De besnijdenis van Abraham

31-05-2010 door Dr. K.D. Goverts

Het verbond van God met Abraham. Gen. 17:1:”Toen Abraham 99 jaar oud was, verscheen de Eeuwige aan  Abram” Dus dan is het 13 jaar stil geweest. Want Gen. 16:16 eindigt met “en Abraham was 86 jaar oud”.

En Gen. 17 begint dan, dat Abraham 99 was. Daar tussen zit dus 13 jaar stilte. Daar zou je op zich een hele preek over kunnen houden, want die 13 jaar lang zwijgen, dat moet toch ook heel wat geweest zijn.

Al die jaren zit Abram tussen Gen.16 en Gen.17 in.Tussen twee verhalen, tussen twee openbaringen in een soort niemandsland. En dan na 13 lange jaren van stilte gaat God eindelijk weer spreken

Gen. 17:1: “Ik ben God”

El sjaddai staat er dan, dat is ook weer een hele preek op zich om te vertellen over die Naam van God. “God de machtige” staat er dan. Dat El sjaddai, dat 6x in Genesis voor komt en wat eigenlijk speciaal te maken heeft met dat God de toekomst opent. Als er El sjaddai in Genesis staat, dan heeft dat heel speciaal daar verband mee, dat deze God de gesloten toekomst, de toekomst die helemaal op slot zat, weer openlegt. Telkens op heel belangrijke momenten in het boek Genesis komt die naam El sjaddai weer naar voren. Gen. 17:1b: “Wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk” of “wandel voor Mij uit, en wees gaaf”.  In het Hebreeuws staat er tamim en dat wordt door de N.B.G. vertaald met “onbe­rispelijk, maar dat is eigenlijk “gaaf”; een mens uit één stuk. Zoals er gezegd wordt van het lam in het boek Leviticus, dat lam dat geslacht wordt dat zal tamim zijn, “gaaf”. Het is jammer dat ze het met “onberispelijk” vertaald hebben, want dat legt teveel het accent op de negatieve kant. Of er nog iets te berispen valt.

Gen. 17:2: “Ik zal mijn verbond stellen tussen Mij en u”

 Eigenlijk “geven”.

 Ik zal geven mijn verbond tussen Mij en tussen u”

En dit hoofdstuk gaat dan speciaal over “verbond”. Dat woord “ver­bond”, berit, dat waarschijnlijk te maken heeft met een aca­disch woord dat band betekent. Dus daar wordt een band gelegd tussen God en mens. God en mens worden met elkaar in één band verbon­den. Met een eeuwige liefdeband gaat deze God Zijn mensen aan Zich binden. En als er dan gesproken wordt over dat “verbond’ staat er verder in Gen. 17:3: “en Ik zal u veel maken, zeer ja ten zeerste. Toen wierp Abramzich op zijn aangezicht en God sprak tot hem”

Dat is heel mooi, dan gaat God nader tot hem spreken over dat verbond. Gen. 17:4: “Wat Mij aangaat” “Ik” staat er met nadruk voorop in de tekst.

Gen. 17:4: “Ik zie mijn verbond is met u”. Dus dat ver­bond gaat helemaal van God uit. “Ik” staat er voorop. Pas later wordt er gesproken over de andere kant; over het geen Abram zal mogen doen, maar voorop “Ik”. Dus dat verbond ligt vast en ligt gegrond in God Zelf. Gen. 17:4: “Mijn verbond is met u, en gij zult de vader worden van een  menigte volkeren”.

Van een gojim.

Dat bete­kent eigenlijk als zoiets als een “getümmel von Völker”; een ru­moer, tumult, “menigte” is hier dan vertaald. Een hele drukte van volkeren. Die belofte wordt daar gegeven. Abraham krijgt een belofte die veel verder gaat reiken. Hij zal niet alleen maar de vader worden van Israël, maar hij zal de vader worden van de gojim, van de volkeren. Dat is ook een lijn die Paulus later weer oppakt

Rom. 4:13: “erfgenaam der wereld”

