Bijbelwoorden, die, spreken van de oordelen.

29-05-2012 door Joop Neven

Bijbelwoorden, die, spreken van de oordelen, straffen en gerichten van God, die ooit een einde zullen kennen.

  1. Psalm 30:6 want een ogenblik duurt zijn toorn, een leven lang zijn welbehagen”
  2. Psalm 103:9 “niet altoos blijft Hij twisten, niet eeuwig zal Hij toornen”
  3. Psalm 83:10 ev. Het oordeel heeft een doel: “opdat zij uw Naam zoeken, o HERE. Opdat zij weten dat alleen uw Naam is HERE, de Allerhoogste” vers 17-18.
  4. Klaagl. 3:31-33 want niet voor eeuwig verstoot de HERE, want als Hij bedroefd heeft, ontfermt Hij Zich, immers niet van harte verdrukt en bedroeft Hij de mensenkinderen
  5. Jesaja 57:16,17 want Ik zal niet altoos twisten, noch voor eeuwig toornig zijn, anders zou de Geest voor mijn aangezicht bezwijken, terwijl Ik toch zelf de levensadem heb gegeven.(dit betreft dus allen aan wie God de levensadem gaf: de mensenkinderen van Klaagliederen 3 zie punt 4)
  6. Jesaja 54:8een kort ogenblik heb ik u verlaten, maar met groot erbarmen zal Ik u tot Mij nemen. In een uitstorting van toorn heb Ik mijn aangezicht een ogenblik voor u verborgen, maar met eeuwige goedertierenheid ontferm Ik Mij over u, zegt uw Losser, de Here.” Merk op, dat er ook hier geen voorwaarden worden gesteld. Het is belofte, die God zeker zal waarmaken.
  7. Jeremia 30:24 de brandende toorn des HEREN zal zich niet afwenden, totdat, Hij de plannen van zijn hart volvoerd en verwezenlijkt zal hebben; in het laatst der dagen zult gijdat inzien”
  8. Jesaja 32:14,15 want de burcht ligt verlaten, het rumoer der stad is in eenzaamheid veranderd. Ofel en Wachttoren zijn voor eeuwig (zo staat het correct in de Statenvertaling Hebr: in de olam) tot spelonken geworden, een vreugde voor de wilde ezels, een weide voor de kudde, totdat over ons uitgegoten wordt de Geest uit de hoge”. (ook hier, zoals op vele plaatsen in Gods Woord, is te lezen dat eeuwig niet de betekenis heeft van oneindig)
  9. Ezechiël 16 Ik zal een keer brengen in haar lot, het lot van Sodom en haar dochters en in het lot van Samaria en haar dochters en tevens zal Ik een keer brengen in uw lot.” Vers 53. (dat is het lot van Jeruzalem). God gaat Sodom redden. Dat zijn alleen maar doden. De dood is voor hen niet het einde geweest. Sodom gaat een keer in haar lot beleven samen met Jeruzalem! Lees ook Judas 7: “eeuwig vuur”,dat doven zal.
  10. Jesaja 26:9 wanneer Uw gerichten op aarde zijn, leren de inwoners der aarde gerechtigheid” Ook hier gericht met gerechtigheid als doel.
  11. Jeremia 17:4 en 27 “want gij hebt een vuur ontstoken in mijn toorn dat aldoor zal branden” “dan zal Ik een vuur ontsteken in zijn poorten, dat de poorten van Jeruzalem zal verteren zonder te worden geblust”Dat is het onuitblusbaar vuur, waarvan we ook op andere plaatsen lezen in de bijbel o.a. in Mattheüs 3:12; Marcus 9:48 en Lucas 3:17. In Markus 9:44-48 wordt dit beeld gebruikt om de toorn van God tegen Jeruzalem aan te geven (2 Kon. 22:18). Dat vuur werd inderdaad niet geblust, maar zal pas doven, als de stad een keer in haar lot zal beleven samen met Sodom. (zie punt 9) En vergelijk ook Jes. 1:31; 66:24; Jer. 7:20; 17:27 en Ez. 20:47 Het is steeds vuur, dat niet ophoudt te branden, totdat alles is verteerd. Vuur dat onuitblusselijk is door mensenhanden, maar dat God tenslotte laat doven.
