Boze geesten

23-05-2010 door Joop Neven

Wij leven in een tijd waarin het kwaad een machtige positie inneemt dat steeds meer mensen de bron hiervan als bovennatuurlijk beschouwen. Maar bestaat er dan de mogelijkheid dat er boze geesten zijn die voor een deel van de boosheid in de wereld verantwoordelijk zijn? Sommige mensen worden gepijnigd door de gedachte dat demonen, boze geesten, erop uit zijn hen op een of andere wijze aan te vallen. Er zijn ook mensen die echt in verlegenheid worden gebracht door de zinspelingen die ze in de Bijbel vinden met betrekking tot demonen en niet goed weten wat ze in dit verband moeten geloven. Om gelijk met de deur in huis te vallen zou je misschien moeten zeggen dat het zeer vreemd is als er demonen zouden worden gebruikt om een mens te straffen voor zonden die hij/zij heeft gedaan. Zo’n opvatting zou de suggestie wekken dat er samenwerking bestond tussen God en de demonen.

Boze geesten; satan; duivelen; bezetene

De bovenstaande woorden blijken in de Bijbel onderling verwisselbaar te zijn om dezelfde verschijnselen te beschrijven.

– diabolos: Dit wordt vertaald met “een duivel” en “de duivel”, maar nooit met “duivelen”. Anderen vertalingen zijn “lasteraar” en “kwaadspreker”.

– satanas:  Dit is de Griekse vorm van een Hebreeuws of Aramees word en het wordt in het N.T. vertaald met “satan” of “de satan”.

– daimõn: Dit woord wordt slechts vier maal gebruikt en wordt eenmaal vertaald met “geest”, eenmaal met “boze geesten” en tweemaal met “duivelen”.

– daimonizomai:  Dit komt vaker voor en wordt vertaald met “bezeten” en “bezeten zijn”.

daimoniôn:  Dit wordt dikwijls gebruikt en vertaald met “boze geest{en}”, uitgezonderd één keer, wanneer de vertaling “goden” wordt gebezigd.

Heidense goden

“Wij weten, dat er geen afgod in de wereld bestaat en dat er geen God is dan Eén” {1Kor.8 vers 4}.

Het Hebreeuwse woord voor “afgod” betekent “een ding van niets” Paulus drukt dezelfde gedachte uit wanneer hij zegt: “wij weten, dat er geen afgod in de wereld bestaat”. Ook toen de Joden in Griekse gebieden de woorden “boze geesten” voor afgoden gebruikten, geloofden ze nog altijd dat ze in werkelijkheid niet bestonden, zoals de letterlijke tekst in Jesaja 65 vers 3 zegt: “Een volk dat Mij voortdurend tot toorn prikkelt; dat offert in de hoven, en reukwerk brandt op altaren van tichelstenen” {Een Griekse vertaling zegt er achter aan: “voor boze geesten die niet bestaan”}.

De heidenen bedreven afgoderij, maar er was geen levende geest in de afgod zelf. God stelt herhaaldelijk zijn eigen bestaan tegenover het niet-bestaan van de heidense goden.

“Wie heeft dit bewerkt?…Ik, de Here, die de eerste ben, en bij de laatsten ben Ik dezelfde. Doet ons het toekomstige horen; geeft te kennen wat in de toekomst komen zal, opdat wij weten, dat gij goden zijt. Doet althans iets, goed of kwaad, opdat wij alkander verbijsterd aan staren en bevreesd zijn bovendien. Zie, Gij zijt niets en uw werk is nietig” {Jesaja 41 vers 4-5 en vers 23-24}. In de strekking van deze woorden zijn er mensen die, hoewel zij het ermee eens zijn dat een afgod niets is, blijven bij hun bewering, dat wat daarachter ligt, de boze geest, wel degelijk in leven is. Het zou misleiding zijn van God wanneer God het hout of de steen waarvan de afgod is vervaardigd zou bespotten en tegelijkertijd niet aan Israël vertellen dat er een machtige “geest” achter steekt. Dat kan niet. Als de Schrift zegt dat boze geesten “een ding van niets” is, dan moeten we hun algehele niet-bestaan erkennen. Zij zijn bedrog en ijdelheid. Aanbidding van afgoden was altijd onterend en er kwamen de meest gruwelijke praktijken uit voort: “En gij zult geen van uw kinderen overgeven, om het aan de Moloch te wijden, opdat gij de naam van uw God niet ontwijdt. En gij zult geen gemeenschap hebben met een, die van het mannelijk geslacht, zoals men gemeenschap heeft met een vrouw… Verontreinigt u niet door dit alles, want door dit alles hebben zich verontreinigd de volken die Ik voor u uit wegdrijf” {Leviticus 18 vers 21-25}. De Bijbel schrijft het kwaad hiervan uitsluitend toe aan de kwade neigingen die in de mens verborgen liggen.

In de dagen van de Here Jezus.

Hoe was het met de “boze geesten” en “onreine geesten” in de dagen van Jezus? Hij bezat de absolute macht over boze geesten. Laten we eens aannemen dat de boze geesten uit een boze wereld waren die met menselijk lichaam waren binnengedrongen. Acht de Here Jezus deze mensen dan schuldig? Vertelt Hij hun hoe het kwam of hoe zij in de toekomst zoiets moeten vermijden? Waarschuwt Hij, in het algemeen, de mensen die niet onder “boze geesten” hebben geleden wat zij moeten doen om aan de mogelijkheid te ontkomen. Het antwoord op al deze vragen is: Neen. Jezus voert de genezingen uit, maar geeft de mensen geen verdere instructie over boze geesten.

