Dankzegging

29-06-2010 door Joop Neven

“Ik ben dankbaar, dat ik niemand uwer gedoopt hebt dan Cripus en Gajus; zodat niemand kan zeggen, dat gij in mijn naam gedoopt zijt. Ook heb ik nog het gezin van Stefanus gedoopt; verder weet ik niet, dat ik nog iemand gedoopt hebt. Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden, om niet het kruis van Christus tot een holle klank te maken” {1Kor.1 vers 14-17}. Hierbij toont Paulus aan dat hij nooit heeft bevolen om mensen in water te dopen. Het zou onzinnig zijn om eerst een voorgeschreven liturgische handeling te geven  en vervolgens te danken voor het feit dat mens het niet voltrekt. Het is ook niet logisch om de volkeren eerst de vrijheid van de wet te onderwijzen en hen vervolgens onder een wet op de waterloop te plaatsen.

In de tweede plaats toont zij aan, dat Paulus geen baptistenpredikant of iets dergelijks is geweest, want dan zou hij deze dankzegging nooit hebben kunnen uitspreken.

Ook hield Paulus er geen doopregister op na, want nadat hij Crispus en Gajus als uitzondering heeft vermeld, noemt hij op nog het gezin van Stefanus en zegt er bij: “Ik weet niet, of ik verder nog iemand gedoopt hebt”. Indien er evenveel doopplechtigheden hadden plaatsgevonden als vandaag, dan zou er beslist een register zijn geweest. We zien duidelijk dat Paulus het Woord en de “sacramenten”vniet verbond zoals Protestanten dit over het algemeen doen, want hij stelde de doop tegenover de prediking van het evangelie. Deze dankzegging van Paulus vertelt ons dat er in de waterdoop, geen heiligmaking, geen afzondering, geen zegel, geen teken, geen Goddelijke inzetting, geen navolging van Jezus tot in de wateren des doods, want wanneer we er enige zegen in leggen zijn we genoodzaakt om te concluderen, dat Paulus God dankte vanwege het feit dat hij de meeste gelovige die zegen had onthouden. De doop kan bij Paulus nooit een openbare belijdenis van Christus of een belijdenis van zonde zijn geweest, want hij zou God nooit hebben gedankt vanwege het feit, dat slechts weinigen voor Christus hadden gekozen of hun zonden hadden beleden. Paulus wist dat God de waterdoop niet voor de huidige bedeling der genade had geboden, maar voor de periode van het nabije koninkrijk der hemelen, waarin ze met tekenen en wonderen voor Israël gepaard was gegaan. De gemeente moest leven door het geloof alleen, en dit sluit tekenen, visioenen, verschijningen van engelen en de waterdoop uit. Voor het Lichaam van Christus, is er slechts één doop {Efe.4 vers 5}, die  “geen werk van mensenhanden aan het vlees is” {Kol.2 vers 11} en waar geen druppel water aan te pas komt.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410820 bezoekers sinds 07-06-2010