  12. Hosea 14:5 Ik zal hun afkerigheid genezen Ik zal hen vrijwillig liefhebben” Die afkeer is het oordeel over het ongehoorzaam Israël. Lees daarover Jes. 6:10; Matt. 13:14 en 15; Joh. 12:39-40. Opdat zij niet zien met hun ogen en met hun oren niet horen en met hun hart niet verstaan, zodat het zich niet bekere en genezen worde” (Hand. 28:27) Dat is die afkeer als oordeel. Maar dat is het einde niet: die afkeer zal door God genezen worden, vrijwillig zal hij hen liefhebben.
  13. Hosea totaal Lees het aandachtig en kom onder de indruk van de uiteindelijke gunst van God over een volk, dat in ongehoorzaamheid volhardt. Ontroerend is het zevende en achtste vers van hoofdstuk elf. En let ook op de uitdrukking “Ik zal”, die je vele malen in Hosea tegenkomt. Paulus zou zeggen: “zo hangt het dus niet daarvan af, of iemand wil, dan wel of iemand loopt, maar van God die zich ontfermt” Je kunt dat lezen in Romeinen 9:16
  14. Ezechiël 36:22 e.v. Ik zal rein water op u sprengen en gij zult rein zijn. Ik zal u mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal de steden weer bevolken”.Dan zal het onuitblusbaar vuur dat in Jeruzalem brandt (Jeremia 17:27), gedoofd zijn.
  15. Ezechiël 37 oordeel: dat dal vol dorre doodsbeenderen, totdat….
    N.B. “deze gedoden”. Hoevelen van Israël werden in de voorbije eeuwen gedood? Zij zullen leven! God doet dat niet om onzentwil, maar om zijn heilige naam (36:22)!! Naar het willen wordt aan gedoden niet gevraagd.
  16. Psalm 1-150 Psalm 1 bezingt de twee wegen: de weg van de Torah, die ten leven voert en daartegenover de weg van de goddelozen, die naar het verderf voert. Psalm 150 bezingt de voltooiing “alles wat adem heeft”. De overige psalmen zijn als schakels daartussenin, met inbegrip van schuldbelijdenissen en bijna-wanhoopsliederen. De weg van God met ons, mensen, wordt daarin bezongen, dynamisch, het stuwt voort van eeuwigheid tot eeuwigheid naar de voltooiing.
  17. Leviticus 25 het Jubeljaar was in Israël het ultieme feest. Was een Israëliet in slavernij geraakt of in schulden, of was hij zijn bezittingen kwijtgeraakt in de loop van de jaren, dan kwam hij in dat Jubeljaar vrij, hij kreeg zijn bezittingen terug en ook werd hij vrij van welke schuld dan ook. Lees het hoofdstuk met aandacht en dan vooral vers 54 “Maar indien hij op deze wijze niet gelost wordt, dan komt hij in het jubeljaar vrij, .” Laat dit feest bij uitnemendheid in voorafschaduw niet zien, dat elk schepsel ooit alles zal terug ontvangen, wat hij door eigen of vreemde schuld is kwijt geraakt?
  18. Jeremia 7:31 zij hebben de hoogten van Tofet gebouwd, om hun zonen en dochters met vuur te verbranden, hetgeen Ik niet geboden heb en wat in mijn hart niet is opgekomen“.
  19. De profeten van het oude verbond spraken duidelijke taal wat betreft straf, oordeel en gericht maar altijd weer wordt er daarna herstel in de vergeving van zonden beloofd. Nergens in het zg. Oude Testament lezen we van straffen in de hel, die nooit ophouden. Als de Heer Jezus dat wel had willen leren, zou dat dan niet een herroeping zijn geweest van de beloften van het Oude Testament? De Heiland zou dan tot ons zijn gekomen met de boodschap, dat de toekomst van het menselijk geslacht oneindig veel verschrikkelijker was dan men het ooit van de profeten had gehoord. Zou dat dan de blijde boodschap van het Evangelie zijn geweest?

Tot zover een aantal bijbelplaatsen uit het Oude Testament.