Gen. 17:6,7: “Ik zal u uitermate vruchtbaar maken (vruchtbaar, zeer, ja ten                           zeerste – weer met diezelfde nadruk) en u tot volken stellen, (Ik zal u geven tot gojim) en koningen zullen uit u uitgaan. Ik zal mijn verbond oprich­ten (Ik zal overeind zetten mijn verbond) tussen Mij en u en uw zaad”  Let op dat “zaad”. Helaas vertaalt het N.B.G. “nageslacht”, maar het is beter om consequent met “zaad” te vertalen omdat het steeds gaat over het “zaad” van Abram. Tot in Galaten 3 komt die uitdrukking weer naar voren (:15). Waarbij Galaten 3 dan zegt dat het “zaad”…. “Christus” is (:16). En dan staat erbij:  Gen. 17:7    “Tussen Mij en uw zaad achter u,  in hun geslach­ten,  tot een verbond dat  heel de eeuw  verduurt”

Het N.B.G. vertaalt “eeuwig ver­bond”, maar als je consequent uitgaat van het woord olam, dan zou je moeten uitgaan van een “verbond dat heel de eeuw verduurt”. Buber vertaalt dan ook een “Weltzeitbund”, een verbond dat de wereldtijd omvat.

Want olam, dat is de verborgen tijd, dat kan verborgen tijd zijn in het verleden en verborgen tijd in de toekomst, vandaar dat Buber het meestal vertaalt met wereld­tijd. Dat is de tijd zolang als deze wereld draait. Niet eeuwig, want het hebreeuw­se denken, denkt in feite niet zozeer vanuit tijdloosheid, vanuit eeuwigheid, maar veel meer van olam, dat is deze eeuw en dan olam habba dat is de komende eeuw. En de rabbijnen zeggen dan ook: De komende eeuw, dat is de eeuw die altijd bezig is te komen. Want elk moment kan die eeuw binnen komen. Dus niet tijdloos. Het tijdloze denken is eigenlijk veel meer Grieks; het is niet Bijbels, niet Hebreeuws. Dat is typisch iets vanuit Plato waar je eigenlijk het hele idee hebt van het gaat niet om alles wat in de tijd gebeurt, maar het gaat om de boventijdelijke, het gaat om het tijdloze, het gaat om de idee. Het gaat alleen maar de ideeën achter deze wereld. Terwijl het joodse denken veel meer zegt dat God Zich open­baart in de tijd. Van God wordt ook gezegd, Openb. 1:4: “Hij die is en die was en die komt”

Dan wordt die Naam van God wel vertaald met de “Eeuwige”, maar goed, dat is in de 18e eeuw ontstaan door Mozes Mendelsohn, maar oorspronkelijk zit er in die Naam van God veel meer de tijd, omdat het is: “Ik zal er zijn”. Als een belofte.

Dus hier een

Gen. 17:7: “verbond dat heel de eeuw verduurt, om voor u en voor uw zaad te zijn tot een God, u en uw zaad achter u”.

Gen. 17:8: “Ik zal aan u en aan uw zaad het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft, het ganse land Kanaän geven tot een altoosdurende (weer olam) bezitting”

Dus dat is ook weer een bezitting die heel de eeuw duurt.

Gen. 17:8b: “En Ik zal hun tot een God zijn”.

Gen. 17:9: “Voorts zeide God tot Abraham: En wat u aangaat, gij zult mijn verbond houden”

Let op die twee kanten: Vers 4 begint met: “Wat Mij aangaat”,  en :9 “En wat u aangaat, “En gij”.

Er staat eigenlijk:

Gen. 17:9: “mijn verbond zult gij bewaren”

Dus God maakt het verbond en Abraham krijgt alleen de opdracht om het te bewa­ren.

Abra­ham hoeft het verbond niet te maken; hij moet alleen bewaren wat God gegeven heeft. Gen. 17:9: “Gij en uw zaad, in hun geslachten” (“gij en uw zaad achter u”). In dit verband krijgt Abram ook zijn nieuwe naam. Hij krijgt er een H bij. Abram wordt Abraham. In die naamsver­andering zit ook heel wat in. De H komt er in en er wordt ook wel gezegd dat dat de hebreeuwse letter He en die heeft ook de betekenis van een venster. Het is net alsof er voor Abraham een venster opengaat; de gesloten situatie wordt geopend. Die H of He ziet er ook uit als een venster, want als je die letter schrijft op zijn Hebreeuws, dan zie je ook dat die het karakter van een venster heeft. Dat is dus iets wat open gaat. Het venster wordt geopend en die He heeft een vorm en daar zie je daar zit een opening in. Een open karakter. Dus Abraham krijgt een venster zijn leven. Er is ook een interessante uitlegging die zegt dat die H heeft te maken met het scheppende werk dat God in zijn leven gaat doen. Of met de adem van de geest, de adem van de ruach die daar in zijn leven gaat komen. Er is nog een verklaring die er op wijst, dat die H in die naam Abraham, dat je dat wel vaker tegenkomt als een vergro­tende trap. Dus dan zit er eigenlijk het punt in dat Abram vader was, maar door er een H in te zetten, kun je een woord vergroten. In de zin zoals wij dat ook hebben: Groot – groter; sterk – sterker; de vergrotende trap. Het Hebreeuws kent verder geen trappen van vergelij­king; als je een bepaald bijvoeglijk naamwoord hebt, bijv. groot; daar kun je niet een vergrotende trap van maken door er iets achter te zetten. Maar je kunt soms wel in bepaalde gevallen een woord als vergrotende trap gebruiken door er een H in te zetten. Zo zegt Benno Jacob in zijn beroemde joodse commentaar op Genesis, dat dat wel vaker voorkomt dat men op die manier namen tot een vergrotende trap uitbreidt. Dus je hebt eerst het woord Av-ram. Av is vader en ram is verheven en dan krijg je hier de comparatief, de vergrotende trap raham. Dus hogere vader betekent het dan.

