De drinkbeker in Gethsemané

23-05-2010 door Joop Neven

door A.Oosterhuis.

Vooral tijdens de “lijdensweken” wordt ervan de kansels af, in de regel een week besteed aan de overdenking van de nacht in Gethsemané Wij horen dan verschillende verklaringen. Het vreselijke lijden van de Heiland wordt op diverse wijze geschilderd. Vaak wordt verteld dat het tenslotte zo erg werd, dat de Zoon, noodgedwongen, het reddingswerk wilde opgeven, zodat het een mislukking zou worden. Hij zou niet opstandig worden, maar daar in Gethsemané kwam toch de wil van de Zoon in botsing met de Wil van de Vader, daar was een ogenblik, dat er geen overeenstemming was; daar was een moment dat de Zoon het in Zijn hart uitschreeuwde: Neem weg dat lijden! Neem weg dat kruis, neem weg die drinkbeker! Ik wil, ik kan hem niet drinken, al is het ook ten koste van alles, van de redding der wereld en van heerlijkheid, die mij na het lijden is voorgesteld. En indien de Vader daaraan gehoor had gegeven, dan zou het grote doel, dat Beiden zich hadden voorgesteld, nooit zijn bereikt. Er wordt ons gezegd, dat daar in de hof een gebed gebeden werd dat niet werd verhoord. Dat is vaak de slotsom van de toespraken over de uren in Gethsemané. Het is niet de bedoeling om het lijden in Gethsemané minder zwaar voor te stellen dan het in werkelijkheid is geweest. Ik wilde alleen maar naar voren brengen dat naar mijn bescheiden mening, maar persoonlijke overtuiging, de gangbare voorstelling van de drinkbeker van Gethsemané verkeerd is, en dat de uitleggers, die er over ´t algemeen wordt gegeven, in strijd is met Gods Woord, en het getuigenis, dat dit over de Zoon heeft gegeven. Dat het een blaam werpt op het verlossingswerk van onze Here Jezus Christus, waarover onze Vader niet anders dan bedroefd kan zijn. “Zie ik kom.. ik heb lust, o mijn God om Uw welbehagen te doen.{Ps. 40 vers 8-9} zo profiteerde David al van de Zoon. Dit bevestigd de schrijver van de Hebreeënbrief, wanneer hij zegt; “Brandoffer en offer voor de zonde hebben U niet behaagd; toen sprak ik: Zie, ik kom om Uw wil te doen o God” {Hebr. 10 vers 6-7}. Onze Heer zegt menigmaal zelf dat dit het doel was, waarvoor Hij was gekomen, namelijk des wil des Vaders te doen en te volbrengen. “Mijn spijze is, dat ik doe de WIL desgenen, die mij gezonden heeft, en Zijn werk VOLBRENGE” {Joh.4 vers 34}. “Ik ben uit hemel nedergedaald, niet opdat ik Mij wil zou doen, maar de wil desgenen die mij gezonden heeft” {Joh. 6 vers 38}. “Ik zoek niet mijn wil, maar de wil des Vaders die mij gezonden heeft” {Joh. 5 vers 30}. Hieruit blijkt duidelijk, dat het vaste voornemen van de Zoon is geweest, zijn wil te voegen naar de wil des Vaders.

Heeft hij dat niet kunnen volbrengen?

De Zoon zegt: “Daarom heeft Mij de Vader lief, overmits ik mij leven afleg…dit gebod heb ik van mijn Vader ontvangen” {Joh. 10 vers 17-18}.

Is Hij aan dat gebod ongehoorzaam geworden in Gethsemané?

“Ik en de Vader zijn één {Joh. 10 vers 30}niet dezelfde want: “de Vader is meerder dan ik” {Joh.14 vers 38}. Maar één van zin, één van wil en voornemen om het doel te bereiken, n.l. het redden der schapen en dit kon alléén geschieden door zijn leven voor hen te stellen.

Heeft het lijden in Gethsemané die éénheid, al is het maar voor een korte tijd verbroken?

Kan er sprake van zijn, dat de Zoon een gebed tot de Vader opzond in Gethsemané, dat niet werd verhoord?

