De genezing van het gevoelsleven

13-07-2010 door Dr. K.D. Goverts

Het huis van God

«Nu wij zulk een verwachting hebben, treden wij met volle vrijmoedig­heid op» 2 Kor.3:12. In deze tekst en in deze brief gaat Paulus vertellen, dat het oude voor­bij is. Dan kun je je afvragen, wèlk oude er dan inderdaad voor­bij is. In hoevèrre is dat oude voorbij. En hóe gaat dat oude voorbij? Dat is een proces. Het Griekse woord voor vrijmoedigheid (v.12) is letterlijk: alles kun­nen zeggen. Het betekent niet: alles mòeten zeggen, want dat is dwang. D­ie mensen, die zo nodig alles moeten zeggen, hebben over het alge­meen niet zo veel vrienden. Je zou het ook openheid kunnen noemen. Een open boek. ‘Onze brief zijt gij’. Een open brief. Iemand die in zijn gevoelens verwond is, gaat zich afsluiten. Die mens houdt afstand tot God en de mensen. Mozes deed een bedek­king voor zijn gelaat. En een beschadigd mens gaat, zij het om heel andere rede­nen, achter een bedekking leven. Maar God is juist open­hartig. God gaat je gevoelsleven thuisbrengen. De Bijbel spreekt heel veel over ‘het huis van God’. God spreekt ook niet over ‘tempel’, maar over ‘huis’. Het Hebreeuws heeft in feite geen woord voor tempel. Als er tempel staat, staat er in feite huis of groot huis. God doet niet in tempels. Het ty­pische van een tempel is, dat het een gebouw is, dat helemaal apart staat, buiten het gewone le­ven. Als er in de Bijbel tempels worden gebouwd, gaan ze meestal weer plat. En God wil juist in ons leven komen. Het typische van tem­pels is, dat er over het algemeen nie­mand woont. Het is meestal een plaats, waar godsdienstige verplich­tingen worden gepleegd. Je zou kunnen zeggen: als God een huis bouwt, dan komt God thuis. Daarom staat er aan het slot van Openbaring: «Een tempel zag ik in haar niet» God is dan eindelijk thuis, want: «De tent van God is bij de men­sen» Als Salomo de tempel heeft gebouwd, zegt God: «Mijn hart zal aldaar zijn» God heeft ook gevoelens. In Genesis staat: «Het smartte God aan zijn hart» Sefanja zegt: «God zal Zich over u verblijden» Hij zal zelfs over u juichen en jubelen. De mens heeft gevoelens en is daardoor ook beeld van God. Je moet niet op gevoelens gaan leven, maar je moet er ook niet bang voor zijn.

Een onbedekt gelaat

«Wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedek­king meer is, de heerlijkheid des HEREN weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de HERE, die Geest is» 2 Kor.3:18. AV.: «met een onbedekt gelaat». Een onbedekt gelaat: transparant, doorzichtig; daar werkt God aan in jou. Die stad aan het eind van Openbaring is doorschijnend als glas. Die bedekkingen worden gevormd door pijnlijke ervaringen, door be­scha­digde gevoelens. Bij die beroemde gelijkenis uit Lucas spreken we liever van: ‘de gelij­kenis van de barmhartige Vader’, dan van: ‘de verloren zoon’. Niet die zoon, maar die vader is de centrale figuur. Er waren bo­ven­dien twee zonen. Het is ook niet zozeer een evangelisatieverhaal, maar een ver­haal voor innerlijk herstel. Jezus preekte niet zo veel, maar Hij liet vooral zien, wie de Vader was. Die zoon zit met een hoop negatieve ge­voelens over zichzelf. Hij verkwistte zijn vermogen in een leven van overdaad. Letterlijk staat er: hij verstrooide zijn bestaan. Letterlijk: zijn identiteit. Dat gaat veel dieper dan vermogen. Hij komt terug en hij weet niet meer wie hij is. De hel voor mensen is, dat zij niet meer we­­ten, wie ze zijn. De zoon keert terug naar zijn oorsprong, naar zijn va­der. Die vader úit zijn gevoelens. Hij valt zijn zoon om de hals en kust hem.

Gevoelens uiten

In hoeverre kun je je gevoelens uiten? Sommige mensen kunnen zelfs niet meer huilen. Bij huilen kunnen soms in­derdaad ‘vrome geesten’ meespelen. Maar uithuilen kan een stuk genezing zijn. Huilen is vaak ‘een ontknoopt worden’ van gevoe­lens. En hierdoor ontstaat er ruimte in de ziel. En van die vader staat letterlijk: «Hij snelde hem tegemoet». In de regel zal een Oosterling nooit snellen. Die jongen wordt onder­gedom­peld in de gevoelens van de vader, wanneer hij thuiskomt. Hij wordt ermee door­drenkt. Maar de oudste zoon sluit zich af voor de gevoe­lens van zijn vader. De oudste wil niet delen in wat zijn vader voelt. Daar stelt hij zich buiten. Hij stelt zich ook buiten het feest. Maar de vader zegt: «kind». Het betekent: je hoort erbij. «Kind, al het mijne is het uwe!» Dit woord is vaak alleen op het mate­riële vlak op­­ge­vat. Men zegt: hij zeurt zo over dat bokje. Letterlijk zegt de vader: «Je bent altijd met mij» (niet:«bij mij»). Dat be­tekent: je leven de­len. Vergelijk: «De tent van God is mèt de mensen» Op.21. Je communiceert niet alleen met woorden, maar ook met gevoelens. Vergelijk het luisteren naar een spreker, die je niet mag. Het ‘God is je Vader’ kan voor iemand met slechte vaderervaringen een negatieve ge­voelswaarde hebben: berg je maar. Het vaderbeeld moet soms ook nog genezen.