Eerst was het verheven vader, nu is het nog meer verheven vader.

En dat kom je bijv. ook bij Jozef tegen, dat er soms een H in komt: Jehosef. En bij Jozua heb je dat ook: Jehoshua. Dat kom je ook vaker tegen bij andere Semitische talen. Het zou zelfs denkbaar zijn dat op die manier ook het woord Elohim, God ontstaan is, ook met een H er in. El is God en Elohim is dan de nog meer Godde­lijke God. Net zoals El en Elohim naast elkaar staan zo ook Abram en Abraham. De verlenging van de woordvorm drukt de nadruk uit. En dat zou dus zelfs aangeduid kunnen zijn reeds in Gen. 2:12 waar God zegt:  Gen. 12:2: “Ik zal uw naam groot maken”, “groter” Daar zit dan ook de hele zegen in, in het feit dat God de naam van Abram groter maakt. Maar nu dan de besnijdenis. Gen. 17:10-12:Dit is mijn verbond, dat gij bewaren zult” En nu staat dat “gij” in het meervoud; dat jullie bewaren zullen”, Gen. 17:10-12: “tussen Mij en tussen jullie, en tussen uw zaad achter u, dat bij  u al wat manlijk is besneden worde; gij zult het vlees van uw voorhuid laten besnijden, en dat zal u tot een teken van het  verbond zijn tussen Mij en U. Wie 8 dagen oud is zal bij u  besne­den worden.”

Dan komt de vraag wat de zin van de besnijdenis is?

Waarom?

Zit daar iets specifieks achter?

Hoe kunnen we dat verstaan?

Want het opmerkelijke is, dat de besnijdenis wordt toegepast hier bij Abraham en al degenen die bij zijn huis behoren, maar ook Ismaël staat er Gen. 16:25: “Ismaël was dertien jaar oud, toen hij het vlees van zijn voorhuid liet besnijden.” Dus ook Ismaël wordt besneden. Op de leeftijd van 13 jaar, op zich ook weer heel merkwaardig want dat is de leef­tijd waarop een joods kind Bar Mitswa wordt, zoon der wet. Dus eigenlijk de tijd waarop een joodse jongen geestelijk meerder­jarig wordt.

Izaäk is de drager van de belofte en toch wordt Ismaël niet vergeten.

Ook Ismaël krijgt dat teken van de besnijdenis. En als je dan bedenkt dat hij de besnijdenis krijgt op de leef­tijd waarop hij zoon der wet wordt, dan zit daar toch ook een prachtige symboliek in.

Op die manier valt ook Ismaël niet buiten het verbond. Ismaël wordt niet op de achtste dag besne­den omdat hij al 13 jaar was toen Genesis 17 begon. Dus op de dag dat God de be­snijdenis instelt dan is Ismaël al 13 jaar. Er is ook van joodse zijde een interessante studie verschenen waarin dat nog helemaal verder uitgewerkt wordt, want het schijnt dat ook de Islam de besnijdenis heeft bewaard tot op 13-jarige leeftijd. Dus dat is ook altijd op die manier zo  gegaan. Dus de afstammelingen van Ismaël hebben altijd de besnijdenis gehad op de leeftijd waarop ook Ismaël besneden werd.

Wat gebeurt hier nu? Waarom dit teken van de besnijdenis, teken van het verbond?