“Vader, ik dank U dat Gij mij gehoord hebt, doch ik wist dat gij mij ALTIJD hoort {Joh.12 vers 41-42}. Uit het verban blijkt dat horen tegelijkertijd verhoren is. Werd het gebed in de hof dan niet verhoord? Het zijn vragen, waarop geen antwoord te geven is, indien wij willen vasthouden aan de stelling, dat de Heer in Gethsemané gebeden heeft om vrijstelling van het offer van Golgotha. Ik wil echter een poging dien, om aan te tonen, dat de wil van onze Heiland, wat betreft zijn sterven voor de zonden der wereld, geen ogenblik van de wil van Zijn Vader is afweken. Dat zij gebed wel degelijk is verhoord, en indien dat niet was geschied, wij dan allen nog in de zonden waren. Ik hoop aan te tonen, dat het absoluut en volkomen waar is, wat Paules later van Hem kon getuigen: dat Hij gehoorzaam geweest is {ook in Gethsemané} tot de dood, ja de dood des kruises: {Fill.2 vers 8}. En dat er geen enkele smet valt op het verlossingswerk van Christus. “Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat DEZE drinkbeker aan mij voorbijgaan, doch niet gelijk ik wil, maar gelijk Gij wilt” {Matth.26 vers 39}. “Vader, of Gij wildet DEZE drinkbeker van mij wegnemen, doch niet mijn wil, maar de Uwe geschiede” {Luk. 22 vers 42}. “Abba Vader; alle dingen zijn U mogelijk, neem DEZE drinkbeker van mij weg, doch niet wat ik wil, maar wat Gij wilt” {Mark. 14 vers 36}. Het valt allereerst op, dat alle drie evangelisten spreken van DEZE DRINKBEKER, en het is een grote fout, dat we de drinkbeker van Gethsemané vereenzelvigen of verwisselen met de drinkbeker van Golgotha, indien we deze laatste ook een drinkbeker mogen noemen. Waarom wordt dit toch bijna altijd gedaan?

Was niet het hele leven van de Heiland ´t ledigen van drinkbekers?

De Heer sprak meerder malen van het drinken van een drinkbeker, en alleen reeds het feit dat we lezen van een drinkbeker. Na Gethsemané, moest voldoende zijn om ons te overtuigen, dat de drinkbeker van Gethsemané een andere is geweest dan die van Golgotha. Nadat Petrus het zwaard gehanteerd had, zei de Heer: “Steek Uw zwaard in de schede. De drinkbeker, die de Vader gegeven heeft, zal ik die niet drinken?” Hier hebben we een andere, een latere drinkbeker, die rechtstreeks uit de hand van de Vader kwam, en de Heer dacht er niet aan deze te weigeren. Maar de drinkbeker van Gethsemané kwam niet rechtstreeks uit de hand van de Vader. De drinkbeker van Gethsemané was een bijzondere drinkbeker, welke de Heer in de hof kreeg te drinken, en die hij daadwerkelijk aan het ledigen was, toen Hij zijn gebed tot de vader opzond.”Laat DEZE drinkbeker VOORBIJGAAN”. Het is alsof de Heiland wil zeggen: Is het niet mogelijk, dat het verlossingswerk tot stand komt buiten deze drinkbeker om? Kan hij niet worden overgeslagen?

“Abba, Vader, Alle dingen zijn u mogelijk”.

Dat hier een andere macht in het spel was, die de beker toediende, is duidelijk. De Zoon vraagt de Vader een almachtsdaad aan te wenden, om degene, die deze beker hem toediende, daarvan te weerhouden. Die uitdrukking zou geen zin hebben, indien de drinkbeker rechtstreeks uit de hand van de Vader kwam. Dan had de Vader alleen maar de hand terug te trekken.

“Neem DEZE drinkbeker weg”.