Hoe meer men de evangelieverslagen bestudeert en erover nadenkt, des te eerder komt men tot de gevolgtrekking dat door boze geesten gekwelde mensen zijn die op de één of andere manier niet kunnen beschikken over normale zintuigen of functies, hetzij tijdelijk, hetzij voor hen hele leven. De epileptici en de krankzinnigen waren niet in staat normaal met hun familie en vrienden om te gaan. Het is niet zo dat er twee afzonderlijke dingen tegelijkertijd optreden: we zien niet dat in het geval van de blinde de “boze geest” op andere wijze in hem werkt dan door zijn blindheid. De “boze geest” en de blindheid vallen samen. In één geval, waar het gaat om een “stomme” gaat, wordt van hem gezegd dat de geest stom was {Luk.11 vers 14}.

De moeilijkheid is. Jezus spreekt de boze geesten toe. De boze geesten geven antwoord. De boze geesten worden uitgeworpen of gaan weg.

We moeten er goed van doordrongen zijn dat de Here Jezus nooit de gangbare denkbeelden over “boze geesten” {die de Griekse en Joodse geleerde in overvloed bezaten}steunde, bijv. dat boze geesten de geesten van doden waren of dat ze onder de leiding stonden van Beëlzebub. En al evenmin brengt Hij ze in verband met de dierenwereld, een in die tijd bekende opvatting onder de heidenen.

Waarom spreken boze geesten dan? Waarom spreekt Jezus hen toe? Eigenlijk zijn de verslagen in de Bijbel een mengeling van wat, volgens zeggen door de persoon zelf en wat door de “boze geesten” wordt gesproken, maar nooit van beide tegelijk. De verslagen waarin deze gesprekken voorkomen zijn die waarin de lijder geestelijk gestoord is. Dit is een belangrijk feit. Terwijl Jezus een krankzinnige genas was het noodzakelijk dat Hij communicatie met hem had en dat was alleen maar mogelijk binnen de beperkingen van die persoon zelf. Het is interessant dat, of nu volgens het verslag de “boze geest” of de persoon antwoord geeft, de communicatie één geheel vormt, uit niets blijk dat er twee persoonlijkheden betrokken zijn bij het gesprek met Jezus. Spreken alsof er werkelijk een “boze geest bij betrokken was verschilt in wezen niet van het straffen van koorts, zoals Hij deed in de genezing in Lucas 4 vers 39. Hoe zou Jezus anders tegen een krankzinnige kunnen spreken dan in een taal die voor deze persoon begrijpelijk was?

Maar wat te denken van de volgende woorden.

“Vele boze geesten dreef Hij uit en Hij liet de geesten niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden” {Marc.1 vers 34}.

Alles wat wordt gezegd door mensen met een “boze geest” wordt op de normale wijze waarop gesprekken worden gevoerd. Het zijn de stem en het spraakmechanisme van de “patiënt”. Bij het spreken gebruikt zo’n persoon nu en dan woorden die aanduidden dat hij enige kennis bezat van de Here Jezus en Hem erkende. Hoe was deze kennis verkregen? Een aannemelijk antwoord is te vinden in het feit dat het gerucht over Jezus wijd en zijd verspreid was {Marc.1 vers 28}. In feite was dit gerucht de reden waarom sommige krankzinnigen en zieken naar Jezus werden gebracht. Het is daarom niet verrassend als zulke mensen kennis van Jezus hadden. Het is een feit dat sommige wanhopige, een geweldig getuigenis gaven.

“Heb medelijden met mij, Here, Zoon van David, mijn dochter is deerlijk bezeten” {Matth.15 vers 222}.

“En zie, twee blinden die aan de weg zaten riepen, zeggende: Here, heb medelijden met ons, Zoon van David!” {Matth.20 vers 30}

Er is nog vraag onbeantwoord.

Waarom zeggen de “boze geesten” tegen Jezus: “Zijt Gij hier gekomen om ons vóór de tijd te pijnigen?” {Matth.8 vers 29}. Dit wijst er op dat men geloofde dat “boze geesten” die kwellingen veroorzaakten in de toekomst gefolterd of gestraft zouden worden. Sommige Joden hadden deze opvatting en die ontwikkeld als een mengeling van ideeën die uit niet-bijbelse bronnen waren aangevoerd. Het was dus niet verrassend krankzinnige op die wijze te horen spreken. Het is zeker dat de Here Jezus die opvatting geen enkele steun verleende en al evenmin bevestigde wat de stem zei.

Tenslotte nog een aantal teksten die werden geschreven na de tijd van Christus omwandeling op aarde en die, naar sommigen geloven, de leer van bovennatuurlijke geesten naar voren brengen.

“Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen” {1Tim.4 vers 1}.

“Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; want wij hebben niet te worstelen tegen de bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemels gewesten” {Efe.6 vers 11-12}.

 

 

Commentaren zijn gesloten.

Zoeken

Column

Machteloze opofferende liefde

Het is Goede Vrijdag, Jezus sterft aan een kruis. Maar waarom? Verhalenverteller en missionair Matthijs Vlaardingerbroek wist precies hoe het zat, totdat een Schotse vreemdeling hem aansprak in een museum. Het is een winterse dag in Glasgow, de stad waar mijn dochter studeert, als ik eindelijk de kans krijgt om het wereldberoemde schilderij “De Christus […]

410516 bezoekers sinds 07-06-2010