Op zich komt dat besnijden op een aantal heel belangrijke momenten voor in de Bijbel. Ik wil er even een paar van noemen om te zien wat dat bete­kent. Bijv. in Jozua 5. Het volk Israël is dan door de woestijn getrokken en dan komen ze eindelijk, na een lange reis van 40 jaren bij het land Kanaän. Maar dan moet er eerst iets gebeu­ren.

Joz. 5:2 laat zien dat ze dan eerst besneden moeten worden voordat ze het land kunnen binnengaan.

Joz. 5:2: “Te dien tijde zeide de HERE tot Jozua: Maak u stenen messen en besnijd de kinderen Israëls opnieuw, ten tweede male.” En dan gaat dat gebeuren.

Joz. 5:3: “Toen maakte Jozua zich stenen messen en hij besneed de kinderen Israëls op de Heuvel der voorhuiden”

En waarom dan?

Joz. 5:4: “Dit nu was de reden waarom Jozua hen besneed; al het volk van het mannelijk geslacht, alle krijgslieden waren in de woestijn gestorven, nadat zij uit Egypte getrokken waren.” :5 “Want al het volk dat uitgetrokken was, was besneden geweest, maar al het volk dat geboren was in de woestijn na de uittocht in de woestijn na de uittocht uit Egypte, had men niet besneden.” Dus blijkbaar hebben ze in de woestijn de besnijdenis nooit toegepast.

Mogelijk om hygiënische redenen, misschien omdat ze onderweg waren. Al degenen die in de woestijn geboren werden, waren niet besneden. Joz. 5:6: “Want veertig jaren zijn de kinderen Israëls door de woestijn getrok­ken, totdat het gehele volk omgekomen was, de krijgslieden die uit Egypte getrokken waren, die naar de stem des HEREN niet  gehoord hadden” En dan komt er een heel belangrijke en bijzon­dere uitspraak in Joz. 5:7: “Hun zonen heeft Hij in hun plaats gesteld” Letterlijk staat er: “Hun zonen heeft Hij doen opstaan in hun plaats”.

Die eerste genera­tie is gestor­ven en de zonen staan op. Dus is het eigenlijk een verhaal van sterven en opstaan. De vaderen zijn gestorven en de zonen heeft Hij doen opstaan. Joz. 5:7  “Dezen heeft Jozua besneden, want zij waren onbesneden, omdat men hen onderweg, (letterlijk: op de weg), niet besneden had.”

En dan nog een heel bijzondere tekst in

 Joz. 5:8: “Toen het gehele volk zich tot de laatste man had laten besnijden”

In de grondtekst begint :8 met: “En het geschiedde”

“Toen al het volk geëindigd had zich te laten besnijden (toen dat dus voleindigd was) Joz. 5:8b: “bleven ze waar ze waren in de legerplaats” En dan komt het, want dan zegt de vertaling “totdat zij hersteld waren”. De hebreeuwse tekst zegt: “totdat zij weer leefden”! Het blijft het beeld van dood en opstaan. Ze blijven in het legerkamp totdat ze weer opleefden. Dus de besnijdenis is de overgang van dood naar leven.

Je kunt ook zeggen dat de be­snijdenis de overgang is van woestijn naar Kanaän. En alleen in de weg van de besnijdenis kan het volk Israël die overgang maken. Voor Abraham was de besnijdenis ook de overgang; je zou haast zeggen de overgang van het eigen werk in Gen. 16, de geboorte van Ismaël, naar het werk Gods in Gen. 17. Dat God zegt: Nu ga Ik het doen, Ik zal Mijn verbond maken. Ik zal de zoon der belofte geven. Dus de besnijdenis is heel duidelijk een over­gang. Een “rite de passage”, een ritueel dat een overgang markeert van eigen kracht naar Gods kracht; van eigen leven naar Gods leven. En als je de lijn doortrekt, kun je zeggen dat de besnijdenis de overgang symboliseert van het eigen leven naar het leven in Christus. Van het natuurlijke leven naar de wedergeboorte. Want er wordt ook gesproken over de “de besnijdenis van het hart”. Paulus heeft daarover in Rom. 2:29. Alleen het opmerkelijke is, dat die uitdrukking “de besnijdenis van het hart” al veel verder teruggaat. Want die komen we ook al tegen bij Mozes (Deut. 30:6).

