Daarna zal het geschieden

13-07-2010 door Dr. K.D. Goverts

«In de dagen dat de richters richtten, gebeurde het, dat er een hon­gers­­nood in het land was. Toen trok een man uit Bethlehem met zijn vrouw en zijn bei­de zonen weg om als vreemdeling te vertoeven in het veld van Moab. De naam van de man was Elimelek, de naam van zijn vrouw Noömi en de na­men van zijn beide zonen Machlon en Kiljon, Efratieten uit Bethlehem in Juda; en in het veld van Moab aangeko­men, bleven zij daar. Toen stierf Eli­me­lek, de man van Noömi, zodat de­ze met haar beide zonen achterbleef. De­zen namen zich Moa­biti­sche vrouwen: de ene heette Orpa en de andere Ruth; en zij woonden daar ongeveer tien jaren. Toen stierven ook die twee, Machlon en Kil­jon, zodat de vrouw achterbleef, zonder haar beide zonen en haar man. Daarna maakte zij zich met haar schoondochters op en keerde uit het veld van Moab terug, want zij had in het veld van Moab ver­no­men, dat de Here naar zijn volk omgezien had door hun brood te ge­ven» Ruth. 1:1-6. «Toen zij zag, dat zij vastbesloten was met haar mede te gaan, hield zij op tot haar te spreken. En zij gingen beiden voort, tot zij te Beth­le­hem kwamen. Toen zij Bethlehem binnenkwamen, geraakte de gehele stad over haar in op­schudding, en de vrouwen zeiden: Is dat Noömi? Maar zij zeide tot haar: Noemt mij niet Noömi; noemt mij Mara, want de Almachtige heeft mij veel bit­terheid aangedaan. Vol ben ik heen­ge­gaan, maar leeg heeft de Here mij doen terugkeren. Waarom zoudt gij mij Noömi noemen, daar de Here tegen mij heeft getuigd en de Al­mach­tige mij kwaad heeft aangedaan? Zo keerde Noömi terug met Ruth, de Moabitische, haar schoondochter, die met haar uit het veld van Moab meegekomen was. En zij kwamen te Bethlehem aan in het be­gin van de gersteoogst». «Noömi had een bloedverwant van haar mans kant, een zeer vermo­gend man uit het geslacht van Elimelek, Boaz geheten» Ruth 1:18 – 2:1. «Want die man zal niet rusten, voordat hij vandaag deze zaak tot een einde heeft gebracht»  Ruth 3:18. «Toen nam de Here het op voor zijn land en Hij kreeg medelijden met zijn volk» Joël 2:18. «Daarna het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien» Joël 2:28. Die laatste tekst is wel een heel bekend woord. God zal zijn Geest uit­storten op al wat leeft. Dan loop je het gevaar te zeggen: nou, dat we­ten we dan dus wel. Dat is de Pinksterbelofte. Waarom wordt de Geest eigenlijk uitgestort? Petrus neemt deze tekst over en haalt hem aan op de eerste Pinksterdag. Dit is het… zegt Pe­trus. Deze tekst staat in een bepaald verband. Hij begint met: ‘daar­na’. «Daarna zal het geschieden». Kennelijk gaat er iets aan voor­af. En wat dat is, lezen we in Joël 1. Joël 1 is nou niet zo’n opwekkend hoofdstuk om te lezen. Er is sprake van een sprinkhanenplaag. Die sprinkhanen overspoelen het land. De stemming van het volk is: we hebben niets meer te ver­wachten. De oogst is opgevreten en de ver­wachting van het volk stond op nul. Daarom is dat daarna zo geweldig. Die sprinkhanen hebben niet het laat­ste woord. En dan komt er in v.28 een belofte van God. De tijd die dan volgt, en daar zitten we vandaag nog in, die staat in het te­ken van die belofte. Jouw leven staat niet in het teken van de ondergang en de afbraak, maar in het teken van: wat belooft God? God zegt: er gaat nog iets ge­schieden. En als er in de Bijbel geschieden staat, komt er al­tijd iets be­langrijks. Dat geschieden is niet zomaar een stoplap. Er gaat ge­schie­­denis gemaakt worden vanuit God. Niet de duivel maakt ge­schie­de­nis, maar Gód maakt geschiedenis. God werkt altijd door mid­del van een belofte.