Je bewustzijn gereinigd

«Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zich­zelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons be­wustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te die­nen?» Hebr.9:14. Je bewustzijn moet ook gereinigd worden. Deze tekst heeft dus ook te maken met de genezing van gevoelens en van de tijd. God geneest je ver­leden. God herstelt de tijd. In deze tekst is ook sprake van de ‘eeu­wige Geest’. God is eeuwig en omvat de tijd. God omvat je hele be­staan. God begint niet bij je bekering. Jij begint bij je bekering, maar God begint al veel eerder. God omspant àl je dagen, ook je donkere da­gen. Ook de dagen, waarin je beschadigd werd. Als de Geest van God eeuwig is, dan kan Hij door de tijd heenwandelen. Gods Geest om­vat de toekomst, maar kan ook teruggaan door en naar het ver­le­den. Daarom kan Gods Geest dat verleden genezen. Misschien is er in je leven iets kapotgegaan, zonder dat je zelf weet waar en wan­neer.

Gij doorgrondt en kent mij

Veel Christenen reageren nog vanuit het verleden. Het oude is voor­bij, maar het telt nog wel mee. Iemand die in zijn jeugd altijd be­straft is, vindt vaak, dat een ander ook maar straf moet hebben. De Geest van God kent je geboorte nog. Ook je jeugd en ook je we­dergeboorte. «Gij omgeeft mij van achteren en van voren» Ps.139:5. En wat doet God dan ook nog? Hij legt zijn hand op mij. Dat is die ge­­nezende hand. Van ‘achteren en van voren’ kun je opvatten in plaats, maar ook in de tijd. God omringt mij in mijn verleden, maar ook in mijn toekomst. David zegt: «Om dat te begrijpen is mij te wonderbaar» D­e Geest van God kan een situatie uit het verleden doortrèkken met zijn aanwezigheid, zodat de daar veroorzaakte pijn verdreven wordt. De ervaring is misschien nog niet vergeten, maar hij doet geen pijn meer. God doorwandelt een situatie, waarvan jij dacht dat God daar­in niet was. Dit is allemaal iets anders dan verdringen, of zeggen: het oude is voor­­­bij. Of ook: constant de radio aan of maar naar cassettebandjes gaan luisteren; dat kan ook een vlucht zijn. Misschien zijn er situaties, waaraan jij niet meer wilt denken, omdat je anders dichtklapt. Ook daarin wil God komen. Betrek God daar heel bewust in. «Here, Gij doorgrondt en kent mij» Ps.139:1. Dat is niet het vaststellen van een feit, niet in de zin van: God ziet al­les. Dat kan soms bedreigend klinken. Maar, Hij kent alle lagen van je bewustzijn. De lagen, waar nog nooit iemand geweest is, waar je je­­zelf nauwelijks kent. In vers 23 komt dat terug, maar dan als een gebed. «Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, toets mij en ken mijn gedachten; zie, of bij mij een heilloze weg is, en leid mij op de eeuwige weg» Ps.139:23. God kent ook de gebieden, waar het helemaal verstrooid is en kapot. V. 23 is als het ware een uitnodiging aan God. Doorgrond mij maar, doorgrond mij alstublieft. Soms kan er dan nog wel eens iets pijn­lijks naar boven komen. «Ik zal u vergoeden de jaren, toen de kaalvreter en de knager, de sprink­haan en de verslinder alles opvrat» Joël 2:25. Een uniek woord! Ik zal u vergoeden de jaren, toen de sprinkhaan al­­les opvrat. God kan teruggaan in de tijd.

Het scheppingsverhaal

Niet morgen, dan avond en dan ook nog nacht, zoals in een mensen­leven. Maar: het was avond geweest en het was morgen geweest: één dag…. Er zat wel een nacht tussen, maar die telde bij God wezenlijk niet mee. Nacht is alleen maar: afwezigheid van licht. De nacht is ei­genlijk alleen maar een intermezzo, al moet je soms wel door die nacht heen. Het eindpunt van de dag is de morgen. God eindigt nooit met een nacht, maar werkt altijd naar de morgen toe. En als je het gevoel hebt, dat het nacht is, dan zegt God: ‘De morgen komt’. Dan staat er: «God zal helpen bij het aanbreken van de morgen!»

De volledige studie is in boekvorm te verkrijgen bij:

J. Bies

Schaperstraat 104

3317  LR Dordrecht

Tel:078-6510685

Giro 1292693

E-mail jan.bies@kpnplanet.nl

– Prijzen zijn excl. Verzendkosten

– Van elk boek wordt € 2.25 afgedragen aan het Afrika-fonds 

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410031 bezoekers sinds 07-06-2010