagen verdienen, zal er weinige ontvangen (Lucas 12:47,48)

Er is dus een bepaalde gradatie. Als iemand willens en wetens als afbreker bezig is geweest, dan zal hij ook schade lijden. Dat is dan toch ook wat in Deuteronomium 30:7 wordt aan geduid: het levenshuis van een mens wordt beschadigd. Ook in de eerste Korinthe-brief wordt gesproken van mensen, die gered worden als door vuur heen.

  • maar indien iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden, doch hij zelf zal gered worden, maar als door vuur heen … (1Korinthe 3:15)

We zien dat principe ook in Mattheüs 11:

  • Doch Ik zeg u, het zal voor Tyrus en Sidon draaglijker zijn in de dag des oordeels dan voor u … (vers 22)
  • het zal voor het land van Sodom draaglijker zijn in de dag des oordeels dan voor u … (vers 24)

De dag van het oordeel.

Dat is de dag van het gericht, van de crisis. Dit alles heeft dus te maken met het thema: beschadiging, en daarmee samenhangend: vergelding. Paulus zegt ook in 1Korinthe 3:17:

  • Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!

Als je dus je hele leven bezig bent met beschadigen, dan word je zelf beschadigd.

Dat is in wezen ook een psychologische waarheid; dat kun je in de praktijk ook herkennen. Als iemand altijd bezig is met kritiek en bitterheid ten aanzien van anderen, dan slaat dat op die persoon terug. Die raakt zelf steeds meer verzuurd en verbitterd. Als iemand zijn hele leven haat of wrok koestert, dan zal hij beslist geen opgeruimd en ontspannen persoon zijn. Er zijn dus bepaalde geestelijke principes, die dan in werking treden. Soms kun je het gevoel hebben, dat van alles wat je doet het resultaat toch maar mager is. Je spant je vreselijk in en je doet eindeloos je best, maar dan kun je toch aan het einde van de hemel wonen. Het einde van de hemel kan ook hier in Rotterdam zijn. Je kunt ook in een gemeente zitten, waar het klimaat van de Noordpool heerst. Het uiterste noorden kan vlak bij huis zijn. Iemand uit een gemeente kreeg eens een beeld, waarin hij een persoon uit die gemeente in een ijskast zag zitten. Het einde van de hemel moet je dus op de gééstelijke landkaart zoeken. In zo’n geval geeft enthousiasme of inspanning nauwelijks resultaat.

Elie Wiesel vertelt in dit verband het volgende verhaal.

Op zekere dag zou er ergens een besnijdenis plaatsvinden. Er moest dus een besnijder komen en een rabbijn om de preek te houden. Die twee geestelijken moesten helemaal uit een ander dorp komen. De rabbijn en de besnijder huren samen een rijtuig met een paard. Op een gegeven moment schijnt dat paard vermoeid te zijn en weigert nog één poot te verzetten. De besnijder stapt uit en gaat het rijtuig duwen. En ook die rabbijn gaat even later duwen. Zo lopen ze al hijgend en puffend de wagen duwend naar het andere dorp. Tenslotte komen ze in het dorp aan, waar de besnijdenis zou plaatsvinden. Maar als ze daar dan zijn, zegt de rabbijn, terwijl hij de besnijder aankijkt: er is één ding dat ik niet snap: ik snap wel, waarom jij hier bent, ik snap ook, waarom ik hier ben, maar ik snap niet waarom dat paard hier is en die wagen! Zo zijn er mensen, die eindeloos moeten duwen en heftig zich inspannen, maar voor een zaak, waarvan je je afvraagt, of die wel zinvol is.

De volledige studie is in boekvorm te verkrijgen bij:

J. Bies

Schaperstraat 104

3317  LR Dordrecht

Tel:078-6510685

Giro 1292693

E-mail jan.bies@kpnplanet.nl

– Prijzen zijn excl. Verzendkosten

– Van elk boek wordt € 2.25 afgedragen aan het Afrika-fonds

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

391574 bezoekers sinds 07-06-2010