Hoe duidelijk, dat Hij deze drinkbeker in Gethsemané te drinken kreeg en dat het niet de beker was, die nog voor Hem gereed stond op Golgotha. “Vader, of Gij wildet deze drinkbeker van mij wegnemen”. De Zoon wist maar al te goed, dat het lijden en sterven op Golgotha niet aan Hem voorbij kon gaan. Dit was en kon de wil des Vaders niet zijn, noch die van de Zoon. “Zou ik de drinkbeker, die de Vader mij geeft, niet drinken?” Neen, het was juist de noodzakelijkheid van het wegnemen van de Gethsemané-beker om dit mogelijk maken. De drinkbeker van Gethsemané was een andere dan die van Golgotha, zeker, ook in Gods raadsplan opgenomen, want “alles is van God”, maar niet rechtstreeks uit Zijn hand. Het past ons na te gaan, welke lijdensbeker het dan wel was en wat die beker inhield. Nadat de laatste maaltijd met de discipelen was genuttigd, en de Meester hun nog vele troostrijke woorden en vermaningen had gegeven, zei Hij: Ik zal niet veel meer met u spreken, want de overste deze wereld komt en hij heeft aan {in} mij niets, maar {hij komt} opdat de wereld wete, dat ik de Vader lief heb, en alzo doe, gelijkerwijs de Vader mij geboden heeft. Staat op. Laat ons van hier gaan {Joh.14 vers 30-31}. De tocht naar Gethsemané werd aanvaard. Indien wij mogen aannemen, dat hier zoals op andere plaatsen, met de “overste dezer wereld” satan wordt bedoeld, dan volgt uit bovenstaande, dat Jezus een persoonlijke ontmoeting met satan verwachte. Deze ontmoeting zou satan geen voordeel brengen “”Hij heeft in mij niets”, maar ´t doel van zijn komst en dus de ontmoeting met de Heer zou zijn, om aan de wereld te tonen, dat de Zoon de Vader liefhad, en doen zou, zoals de vader hem geboden {opgedragen} had. We komen daar straks nog even op terug. Om goede redenen en op Schriftuurlijke grond meen ik te mogen aannemen, dat de drinkbeker van Gethsemané de letterlijke vervulling was van Jes. 53 vers 10 “Hij heeft hem krank gemaakt”. We lezen in hetzelfde hoofdstuk, dat Hij geen gestalte had, dat we hem zouden begeerd hebben, maar we lezen in de Evangeliën niet, dat Hij met ziekte te worstelen had. De Heer gaf integendeel steeds blijk van goede lichaamskracht en onvermoeidheid en wanneer zijn volgelingen na een vermoeide dag gingen rusten, placht Hij een berg te beklimmen om gemeenschap te oefenen met de Vader. En toch moest Hij krank worden om onze krankheden te kunnen dragen. Hij moest toch in alles met ons mee kunnen lijden. Maar bovendien, als wetgetrouwe Israëliet zou Hem geen krankheid overkomen {Deut. 28}. En Hij heeft toch de wet vervuld. De Heer moest dan ook volgens Jesaja´s profetie krank GEMAAKT worden. “Hij werd in alles verzocht” {Hebr.4 vers 15} en we lezen van verschillende verzoekingen hem door satan gedaan, maar nergens dat Hij verzocht werd in krankheid. En toch: “Hij was de man van {velerlei} smarten en VERZOVHT IN KRANKHEID” {Jes.53 vers 3}. Let op de enkelvoudvorm krankheid, niet krankheden. Dit verzoeken, in verleiding brengen, was niet rechtstreeks van de Vader, “want God verzoekt niemand” {Jak. 1 vers 13}. Neen, het was satans werk. En dit werd tot het laatste toe gespaard. Wanneer we acht slaan op de Oudtestamentische Godsmannen, dan merken we, dat allen in meer of mindere mate typen van Christus waren, en ik meen, dat we hier als zodanig moeten letten op Job. Die bij uitstek rechtvaardige “knecht Gods” genoot eens grote heerlijkheid en rijkdom en moest dit alles prijs geven. Alles werd hem ontnomen en er kwam geen klacht over zijn lippen. Hij kon God in alles billijken. Zijn gezondheid mocht hij echter behouden, totdat tenslotte satan, die ook hier de verzoeker was, de vrijheid wed gegeven