Bekend en toch nieuw

13-04-2012 door Joop Neven

In zijn beschrijving van de rivier van het water des levens heeft de schrijver van het boek Openbaring beslist aan de oudtestamentische tempelbeek gedacht. Hij hoefde niet uit te leggen wat hij bedoelde, maar kon dit thema bij zijn lezers bekend veronderstellen. Tussen de visioenen van Johannes en die van de oudtestamentische profeten bestaan echter een aantalverschillen. Kort samengevat komen die op het volgende neer.

  1. Volgens Joël 3 vers 18 en Ezech. 47 vers 1 ontspringt de rivier uit het huis des Heren, d.w.z aan het tempelgebouw in Jeruzalem. Maar van het nieuwe Jeruzalem, dat Johannes beschrijft, zegt hij; “een tempel zag ik in haar niet, want de Heer, God de Almachtige, is haar tempel, en het Lam” {Openb.21 vers 22} De rivier van het water des levens gaat uit “van de troon van God en van het Lam” {Openb.22 vers 1}. Op de nieuwe aarde is die troon echter niet meer door een tempelgebouw van  de bevolking gescheiden.
  2. Volgens Ezech. 47 vers 8 en Zach. 14 vers 8  storten de rivieren hun water uit de Dode Zee en in de Middellandse Zee. Maar op de nieuwe aarde, die Johannes beschrijft, is er geen zee meer  {Openb. 21 vers 1}. De ziener dacht daarbij aan de oceanen en niet aan de      figuurlijke “volkerenzee”, want in Openb. 20 vers 13 had hij opgemerkt: “De zee gaf de doden die in haar waren”. Hij sprak over een zee waarin je verdrinken kunt. Volkeren zullen er volgens hem ook op de nieuwe aarde nog      zijn, zo blijkt in Openb.21 vers 24, 21 vers 26, en 22 vers 2. Dat Johannes over de oceanen sprak, blijkt mede uit het feit, dat hij in Openb. 21 vers 1 hemel, aarde en zee in één adem noemt. Dezelfde  driedeling treffen we aan in Genesis 1 vers 9-10.
  3. De oudtestamentische profeten beschrijven een gedeeltelijke  opheffing van de vloek doe God over de aardbodem heeft gebracht. Ezechiël  zegt, dat het water van de Dode Zee gezond wordt en dat waar de beek komt, alles zal gaan leven. Maar blijkbaar zal de tempelbeek niet elk stukje van de Vlakte bereiken, want de profeet merkt op, dat de moerassen en de poelen rond de Dode Zee “aan het zout zijn prijsgegeven” {Ezech.47 vers 11}. Johannes daarentegen schets een herstel dat uiteindelijk volkomen is, want zegt hij zegt: “Er zal geen enkele vervloeking meer zijn”  {Openb. 22 vers 3}.

Deze verschillen zijn eenvoudig te verklaren. De profeten zagen uit naar het toekomstig herstel van Israël. De situatie die zij schetsen moeten we binnen het boek Openbaring plaatsen in hoofdstuk 20. Op dat moment zijn alleen de heiligen nog maar opgestaan {20 vers 4-6}. De oude schepping heeft rust maar de vloek is nog niet geheel opgeheven{vgl.20 vers 8-9}. Johannes heeft verder mogen zien en behalve het duizendjarig rijk ook Gods nieuwe schepping mogen aanschouwen. De situatie die in Openb.21-22 wordt beschreven, zal aanbreken wanneer álle doden zijn opgestaan, het oordeel van de grote witte troon heeft plaatsgevonden en de eerste hemel en de eerste aarde definitief zijn voorbijgegaan {vgl. Openb.20 vers 11 en 21 vers 1}.

 

Laat een commentaar achter

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410031 bezoekers sinds 07-06-2010