Want Paulus is niet de eerste die de “besnijdenis des harten aanduid, maar dat vinden we ook al bij Jeremia en van Jeremia gaan we terug naar Mozes. Jer. 9:25 “Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik bezoeking zal doen over alle besnedenen, die toch de voorhuid hebben; over Egypte en Juda, Edom en de Ammonieten, Moab en allen, die zich het haar rondom wegscheren, die in de woestijn wonen” Want ook rondom Israël waren wel meer volke­ren die de besnij­denis kenden. Op zich was dat wel een bekend ritueel. Maar Jeremia zegt: Je kunt wel de besnijdenis hebben, maar daarmee ben je er nog niet. Dat kan ook puur een uiterlijk teken zijn. En dan noemt hij “Egypte en Juda” Edom en de Ammonie­ten, Moab” en dan wordt er gezegd aan het slot van Jer. 9:26: “Want alle volkeren zijn onbesneden, maar het gehele huis van Israël bestaat uit onbesnedenen van hart”

Met andere woorden daar gaat de profeet Jeremia zeggen dat die uiterlijke besnijdenis wel mooi is, maar we moeten verder kijken en dieper. Het gaat om de binnenkant, het gaat om het hart. Je kunt “onbesneden van hart” zijn. En wat Jeremia daar zegt, in die kritieke tijd rondom de ballingschap, dat gaat eigenlijk nog veel verder terug. Want je kunt de lijn dus doortrekken van Paulus terug naar Jeremia en van Jeremia terug naar Mozes. Deut. 30:6: “En de HERE, uw God, zal uw hart en het hart van uw zaad besnijden, zodat gij de HERE uw God liefhebt met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leeft”

En daar zie dat daar de belofte gegeven wordt, dat het hart besneden zal worden.  

“En als de HERE, uw God, uw hart zal besnijden en het hart van uw zaad”

Dan heeft dat als gevolg dat de mens God zal liefheb­ben. Letterlijk staat er in het Hebreeuws “tot liefde”. “Om lief te hebben, de HERE, uw God met heel uw  hart en heel uw ziel”

En daarvan zal het gevolg weer zijn: Deut. 30:6b  “opdat gij zult leven”‘ Dus de besnijdenis van het hart is de weg tot het leven. Hier zie je al heel duidelijk aangegeven, dat de “besnijdenis van het hart” in wezen hetzelfde is als de nieuwe geboorte, dat de mens van binnen, van boven opnieuw geboren wordt.

Want als gevolg daarvan zegt

Deut. 30:8:”zult gij weer horen naar de stem van de HERE en gij zult al zijn geboden doen die ik u heden opleg” Wat Mozes daar aankon­digt, en daartussen zit de hele balling­schap, en als ze terugkomen uit de ballingschap dan zal dit nieuwe gebeuren. De besnijdenis van binnenuit. In Joz. 5 hebben we gezien dat de eerste generatie gestorven is en de tweede generatie wordt besneden. Je zou kunnen zeggen: Net als de eerste Adam die voorbij gaat en de tweede Adam die tot leven mag komen.

De nieuwe mens mag opstaan.

Opvallend is in Joz. 5:2 dat er staat dat de Israëlieten “ten tweede male” besneden moeten worden. Letterlijk staat er: Joz. 5:2: “keer terug, besnijdt de zonen van Israël ten tweede male”

Je moet het niet zo verstaan dat dezelfde mensen voor de tweede keer besneden worden, want dat zou een wat vreemde constructie en onlogisch zijn in verband met het vervolg, want er staat tot een paar keer toe dat die generatie in de woes­tijn niet besneden was. Het volk Israël was voor de eerste maal besneden in Egypte, in de tijd van Mozes. Nu wordt het volk van Israël voor de tweede maal aan een besnijdenis onderworpen. Dus niet in die zin, dat niet dezelfde mensen twee keer besne­den worden, maar dat de besnijdenis nu voor de tweede keer in Israël plaatsvindt. Gerekend vanaf het ontstaan, de geboorte van Israël in de Paasnacht.

De volledige studie is in boekvorm te verkrijgen bij:

J. Bies

Schaperstraat 104

3317  LR Dordrecht

Tel:078-6510685

Giro 1292693

E-mail jan.bies@kpnplanet.nl

– Prijzen zijn excl. Verzendkosten

– Van elk boek wordt € 2.25 afgedragen aan het Afrika-fonds 

2 comments on “De besnijdenis van Abraham”

  1. je leert er vel van

  2. Het is niets anders dan een verminking en ongevoeligheid van de eikel

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410820 bezoekers sinds 07-06-2010