zijn lichaam aan te tasten, hem krank te maken. Toen pas kermde Job om uitkomst en werden zijn brullingen uitgestort als water. Job leerde echter ook in zijn lijden gehoorzaamheid en legde tenslotte de hand op de mond. “Uw wil geschiede..” En toen kwam de verhoring. Job werd van zijn lijden verlost, want hij was in alles oprecht gebleken, satan werd beschaamd en  Job kwam tot dubbele heerlijkheid en mocht voor zijn groenten, die alle vertrouwen in zijn oprechtheid hadden verlorren, bidden. Zo is het ook met de heiland. Hij ontledigde Zichzelf  van alle heerlijkheid, geheel vrijwillig. Niets bleef hem over. Hij werd de armste onder de armen en vernederde Zich tot slavendienst. Geen enkele beproeving, Hem door satan aangedaan, kon Hem ontrouw doen worden aan de Vader. De beproeving in krankheid bleef Hem bespaard, doch die zou ook komen als de allerzwaarste, door satan werd toegestaan, ook Zijn lichaam aan te tasten. Dit had plaats in Gethsemané. Dat de Heer in Gethsemané aangetast werd door een vreselijke ziekte blijkt ook duidelijk in Luk. 22 vers 44. Daar staat letterlijk, dat Zijn zweet werd als klonters bloed, die op aarde neervielen. Zodat Hij moest klagen: “Mijn ziel is bedroefd tot de dood toe”. Laat geen moeite doen om uit te zoeken, welke krankheid het geweest is. We zullen wel niet overdrijven,wanneer we zeggen, dat alle krankheden over Hem kwamen en dat Hij als het ware verbrijzeld werd. Hij toch heeft onze krankheden op Zich genomen en al onze smarten gedragen. Het is dan ook geenszins te verwonderen dat d Lijder zo ernstig bad er van verlost te worden, maar er is toch ook nog een andere reden voor. Het offerlam in Israël moest zonder enig gebrek zijn en volkomen gezond. {Deut. 20 vers 20-27} en verder Mozaïsche voorschriften. En dan zou dan “Het Lam” ter slachting geleid kunnen worden, dat tot dood toe krank was? En Hij werd “als een lam ter slachting geleid {Jes. 53 vers 7}. Dit ziet zeker op het offerlam. Indien dus de Heer niet van de drinkbeker in Gethsemané was verlost, dan had Hij de wereld reddende offer niet kunnen brengen. Dan waren wij nog in onze zonden. Dan had het voorgenomen verlossingsplan geen voortgang kunnen hebben. Dan had satan getriomfeerd. En het was daarom, en niet om van het offer Golgotha verlost te worden, hoe vreselijk dit ook was juist het tegendeel, om dat offer te kunnen brengen. Het was om de redding der wereld, dat Hij van de drinkbeker, Hem door satan gegeven, verlost wenste te worden. Geachte lezer, het was niet in de eerste plaats voor hem zelf, maar voor U en voor mij en voor de gehele wereld, dat de Heiland Zijn gebeden opzond in Gethsemané en, Gods zij dank, verhoord werd. En nu verstaan wij de bedoeling van Joh. 14 vers 30-31, want het was daar in het bijzonder, in Gethsemané, dat wij en de gehele wereld zouden leren verstaan, hoe lief Hij de Vader had, omdat Hij alles wilde volbrengen wat de Vader Hem opgedragen had. We moeten leren verstaan, dat ook in Gethsemané de Heiland voor ONS heeft geleden, gestreden en gebeden. Is het gebed in Gethsemané verhoord? Daar is geen twijfel over. De Zoon werd niet beschaamd. Een engel werd gezonde om Hem te versterken {Luk. 22 vers 43}. En Hij, die in de dagen Zijns vleeses gebeden en smekingen opzond tot degene, die Hem uit de dood kon verlossen met sterke roeping en tranen, werd verhoord uit de vreze {beter vertaald om Zijn vroomheid}. En hoewel Hij de Zoon was, leerde Hij gehoorzaamheid uit wat Hij leed, en geheiligd, beter vertaald, volkomen {zonder enig gebrek} geworden zijnde, is Hij allen die hem gehoorzaam zijn, de bron geworden van eeuwige {aionisch} redding {Hebr.5 vers 7-9}. Daar hebben