Tegenover de kaalvreter de Geest Gods

Die kaalvreter – je staat er versteld van hoeveel woorden het He­breeuws heeft voor een sprinkhaan – gaat daar over het land heen en heeft alles platgeslagen. Tegenover het werk van die kaalvreter komt -zegt H.2- ‘mijn Geest’. We leven in de tijd van de Geest. In Joël 2 komt het herstel. God neemt het op voor zijn land. God blijft niet onbewogen. God neemt het op voor zijn volk door zijn Geest te zenden. En wat is het gevolg als de Geest komt? Daar gaat Joël meteen ook iets over vertellen. Die Geest heeft een bepaalde bedoeling. In de eerste plaats zullen die zonen en dochters profeteren. Juist die zonen en die dochters. En dat tegen de achtergrond van een volk, dat geen verwachting meer had. Ze dach­ten: we hebben de toekomst achter de rug. Er komen geen zonen en dochters meer. Maar die nieuwe generatie zal profe­te­ren. En wat is pro­fe­teren eigenlijk? Dat is: de gedachten van God opvangen en door­ge­ven. Daarvoor is die mens juist gemaakt. De mens mag met God mee­den­ken.

De ouden zullen dromen dromen

En de ouden zullen dromen dromen. Die ouden hoeven niet zozeer ou­de mensen te zijn. Sommige mensen van twintig zijn al stokoud. Die heb­ben het hele leven al achter de rug. Geen idealen meer; voor mij hoeft het niet meer. En sommige mensen van tachtig kunnen geeste­lijk nog springlevend zijn. Je bent zo oud als je geest is. Die ouden zijn in dit verband die mensen, die Joël 1 hebben meege­maakt. Die hebben die kaalvreter aan het werk gezien. Misschien herken je dat in je leven wel. Die kaalvreter komt uitgerekend bij de kinderen Gods en niet zozeer bij de heidenen. Die kaalvreter legt ook een stempel op heel je denken. Die gaat heel je gedachten- en ge­voels­­leven beheer­sen. En voor die ouden komt dan speciaal de belof­te: ze zullen dro­men ontvangen. En dromen betekent niet altijd die dromen, die je zo ‘s nachts krijgt. Dromen kan hier betekenen: God laat je iets zien. En als God je iets laat zien, krijg je weer visie, krijg je weer per­spectief. Ze krijgen weer zicht op de toekomst. Het is opvallend, dat bijna alle mannen Gods in de Bijbel dromen had­­den. Ze hebben een bepaalde verwachting gehad; ze hebben er­gens naar toe geleefd. Paulus zegt: ik jaag naar het doel, omdat ik door Chris­tus Jezus gegrepen ben. Nou, Paulus had ook wel het een en ander gezien. Het was al veertien jaar geleden, maar hij kon het nooit vergeten. Hij was in het paradijs Gods geweest, de derde he­mel. En daarom was hij gegrepen door wat God hem had getoond. Jozef heeft heel wat ellende meegemaakt. En toch: wat heeft hem er doorheen geholpen? Al die jaren heeft hij geleefd op twee dromen. God legt ook wensen in je hart. Dat heeft ook te maken met de ver­nieu­wing van de geest. Als de Geest van God in ons gaat werken, gaat die Geest ook wensen in ons hart planten. Het kenmerk van geestelijke groei is ook, dat je wensen gaan veran­deren, dat je wensen ook groter worden. Zeg mij hoe uw wensen zijn en ik zal zeggen wie gij zijt. In de Bijbel zie je vaak, dat iemands levensloop afhankelijk is van zijn wensen. Er zit een geweldige kracht in wensen! Wij onderschat­ten dat vaak. Sommigen zien het ook als toppunt van vroomheid, om hele­maal geen wensen meer te hebben. Geen wensen meer hebben is Mo­ham­­medaans! Dat is niet Christelijk. Wat God wil, dat komt wel, zegt men dan; het is toch allemaal voorbeschikt. God gaat eerst bekendmaken en dan doen. Eerst openbaren en dan gaat het geschieden. «De Here HERE doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn knechten, de profeten» Amos 3:7. God zoekt altijd naar mensen waarin Hij zijn verlangens kan leggen. Het lijkt heel vroom: niets meer wensen, niets meer willen of denken. Maar, wie niets meer wenst, is dood! Dat had je toch niet hoeven te doen, zeggen mensen dan soms ook nog als ze iets krijgen.