Hierna teksten uit het Nieuwe Testament:

  1. Mattheus 11:24 “het zal het land van Sodom draaglijker zijn in de dag van het oordeel dan voor u”. Inderdaad zal het voor Sodom draaglijker zijn dan voor de steden van Israël, waarvan we weten, dat ze na het oordeel herstel zullen kennen. Dit woord is in volle overeenstemming met wat we lazen in Ezechiël 16: Sodom, dat samen met Jeruzalem een keer in haar lot beleeft.
  2. Mattheus 23:37 uw huis wordt u woest gelaten”, dat is het oordeel over het onwillige Jeruzalem. Maar ook hier een “totdat”.
    “Gij zult Mij van nu aan niet zien, totdat gij zeggen zult:” Gezegend Hij, die komt in de naam des Heren”.Dit “totdat” is niet voorwaardelijk, maar de vervulling van zovele beloften.
  3. Mattheus 5:26 “Gij zult daar voorzeker niet uitkomen, voordat gij de laatste penning hebt betaald”Dus ook hier geen eindeloosheid van straf, maar er is sprake van uitkomen uit de gevangenis, nadat betaling heeft plaats gevonden.
  4. Mattheus 18:34 foltering, “totdat” er betaald is. Hoe dan die betaling moet plaats vinden is een vraag. Misschien door het uitdienen van de straf. Hoe dan ook er is geen sprake van eindeloosheid.
  5. Markus 9:43-51 “de worm, die niet sterft”. Lees die woorden in samenhang met Jesaja 66:24. Jeruzalem is hersteld, maar buiten de stad in Gehenna (het dal van Hinnom) liggen de lijkenen niet de “onsterfelijke zielen” in eindeloze marteling, zoals de traditie leert.
  6. Lukas 12:47,48 de vele en de weinige slagen. God blijkt niet tot in het oneindige door te slaan. Aan weinige, maar ook aan vele slagen komt een einde.
  7. Romeinen 5:12-21 na het bestuderen van deze perikoop vraag je je af, welke zin deze uiteenzetting van Paulus zou hebben, als hij van mening was, dat bijna alle mensen door afstamming van Adam zonder meer aan de dood en de verdoemenis zouden vervallen en een naar verhouding zeer klein aantal genade, gerechtigheid en vrede zouden verkrijgen. Zou hij dan hebben kunnen schrijven: “zoals het door één daad van overtreding voor alle mensen tot veroordeling is gekomen, zo komt het ook door één daad van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven”? Zouden dan van Adam veel sterkere werkingen uitgaan dan van Christus? Zou de zonde veel meer vermogen dan de genade, terwijl vers 21 zegt: “waar de zonde toenam, is de genade meer dan overvloedig geworden”? Paulus blijkt onverbloemd de universele verzoening te leren. De nadruk ligt op “veel meer”. Wat God geeft in Christus, is veel meer dan wat in Adam verloren is gegaan. Hij maakt niet alleen goed wat in Adam bedorven was; niet het evenwicht, maar het overwicht. Er is over dit bijbelgedeelte veel meer te zeggen, maar daarvoor verwijzen we naar een latere studie.
  8. 1 Korinte 15:22 “want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden”
  9. Vers 26 “de laatste vijand, die teniet gedaan wordt, is de dood”Zou de eerste dood de laatste vijand zijn, dan zou er toch nog een dood overblijven, nl. de tweede dood, waarvan we lezen in Openbaring 20. De laatste vijand is dus zeker ook de tweede dood, de poel van vuur.
  10. , Vers 28 “opdat God zij alles in allen”.Dan is er in het ganse heelal geen ruimte voor wie dan ook, die niet in volkomen harmonie is met zijn Schepper. Dat is het grote doel van God. Daartoe dient die levendmaking van vers 22 en dat teniet doen van de dood van vers 26.
  11. Vers 25 “wanneer Hij alle macht en kracht zal onttroond hebben”. Openbaring 20:6 spreekt van de tweede dood, die macht heeft. Ook die macht zal dus onttroond worden. Daartoe is het natuurlijk noodzakelijk dat die tweede dood teniet gedaan wordt. Dan vindt de levendmaking van alle mensen plaats. (vers 22)
