Apostelen en profeten

21-05-2010 door Joop Neven

En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars {Efe.4 vers 11}

De Heer geeft geen apostelen, profetische, herderlijke of andere gaven aan personen, maar geeft een aantal personen aan het geheel van de gelovigen.

  1. 1.      Apostelen. Rechtstreeks afgezanten van Christus, om de boodschap te verkondigen. Hun aantal is, na de Twaalf apostelen, beperkt tot Paulus en enkelen van zijn tijdgenoten. We zouden met de beste wil,van de wereld niet weten, wie er na Paulus nog apostel zou kunnen zijn geweest of nog zijn. Nu de boodschap van het geheimenis is gebracht, moet het genoeg zijn om Paulus werk voort te zetten. 
  2. 2.      Profeten. Mensen die het rechtstreeks, buiten de apostelen om, van God ontvangen woord doorgeven. Ze hebben de boodschap van de apostelen verstaan, maat tevens het inzicht verkregen om de consequenties daarvan voor hun eigen tijd te doorzien en te prediken. Daarom kunnen ze zelfs nú zeggen: “Alzo spreekt de Heer”. Hun aantal is niet groot en hun taak niet altijd blijvend, soms zelfs eenmalig. Om te weten of ze geen valse profeten zijn, moeten de gelovigen steeds beoordelen, of hun woorden en raadgevingen niet in strijd zijn met die van de apostel Paulus en het overige van de Bijbel.
  3. 3.      Evangelisten. Mensen die de boodschap van God in hun eigen woorden overbrengen. Ze geven door wat ze van anderen hebben gehoord. Gods Geest werkt hier meer indirect. Een evangelist is geen propagandist. Hij zaait en weet te wachten, wetend dat het zaad zijn tijd moet hebben om te sterven en weet te ontkiemen, eerbiedig wachtend tot God het tot uitspruiten zal brengen en daaraan zijn eigen lichaam zal geven. De propagandist wil zelf het lichaam zaaien, naar eigen inzicht. Zijn spraakzaamheid is meestal groter dan zijn nederigheid en zijn eerbied voor andermans denken. De evangelist dringt niet op, maar stelt zich ten dienste van de ander {2Tim.4 vers 5}. Het gaat om het evangelie des vredes{Efe.2 vers 17} en het evangelie van de onnaspeurlijke rijkdom. Deze lenen zich allerminst voor opdringerigheid, zelfs niet voor het bestwil van die ander.
  4. 4.      Herder. Mensen die steeds bezig zijn met de geestelijke verzorging van mede – gelovigen, met inbegrip van hun zorg om afdwalende te behouden. In nog sterker mate dan de anderen moeten ze niet alleen de gelovigen aansporen tot dienstbetoon, maar is hun werk zélf dienstbetoon.
  5. 5.      Leraars. Mensen die bekwaam zijn om anderen uit te leggen wat Gods weg is. Het Plan der eeuwen. Deze taak kan met de vorige samenvallen, maar noodzakelijk is dit niet. Wat wel nodig is, is dat de leraar niet slechts onderwijst, maar zich ook voor de leerlingen persoonlijk inzet.

 

Afgezien van apostelen gaat het geven van deze personen aan de gelovigen voortdurend door. Het zijn echter geen benoemingen voor het leven, het duurt zolang de Heer nodig acht. Het valt op, dat bij deze taken de opziener of oudste niet worden genoemd. De reden is, dat de laatstgenoemde taakdragers door mensen worden gekozen, terwijl eerstgenoemde door God Zelf worden geschonken.

 

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

391735 bezoekers sinds 07-06-2010