De boodschap van hoop

23-05-2010 door Joop Neven

De profeten houden het volk de consequenties van zijn verkeerde handelen voor en roepen het op om om te keren. Maar de profeten zijn niet alleen “vermaners” zij zijn ook “troosters”. Zij spreken niet alleen van onheil, verwoesting, maar ook van heil, terugkeer, opbouw, vrede. En dat niet als valse geruststelling, als goedkope troost. Keer op keer loopt de profeet stuk op de onwil van het volk om aan zijn oproep tot omkeer gehoor te geven en om zich iets aan te trekken van zijn eis tot gerechtigheid, de gevolgen van die onwil zullen niet mis zijn. Maar ver daarbovenuit gaat de zekerheid, dat daarmee niet het laatste woord gezegd is. Want ondanks alle onrecht dat gedaan wordt, laat God zijn volk en de wereld niet los. Eens zullen de knieën zich buigen en de tong vrijwillig belijden, Jezus Christus is Heer. Eens zal het zijn zoals Jes.32 vers 3 zegt: “Dan zullen de ogen der zienden niet meer verblind zijn en de oren der horende zullen opmerken”. Schijnbaar onoverkomelijke tegenstellingen zullen overbrugd worden: “Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich nederleggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden” {Jes.11 vers 6}. De hele wereld zal zich gaan richten op de Koning der Koningen, namelijk Jezus Christus de Redder der wereld. “Volkeren zullen toestromen en vele natiën zullen gaan en zeggen: Komt, laten wij optrekken naar de berg des Heren, naar het Huis van de God van Jacobs, opdat Hij ons leren aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen: Want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem. En Hij zal richten tussen vele volkeren en rechtspreken over machtige natiën tot in verre landen. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen, geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren. Maar zij zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom, zonder dat iemand hen opschrikt; want de mond van de Here der heerscharen heeft gesproken {Micha 4 vers 1-4}. De woorden van de profeet zijn scherp en streng. Maar daaronder ligt liefde en erbarmen voor de mensheid. De profeet wordt niet alleen gezonden om te vermanen, maar ook om “de zwakke handen te versterken en de slappe knieën te verstevigen {Jes.35 vers 3}. Bijna elke profeet brengt naast woorden van afkeuring en terechtwijzing ook troost, belofte en verzoening. Hij begint met een boodschap van onheil en ondergang; hij eindigt met een boodschap van hoop.

Trouw.

Wat de profeten beweegt is het weten dat God op zoek is naar de mens, maar de mens is niet thuis. Het is als het ware dat de profeet meelijdt met God. Kenmerkend voor een profeet is de trouw aan God, gegrepen door Zijn bewogenheid, trouw aan zijn opdracht en om te spreken zoals God hem opdraagt en niet zoals mensen het willen {1 Kon.22 vers 13-14}. Tegenover het volk neemt de profeet het op voor God en houdt het Zijn eis voor, en tegenover God neemt hij het op voor het volk. Na de zonde met het gouden kalf springt Mozes voor het volk in en vraagt, ja eist van God om het volk een nieuwe kans te geven {Ex.32 vers 11-13}. Als God Amos in een visioen de vernietiging van het land laat zien vanwege de ongerechtigheid van de inwoners roept Amos uit: Here Here, vergeef toch! Hoe zou Jacob staande kunnen blijven? Hij is immers klein! Dit berouwde de Here. Het zal niet geschieden, zeide de Here” {Amos 7 vers 1-16}. Als het om het volk gaat, zeggen de profeten niet “Uw wil geschiede”, maar “Uw wil veranderen”.

Profetie is geen toekomstvoorspelling.

Steeds weer wijzen de profeten het volk erop, dat hun verkeerde houding consequenties zal hebben: het land zal veroverd worden, de stad waarop zij zo trots zijn, zal verwoest worden en zij zelf zullen in ballingschap weggevoerd worden. Deze “onheilsprofetieën” die wij bij alle profeten vinden, zijn geen toekomstvoorspellingen zonder meer. Het onheil dat de profeet ziet komen, is de consequentie van het falen van het volk en geen onafwendbaar noodlot. Als het volk omkeert, terugkeert naar de van de Tora {onderwijzing}, dan zal God heil brengen in plaats van onheil. De onheilprofetieën zijn een oproep tot omkeer. Dat komt tot uiting in het verhaal van de profeet Jona. Wanneer Jona eindelijk in Ninevé komt, zegt hij: “nog veertig dagen en Ninevé wordt onderste boven gekeerd” {Jona3 vers 4}. Maar deze “voorspelling” komt niet uit! Want de bewoners van Ninevé keren om, ieder van zijn boze weg en van het geweld dat in hun handen is {Jona3 vers 8}en dan keert ook God om en de aangekondigde verwoesting gaat niet door {vers9-10}. En uit het volgende hoofdstuk blijkt dat, dat ook precies de bedoeling was! Jona zei: “Nog veertig dagen en Ninevé wordt onderste boven gekeerd” maar de bedoeling van zijn woorden is: Als  jullie zo doorgaan, dan wordt jullie stad over veertig dagen verwoest; maar als jullie omkeren, dan gebeurt het niet. “Verlang Ik dan de dood van de booswicht? luidt het woord van de Here Here; {verlang Ik} niet dat hij omkeert van zijn wegen en leeft? {Ezech.18 vers 23}. Wat voor Jona geldt, geldt ook voor de andere profeten. Profetie is geen toekomstvoorspelling. De profeet bedoelt altijd: als….. dan…. Ook wanneer hij dat niet met zoveel woorden zegt. De profeten maken ons duidelijk dat de toekomst niet een onafwendbaar noodlot is, maar afhangt van het antwoord. Zij voorspellen ons niet de toekomst, zij stellen ons voor een keuze: “Het leven en de dood leg ik je voor…; kies dan het leven, opdat je leven kunt, jij en je nakomelingen {Deut.30 vers 19}.

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

390910 bezoekers sinds 07-06-2010