Christus de Koning

21-09-2010 door Joop Neven

Christus biedt Zich aan Israël aan als Koning, nog niet in heerlijkheid, maar als de grote Herder, die tot het koningschap is geroepen, evenals David. Hij wil Israël bevrijden en belooft in Matth. 5 vers 5: “Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven”. In het Grieks staat voor “aarde” het woord “gè”, dat zowel “aarde” als “land” kan betekenen. In dit verband had er moeten staan “land”. Christus is immers gekomen tot het Zijne {Joh.1} en een dienaar der Besnijdenis geworden om de belofte der vaderen te bevestigen {Rom15}. Hij spreekt daarom niet over aarde, maar over land, het aan Abram beloofde land Kanaân. De zachtmoedigen zullen dat beërven. Tot zijn discipelen zegt Hij in Matth: 19 vers 28: “Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon zijner heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten”. Weer komt hier het nationale element naar voren. Bij de intocht zingt men Hem toe, Marc.11 vers 10: “ Hosanna {Lett: bevrijd toch.}Gezegend Hij, die komt in de naam des Heren, gezegend het komende rijk van onze vader David; Hosanna in de hoogste hemelen!” Toen werd Zach.9 vers 9 vervuld: “Jubel luide, gij dochter van Sion; gij dochter van Jeruzalem! Zie uw koning komt tot u, hij is rechtvaardig en zegevierend, nederig, en rijdende op een ezel, op een ezelhengst, een ezelinnejong”. En boven het kruis stond: Joh.19 vers 19:…Jezus, de Nazoeeër, de Koning der Joden”. Telkens vinden we de koningsgedachte. Hij is de Koning Israëls, niet de koning der Kerk. Zijn Koningschap gaat over een letterlijk volk van Israël. De engel Gabriël had daar over gesproken in Luc.1 vers 32: “Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven”. Ook in de Handelingen spreekt Christus met Zijn discipelen over het koninkrijk Gods: “…en tot hen sprekende over wat het Koninkrijk Gods betreft” {Hand.1 vers 3}. En als zijn discipelen dan vragen, wanneer dit komt, dan zegt Hij niet: Dat hebben jullie verkeerd begrepen, het is een geestelijk koninkrijk, maar Hij zegt: “Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft” {hand.1 vers 7}. Hij erkent dat het komen zal, alleen de tijd is niet te bepalen. Ook Paulus spreekt van Koning Jezus {Hand.17 vers 7}. Als Christus letterlijk vorst over Israël zal worden en weer in zijn land wonen zal, dan betekend het niet minder dat Israël als volk hersteld wordt.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

384916 bezoekers sinds 07-06-2010