De artikelen op de Tafel des Heren

23-05-2010 door Joop Neven

Het Pacha is een eredienst in het gezin. Het is een echt familiefeest. Elk hoofd van het gezin gaat bij zonsondergang van de 14e Abib (ook wel Nisan genaamd) naar de synagoge  voor de gebedsdienst die in het teken staat van het Paasfeest. Tijdens deze gebedsdienst in de synagoge maken de vrouwen thuis de Paschamaaltijd gereed, waaraan straks deelgenomen wordt als de mannen thuiskomen uit de synagoge zetten de verschillende artikelen die bij de feestmaaltijd behoren op hun gebruikelijke plaats op tafel:

a.   De schotels met het ongezuurde brood.

b.   Drie speciale koeken van ongezuurd brood.

Let erop, dat zuurdesem in de Bijbel het beeld is van de zonde. De verlossing van Israël was zowel uit de slavernij, namelijk de zonde. Ongezuurd brood symboliseert een leven vrij van zonde. (Brood stelt het leven voor).

De drie koeken stellen voor: 1) de Priester, 2) de Leviet, en 3) de gewone Israëliet (dit is geheel Israël). Zij waren gelegd op een speciale schotel en bedekt door een andere schotel, waarop lag:

c.   Een klein stukje lamsbout, een lamsbout met wat vlees (voorstellend het Paaslam), en een hard gekookt ei (voorstellende volmaaktheid). Lamsbout met ei tezamen vertegenwoordigen ‘een lam zonder vlek, een volkomen gaaf lam’ Ex 12:5.

d. Bundeltjes van kruiden. Als het mogelijk was van bittere smaak. Verscheidene kruiden werden hiervoor gebruikt (dit stelt de hysop voor Ex 12:22 als ook de bitterheid van de slavernij).

e. Een pasta gemaakt van o.a. gekraakte en vermalen noten (dit stelt voor de klei waarvan tichelstenen gemaakt moesten worden, Ex 1:14).

f. Schaaltjes met gezout water (voorstellende de Rode Zee).

g. Vier bekers, waarin wijn geschonken werd, bij voorkeur rode wijn omdat dat spreekt van het bloed aan de deurposten, Ex 12:7.

Vier bekers werden bij het ritueel gedronken, zie Ex 6:5-6, ‘uitleiden’, ‘redden’, ‘verlossen’, ‘aannemen’. Bij de eerste beker luidt de tekst ‘Ik zal u onder de dwangarbeid der Egyptenaren uitleiden’; bij de tweede beker ‘ Ik zal u redden van hun slavernij’; bij de derde beker ‘ Ik zal u verlossen door een uitgestrekte arm’ en bij de vierde beker ‘ Ik zal Mij tot een volk aannemen’.

De volgorde van dienst

Het is Sederavond. ‘Seder betekent ‘volgorde’. Het hoofd van het gezin ziet erop toe en is er verantwoordelijk voor, dat het ritueel in de juiste volgorde plaatsvindt:

– Het drinken van de eerste beker wijn, de beker der heiliging, gevolgd door het ceremonieel wassen van de handen, Ps 24:4.

– Het eten van de bittere kruiden gedoopt in zout water. (Op dit punt was er onenigheid onder de discipelen, Luk 22:24, en vond de voetwassing plaats door de Heer, Joh 13:4).

– De middelste koek van de drie speciaal gebakken ongezuurde broden wordt door de vader van het gezin of het hoofd van het feest in tweeën gebroken en weggeborgen, gewoonlijk in een soort gevouwen servet (dit stelt voor de gebroken natie, de 10 stammen van Israël en de 2 stammen van Juda in ballingschap, in de verstrooiing, verborgen in de wereld onder de hiel van hun verdrukkers).

– De traditionele vraag van de kinderen (Ex 12:26), die door de vader van het gezin of het hoofd van het feest wordt beantwoord.

–  Het zingen van het eerste deel van de ‘Hallel’ (delen van Ps. 113 en 114).

–  Het drinken van de tweede beker wijn, de beker der verlossing. Van deze beker spreekt Lukas, (Luk. 22:17-18).

– Het voor de tweede keer eten van de bittere kruiden, echter deze maal gedoopt in de notenpasta tezamen met ongezuurd brood (dit stelt voor de bitterheid en de slavernij van Egypte). Dit was het stuk brood, wat de Here Jezus indoopte en aan Judas gaf, Joh. 13:26-30. Nadat Judas het aannam, vertrok hij onmiddellijk.

– Daarna wordt de feitelijke maaltijd gebruikt. Vis, soep, vlees en een zoete schotel, in die volgorde. Let er nu in het bijzonder op dat aan het einde van de maaltijd ‘terwijl zij aten’ (Matth. 26:26; Marc. 14:22) de Here Jezus een brood nam. Dit was de voortzetting van het symbolische ritueel dat altijd plaatsvond op dit punt aan het einde van de feestmaaltijd. Dit brood is de middelste ongezuurde koek:

– Gebroken en verborgen was, zie punt c. Het gezinshoofd haalt die gebroken koek tevoorschijn (voorstellende Juda en Israël bevrijd van slavernij en dienstbaarheid; nu niet meer verborgen in de wereld, maar verlost uit de verstrooiing), breekt dit brood in kleinere stukjes, zodat iedereen die aanzit door het eten hiervan, zich kan identificeren met de bevrijde en herstelde en één geworden natie. ( Sommige rabbijnen zeggen, dat het ook het Manna, Openb. 2:17), wat de onuitputtelijke voorziening was in de woestijn (zie Matth. 26:26; Marc. 14:22; Lukas. 22:19; 1 Cor. 11:24). Het was dit brood, dat de Heer brak, gaf en zei: Neemt, dit is Mijn lichaam’. Hij identificeerde Zichzelf met de natie die hersteld zou worden; een herstel dat alleen kon komen door Hem. En verder maakte Hij Zichzelf hiermee het type van het Manna, zoals Hij daarvoor had geleerd: Ik ben het brood des Levens, enz (zie Joh. 6:26-27,32-35,47-58; zie ook 1Cor. 10:3-geestelijk voedsel). Hij leerde Zijn discipelen dus door typologisch onderwijs, dat het zou zijn door Zijn gebroken Lichaam, Zijn offer, dat de twee en de tien stammen verborgen in de wereld verlost zouden worden uit de verstrooiing en tot één zouden worden gemaakt in het beloofde land. Hijzelf zou door het offer van Zijn verbroken Lichaam dit herstel van de verbroken natie bewerkstelligen.

– Het drinken van de derde beker wijn, de beker der dankzegging, (1Cor 10:16), voorstellende het leven gevende water uit de rots (Ex 17 en 1Cor 10:4’ geestelijke drank…… geestelijke rots……. En die rots was de Christus’. Zie ook Joh. 4:13-14; 7:37-39, water is een type van de levende geest). Het was deze  voorstelling van het water uit de rots, waaraan de Here de betekenis toevoegde en zei: ‘deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed die voor u uitgegoten wordt’ (Matth. 26:29; Marc. 14:24; Luk. 22:20; 1Cor 11:25). Het oude of eerste verbond der wet had gefaald, maar nu Christus’ de Engel (bode) van het nieuwe verbond’ (mal. 3:1) op het punt stond Zijn bloed te storten, openbaarde Christus Zichzelf in dit brood en deze beker als ‘ de dienaar der besnijdenis’ (dit is Israël), om de belofte aan de vaderen gemaakt te bevestigen (Rom.15:8). Door Zijn offer werd niet alleen de verlossing teweeggebracht, maar ook het nieuwe verbond werd mogelijk, een beter verbond (Jer. 31:27-34; Hebr  7:27; 8:6), wat Hij door Zijn bloed verzegelde en inwijdde. Door Zijn bloedstorting werd het geven van de geest mogelijk, in wiens kracht het herstelde Israël bekrachtigd zou worden om de voorwaarden van dit nieuwe verbond te onderhouden. Na het drinken van de derde beker werden:

– De gebeden opgezegd, speciale verzen Ps. 79:6; 69:25; Klg. 3:66

– Het drinken van de vierde beker wijn, de beker der lofprijzing.

– Het tweede deel van de ‘Hallel’ werd gezongen; Ps.115-118 (verkort) en Ps.136. Dit was de lofzang ( Matth.26: 30).

– Hierna werd het gehele ritueel afgesloten door de vader van het gezin of het hoofd van het feest met de uitroep (indien de viering buiten Palestina gevierd werd), dat iedereen bijviel ‘Volgend jaar in Jeruzalem’. Vanuit de volgorde van dienst kan duidelijk worden gezien, dat ‘brood’ en ‘beker’ altijd al een onderdeel van het Pacha ritueel waren. De speciaal toegevoegde betekenissen werden gegeven door de beloofde Koning, de Verlosser van Israël (Jes. 44:6; 41:14; 54:5 etc.) opdat de gelovig christenjoden, dit feest zoals Mozes geboden had, zouden blijven vieren, maar nu uitziende op de verwerkelijking van het nieuwe verbond.

–  niet alleen, (ziende op de beker), spreekt van de verzegeling van het verbond in Christus’ bloed en de bekrachtiging ervan door de uitstorting van geest, waardoor Israël Gods wet kan onderhouden en een priestelijk koninkrijk kan zijn,

– maar ook (ziende op het brood), spreekt van de verlossing, het herstel en de eenwording van de verbroken natie (verstrooid onder de volken, verborgen in de wereld) door het offer van het verbroken lichaam van Jezus Christus.

De christenjoden moesten met deze verwachting jaarlijks dit feest vieren, ziende op de spoedige verwerkelijking van deze hoop, Hand 1:6, 2:16,38-39; 3:19,26:6-7; 28:20.

Brood en beker hebben dus alles te maken met het herstel en de eenwording van het volk Israël onder het nieuwe verbond in het beloofde land. Brood en beker horen duidelijk bij Israël thuis, niet bij ons, Heidenen. Brood en beker horen thuis op een tafel die wij neerzetten in het middelpunt van ons samen komen en waarmee wij ten onrechte de indruk willen wekken, alsof dit de Maaltijd des Heren is; alsof dit de Beker des Heren is; alsof dit de Maaltijd des Heren is. Dan eigenen wij ons dingen toe, waartoe wij het recht niet hebben. Dan beroven wij Israël van zijn brood en beker, van zijn maaltijd en van zijn tafel, (Mark 7:27-28).

Een gemengd gezelschap.

Als wij 1 Kor 11 nader willen bestuderen, is het belangrijk te weten, tot wie de woorden van1 Kor 11 werkelijk zijn geadresseerd. De schriftplaatsen 2 Cor 3:6 en 2 Cor 5:18 openbaren ons, dat ten tijde dat de Apostel de Korinthe brieven schreef, hij de bediening van het nieuwe verbond en de bediening ten verzoening ten uitvoer bracht.

Bron: De Maaltijd des Heren van D. van Zuijlekom Uitgave.TextVision

 

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

384916 bezoekers sinds 07-06-2010