  12. Filippenzen 2:10 “opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen, van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Heer, tot eer van God de Vader.
    Wat zijn er vele pogingen gedaan om dit overduidelijke woord van zijn kracht te beroven, om maar aannemelijk te maken, dat vele miljarden mensen nooit ophoudend in de hel zullen branden. De leer van de altijddurende straf moet hierin een tweevoudige betekenis zien. Er zou sprake zijn van een dwangverhouding met aan beide kanten vijandschap. Als dat waar zou zijn zouden de geredden en de verlorenen samen uitroepen: “Jezus is Heer!” Én vreugdezang én angstkreet; zou God dat willen? In wat voor ideeën kom je dan terecht?
  13. Efeze 1:10 “om al wat in de hemelen en op de aarde is onder één Hoofd, dat is Christus samen te vatten”
  14. Romeinen 11:32-36 In deze woorden is te lezen, waar de lijnen van oordeel en zegen in de hoofdstukken 9, 10 en 11 op uitlopen. “want God heeft allen onder ongehoorzaamheid besloten om Zich over allen te ontfermen”. Dat zijn dezelfde allen . En dat zal niet alleen betreffen de laatste generatie van Israël, die nog in leven is bij de terugkeer van de Here Jezus; nee, allen, die de geslachten door onder de ongehoorzaamheid besloten waren. Wie hier bij opmerkt: “Ja, maar ze moeten wel willen”, zet vraagtekens achter o.a. Ezechiël 36,37, Zacharia 12 en 14 en achter zoveel andere profetieën en beloften van God. Die ontferming is onvoorwaardelijk en dat “besloten liggen onder die ongehoorzaamheid” maakt het onmogelijk te geloven. ( Johannes 12:39, 40). Lees wat er staat onder punt 12. Inderdaad de wegen van God zijn ondoorgrondelijk, maar het gaat erom, dat we weten dat het door oordelen en gericht heen voor allen tot ontferming komt. Vandaar dat Paulus in vers 33 uitbreekt in een geweldige lofprijzing, die eindigt met deze woorden: “Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen.(vers 36)
  15. Romeinen 9,10 en 11 Het volk Israël: verhard, slapende, gevallen, in tekort, verworpen, gehaat, weggebroken, niet-geliefde, niet-Gods volk, Ezau-volk, Farao-volk. Een volk, zo onder het oordeel en ongehoorzaamheid besloten. En toch ook hier weer dat einde aan dat oordeel: “totdat” (11:26).
  16. Romeinen 11:10 let op hoe zelfs een “voorgoed gekromde rug” zich weer zal rechten : 26
  17. 1 Thessalonicenzen 2:16 “de toorn is over hen gekomen tot het einde” Hoezo dan “eindeloze straf”?
  18. Judas 7 “Sodom en Gomorra, die daar liggen als voorbeeld onder een straf van eeuwig vuur”. We lazen onder punt 9, dat Sodom door God begenadigd zal worden samen met Jeruzalem. Eeuwig vuur zal niet tot in het oneindige branden. Zie ook onder punt 11.
  19. 1 Johannes 2:2 “Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld”
  20. Kolossenzen 1:15-20 vijf keer wordt er in dit gedeelte gesproken van “alle dingen”, waarvan God zegt, dat Hij die “met zich gaat verzoenen, hetzij wat op de aarde is, hetzij wat in de hemelen is”. Dit is wel zeer duidelijke taal, die ons alle redenen geeft niet zozeer te geloven in de zg. alverzoening, maar veeleer in God, de Alverzoener.
  21. 1 Timotheüs 2:4 “God, onze Heiland, die wil, dat alle mensen behouden worden”. Die Heiland is het “die alles werkt naar de raad van zijn wil”(Efeze 1:2) en zijn wil is niet te weerstaan, zo lezen we in Romeinen 9
  22. 1 Timotheüs 4:10 “de levende God, die een Heiland is van alle mensen, inzonderheid van de gelovigen”. Duidelijker kan het niet gezegd worden.

Let wel, God is niet een Heiland of Behouder (S.V.) voor, maar van alle mensen.

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

390627 bezoekers sinds 07-06-2010