De wensen van uw hart

«Verlustig u in de Here; dan zal Hij u geven de wensen van uw hart» Ps.37:4. Maar als dat hart nou geen wensen heeft, dan is God gauw klaar. D­an heeft God eigenlijk geen aanknopingspunt. God zoekt met zijn Geest contact met onze geest. Gods Geest en onze geest moeten een­pa­rig gaan begeren. Daar zit een geweldige kracht in! «Wederom, voorwaar Ik zeg u, dat, als twee van u op de aarde  iets een­parig zullen begeren het hun zal ten deel vallen van mijn Vader, die in de hemelen is» Matt.18:19. Bij begeren moet je dus niet meteen iets negatiefs denken. Het gaat er juist om, om je begeerten óm te buigen. «Al wat gij bidt en begeert, het zal u geschieden» Marc.11:24. Richt uw verlangens op de geestelijke werkelijkheid. Jezus zegt bo­ven­­staande tekst in verband met het ‘verplaatsen van bergen’. Soms bidt iemand wel, maar begeert of gelooft hij het in feite niet. Er moet con­creet de wens aanwezig zijn, dat het ook zal geschieden. Daarom moeten die ouden dromen gaan dromen. Ze moeten verlan­gen en visie krijgen, zodat God wensen in hun hart zal gaan planten.

Doe een wens….      

Doe een wens zegt Elia tegen Elisa. Elisa is al een hele tijd op weg; hij heeft al een be­paalde roeping van God gekregen. Ze zijn samen op weg, het is Elia’s laatste reis. Elisa heeft nauwelijks de tijd om na te den­ken, Elia kan elk moment worden weggenomen. Dit is voor Elisa ook een soort test. Een soort examen voor een be­die­ning. Er is dus een diep verband tussen het komen in een bedie­ning en het hebben van een bepaalde wens. «Indien iemand staat naar het opzienersambt, dan begeert hij een voor­­tref­fe­lij­ke zaak».  1 Tim.3:1. ‘Er naar staan’, kennelijk daar ook helemaal op gericht zijn. Elisa staat echter niet met de mond vol tanden. Hij heeft meteen zijn antwoord klaar. Uit zijn antwoord blijkt zijn verlangen. Hij is daar al lang mee bezig geweest. Elisa stelt geen bescheiden vraag; maar God honoreert zijn vrijmoedigheid. Elisa vraagt dus een dubbel deel van de geest van Elia. Wel een moeilijke zaak, zegt Elia. Toch krijgt hij het. Eli­sa zegt niet: Ach Heer, een druppeltje als het kan. De eerst­ge­bo­ren zoon kreeg altijd een dubbel deel van de erfenis. Elisa vraagt dus ten diepste om het eerstgeboorterecht. Hij vraagt: maak mij tot uw eerstgeborene; dat werk van Elia moet door­­gaan, vindt Elisa. Hij vraagt dus om een diepe geestelijke zaak, een moeilijke zaak, zegt Elia. Maar God zegt: eindelijk eens iemand, die op mijn golfleng­te zit. Op een gegeven ogenblik staan er 50 profeten langs de kant, die niets ontvingen. Ze bleven op een afstand staan; geen wensen. Naomi was ook zo’n oude, die de kaalvreter had meegemaakt. Het be­­gint met hongersnood en het eindigt met dood. Ruth 1 en Joël 1 lopen wel enigszins parallel, één en al ellende aan het begin. Naomi wil ‘bitterheid’ worden genoemd. Wat voor naam geef je je­zelf, daar hangt enorm veel van af. Het gevolg voor Naomi is, dat haar Gods­­beeld ook negatief wordt. ‘De Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan.’ Dat is haar getuigenis over God. Ze ziet alleen maar duis­ternis en bitterheid. Als die kaalvreter aan het werk is, kan op een gegeven ogenblik je hele Godsbeeld verduisterd worden. Ze schrijft al haar ellende aan God toe. En dan denk je al gauw: waarom ík? Een an­der wordt altijd meer gezegend dan ik. Mara noemt Naomi zichzelf. En een naam heeft altijd kracht in de Bij­bel. Dan wordt er iets nieuws geboren. Het boek Ruth is eigenlijk een scheppingsverhaal. Uiteindelijk zijn in feite alle verhalen in de Bij­bel schep­­pingsverhalen, want God is altijd een scheppende God. En dan komt de verandering door iemand, die vastbesloten is. Ruth is vastbesloten om de God van Israël te leren kennen. Er is een wens in haar hart. Het begint dus met een wens van Ruth. Ruth betekent vriendin. Zij wordt een vriendin van God. En dan staat er: «Zij kwamen in Bethlehem aan bij het begin van de gersteoogst».

