Apostelen en Profeten

30-05-2010 door Joop Neven

En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars {Efeze.4 vers 11}.

De Heer geeft geen apostolische, profetische, herderlijke of andere gaven aan personen, maar geeft een aantal personen aan het geheel van de gelovigen

  1. Apostelen. Rechtstreekse afgezanten van Christus, om de boodschap te verkondigen. Hun aantal is, na de Twaalf apostelen, beperkt tot Paulus en enkelen van zijn tijd genoten. Een opvolger voor Paulus is niet aan te wijzen. Nu de boodschap van het geheimenis is gebracht, is het genoeg om Paulus werk voort te zetten.
  2. Profeten. Mensen die het rechtstreeks, buiten de apostelen om, van God ontvangen woord doorgeven. Ze hebben de boodschap van de apostelen verstaan, maar tevens het inzicht gekregen om de consequenties daarvan voor hen eigen tijd te doorzien en te prediken. Daarom kunnen ze zelfs nú zeggen: “Alzo spreekt de Heer”. Hun aantal is niet groot en hun taak niet altijd blijvend, soms zelfs eenmalig. Om te weten of ze geen valse profeten zijn, moeten de gelovigen beoordelen of hun woorden niet in strijd zijn met die van de apostel Paulus en het overige van de Bijbel.
  3. Evangelisten. Mensen die de boodschap van God in hun eigen woorden overbrengen. Ze geven door wat ze van anderen hebben gehoord. Gods Geest werkt hier meer indirect. Een evangelist is geen propagandist. Hij zaait en weet te wachten, wetend dat het zaad zijn tijd moet hebben om te sterven en weer te ontkiemen, eerbiedig wachtend tot God het tot bloei zal brengen. De propagandist wil zelf het lichaam zaaien, naar eigen inzicht. Zijn spraakzaamheid is meestal groter dan zijn nederigheid en zijn eerbied voor andermans denken. De evangelist dringt niet op, maar stelt zich ten dienste van de ander {2 Tim.4 vers 5}. Het gaat om het evangelie des vredes {Efeze 2 vers 17} en het evangelie van de onnaspeurlijke rijkdom in Christus. Deze lenen zich niet voor opdringerigheid, zelfs niet voor de bestwil van de ander.
  4. Herders. Mensen die steeds bezig zijn met de geestelijke verzorging van mede – gelovige. In nog sterker mate dan de anderen moeten ze niet alleen de gelovige aansporen tot dienstbetoon {Efeze 4vers 12}, maar is hun werk zélf dienstbetoon.
  5. Leraars. Mensen die bekwaam zijn om anderen uit te leggen wat Gods weg en werk is met inbegrip van de ontmaskering van de afdwalingen die van God en Zijn dienst afvoeren. Deze taak kan met het vorige samenvallen, maar noodzakelijk is dit niet. wat wel nodig is, is dat die leraar niet slechts onderwijst, maar zich ook voor de leerlingen persoonlijk inzet.

Het valt op, dat bij deze taken de opziener {episkopos} of oudste {presbuteros} niet worden genoemd. De eerstgenoemde zijn door God Zelf gekozen, terwijl de opziener of oudste vaak door mensen wordt aangewezen of zelfs gekozen. Het is mogelijk dat een gekozen leider een gave van de Heer kan zijn. Ook is waar dat men diegene die geen officiële taak of aanstelling hebben, niet verachten, want ook zij kunnen van Gods wegen iets te zeggen hebben. Het evangelist – zijn of voor iemand herderlijke zorg hebben behoefd geen officiële aanstelling. Ook de herderstaak, het leren en vermanen, moet onder elkaar verkondigd worden. “Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijk liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten. En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem. {Kol.3 vers 16-17}.

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

391735 bezoekers sinds 07-06-2010