wij het in eenvoudige woorden omschreven. In Gethsemané was onze Heer in de greep des doods. Hij was dodelijk krank, zo erg, dat de dood hem persoonlijk verlossing kon brengen. En de verzoeker zal Hem zeker ingefluisterd hebben, evenals de vrouw aan Job de raad gaf: “Zegen God {zeg God vaarwel} en sterf”. Maar Hij bezweek niet voor die verzoeking, doch zond zijn smekingen op tot de Vader, de Enige, die Hem uit die greep des doods kon verlossen, die drinkbeker kon wegnemen. Hij werd verhoord  om zijn vroomheid, om zijn gehoorzaamheid, om zijn kinderlijke liefde. Hij moest echter als Zoon ook toen nog gehoorzaamheid leren oefenen, en dat heeft Hij gedaan. Want: “niet mijn wil geschiede, en indien de Vader het gewild had, dat Hij in de hof had moeten sterven, dan ook nog: “Uw wil geschiede”. Maar dan zou de verzoeker getriomfeerd hebben. Neen, hem was maar tijdelijk de macht over zijn lichaam gegeven en ook het lichaam werd verlost. De satan had geen macht over zijn leven, Hij wed van Zijn krankheid genezen, nadat Hij ook in de allerfelste nood gehoorzaamheid had geleerd. Alle verzoekingen werden weerstaan. Het gelukte satan niet de Zoon opstandig te maken tegen de Vader. Hij werd volkomen gemaakt, d.w.z. zonder enig gebrek, en als het VOLKOMEN LAM GODS kon Hij zijn reddingstaak aanvaarden. We lezen dit ook in Hebr. 10 het hoofdstuk waar in het bijzonder gesproken wordt over de “offerande van het lichaam van Christus”. “Slachtoffer en offerande hebben Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij het lichaam toebereid” {Hebr. 10 vers 5}. We zouden duidelijker kunnen vertalen;”Gij hebt mij een lichaam gemaakt”. Ook hier dus, het lichaam van Christus werd geschikt gemaakt als een volkomen Lam, om de slachtoffers en offeranden, die onvoldoende waren, te kunnen vervangen. Na Gethsemané was Hij in staat, de bron te worden van eeuwige redding der wereld. We zien na Gethsemané een complete verandering. Nu geen tijd meer voor sluimerde discipelen. “Waarom sluimert gij nog” “Staat op en bidt opdat gij niet in verzoeking komt” {Luk22 vers 46}. Als een koning staat Hij enige ogenblikken later tegenover de bende, die op een enkel woord van Hem ter aarde valt. Als een Levensvorst geneest Hij de wonden door Petrus geslagen. Vol majesteit staat Hij voor of tegenover Kajafas en Pilatus en verdraagt al de smaad en schande op eerbiedige wijze. Vaak wordt de Heiland geschilderd als bezwijkende onder de last VAN HET KRUIS, MAAR WE LEZEN DAAR NIETS VAN. Johannes, die zeker van alles toeschouwer is geweest, zegt: “En Hij, DRAGENDE Zijn kruis ging uit”, en het feit, dat Simon later het kruis overnam, is geen bewijs, dat dit gebeurde, omdat de Heer er onder bezweek. Simon werd gedwongen dit te doen, dat wil hier zeggen dat het een ere – of hofdienst voor Hem werd. In de hof, toen Hij “een worm was en geen man”verlangde Hij zo naar enig medelijden van Zijn discipelen. Op de weg naar Golgotha, waar de vrouwen Hem beweenden en beklaagden, antwoordde Hij. “Gij dochters van Jeruzalem, weent niet over mij, maar weent over Uzelf en over Uwe kinderen” {Luk. 22 vers 28}. Toen echter Zij medekruiseling, de misdadiger, in Hem de Koning van Israël zag, die eens in Zijn Koninkrijk zou komen, werd hem op zijn geloof en als beloning daarvan een plaats toegezegd op de nieuwe aarde in het paradijs Gods. Ja waarlijk, Hij werd als Het Lam Gods ter slachting geleid, en Hij was gehoorzaam tot de dood in Gethsemané, ook dan: “Uw wil geschiede”. Hij werd gehoorzaam tot de dood des kruises. Geen enkele smet kan op Hem geworpen worden.

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

383937 bezoekers sinds 07-06-2010