In hem is kracht

Er was een tijd geweest van hongersnood, maar nu is er een begin van een nieuwe oogst. De sleutelfiguur is Boaz. En zijn naam betekent: in hèm is kracht. Dat is een schitterend beeld van Christus en ook van de Heilige Geest. En dan staat er, dat Boaz een zeer vermogend man was. En dat kan ook gezegd worden van de Heilige Geest: Hij is een vermogend man. En de Heilige Geest wil zijn vermogen met óns delen. Het boek Ruth werd in de synagoge één keer per jaar gelezen en wel bij een zeer speciale gelegenheid: bij het Pinksterfeest; dat was ook te­ge­lijk het oogstfeest. Een tijd van hongersnood, maar daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten. En als de Geest komt, komt daar een nieu­we oogst. Het meest opmerkelijke wat er dan gebeurt, is: Ruth gaat aren lezen, zij gaat de oogst binnenhalen. En dan zegt Naomi tegen Ruth: deze man zal niet rusten, voordat hij deze zaak tot een einde heeft ge­bracht. Naomi begint heel positief te praten. Hier zegt ze heel wat an­­ders dan bitterheid. De Heilige Geest zal niet rusten voordat Hij de zaak tot een einde heeft gebracht. Dat is ook iets om vast te houden, als je midden in de strijd zit. Daarom komt ook de gemeente tot vol­heid. God heeft ook wensen. Daar staan we misschien niet zo vaak bij stil. De hele schepping is een wens van God. De schepping kwam tot stand, omdat God zei: Ik wil het, Ik wens het. God zei niet: nou ja, ‘t kan er ook wel zonder. En ook van de mens zei Hij niet: ‘t kan er ook wel zonder. En ook van jou zei Hij niet: ‘t kan er ook wel zonder. Laat ons mensen maken. Ik wil een schepsel hebben, waarmee Ik kan pra­ten. Naar mijn beeld en gelijkenis. God zoekt aanbidders. G­od wil, dat alle mensen behouden worden. Jezus had ook wensen. Jezus had lust om Gods wil te doen. Jezus had het verlangen om Zich naar Gods wensen te voegen en die waar te ma­ken. En aan het eind van zijn bediening, in het hogepriesterlijk gebed zegt Jezus: «Ik wil Vader, dat zij ook zullen zijn waar Ik ben». Hij wil­de dat met heel zijn hart en Hij heeft de prijs ervoor betaald. De vader uit de gelijkenis van de verloren zoon had de wens, dat die zoon terug zou komen. Daarom staat hij ook op de uitkijk. En in diep­­ste kwam de zoon terug, omdat de vader het wenste. Hij hoefde niet aan te bellen. Er zat een geweldige kracht in die wens van de va­der. Die wens trok de zoon uit dat verre land vandaan. En als God een ver­langen in je hart legt, zit daar een geweldige kracht in, al kun je na­tuurlijk ook egoïstische wensen hebben. En Naomi gaat weer dromen dromen. Aan het eind van het boek Ruth houdt ze weer een kind in haar ar­men, haar kleinzoon; en dan zegt ze: Hij heeft mijn ziel verkwikt. Geen bitterheid, maar verkwikking. Haar bitterheid wordt genezen. Zo geneest de Heilige Geest je gedachten. Doe een wens! Ik zal mijn Geest uitstorten. En ze zullen dromen dromen.

De volledige studie is in boekvorm te verkrijgen bij:

J. Bies

Schaperstraat 104

3317  LR Dordrecht

Tel:078-6510685

Giro 1292693

E-mail jan.bies@kpnplanet.nl

– Prijzen zijn excl. Verzendkosten

– Van elk boek wordt € 2.25 afgedragen aan het Afrika-fonds 

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410335 bezoekers sinds 07-06-2010